Categoriearchief: kraamweek

Kruiden en melkproductie

Welke kruiden mag je gebruiken bij borstvoeding om de melkproductie op te krikken of af te bouwen?

  1. Ontspannende kruidenthee bij vermoeidheid, stress of onzekerheid: kamille (matricaria chamomilla), citroenmelisse (melissa officinalis), linde (tilia) en lavendel (lavendula angustifolia).
  2. Ontspannend bad met etherische olie van lavendel, kamille, lindebloesem. Let wel: als je etherische olie in je bad doet, mag je babytje niet samen met jou in bad!
  3. Capsules om je melkproductie te verhogen: fenegriek (trigonella feonum graecum) en gezegende distel (cnicus benedictus). Beide versterken elkaars werking en hebben binnen 24-72u effect.
  4. Thee om je melkproductie te verhogen: anijs (pimpinella anisum), venkel (foeniculum vulgare), dille (anethum graveolens) en karwij (carum carvi).
  5. Overige kruiden die je melkproductie kunnen ophogen: geitenkruid (galega officinalis) en mariadistel (silybum marianum).
  6. Een sterk kruid dat je melkproductie doet dalen is salie (salvia officinalis), wat je zeker niet mag gebruiken als je last hebt van hoge bloeddruk.
  7. Overige kruiden waarmee je voorzichtig moet omspringen omdat ze je melkpoductie kunnen verlagen: pepermunt (mentha piperita), kervel (anthriscus cerefolium), peterselie (petroselinum crispum), lavas (levisticum officinale) en zoethout (glycyrrhiza glabra). Gewoon culinair gebruik van deze kruiden heeft echter geen invloed op je borstvoeding. Let op: zoethout niet gebruiken bij hoge bloeddruk!

Gebruik niet langer dan drie weken hetzelfde kruid, varieer regelmatig en drink niet meer dan twee kopjes kruidenthee per dag met dezelfde kruiden.

© Borstvoeding Aardig 2019

Mixen van borstvoeding en kunstvoeding


Mag je borstvoeding en kunstvoeding met elkaar mengen in één flesje?

1. Melkproductie opkrikken

Wil je je melkproductie opkrikken, dan doe je dat door vaker te voeden. Drinkt je baby de borst voldoende leeg, maar heb je nog niet voldoende melkproductie, dan kan het zijn dat de lactatiekundige aanraadt om na de borstvoeding nog een flesje kunstvoeding (of donormelk) te geven. Dat is doorgaans niet meer dan 30ml per voeding. Hou daarbij het flesje zo veel mogelijk horizontaal en draai de fles goed dicht. De tragere melkstroom komt dan overeen met die uit de borst.

2. Melkproductie afbouwen

Wil je je melkproductie afbouwen, dan ga je geleidelijk aan borstvoeding vervangen door kunstvoeding. Neem rustig de tijd om je borstvoeding af te bouwen. Doe je dat te snel, dan kan je stuwing krijgen of zelfs een borstontsteking. Eén borstvoeding per week vervangen door kunstvoeding zorgt ervoor dat zowel je babytje als jouw borsten rustig kunnen wennen aan de verandering. Hou de flesjes klein: 90-120ml/fles. Dat is de hoeveelheid die de meeste baby’s uit de borst drinken per voeding.

Je baby kan door de combinatie van moedermelk en kunstvoeding moeite krijgen met zijn ontlasting. Moedermelk werkt immers laxerend, terwijl kunstvoeding meestal het tegenovergestelde doet. Heeft je baby moeite met stoelgang maken, dan kan je overwegen om tijdelijk weer wat vaker borstvoeding te geven.

Als je nog een hele tijd borstvoeding en kunstvoeding wil combineren, dan laat je bij voorkeur iemand anders de fles geven. Dat schept duidelijkheid voor de baby: bij mama drink ik uit de borst, bij een ander uit de fles.

Moedermelk en kunstvoeding mag je in één fles mixen. Kunstvoeding maak je apart aan en meng dan moedermelk en kunstvoeding samen in de fles. Het is echter jammer om je gekolfde melk te moeten weggieten. Daarom kan je ook eerst je moedermelk geven en daarna nog een flesje kunstvoeding klaarmaken als je baby nog honger heeft. Dan heeft ie de moedermelk zeker binnen. Een restje kunstvoeding weggieten vinden veel moeders minder erg dan wanneer ze een restje moeten weggieten waarin ook hun eigen melk gemixt werd.

© Borstvoeding Aardig 2019

Drinken of tutten?

Hoe zie je of je baby drinkt of tut?

Een baby start zijn borstvoeding met korte ritmische zuigbewegingen. Hiermee wekt hij de melkstroom op. Van zodra de melk gaat stromen, zie je hem met trage regelmatige slokken drinken.

Als je baby effectief drinkt aan de borst, dan liggen zijn lipjes naar buiten gekruld of verdwijnen zijn lipjes in de borst. Enkel zijn neusje ligt vrij. Zie je de mondhoek van je baby, dan trek je hem dichter naar je toe. Als jij je baby dichter tegen je aan trekt, dan gaat hij herhappen (zelfs zonder de borst los te laten) en maakt instinctief een grotere hap.

Bij een grote hap zuigt je baby niet enkel op je tepel, maar heeft hij een groot deel van je tepelhof mee in de mond. Je baby heeft meer borst onderaan je tepel in zijn mond dan bovenaan je tepel. Dat noemen ze een ‘asymmetrische hap’. Aan zijn onderlip zie je een klein stukje van zijn tong verschijnen. Zijn tong ligt dan over de tandenboog en krult zich om de tepel, om de melk uit je borst te masseren tijdens het zuigen.

Actief drinken houdt je baby doorgaans slechts enkele minuten vol. Daarna gaat hij enkele seconden rusten en start hij opnieuw. Dat afwisselen tussen actief drinken en uitrusten herhaalt hij totdat hij zijn buikje vol gedronken heeft.

© Borstvoeding Aardig 2019

Borstvoeding na een keizersnede

Wat te verwachten na een keizersnede?

Een keizersnede is een pittige operatie. Reken op zo’n zes weken voordat je weer helemaal op de been bent.

Ook al is het beleid in veel ziekenhuizen om al na enkele uren je bed uit te komen, toch is die eerste week na de geboorte vooral een periode van rust en herstel. Je zal hulp nodig hebben bij de verzorging en het optillen van je baby. Een keizersnede geeft meestal recht op verlengde kraamzorg. Maak daar gebruik van! Een clip-on-crib of co-sleeper is ook handig. Op die manier hoef je je bed niet uit om je baby te voeden.

De eerste weken doe je het best rustig aan. Vooral huishoudelijke taakjes zoals stofzuigen, een wasmand optillen of de baby een badje geven kan je nog niet alleen. Ook traplopen is lastig als je een buikoperatie hebt gehad. Beperk zo veel mogelijk het bezoek. Weten mensen niet goed welk kraamcadeau ze moeten meebrengen, vraag dan of ze een uurtje willen komen stofzuigen of strijken…

Je hebt een verhoogde kans op spruw, een schimmelinfectie. Dat komt omdat je bij een keizersnede standaard antibiotica toegediend krijgt. Overweeg om preventief probiotica te nemen. De medicatie die je krijgt na je keizersnede heeft verder weinig effect op je baby. Pijnstilling helpt om te ontspannen en doet je melk vlotter stromen.

Een keizersnede heeft in principe ook geen effect op je melkproductie. Maak zo snel mogelijk ongestoord huidcontact met je babytje, liefst al op de operatietafel. En beperk de tijd in de uitslaapkamer tot een minimum.

Schakel hulp in van een lactatiekundige als je moeite hebt om de juiste voedingshouding te vinden wanneer de buikwonde nog pijnlijk is. De rugbyhouding kan een oplossing zijn die eerste dagen.

© Borstvoeding Aardig 2019

Borstvoedingsmaffia

Het Laatste Nieuws – Het Debat

Worden vrouwen te veel gepusht om borstvoeding te geven?

Freya Saeys, huisarts en Vlaams parlementslid, noemt de voorstanders van borstvoeding ongenuanceerd “borstvoedingsmaffia” en beschuldigt hen ervan om “elke baby ter wereld aan de borst te willen krijgen”… Controversiële uitspraken tijdens de WereldBorstvoedingsWeek van 1-7 augustus 2019.

Het Laatste Nieuws belde me op voor een reactie. Mijn uitgebreide en volledige repliek, waarvan HLN slechts een kleine samenvatting publiceerde, vind je hier:

Ik word erg verdrietig van een huisarts, die verondersteld wordt om wetenschappelijk geschoold en universitair opgeleid te zijn, die uitspraken doet die anti borstvoeding zijn en de voorstanders van borstvoeding zelfs afschildert als “maffia”. Maffia is een geheel van illegale criminele organisaties die geweld niet uit de weg gaan. Erg jammer dat een politica en arts een dergelijke vergelijking maakt tussen organisaties die in de illegaliteit opereren en mensen die proberen om moeders te helpen, te ondersteunen en borstvoeding terug in de maatschappij te zetten als norm.

Freya Saeys zetelt in het Vlaams Parlement in de commissie Welzijn en Volksgezondheid en in de Commissie Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding. Dat een politicus die in dergelijke commissies zetelt zo’n ongelukkige uitspraken doet vind ik verbazingwekkend. Borstvoeding is de natuurlijke norm van zuigelingenvoeding, met gezondheidsvoordelen voor zowel de moeder als het kindje, niet alleen op lichamelijk, maar ook op psychisch vlak. Dat is onomstotelijk wetenschappelijk bewezen. Borstvoeding geven is bovendien stukken goedkoper dan elke week een bus kunstvoeding kopen.

Die 6-6-6-6-campagne van Kind en Gezin is een goede zaak. Ik ken bijna geen enkele moeder met een ouder kindje aan de borst die vanaf dag één ervan uitging dat ze de twee jaar zou halen. Ze startte met borstvoeding, keek hoe het liep, hield vol bij twijfels of zorgen en ging daarna gewoon door omdat borstvoeding uiteindelijk een stuk makkelijker werd dan kunstvoeding geven.

Wat de groep van moeders die zes maanden of langer borstvoeding geven gemeen hebben is niet het lidmaatschap van een ondergrondse criminele organisatie, maar het feit dat ze vaak al tijdens de zwangerschap op zoek gingen naar degelijke informatie en zich omringden met een netwerk van zorgverleners en andere borstvoedingsmoeders die hen steunen in hun borstvoedingskeuze en hen ook bijstaan als het eens wat moeilijker gaat. Want dat netwerk is cruciaal, net omdat de marketing van de kunstvoedingsindustrie erg sterk is en er veel geld mee gemoeid is.

Er is wel degelijk een verschil tussen moedermelk en kunstvoeding. Moedermelk is niet beter dan kunstvoeding, het is de natuurlijke norm. Borstvoeding is de voeding die mensen al miljoenen jaren krijgen gedurende de eerste maanden en jaren van hun jonge leventje. Kunstvoeding is het kunstmatig aangemaakte alternatief van moedermelk. Het is een afgeleide. Moedermelk is niet beter dan kunstvoeding, kunstvoeding is het afkooksel en dus van mindere kwaliteit, dan moedermelk. En dat is ook de reden waarom de WereldgezondheidsOrganisatie aanraadt, gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, om borstvoeding te geven aan je kindje. Lukt dat niet, dan heeft afgekolfde melk van de eigen moeder de voorkeur. Kan ook dat niet, dan bij voorkeur afgekolfde melk van een andere moeder. En pas op de vierde plaats komt kunstmatige zuigelingenvoeding.

Dat die kunstvoeding van goede kwaliteit is mag ik hopen. Dat is de morele plicht van kunstvoedingsfabrikanten! Ze produceren immers melk voor zeer kwetsbare baby’s… En toch worden er regelmatig bussen kunstvoeding uit de rekken genomen omdat er verontreiniging in zou terechtgekomen zijn. Een kwalijke zaak!

De tepelkloven die dr. F. Saeys aanhaalt zijn niet inherent verbonden aan borstvoeding geven. Integendeel! Met de juiste begeleiding krijg je géén tepelkloven, doet de borstvoeding níet pijn en zijn andere ongemakken snel opgelost. Een moeder die een goede lactatiekundige onder de arm neemt, vanaf de zwangerschap, krijgt geen tepelkloven of ernstige borstvoedingsproblemen. De overige medische situaties die dr. F. Saeys aanhaalt (HIV, acute tuberculose, koortsblazen ter hoogte van de borst of bepaalde medicatie) zijn erg zeldzaam en komen haast niet voor. Ik kan ze in mijn tienjarige carrière als lactatiekundige op minder dan twee handen tellen…

Borstvoeding is gezond voor zowel moeder als baby, ook op psychisch vlak. Een moeder die kunstvoeding geeft heeft een hogere kans op het krijgen van een postnatale depressie, blijkt uit wetenschappelijk onderzoek.

Het thema van de Internationale Week van de Borstvoeding legt daarom dit jaar de nadruk op het belang van een ondersteunende omgeving. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat een moeder langer borstvoeding geeft als haar partner en haar moeder haar steunt in haar keuze om voor borstvoeding te gaan. De eerste weken vergt borstvoeding geven een extra investering ten opzichte van kunstvoeding geven. Onderzoek geeft aan dat na een aantal maanden die investering in borstvoeding zichzelf dan weer terug verdient, omdat de investering in het geven van kunstvoeding, zoals melk klaarmaken, opwarmen, flesjes uitwassen, steriliseren etc dezelfde blijft en borstvoeding alleen maar makkelijker gaat.

Hetzelfde met slaaptekort, wat aangehaald wordt door dr. F. Saeys. Elke pas bevallen moeder lijdt aan slaaptekort. En de partner vaak ook. Dat is erg zwaar voor jonge ouders, welke voeding ze ook geven aan hun baby. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat moeders die borstvoeding geven na het voeden sneller in slaap vallen en ook sneller in een diepe slaapfase terechtkomen in vergelijking met moeders die hun kindje voeden met de fles. De slaap van kunstvoedende moeders is dus kwalitatief slechter dan die van moeders die borstvoeding geven. De natuur heeft het mooi geregeld! En met succes… De mensheid leeft al twee miljoen jaar op deze aardbol en de wereld dreigt zelfs overbevolkt te raken… Dat komt niet door de uitvinding en de commerciële verspreiding van kunstvoeding sinds vorige eeuw.

Dat borstvoeding niet te combineren valt met terug aan het werk gaan is onzin. Ik geef daar workshops over… En consultaties met adviezen op maat.

Ik begeleid als lactatiekundige vrouwen die borstvoeding geven, of dat nu één dag is of meer dan twee jaar en alles daar tussenin. Ik informeer, begeleid, adviseer en moedig aan, vanaf de zwangerschap. En verwijs door naar andere zorgverleners als dat nodig is. Als elke zorgverlener dat zou doen, dan zouden veel minder moeders zich “mislukt” voelen. Dan was hun keuze, welke die ook is, gefundeerd en gegrond gebeurd en zouden ze vrede hebben met de keuze die ze maakten. Ik wens dat alle moeders toe, vrede met de keuzes die ze maken. Want dat maakt van moeders moeders die goed in hun vel zitten. En dat is het enige waarin ik dr. F. Saeys bijtreed: een gelukkige moeder geeft meer kans op gelukkige kinderen.

© Borstvoeding Aardig 2019

Workshops rond borstvoeding in Oostende

Groepsprakijk Milho, Godtschalckstraat 1 – Oostende
Telkens van 10u tot 11u30
10 euro pp
Inschrijven: 0474/03.65.02

Borstvoeding tijdens de eerste weken
Zondag 15/09/2019
Zondag 20/10/2019
Zondag 01/12/2019

Borstvoeding blijven geven als je terug gaat werken
Zondag 22/09/2019
Zondag 10/11/2019
Zondag 08/12/2019

Starten met vaste voeding
Zondag 29/09/2019
Zondag 17/11/2019

Langer dan een jaar borstvoeding geven
Zondag 13/10/2019
Zondag 24/11/2019

Geloven

Half zes ’s avonds. Ik fiets het perron op. “Goeienavond.” zeg ik zachtjes tegen een brede rug, terwijl ik op mijn rem ga staan. De rug bestudeert de treinuren op het gele aankondigingsbord. Als hij zich langzaam omdraait kijk ik in een bekend gezicht. Lichtbruin haar tot op schouderhoogte, een beetje vettig en in de war, bolle wangen, heldere onderzoekende ogen.

“Hallo!” zegt hij met een lichte slis in zijn stem. Vertrouwde klank. En hij kijkt toe terwijl ik van mijn plooifiets stap: “Hoe gaat het ondertussen met jou? En met de geschiedenispassie?”

Sommige mensen vergeet ik nooit. Bijzonder knap zijn of heel intelligent, dat helpt. Maar de mensen die mij écht bij blijven, doen dat om wat ze zeggen, om wie ze zijn. En om wat ze teweegbrengen bij anderen.

Deze man is zo iemand. Zo’n vijftien jaar geleden was hij mijn godsdienst- en filosofieleraar op de hogeschool. Een buitenbeentje, plaatste overal een vraagteken achter. Niet alle studenten hadden hem graag. Hij kon als geen ander de vinger op je zwakke plek leggen. “Blijven nadenken, blijven lezen, blijven kennis vergaren.” zei hij dan. I loved it!
Met zijn filosofische vragen slaagde hij erin om mijn puberaal ronddwalende en zoekende geest weer richting te geven. Ik herontdekte de mensen om me heen. Ging met een andere blik naar het leven kijken. Kreeg weer vat op die drang naar maatschappelijke rechtvaardigheid die door mijn aderen stroomde. En stapte vol overtuiging het godsdienstonderwijs in. Een deeltijdse baan die ik combineerde met een universitaire studie Kunstgeschiedenis en Archeologie.

“Hoe gaat het met de geschiedenispassie?” vraagt ie nogmaals, geïnteresseerd. “Goed!” antwoord ik, “Die is er nog steeds!” Hij wijst met zijn kin in de richting waaruit ik gefietst kwam: “Geef je nog altijd les?” Ik bevestig: “Ja, geschiedenis… Er is alleen een tweede passie bij gekomen: lactatiekunde. Mijn passies zijn dus verruimd.” En ik wacht zijn reactie af. Die komt er niet, is ie te intelligent voor. Dus ik vervolg: “Begeleiding van moeder- en kindkoppels.” Hij denkt na… “Lacta, dat is iets met melk.” Inderdaad.

Hij vraagt hoe ik daar toe gekomen ben. Ik begin te vertellen over de voorbije wendingen in mijn leven. Over keuzes die ik maakte waardoor sommige deuren dicht gingen en andere weer open. Dat ik mijn godsdienstjob opgegeven heb bijvoorbeeld, omdat ik het gevoel had dat de meeste leerlingen het zaadje dat ik probeerde te zaaien amper de kans gaven om te ontkiemen. Dat er van thuis uit ook vaak niet voldoende voeding kwam. Dus dat dat kwetsbare kiempje van geloof bij veel leerlingen alweer verschrompeld was nog voordat ze de retorica bereikt hadden. Hij reageert verbaasd en begrijpend tegelijkertijd.

Ik leg uit dat het stichten van een gezin en het nemen van loopbaanonderbreking een enorme verfrissing en herbronning voor me geweest zijn. Dat ik vanuit die cocon van geborgenheid weer terug met open blik naar het leven kon kijken. Dichter bij de natuur kwam ook, bij de essentie van het leven: “Weet u nog dat u mij tegengekomen bent op de trein, meer dan tien jaar geleden ondertussen, toen ik nog geen kinderen had en studeerde op de universiteit?” vraag ik, “Bij het afscheid nemen waren uw laatste woorden: ‘Blijven nadenken, Katrien.’ U had gelijk. Ik heb daar in de loop der jaren nog twee dingen aan toegevoegd… Een mens moet eigenlijk maar drie dingen in het leven: blijven ademen, blijven voelen en blijven nadenken. Dat is de essentie. Al het andere vloeit daaruit voort. Op die manier doe ik ook aan lactatiekundige begeleiding: back to the basics, back to nature!”

Hij glimlacht en vertelt over zijn gezinnetje, met een pasgeboren baby. Ik zie de liefdevolle schittering in zijn ogen als hij omschrijft hoe zijn vrouw en hij uitkeken naar de komst van de baby. Dat ze daar samen mooi naar toe geleefd hadden. Het verhaal kentert als hij de borstvoeding omschrijft die niet liep zoals verwacht: “Er zijn heel veel mensen geweest die tips gaven en informatie, maar er is eigenlijk nooit iemand geweest die echt tijd voor ons heeft gemaakt.” Er klinkt verdriet door in zijn stem. Zijn vrouw heeft het er moeilijk mee gehad. En hij ook, voel ik: “Ik wou dat we iemand zoals jou gekend hadden zoveel maanden geleden, dat ik wist dat je met lactatiekunde bezig was.”

Zorgverlening, zorg verlenen vraagt tijd. Om tijd te maken voor de gezinnen die ik begeleid, boet ik aan loon in. Daar waar een zelfstandige vroedvrouw zes of meer huisbezoeken op een dag doet, plan ik er maximum twee. “Ik word rijk van mijn job als lactatiekundige.” verkondig ik, “Heel rijk!! Alleen niet in geld uitgedrukt… Had ik mijn job als leerkracht niet gehad dan zou ik financieel niet rondkomen…” En hij vraagt naar ons businessplan, waar ik volop mee bezig ben op dit moment. Er is nog werk aan.

Waar we wonen, wil hij ook weten. In de zuiderkempen, buiten het dorp. En of we een tuin hebben. Tuurlijk hebben we een tuin! “Met…?” vraagt hij. “Een uitgebreide kruidentuin, een moestuin en verschillende fruitbomen en -struiken. We proberen om zo veel mogelijk zelfvoorzienend te leven wat groentes en fruit betreft.” leg ik uit, “Met de hulp van een vrijgevige boer even verderop lukt dat aardig tijdens de zomermaanden en een deel van de winter.” Hij knikt goedkeurend.

Tijdens ons gesprek over moestuin en zelfvoorzienend leven rijden we de donkere tunnel van Antwerpen Centraal binnen. Ik raap mijn spullen bij elkaar. Als ik met mijn plooifiets en zware schoudertas bijna aan de treindeuren sta om uit te stappen, roept hij me nog na:

“Katrien, erin blijven geloven, hè!”

© 2013

Proficiat!

“Proficiat, mama, je hebt een zoontje gekregen. Hoe ga je hem noemen?” klinkt ergens vaag een opgewekte mannenstem…

Ik lig op een bed. En hoor in de verte wieltjes piepen. Wandlichten flitsen in traag, maar gelijkmatig tempo aan mijn ogen voorbij. Wazig, veraf… En alles wat ik hoor, klinkt dof. Alsof mijn zintuigen in een grote bol watten steken. Watten die alle klanken dempen, vooraleer mijn oor te bereiken. Het bed waarop ik lig, rijdt. Door een halfduistere gang. Merk ik vaag op.
Vooral één gevoel is heel duidelijk. Overheerst alle andere… PIJN!!!!! Pijn, pijn, pijn… Ik doe mijn mond open om “Arend-Jan” te zeggen, maar krijg maar één zinnetje over mijn lippen: “A… A… Auw… Ik heb pijn…” En zink weer weg in een heerlijk gevoelloos zwart gat…

Recovery
De volgende keer dat ik bij bewustzijn ben, lig ik nog steeds in dat bed. Het staat stil deze keer. Ik lig in een grote, hel verlichte zaal. Alleen. Alle andere bedden zijn leeg. Naast me klinken twee gelijkmatige piepjes. Cijfertjes en grafiekjes op een beeldscherm. Er steken infuzen in mijn arm. En twee verschillende vloeistoffen druppelen traag mijn aders in. “Dit moet de recovery zijn,” schiet door mijn hoofd. “Waar zijn de anderen? Niemand geopereerd vandaag? … Tiens… Oh ja, ’t is weekend. En waarschijnlijk al laat. Ik ben de enige vandaag…”

Ik lig te rillen van de kou. Kan er niet mee ophouden. En die pijn… “Wat is dat toch met mij? Is dat bevallen?… En waar is de verpleging??? … Oh, daar…” Enkele verpleegkundigen, of dokters, whatever, staan over een computerscherm gebogen. Ze kijken niet op of om. Het scherm vangt hun hele aandacht.
Even kijkt er eentje in mijn richting. Shit,… te laat… Hij is alweer geconcentreerd op dat schermpje. Ik wil een deken, heb het ijskoud. En pijnstilling… Geef me alstublieft wat pijnstilling, please…!

“Hé!? Halloooo?!” Ze horen me niet. Er zit een glazen wand tussen de plaats waar ik lig en hun computerlokaaltje. Ik probeer me op te richten. AAAAAAAAUUUUWWWW… Onmogelijk… Arm zwaaien? Hmmm, pijnlijk, maar het lukt.

Ben je wakker?
Na wat een eeuwigheid lijkt, komt er eindelijk iemand naar me toe gelopen. “Zo, ben je wakker?” vraagt diezelfde vriendelijke stem van daarstraks. “Hoe voel je je?”
Wat een vraag… “Niet goed. Ik heb zo’n pijn!!!” Er wordt een derde infuus aangesloten. Nog maar wat extra vloeistof door mijn aderen. En één van de andere twee infuuszakjes is aan vervanging toe.
“Wat is dat allemaal?” vraag ik bibberend. “Deze is vocht, aangesterkt met mineralen enzo. Da’s jouw eten voor de komende uren. Want je zal nog even moeten vasten. De kans op braken is nu nog te groot. En risicovol, met die buikwonde. En in deze hier zit antibiotica. Om te voorkomen dat je een ontsteking krijgt. Je hebt een keizersnede gehad, weet je dat?” Ik antwoord: “Jaja, dat weet ik nog. Mijn zoontje heet Arend-Jan trouwens.”

Er verschijnt een glimlach op smans gezicht: “Zo, die vraag herinner je je dus ook nog. Mooi zo! Je ziet er al een stuk helderder uit dan enkele uren geleden.”
Enkele úren geleden? Huh??? “Euh, hoe laat is het dan nu misschien?” “Het is al na middernacht. Je bent bijna… zes uur geleden mama geworden! Proficiat, hè! Je zoontje is kerngezond. Hij ligt op de couveuze-afdeling. Er wordt daar heel goed voor hem gezorgd. Maak je maar geen zorgen. Heb je ’t koud? Wacht even…” Hij loopt naar een kast en haalt er een grijs deken uit.

Mmmmmmm, lekker, zeg… Een behaaglijke warmte maakt zich langzaam meester van mijn lijf. Het is een verwarmd deken! En heerlijk zacht…
“Hè!?! Niet wegdoezelen! Nu moet je wakker blijven, hoor. Anders moet ik je hier nog veel langer houden. En dat wil je niet, neem ik aan, hè?!?”
Nee, nee, oké, ik doe mijn best. Wakker blijven dus. “Ik ga zo de materniteit bellen. Je lijkt me wel in orde nu. Je kan naar je kamer.”

Naar de kamer
Een half uurtje later verschijnen mijn partner en een vroedvrouw aan mijn voeteneinde. De infusen blijven zitten. De blaassonde ook. Maar al de rest van de controlezooi wordt afgekoppeld. En ik mag naar de kamer.

Tijdens het rijden verergert de pijn weer. “We komen zo voorbij de couveuze-afdeling. Wil je je zoontje even zien?” vraagt de vroedvrouw. “Nee, nee… Ik heb pijn… En ik wil slápen… Hij is daar goed. Laat hem daar maar…” En zwakjes, maar beslist, voeg ik eraan toe: “En ik geef géén borstvoeding!!!” Ik ben bekaf… En om mijn woorden kracht bij te zetten, sluit ik mijn ogen. En doe ze niet meer open. Ik ben het beu. Wil met rust gelaten worden. En slapen… Slapen, slapen, slapen… Want daar heb ik de voorbije drie dagen (of zijn het er ondertussen al vier?) geen kans toe gehad. Met al die weeën, die bekkenmanipulatie, een niet indalend kind en de slechts op een slakkengang vorderende ontsluiting… Pfffff, is dit bevallen??? Dit doe ik écht nooít meer, hoor!!!!

Couveuze
Op de kamer krijg ik nog een shot pijnstilling. En langzaamaan gaat het weer beter. De vroedvrouw verdwijnt al snel. Mijn partner neemt een stoel en gaat naast mijn bed zitten: “Ik heb hem al gezien. Mocht hem even vasthouden. Meneertje weende moord en brand. Niemand kreeg hem stil. Maar toen hij mijn stem hoorde, zweeg ie direct! Hij keek me met grote ogen aan. Alsof hij me herkende…” Hij glimlacht dromerig. En vervolgt: “Hij moet 24u ter observatie in de couveuze blijven. Ze hebben hem suikerwater gegeven.”

Als mijn partner me aankijkt, vang ik iets op wat het midden houdt tussen verdriet en medelijden. Ook hij is doodop: “Ga maar slapen. Ik ga ook naar huis nu. Ik beloof je dat ik hier morgenochtend zo snel mogelijk weer sta!” Ik krijg een kus en sluit mijn ogen. Nog voordat hij de kamer verlaten heeft, ben ik al in een diepe slaap verzonken…

Helder
Ik schrik wakker… “Hé, ik ben helder!” schiet er door mijn hoofd. “Geen watten meer in mijn kop. Wat een opluchting…” Mijn infuzen zijn bijna leeg. Dus ik druk op de rode bel. Bijna onmiddellijk staat er een nachtverpleegkundige voor mijn neus: “Zo, wakker! En? Hoe voel je je nu?” Ze verwisselt vakkundig mijn baxters. “Beter dan daarstraks. Ik kan weer helder denken. Maar ik heb wel keelpijn… Eigenlijk doet alles pijn, van mijn keel tot onder mijn middel. Is dit nu bevallen? En mijn zoontje…” Krop in mijn keel: “Ik wilde hem niet eens zien daarstraks… Ik was moe. Wilde alleen maar slapen. Heb gezegd dat ik geen borstvoeding wilde geven. Maar hij moet binnen het uur drinken! Ik weet waar ik op moet letten. Heb het opgeschreven. Het briefje steekt in mijn tas. Daar, in het voorste vakje… Hoe laat is het nu? Hij zit al keilang zonder eten!”

Ik breek… Tranen met tuiten…

“Rustig, rustig…” De semafoon van de verpleegster biept onophoudelijk. Maar ze zet hem af. Schuift een stoel bij en zet zich naast me: “Meisje toch… Je bent hier gisterenochtend binnengekomen. Met gebroken vliezen en veel bloedverlies. Met vijf mama’s waren jullie om te bevallen die dag… Ze hebben je allemaal ingehaald. Uiteindelijk bleef jij als enige over. Het schoot niet op, hè? Wat ze ook probeerden, je zoontje wilde niet indalen. Je hebt een spoedkeizersnede gehad. Onder narcose. En een hele zware bevalling achter de rug. Logisch dat je alleen maar wilde slapen… Als je wil, loop ik straks even langs de couveuze-afdeling voor je. Dan maak ik een foto van je zoontje. Wil je dat?” Ik knik bevestigend.
“En maak je nu maar geen zorgen over zijn voeding. Je hebt aangegeven dat je niet wilde borstvoeden. Dus hij heeft vast al zijn eerste flesje binnen. Als je wil, kan je starten met kolven…” zegt ze voorzichtig.

Kolven, dat is… Daar heb ik foto’s van gezien. Ik zucht. “Nee…” zeg ik stilletjes. De verpleegster legt een hand op mijn schouder en kijkt me bemoedigend aan: “Die borstvoeding komt morgen of overmorgen ook wel op gang! Probeer nu maar wat te rusten. Je hoeft je echt niet schuldig te voelen! Jullie hebben allebei een nare ervaring achter de rug. En je zoontje heeft nu meer aan een moeder die ook aan zichzelf denkt en probeert om er zo snel mogelijk weer bovenop te komen, dan aan een moeder die zichzelf wegcijfert. En binnen enkele dagen uitgeput op instorten staat. Jij gaat nu weer slapen. Ik zorg voor een polaroidfotootje. En binnen enkele uren, als de nachtploeg wisselt met de ochtendshift, komt je zoontje naar de kamer. En dan kan je rustig beslissen of je hem borstvoeding wil gaan geven of niet.” Ze vertrekt.

Is dat hem?
Een kwartiertje later staat die nachtengel weer naast me. Met twee polaroidfotootjes in de hand: “Twee voor de prijs van één.” lacht ze, “Hij bewoog net eventjes toen ik een foto wilde maken. De tweede is wel gelukt. Hier!” En terwijl ik naar de fotootjes kijk, vervolgt ze enthousiast: “Mooi manneke is het, zeg! Heel schattig! Hij heeft al twee flesjes op. Wil je toch niet…?” Ik zwijg en sluit mijn ogen. “Hij ligt ondertussen in een verwarmd bedje en niet meer in de couveuze. Straks brengen ze hem naar je toe. Gaat het een beetje met je?” Ik knik. Ze sluipt stilletjes de kamer uit.

Die fotootjes… Is dat hem? Komt dát babytje uit mijn buik? Heb ik dit kindje negen maanden bij mij gehad? Gevoeld. Is dit dat… De tranen komen weer op. Is dit moederschap??? … Oh my God…

Doorzichtig bakje
Enkele uren later rolt een vroedvrouw een doorzichtig bakje binnen. Daarin een babytje, ingeduffeld in witte lakens die afsteken tegen zijn donkere haartjes. Mijn zoontje. Neem ik aan. “Hallo! Gefeliciteerd, mama! Hier is hij, Arend-Jan. Jouw zoontje… Hij heeft nog niet gegeten.” zegt ze vriendelijk, “Zullen we…? Borstvoeding?“

Ik zucht. “Nee, geef hem maar een flesje…” Ik heb hoge koorts en voel me veel te zwak om te voeden. Ook zijn ochtendverzorging laat ik aan anderen over. De verpleging verdwijnt weer. Het babybedje zetten ze net buiten mijn armbereik. Zucht…

Ik probeer de knopjes aan de zijkant van mijn bed. Omhoog, omlaag. Dat is het niet. Hmmm, deze? Het voeteneinde gaat omhoog. Zucht… Ik voel me niet goed. Moe. Pijn… Laatste poging. Het hoofdeinde van mijn bed beweegt. Eindelijk. Oef. Met het topje van mijn wijsvinger kan ik net zijn bedrand raken. Ik trek dat doorzichtige bakje naar me toe. Fijn, het kan over mijn grote bed geschoven worden. Makkelijk.

Ik streel voorzichtig dat babywangetje en zeg: “Piep. Dag jongen.” Hij opent zijn oogjes. Wagenwijd. En draait zijn hoofdje naar me toe. Vervolgens begint hij aan mijn vinger te snuffelen. Ik glimlach.
“Oké, Katrien. Dit is jouw zoon! Dit was jóuw keuze! Je hebt hem negen maanden in je buik gedragen. En nu is hij er! En je gaat voor hem zorgen ook! Niet lullen. Geen zelfmedelijden. Doen! Zorgen! Liefhebben! Vanaf nu!” Ik geef mezelf een flinke schop onder mijn kont. Figuurlijk dan toch.

Keuze maken
Tegen de middag geef ik zelf een flesje. Met wat hulp van een vroedvrouw. De ochtend daarop komt er een kordate dame de kamer binnen: “Oké, even duidelijk wezen. Ga je borstvoeding geven? Ja?! Dan beginnen we daar nú aan! Anders geef ik je vandaag een pilletje om de melkproductie te stoppen… Wel? Wat wordt het?” Oei… Euhm… Tja… Borstvoeding dan maar?

“Oké. Mooi!” En haar toon wordt zachter. Ze helpt me met aanleggen. “Hé, wat gek?!” roep ik verwonderd. De kordate dame kijkt bezorgd: “Doet het pijn?” Ik kijk haar aan en zeg: “Nee, pijn doet het niet. Het is gewoon gek. Wat een gek gevoel, dat zuigen…”
“Maar het doet geen pijn, hè?” vraagt ze nog eens. “Nee.” bevestig ik. “Goed! Als er wat is, dan bel je, hè!” En weg is ze…

Mijn zoontje slaapt tijdens de kraamweek ’s nachts niet bij me. Ik ben nog steeds doodop… “Laat hem maar op de couveuzeafdeling slapen. Dan kan ie daar een flesje krijgen. En heb ik rust.”

De derde dag mag ik voor het eerst mijn bed uit… Om enkele uren later in de armen van mijn partner in te storten. Letterlijk. Totaal verzwakt…

Naar huis
Een week later mag ik naar huis. Mijn zoontje zit net 24u zonder kunstvoeding. En heeft urenlang gehuild. Alleen aan de borst is hij stil. Ik vraag mij af hoe ik dat ga doen… Kan amper vijf passen zetten zonder duizelig te worden. “Tja, die borstvoeding. Dat moet nog op gang komen, hè…” was de lakonieke commentaar van de verpleging.

Bij thuiskomst is daar de kraamzorg… Chris heet ze. Ze installeert me in de zetel. Legt mijn zoontje bij me. En samen met mijn man zorgt ze voor alles. Het enige wat ik moet doen, mág doen van hen… is zetelhangen en voeden.

Drie jaar later dronk onze oudste zijn laatste druppel moedermelk… Hij deelde mijn melk toen al een tijdje met twee zusjes. En is gestopt op eigen initiatief.

© 2013, verhaal uit 2007

Vroedvrouw

“Mammaah, waar gaan we ei’lijk naartoe?” hoor ik mijn peuterdochtertje vragen in het fietsstoeltje voor me.
“We gaan naar een vroedvrouw” antwoord ik. “Dat is een mevrouw die met mama’s en kleine babytjes werkt.”

Ze draait zich half naar me om en kijkt me bedenkelijk aan. “Wat gaan we daar dan doen? … Jij werkt ook met babytjes…”

Juist, het verschil tussen een lactatiekundige en een vroedvrouw…
“We gaan een pakje brengen, met kaartjes. Die mevrouw heeft daar naar gevraagd.” leg ik uit terwijl ik haar straat in fiets: “Ik werk met mama’s en kleine kindjes die mamamelk krijgen. Met babytjes, en peutertjes… of kleuters. En die mevrouw, die werkt met mama’s die een babytje in de buik hebben. Of mama’s die een babytje hebben dat pas geboren is.”

“Krijgen die babytjes mamamelk?” vraagt ze nieuwsgierig.
“Nee, niet allemaal. De meeste wel. Die mevrouw werkt ook met mama’s waarvan het kindje geen mamamelk krijgt.”
“Alle kindjes krijgen mamamelk!!” roept ze verontwaardigd.
Ik zwijg.

“Mammaah… Als ik later een mama ben en een baby in de buik heb…”
Ik bedenk dat de stem die ik enkele dagen geleden aan de telefoon hoorde, nog erg jong klonk. Een snelle berekening zegt me dat mijn dorpsgenote nog wel aan de slag zal zijn als zelfstandige vroedvrouw tegen dat mijn peuterdochtertje volwassen is. Dus ik vul aan: “Dan kan het zijn dat die mevrouw voor jou komt zorgen.”

“En… als die baby dan uit de buik is…”
“Dan ga jij een prachtige borstvoedingsmama worden!” denk ik bij mezelf.
“Dan geef ik die mama tinkeh!” zegt ze overtuigd. “Totdat mijn baby een peuter is!”
Ik glimlach… Had geen ander antwoord verwacht.

“Maar… als ik dan geen…” Ze maakt haar zin niet af. Twee bezorgde donkere oogjes kijken schuin naar me op. Borstvoeding is belangrijk voor haar… “Dan zal die mevrouw je wel helpen.” sus ik “Of ik.”

“Oké… En dan mag die baby, die peuter, bij mij slapen… In mijn bed! … En in de draagdoek!”

© 2013