Posts Tagged ‘melkproductie’

Kort ziekenhuisverblijf en anesthesieadviezen bij het borstgevoede kind

dinsdag, april 3rd, 2012

Ik krijg af en toe de vraag hoe het nu eigenlijk zit met anesthesie en vastenperiode bij een baby of peuter die borstvoeding krijgt. Hieronder een overzicht van de algemene richtlijnen indien een kindje borstvoeding krijgt en kortstondig opgenomen wordt op de pediatrie-afdeling van een ziekenhuis.

Verblijf in het ziekenhuis
BabyFriendly Hospital Initiative
Handvest van de rechten van de gehospitaliseerde kinderen
Preoperatieve vastenperiode
Borstvoeding na de operatie
Melkproductie van de moeder
Bronnenmateriaal


Verblijf in het ziekenhuis

In het ziekenhuis dient men een omgeving te creëren die zoveel mogelijk aansluit op de huiselijke situatie. Je kindje wordt als een normaal kind behandeld en jullie als ouders mogen, indien medisch verantwoord, de gewone comfortzorg van thuis verder zetten. Dit zorgt ervoor dat jij en je kindje beter op elkaar reageren en minder angstig zijn. (Melnyk et al 2004)

Voor je kindje zouden tijdens de ziekenhuisopname de voedingen en het voedingspatroon zoveel mogelijk moeten aansluiten bij het patroon van de normale thuissituatie. (Riordan & Wambach 2010/4)

Als je kindje opgenomen wordt in een babyvriendelijke pediatrie-eenheid van het ziekenhuis, zal men normaalgezien met bovenstaande rekening houden. Het Babyfriendly Hospital Initiative van de World Health Organisation en Unicef is een kwaliteitslabel dat toegekend wordt aan ziekenhuizen die inspanningen leveren om de afdeling baby- en borstvoedingsvriendelijk te maken. Karakteristieken van een babyvriendelijke kinderafdeling zijn: (Riordan & Wambach 2010/4)

  1. Het ziekenhuis heeft een borstvoedingsbeleid op papier staan.
  2. Het ziekenhuis traint zijn personeel op borstvoedingsbegeleiding en – interventie. Alle medewerkers dienen hiervoor scholingen te volgen.
  3. Het ziekenhuis verschaft ouders geschreven en mondelinge informatie over de goede eigenschappen van borstvoeding.
  4. Het ziekenhuis geeft de mogelijkheid op ongelimiteerd voeden en stimuleert dus voeden op verzoek.
  5. Het ziekenhuis zorgt voor voorzieningen zodat een moeder kan kolven als de baby niet rechtstreeks aan de borst drinkt: borstkolf, kolfruimte, opslagplaats voor melk, lactatiekundige begeleiding indien gewenst.
  6. Het ziekenhuis geeft borstgevoede kinderen enkel leeftijdsgerelateerde of medisch noodzakelijke bijvoeding.
  7. Het ziekenhuis past alternatieve voedingsmethodes toe die het borstvoedingsbeleid niet in de weg staan, dus geen speentjes of flesjes.
  8. Het ziekenhuis geeft de mogelijkheid op 24u/24u rooming in voor moeder en kind. Moeder en kind worden niet gescheiden, ook niet voor onderzoeken of verpleegkundige of medische handelingen.
  9. Het ziekenhuis zorgt voor maaltijden en tussendoortjes voor de borstvoedende moeder.
  10. Het ziekenhuis zorgt voor een medicatie- en behandelingsschema dat de borstvoeding zo weinig mogelijk in de weg staat.
  11. Het ziekenhuis verschaft informatie over de mogelijkheden van borstvoedingsondersteuning en –begeleiding binnen en buiten het ziekenhuis, zowel tijdens de opname als na ontslag.
  12. Het ziekenhuis controleert dat het geschreven borstvoedingsbeleid effectief en efficiënt in de praktijk uitgevoerd wordt door alle ziekenhuismedewerkers en op alle afdelingen.

Ook het Handvest van de rechten van de gehospitaliseerde kinderen van de European Association for Children in Hospital en Unicef is zo’n kwaliteitslabel. Dit legt echter andere accenten in vergelijking met het Babyfriendly Hospital Initiative:

  1. Kinderen worden niet in een ziekenhuis opgenomen als de zorg die zij nodig hebben thuis, in dagbehandeling of poliklinisch kan worden verleend.
  2. Kinderen hebben het recht hun ouders of verzorgers altijd bij zich te hebben. Ook tijdens onderzoeken, bij verpleegkundige en medische handelingen, bij de voorbereiding en installatie in de operatiekamer en bij het ontwaken uit de verdoving.
  3. Ouders wordt accommodatie en de mogelijkheid tot overnachting naast het kind aangeboden.
  4. Kinderen en ouders hebben recht op informatie. De informatie wordt aangepast aan de leeftijd en het bevattingsvermogen van het kind.
  5. Kinderen en ouders hebben recht op alle informatie die noodzakelijk is voor het geven van toestemming voor onderzoeken, ingrepen en behandelingen.
  6. Kinderen worden in het ziekenhuis gehuisvest en verzorgd samen met kinderen in dezelfde leeftijd- en/of ontwikkelingsfase.
  7. Kinderen hebben recht op mogelijkheden om te spelen, zich te vermaken en onderwijs te genieten al naargelang hun leeftijd en lichamelijke conditie. Kinderen hebben recht op een verblijf in een stimulerende veilige omgeving waar voldoende toezicht is en die berekend is op kinderen van alle leeftijdscategorieën.
  8. Kinderen worden behandeld en verzorgd door medisch, verpleegkundig en ander personeel dat speciaal is opgeleid voor de zorg voor kinderen. Het beschikt over de kennis en de ervaring die nodig zijn om ook aan de emotionele eisen van het kind en het gezin tegemoet te komen.
  9. Kinderen hebben recht op verzorging en behandeling door zoveel mogelijk dezelfde personen, die onderling optimaal samenwerken.
  10. Kinderen hebben het recht met tact en begrip te worden benaderd en behandeld. Hun privacy wordt te allen tijde gerespecteerd.

Vraag dus bij een geplande opname van je kindje of het betreffende ziekenhuis één of beide labels behaald heeft. Op die manier verzeker je je kindje van de meest optimale begeleiding en verzorging.

Preoperatieve vastenperiode

Vooraleer je kindje onder narcose gaat, zal het een tijdje geen voeding mogen krijgen. Dit is om ademhalingsrisico’s ten gevolge van de anesthesie te  vermijden. Deze preoperatieve vastenperiode moet echter zo kort mogelijk gehouden worden.

Voor het bepalen van de duur van de vastenperiode dient men enerzijds rekening te houden met het reduceren van ademhalingsrisico’s ten gevolge van de anesthesie,  maar tegelijkertijd moet men ook het risico op uitdroging en hypoglycemie ten gevolge van het onthouden van voeding vermijden. (Riordan & Wambach 2010/4)

Voor zuigelingen heeft de American Society of Anesthesiologists daarom volgende richtlijnen opgesteld:

  • Heldere vloeistoffen tot 2 uur voor de narcose.
  • Moedermelk tot 4 uur voor de narcose. (Lawrence 2005, Cook-Sather & Litman 2006, Riordan & Wambach 2010/4)
  • Kunstvoeding en lichte maaltijd tot 6 uur voor de narcose.
  • Zware maaltijd tot 8 uur voor de narcose.

Sommige onderzoekers verkorten de preoperatieve borstvoedingsperiode zelfs nog meer en poneren dat  moedermelk tot 3 uur voor narcose de kindvriendelijkste handelswijze is. (Litman et al 1994, Schreiner 1994)

Scheiding van ouders en kindje dient altijd zo kort mogelijk gehouden worden, om stress bij beide te beperken. Je kan je borstgevoede babytje tijdens de preoperatieve vastenperiode troosten met een fopspeentje.  Je kan ook overwegen om je kindje te laten troosten door een andere vertrouwenspersoon van de familie, als je kindje jou te veel associeert met borstvoeding en je kindje niet meer bij je mag drinken. (Riordan & Wambach 2010/4)

Borstvoeding na de operatie

Postoperatief moet de borstvoeding zo snel mogelijk weer opgestart worden, van zodra de arts aangeeft dat orale voeding weer toegelaten is.  Er is geen enkele reden om moedermelk te gaan vervangen door glucosewater of om als eerste voeding glucosewater te geven. (Riordan & Wambach 2010/4) Dat betekent dat zuigelingen vaak al op de uitslaapkamer borstvoeding kunnen genieten. Met kunstvoeding en vaste voeding zal men echter langer moeten wachten.

Borstvoeding dient ook overwogen te worden als pijnreducerend middel na operaties. (Riordan & Wambach 2010/4) Het geven van borstvoeding kan troostend werken voor zowel je kindje als voor jou. Het geruststellende zuigen aan de borst kan de werking van pijnstillende medicatie ondersteunen. Onderzoek heeft immers uitgewezen dat borstvoeding tijdens en na een pijnervaring zorgt voor een verlaging van de hartslag, voor een kortere periode van huilen en voor lagere pijnscores in vergelijking met kinderen die geen borstvoeding kregen onder dezelfde omstandigheden. (Shah et al 2006)

Melkproductie van de moeder

Indien je kindje tijdelijk niet bij jou aan de borst kan drinken, zal je je melk dienen af te kolven. Idealiter minstens even vaak als dat je kindje bij jou zou drinken. Die afgekolfde melk kan aan het kindje gegeven worden wanneer de arts daar de toestemming voor geeft, maar kan ook bewaard worden voor later.


Bronnenmateriaal

Cook-Sather, S.D. and R.S. Litman (2006) “Modern fasting guidelines in children” in Best Prac Res Clin Anaesthesiol 20/3:471-481

Lawrence, R. (2005) “Lactation support when the infant will require general anesthesia: assisting the breastfeeding dyad in remaining content through the preoperative fasting period” in J Hum Lact 21/3:355-357

Litman, R. et al. (1994) “Gastric volume and pH in infants fed clear liquids and breast milk prior to surgery” in Anesth Analg 79:482-485

Melnyk, B. et al. (2004) “Creating opportunities for parent empowerment: program effects on the mental health and coping outcomes of critically ill young children and their mothers” in Pediatrics 113/6:597-607

Riordan, J. and K. Wambach (2010/4) “Breastfeeding and human lactation

Schreiner, M. (1994) “Preoperative and postoperative fasting in children” in Ped Clinics N Amer 4/1:111-120

Shah, P.S. et al. (2006) “Breastfeeding or breast milk for procedural pain in neonatesCochrane Database Syst Rev 3:CD004950

Richtlijnen van de American Society of Anesthesiologists (1999) inzake preoperatief vasten bij zuigelingen

http://www.uzleuven.be/sites/default/files/kindergeneeskunde/kindvriendelijk_ziekenhuis_brochure.pdf (geraadpleegd op 3 april 2012)

© 2012

Borstvoeding met hobbels

vrijdag, maart 4th, 2011

Borstvoeding geven is fijn! Veel moeders genieten van het zelf voeden van hun kindje. Borstvoeding geven is een mooi, logisch en natuurlijk vervolg op zwangerschap en geboorte. Moeders zijn terecht trots als ze hun kindje zien groeien en bloeien op hun melk.

Bij vele moeders verloopt het voeden  van hun kindje(s) als van een leien dakje. Maar helaas is dat niet altijd het geval. Er zijn ook mama’s die de ene hobbel na de andere moeten overwinnen vooraleer ten volle te kunnen genieten van het geven van borstvoeding. Cruciaal bij borstvoedingsproblemen is het krijgen van de juiste begeleiding en tips! Gaat er iets niet goed, zoek dan hulp! Voor zowat elk borstvoedingsprobleem is er wel een oplossing te vinden.

Nathalie, mama van Chantall en Julia, vertelt hoe haar dramatische eerste kennismaking met borstvoeding evolueerde naar een mooie langvoedervaring, waar moeder en dochter tot op de dag van vandaag nog volop van genieten:

“Borstvoeding altijd proberen” is mijn motto. Maar dochter nummer één dacht daar anders over. Die schreeuwde moord en brand als ze alleen de borst nog maar zag. Dus ben ik braaf aan het kolven gegaan, vingervoeden, en daarna voeden met de fles. Maar mevrouw weigerde nog steeds. En ik had melk genoeg, het liep er gewoon uit. Veel last gehad van stuwing en dergelijke. Maar braaf bleef ik kolven en iedere drie uur voeden. De dag bestond dus uit kolven, fles geven, weer kolven. Niet echt ideaal en geen roze wolk-idee. Daarom na een week of wat het kolven langzaam afgebouwd. Totdat ik rond vier maand zowat geen melk meer af kon kolven. Toen ineens viel het kwartje, mevrouw kon ineens aan de borst drinken. Naar mijn idee te laat, ik ben dus niet doorgegaan.

Bij dochter nummer twee wilde ik het wel weer proberen. Die hapte direct goed in het ziekenhuis en ik voelde me de koning te rijk. Eentje die niet huilt als ze de borst krijgt. Maar helaas ’s nachts ging het al mis, ze wilde niet, huilen, huilen, huilen. En ik wilde niet nog een keer zoveel maanden kolven, dus in goed overleg met mijn man besloten op de fles over te gaan. Kraamzorg was het er helemaal mee eens. “Nee”, groot gelijk gaf ze me. In de loop van de dag werd onze dochter ziek. Op naar het ziekenhuis, met als resultaat streptokok b bacteriële infectie, welke een hersenvliesontsteking en een bloedvergiftiging meenam. En als klap op de vuurpijl nog een herseninfarct er achteraan. Onze wolk klapte wederom uiteen. Dinsdag geboren, woensdag doodziek. Donderdag giga stuwing, de melk spoot eruit. De verpleging wist niets anders te melden dan minder drinken. ’s Nachts tot twee keer toe 100 ml afgekolfd en weggegooid. Andere dag nieuwe verpleegster, die noemde borstvoeding vloeibaar goud en vroeg ons het af te kolven en mee te nemen. Baby ging naar Utrecht, wij er achter aan. En daar werd juist heel erg gestimuleerd om te kolven en borstvoeding te geven. Dat heb ik gedaan. Ook werd de baby vaak aangelegd. Ze was te moe om te drinken, maar mama leerde zo wel de techniek. Kindje mee naar huis. De verloskundige heeft ook nog een boekje over borstvoeding gebracht. En gaandeweg hebben we samen geleerd om borstvoeding te geven. Julia is nu inmiddels een jaar en ik voed nog steeds op verzoek. De levende cellen in de borstvoeding hebben naar mijn idee nog heel wat meegewerkt aan de ontwikkeling van haar hersenen, die aanzienlijk beschadigd waren. Het is nu een heel beweeglijk ding. Ik vind borstvoeding veel makkelijker dan de fles, nooit denken van “Is het wel genoeg? De fles is niet leeg, was het te weinig?” Je weet niet wat ze krijgen en dat stelt mij gerust zolang ze groeit. Je hebt altijd eten mee voor als de kleine honger heeft. Ook in het openbaar voeden: een stil hoekje, laken erover en het hoeft niemand op te vallen. Ik ben blij met deze ervaring en zou iedere moeder willen zeggen gewoon borstvoeding geven. Het is zo veel gemakkelijker!

Ik heb gelukkig nooit last gehad van spruw. Stuwing was me bij de tweede ook onbekend, op die begindag na. Ik heb geen tepelkloven en dergelijke. Een keer een blaartje, maar toen moest ik gewoon iets beter opletten met aanleggen. Nu kan ik zelfs rustig een dag maar twee keer voeden en de andere dag zes keer. Het gaat allemaal en er is altijd genoeg. De typische verhalen die je vaak hoort van vrouwen “Mijn voeding liep terug” geloof ik niet meer. Een rustig genietmoment voor twee als we voeden. Echt een aanrader voor iedereen.

Kennis over borstvoeding is erg belangrijk! Hoe meer je erover weet, hoe meer kans op slagen borstvoeding heeft. Veel borstvoedingsorganisaties, ziekenhuizen, kraaminstellingen, zelfstandige vroedvrouwen, doula’s, lactatiekundigen enzovoort organiseren daarom informatiebijeenkomsten. Op die manier proberen ze de kennis van zwangere vrouwen te vergroten. En ervoor te zorgen dat steeds meer kinderen na de geboorte gevoed worden met moedermelk.

De meest gehoorde uitspraak van zwangere mama’s tijdens zo’n eerste borstvoedingsinfo-avond is volgens mij: “Ik ga borstvoeding proberen.”

Proberen? Wat proberen? Hoe proberen? … Borstvoeding ga je doen! Dat hoef je niet te proberen… Met de juiste tips in het achterhoofd, eventueel aangevuld met degelijke begeleiding, lukt borstvoeding altijd! Onzekerheid is echt nergens voor nodig.

Danielle, mama van prematuur geboren Max en langvoedster, zegt het heel mooi:

Ik had vanmiddag een verjaardagsfeestje en er waren veel kinderen, baby’s en zwangeren. Erg gezellig. Max had honger dus (natuurlijk) legde ik hem aan. Bovendien was hij een beetje overvallen door het lawaai en gespeel van de kindjes, en wilde dus lekker bij mama tutten.

“wat fijn dat het lukt” Kreeg ik te horen. Huh? Lukken? Okee… Op mijn antwoord dat iedere vrouw, op 2% van de wereldbevolking na, wel borstvoeding kon geven, kwamen de verhalen los…

“Jamaar, Truusje van de buren, van de nicht van, van de overkant, mijn kennis, ik, (etcetera etcetera) kan ECHT geen borstvoeding geven, hoor…”
Een zwangere vrouw vond het erg mooi dat ik nog steeds (?) voedde, maar ze zei: “Zoals de andere moeders zeggen, ik hoop maar dat het lukt…”

Het kan. Maar 2% niet. Van de wereldbevoking. AAAHHHHH.

Even voorbijgaand of het nou wel of niet lukt, willen we echt dat zwangere vrouwen zeggen: “Ik hoop dat de borstvoeding gaat lukken?” Dat vrouwen er bij voorbaat al vanuit gaan dat het wel eens niet kan lukken?

Oh, zeker, ik heb ook wel eens momenten gehad dat ik het even niet meer zag zitten. Met een premature zoon, niet kunnen happen, nachtkolven, kolfmelk nageven etcetera. Maar geen moment heb ik gedacht dat ik het niet zou kunnen.
Maar pak een jonge moeder, die voor de geboorte constant van iedereen te  horen heeft gekregen: “Nou, IK kon het niet, hoor!”.  Logisch dat ze dan snel(ler) overstapt op kunstvoeding.

Ikzelf vind dat echt geen goede ontwikkeling. Borstvoedingskennis wordt niet meer overgedragen van moeder op moeder. Oma staat niet meer mee te kijken of je een goede houding hebt. En grootoma met de huis/tuin/keukentips is allang uit beeld.

Misschien wordt het tijd, dat we met z’n allen (of het is gelukt of niet) zwangere vrouwen een (postitief) hart onder de riem steken!!

© 2011

Voeden op verzoek of op schema?

maandag, januari 17th, 2011

Hoe “werkt” borstvoeding?

Wat betekent voeden op verzoek?

Wanneer voed je op verzoek?

Wat zijn de voordelen van voeden op verzoek?

Wat wordt er bedoeld met vraag en aanbod?

Waarom moet ik mijn kind zelf de duur van de voeding laten bepalen?

Waarom moet ik mijn kind vaak voeden?

In welke situaties is het beter om op schema te voeden?

Andere situaties waarbij men soms gaat voeden op schema

Let op als je besluit te gaan voeden op schema!

————————————————

Hoe “werkt” borstvoeding?

Tijdens de zwangerschap regeren vooral de hormonen oestrogeen en progesteron. Zij zorgen voor de groei en ontwikkeling van je borsten. En bereiden hen voor op hun borstvoedingstaak.

Na de bevalling daalt de hoeveelheid oestrogeen en progesteron. En stijgt het basisgehalte aan prolactine en oxytocine in je lijf. Het hormoon prolactine zorgt voor de aanmaak van moedermelk, vanuit je bloed. Het hormoon oxytocine zorgt ervoor dat de moedermelk die klaarzit in je melkkliertjes, via je melkkanaaltjes naar voren gestuwd wordt tot vlak onder je tepelhof. Dit is de zogenaamde toeschietreflex. Door je tepelhof te masseren met zijn tong, tijdens het drinken, haalt je babytje de melk uit je borst. Het vasthouden van een vacuüm helpt daarbij. Dat is dan ook de reden waarom een kindje dat goed aanhapt aan de borst niet alleen de tepel, maar ook een groot deel van het tepelhof mee in de mond moet nemen. Hoe meer tepelhof hij mee naar binnen pakt, hoe makkelijker het vacuüm vast te houden is. En hoe meer melk hij uit je borst zal kunnen masseren.

Als je babytje bij je drinkt, stimuleert die met zijn mond en tong je tepel en tepelhof. Die prikkeling van je borsten doet het prolactine- en oxytocinegehalte in je lijf stijgen. Samen met het langzaam legen van je borst tijdens het drinken, zal dat ervoor zorgen dat er daarna meer melk aangemaakt wordt. Vandaar dat je je babytje best zo vaak mogelijk aanlegt. Daarmee verzeker je je van een goede melkproductie. En je kleintje van een stevig maaltje.

Bij moeders die geen borstvoeding geven of al snel overschakelen op kunstvoeding, daalt de hoeveelheid prolactine en oxytocine vrij snel weer na de geboorte. Omdat hun kleintje hun tepels en tepelhof niet (langer) stimuleert. En hun borsten niet (meer) geleegd worden.

Wat betekent voeden op verzoek?

Bij borstvoeding ga je normaalgezien je kindje telkens voeden wanneer het daar om vraagt. En hem zo lang aan de borst laten drinken als hij zelf wil.

Een babytje voelt namelijk zelf heel goed aan wanneer het de volgende voeding nodig heeft. Soms is dat pas drie of vier uur na de vorige voeding. Soms al na een half uurtje of een uur.

Hoe lang mag een baby zonder voeding?

Er zijn voedingen waarbij hij slechts vijf minuten aan de borst hangt. En soms meer dan twintig minuten. Allemaal prima en perfect normaal!

Hoe lang duurt een voeding?

Wanneer voed je op verzoek?

  • Bied je kindje elke keer de borst aan wanneer het daar om vraagt. Hou zijn hongersignalen in de gaten:
  • Onrustig bewegen in de slaap
  • Mondbewegingen maken in de slaap
  • Wakker worden
  • Smakgeluidjes maken
  • Zoekend rondkijken
  • Mondje zoekend opensperren
  • Op de handjes sabbelen
  • Op speelgoed sabbelen

Huilen is een laatste hongersignaal. Beste is om je kindje te voeden bij de eerste hongersignalen. En niet pas als het de borst gaat “eisen”.

  • Ga geen voedingen uitstellen, om welke reden dan ook.
  • Geef geen speentje aan je kindje. Maar laat elke zuigbehoefte aan de borst bevredigen. Geef eventueel je leegste borst opnieuw als je kindje nog wel wil zuigen, maar geen honger meer lijkt te hebben.
  • Laat je kindje drinken totdat het helemaal verzadigd is. En zelf de borst lost.
  • Bied zo vaak mogelijk de tweede borst nog aan, nadat je kindje de eerste leeg gedronken heeft. Je kleintje zal dan zelf bepalen of het nog een “dessertje” wenst of niet.

Wat zijn de voordelen van voeden op verzoek?

  • Moedermelk is licht verteerbaar. Je zal dus regelmatig je kleintje moeten voeden. Doe je dat op verzoek, dus bij de eerste hongersignalen, dan verspeelt je babytje geen onnodige energie aan hongerhuilen. En zal hij veel effectiever aan de borst drinken. Bovendien is de kans dan ook kleiner dat hij aan de borst in slaap valt.
  • Babytjes die gevoed worden op verzoek zijn doorgaans rustigere en tevreden baby’s.
  • Babytjes die gevoed worden op verzoek hebben minder last van krampjes. Je hebt immers minder last van stuwmelk als je borsten regelmatig “leeg” gedronken worden. Bij stuwing is de verhouding voormelk ten opzichte van de achtermelk veel groter. Hierdoor komt je kleintje soms niet aan de noodzakelijke achtermelk toe. Achtermelk bevordert de spijsvertering en voorkomt krampjes. Bovendien kan honger (door het uitstellen van een voeding bij schemavoeden) ook krampjes veroorzaken.
  • Babytjes die gevoed worden op schema gaan onrustiger drinken aan de borst. Omdat ze grotere honger hebben. Als je als mama dan ook nog eens last hebt van stuwing (door het uitstellen van de voeding), heb je ook meer kans op tepelkloofjes. Bij een gestuwde borst is het immers moeilijker aanhappen voor je liefje.

Wat wordt er bedoeld met vraag en aanbod?

Voed je op verzoek, dan gaan je borsten melk aanmaken al naargelang de vraag van je kindje. Hoe vaker je kindje bij je drinkt, hoe meer melk er dus aangemaakt wordt. En omgekeerd. Zuinig zijn op je melk heeft dus een averechts effect…

Eén van de mooiste eigenschappen van borstvoeding is immers dat je als moeder steeds voldoende melk kan aanmaken voor je kind(eren). Zelfs bij een meerling!

Waarom moet ik mijn kind zelf de duur van de voeding laten bepalen?

Vroeger sprak men bij borstvoeding over voormelk en achtermelk. Alsof het twee verschillende soorten melk zouden zijn. En op een bepaald moment tijdens de voeding de ene soort opeens overgaat in de andere.
Zo werkt het echter niet. Aan het begin van de voeding krijgt je kindje vooral waterige melk te drinken, de zogenaamde voormelk. Deze is dorstlessend. En helpt goed om het eerste hongergevoel bij je kindje te stillen. Die eerste melk wordt tijdens de voeding dan geleidelijk aan vermengd met vettere en calorierijkere melk. De zogenaamde achtermelk. Hoe leger de borst, hoe vetter en calorierijker de melk dus.

De overgang tussen beide is dus niet zo abrupt als vroeger gedacht. Maar verloopt heel geleidelijk. Je kindje voelt die langzame overgang instinctief aan. En zal op een bepaald moment de borst lossen. Heeft ie vooral dorst en minder honger, dan zal hij al snel de borst lossen. Is je kleintje heel hongerig en heeft hij nood aan die vullendere vette achtermelk, dan zal hij langer blijven hangen.

Vandaar dat het dus heel belangrijk is om je kleintje zélf de duur van de voedingen te laten bepalen. En hem niet eerder af te koppelen!

Waarom moet ik mijn kind vaak voeden?

Hoe vaker je voedt of kolft tijdens de eerste dagen en weken na de geboorte van je kleintje, hoe meer prolactinereceptoren of melkcellen er gestimuleerd zullen worden. Die melkcellen zitten op je melkklierweefsel. Geactiveerde melkcellen zetten de melkklieren aan tot het maken van moedermelk. Hoe meer melkcellen er geactiveerd werden tijdens die eerste dagen en weken, hoe sneller je borsten weer nieuwe melk zullen maken nadat je kleintje ze “leeg” gedronken heeft. Vaak voeden in het begin, verzekert dus een optimale melkproductie op lange termijn!

Als je borsten erg vol of gespannen aanvoelen, dan wordt er een eiwit (FIL of Feedback Inhibitor of Lactation) geactiveerd dat de melkproductie afremt. Geef je maar één borst per keer of laat je veel tijd tussen twee voedingen, dan heb je meer kans dat de FIL geactiveerd wordt. Wat de melkproductie zal doen dalen op lange termijn. Vaak voeden zorgt er dus voor dat er steeds voldoende melk beschikbaar is voor je kleintje!

Met andere woorden: hoe leger je borsten, hoe meer melk er aangemaakt wordt. En hoe voller je borsten, hoe minder melk er aangemaakt zal worden.

In welke situaties is het beter om op schema te voeden?

Stille ondervoeding

Als je een stille hongeraar in huis hebt, lijkt het me beter om te voeden op schema. Of liever: te voeden op vraag van de moeder en niet van het kind.

Stille hongeraartjes zijn pasgeboren babytjes die erg slaperig zijn. En dus niet wakker worden van de honger. Omdat ze daar eenvoudigweg de energie niet (meer) voor hebben. En net omdat ze slecht wakker worden, legt mama hen niet zo vaak aan. Waardoor de melkproductie langzaam achteruit gaat. Ze nog minder voeding binnenkrijgen. En nog slechter wakker worden voor een voeding. Weer minder gaan eten. Minder productie. Enzovoort. Een vicieuze cirkel dus.

Jonge babytjes geven immers niet altijd goed aan wanneer ze honger hebben. Omdat ze te moe zijn. En dus eigenlijk alleen maar willen slapen. Laat je hén dan verzoeken, dan worden sommige onder hen stille hongeraartjes. Uit zelfbescherming… Om hun weinige en dus zeer kostbare energie niet te verliezen…

Meer over stille ondervoeding

Hyperlactatie

Bij een te grote melkproductie bij de moeder kan het ook nodig zijn om tijdelijk een schema aan te houden. Het zogenaamde blokvoeden. Blokvoeden kan echter ook gecombineerd worden met voeden op verzoek. Je blijft dan gedurende een bepaald tijdsblok telkens dezelfde borst opnieuw aanbieden. En dat totdat je overproductie onder controle is.

Meer informatie over stuwing, hyperlactatie en blokvoeden

Ziekte/handicap/prematuriteit

Bij ziekte, handicap of prematuriteit van het kind is het soms ook nodig om te voeden op mama’s verzoek in plaats van op verzoek van het kind. Zodat het kleintje voldoende vocht en voeding binnenkrijgt. En niet uitdroogt. Zieke kinderen, kinderen met bepaalde handicaps of prematuur geboren babytjes hebben soms de neiging om minder of minder duidelijke hongersignalen uit te zenden.

Bovendien maken sommige medicijnen het kind ook suffer of slaperiger. Waardoor het hongergevoel onderdrukt kan worden. En de communicatiemogelijkheden beknot.

Andere situaties waarbij men soms gaat voeden op schema

Sommige situaties lijken om een schema te vragen. Maar niet in alle situaties is voeden met een schema een garantie dat de melkproductie op peil blijft. De basisregel bij borstvoeding is en blijft immers dat je voedt op verzoek. Ook in onderstaande situaties!

Afbouwen

Als je de borstvoeding wil gaan afbouwen, is schemavoeden makkelijker om een overzicht te houden op het aantal voedingen. En de overgang naar de flesvoeding (die meestal op schema gebeurt) te vergemakkelijken.

Let wel: afbouwen naar slechts een aantal voedingen per dag werkt niet voor elke baby en/of moeder. Hoe jonger je kindje, hoe meer kans dat je melkproductie te sterk daalt. Wil je de productie weer omhoog, dan zit er niets anders op dan weer vaker te gaan voeden (of kolven).

Overige situaties

Andere situaties waarbij voeden op verzoek wel kan, maar waarbij enige regelmaat in de borstvoedingen soms meer rust brengt, bij het kind of bij de moeder. Of meer tijd kan vrijmaken voor het huishouden of de zorg voor de andere kinderen:

–              Huilbaby’s

–              Refluxbaby’s

–              Meerlingen

–              Gespannen, extreem zenuwachtige of onzekere moeder

–              Groot gezin

–              Ziekenhuisopname

–              Bij afwezigheid van de moeder, bijvoorbeeld gescheiden ouders of een moeder die uit werken gaat

Let op als je besluit te gaan voeden op schema!

Ga je voeden op schema, leg je kindje dan zeker elke twee tot drie uur aan. Vraagt je liefje wat eerder om een voeding, op regeldagen bijvoorbeeld, leg het dan wat eerder aan. Hou je schema dus losjes en ga geen tijd tussen de voedingen oprekken.

Voed je op schema, dan moet je voortdurend alert zijn of je kindje wel voldoende voeding binnenkrijgt. Meer informatie

© 2011-2012

Borstcompressie

zondag, september 26th, 2010

Wat is borstcompressie?

Borstcompressie is een methode die je kan gebruiken om een baby die telkens in slaap valt aan de borst langer actief te laten drinken. Of wanneer je het kolven wil vergemakkelijken of versnellen.

Bij borstcompressie ga je tijdens het voeden of kolven met je handpalm en je vingers mee drukken op je borst. Zo hou je de melkstroom langer op gang.

Hou met je volle hand de borst vast, zo dicht mogelijk tegen je borstkas aan en ver verwijderd van je tepelhof. Je vingers liggen aan de onderkant en je duim aan de bovenkant van je borst, of omgekeerd. Terwijl je kolft of voedt duw je je duim en vingers naar elkaar toe. Net als bij het knijpen op een knijpbus ketchup of een tube tandpasta. Je drukt je vingers enkel samen en gaat dus niet glijdend knijpen richting je tepel. De druk moet stevig zijn, maar mag niet pijnlijk zijn! Zorg ervoor dat het deel van je borst dat je kindje in de mond neemt niet vervormt door de druk, want dan kan je kindje de borst lossen.

Start met knijpen van zodra je baby niet meer actief drinkt of van zodra de melkstroom in je kolftrechter mindert. Hou deze druk de hele tijd aan. En los je greep pas wanneer je kindje stopt met drinken of wanneer de melkstroom stopt. Op dat moment gaat de melk vaak nog even nastromen. Daarna kan je opnieuw je vingers en duim samenknijpen. Heeft dat geen effect, dan verplaats je je hand een beetje en start weer met knijpen. Blijf dit doen totdat je kleintje de borst lost en verzadigd is of totdat er geen melk meer stroomt bij het kolven.

Wanneer is borstcompressie nuttig?

Meer informatie over borstcompressie:

http://www.borstvoeding.com/kindjeaandeborst/al-even-bezig/borstcompressie-2.html

http://www.borstvoeding.com/kindjeaandeborst/al-even-bezig/borstcompressie.html

© 2010-2017

Stille hongeraars…

zaterdag, september 18th, 2010

Stille hongeraars zijn babytjes die te weinig voeding binnenkrijgen. Waardoor ze erg slaperig worden. En dus niet wakker worden van de honger. Omdat ze daar eenvoudigweg de energie niet (meer) voor hebben. En net omdat ze slecht wakker worden, legt mama hen niet zo vaak aan. Waardoor de melkproductie langzaam achteruit gaat. Ze nog minder voeding binnenkrijgen. En nog slechter wakker worden voor een voeding. Weer minder gaan eten. Minder productie. Enzovoort. Een vicieuze cirkel dus.

Pasgeborenen geven immers niet altijd aan wanneer ze honger hebben. Omdat ze te moe zijn. En dus eigenlijk alleen maar willen slapen. Laat je hén dan verzoeken, dan worden sommige onder hen stille hongeraartjes. Uit zelfbescherming… Om hun weinige en dus zeer kostbare energie niet te verliezen…

Baby bij mama

Hoe weet ik of mijn babytje genoeg voeding binnenkrijgt?

Daarvoor bestaat een handig overzichtslijstje, met kenmerken waaraan jij en je liefje moeten voldoen.

  • Je hoort en ziet je kindje duidelijk melk slikken met klokkende geluiden, waarbij de kin traag en diep naar beneden gaat bij elke slok. En dit minutenlang.
  • Je kindje weigert de andere borst of laat los nadat ie de eerste voelbaar “leeg” gedronken heeft.
  • Je borst(en) voelen na de voeding leger aan dan ervoor.
  • Je kindje heeft verschillende duidelijke plasluiers op een etmaal (vier volle wegwerpluiers of zes kletsnatte katoenen luiers).
  • Je kindjes urine is licht van kleur en reukloos.
  • Je kindje heeft dagelijks zalfachtige en mosterdgele ontlasting.
  • Je kindje groeit goed en komt aan.
  • Je kindje is alert en levendig bij het wakker worden.
  • Je kindje is tevreden en voldaan na de voeding.
  • Je krijgt dorst tijdens of vlak na het voeden.

Is aan een of meerdere van deze criteria niet voldaan en heb je nog een jong babytje in huis, dan bestaat de kans dat je een stille hongeraar in huis hebt…

Wat doe je met een stille hongeraar?

Als je kleintje niet zelf komt voor een voeding, dan is het het beste dat jij als mama even het ritme gaat bepalen voor je schatje. Borstvoeding op verzoek dus, maar dan op verzoek van mama. Waarmee ik bedoel dat je je kleintje uiteraard aanlegt bij de eerste hongersignalen. Maar daarnaast je liefje ook gewoon wakker maakt voor een voeding om de twee uur, als ie daar niet zelf om komt. Of hem of haar gewoon al slapend aanlegt. Slapend aanleggen doe je best van zodra hij gaat bewegen. Of geluidjes maakt in zijn slaap.

Hoe vaak moet je je kleintje dan voeden? Dat hangt eigenlijk vooral van het gewicht van je kleintje af. Want de basisregel is: Hoe lichter je kindje in gewicht, hoe meer kans op een stille hongeraar!

Maximum aantal uren doorslapen op een nacht:

< 4kg: elke 2 uur voeding, maximum eenmalig 4u doorslapen

4-6kg (vanaf 2 maanden oud): elke 2-3 uur voeding, maximum eenmalig 6u doorslapen

> 6kg (vanaf 6 maanden oud): minimaal 6-7 voedingen, maximum eenmalig 8-10u doorslapen

> 8kg (vanaf 1 jaar oud): minimaal 6-7 voedingen, heel de nacht doorslapen (als je kindje overdag voldoende borstvoeding gehad heeft)

Het fijne aan borstvoeding is dat een borstekind geen maximumlimiet aan voedingen of ml’s moedermelk heeft. Voed dus gerust zo vaak je wil. En geef je liefje maar gewoon nachtvoedingen, als ie daar nog nood aan heeft!

Honger

Een kindje gaat pas ten vroegste doorslapen als het overdag voldoende voeding binnenkrijgt. Dat betekent bij volledige borstvoeding, zo’n 800-1000ml daags. Aan die hoeveelheid melk komen de meeste vrouwen pas als ze zo’n zes keer of meer gaan voeden. Zij die zo’n grote opslagcapaciteit in hun borsten hebben, dat ze met minder dan zes voedingen toch aan die 800-1000ml komen op een dag zijn schaars. Laat je dus niet ontmoedigen als je een borstaddictje hebt dat het gezellig vindt om zo’n tien keer of meer bij je te willen drinken, ook als ie al verschillende maanden oud is. Dat is een perfect normaal en perfect gezond drinkpatroon voor een borstebabytje!

Valt je kindje telkens in slaap aan de borst?

  • Zo veel mogelijk huid op huid-contact met je babytje is erg belangrijk. Op die manier is de borst steeds beschikbaar. En kan je reageren op de allereerste hongersignalen. Leg je kleintje slapend aan van zodra hij onrustig gaat bewegen. Of smakgeluidjes maakt in zijn slaap.
  • Bij een pasgeborene kan je met de tepel de lipjes strelen. Of de mondhoek zachtjes aanraken. Een pasgeboren babytje opent dan automatisch zijn mondje, zelfs als hij half slaapt. En hapt op automatische piloot aan.
  • Een andere methode is om met je tepel van zijn oortje tot aan de mondhoek te strelen, over het kaakje. Ook dat stimuleert je liefje om aan te happen.
  • Geef je je kindje de borst bij de eerste hongersignalen, dan verspilt het geen energie aan huilen. Daardoor zal hij veel effectiever drinken aan de borst.
  • Geef je je kindje een voeding, kleed hem dan niet te warm aan. En stroop de mouwtjes wat op. Dat blote velletje van de armpjes en handjes op jouw blote borst maakt je kindje alerter.
  • Sommige merken voedingsbh’s zijn wel prachtig om te zien, maar laten maar weinig vel van de borst bloot. Als je discreet wil gaan voeden is dat handig. Maar valt je kindje snel in slaap aan de borst, dan draag je beter geen bh of eentje waarbij veel bloot te “voelen” is voor je kindje.
  • Plaag je kleintje een beetje door aan zijn oor te frutselen op het moment dat ie minder krachtig zuigt. Of tik tegen het kaakje en het kinnetje. Of masseer voorzichtig zijn rugje, handpalm of de muis van zijn duimpje als ie in slaap dreigt te vallen. Zo blijft ie alerter en beter bij de les.
  • Wissel van borst van zodra je kindje loslaat. En wissel desnoods niet één, maar meerdere keren per voeding. Wisselvoeden, noemen ze dat.
  • In plaats van van borst te wisselen, kan je ook van houding wisselen. Lost je kleintje de borst, dan schakel je bijvoorbeeld over van madonna- naar rugbyhouding. Maar je legt hem wel aan dezelfde borst weer aan. Lost hij daarna die borst opnieuw, dan ga je dan pas wisselen van borst.
  • Pas borstcompressie toe tijdens het drinken. Zo blijft de melk krachtig stromen. En krijgt je kleintje geen kans om in een diepe slaap te vallen. Bovendien krijgt je babytje dan meer melk binnen op de korte tijd dat ie wel  wat wakkerder is.

Meer informatie (voor zorgverleners) : Uitdroging en ondervoeding (Richtlijn Borstvoeding)

© 2010-2015

Kruidenthee en borstvoeding

vrijdag, februari 26th, 2010

Wat mag mama drinken als ze borstvoeding geeft?

Wat mag je kleintje drinken vanaf één jaar?

Opgelet!

——————————————————————————-

Wat mag mama drinken als ze borstvoeding geeft?

(bos)aardbei

  • gebruik: in matige dosis

anijs

  • effect: rustgevend
  • gebruik: in matige dosis, olie niet gebruiken

basilicum

  • effect: rustgevend
  • gebruik: veilig, maar niet gebruiken tijdens zwangerschap!

berk

  • gebruik: in matige dosis

braambes

  • gebruik: veilig

brandnetel

  • effect: zuiverend, opwekkend
  • gebruik: in matige dosis, niet gebruiken bij koorts!

citroenmelisse

  • effect: rustgevend
  • gebruik: in matige dosis, olie niet gebruiken!

dille

  • effect: rustgevend
  • gebruik: veilig

(witte) dovenetel

  • gebruik: veilig

duizendblad

  • gebruik: in matige dosis

fenugreek

  • effect: melkproductieverhogend
  • gebruik: in matige dosis, niet combineren met medicatie (geeft wisselwerking!)

framboos

  • gebruik: in matige dosis, opletten bij zwangerschap (weeënopwekkend!)

haver

  • effect: rustgevend
  • gebruik: in matige dosis, niet gebruiken bij reuma!

heermoes

  • gebruik: in matige dosis, wilde heermoesvariant niet gebruiken (giftig!)

kaasjeskruid

  • gebruik: in matige dosis, niet bij zwangerschap (weeën opwekkend!)

kamille

  • effect: kalmerend
  • gebruik: in matige dosis, olie niet gebruiken en thee/olie niet gebruiken tijdens zwangerschap!

karwij/kummel

  • gebruik: in matige dosis

komijn

  • effect: stimulerend
  • gebruik: in matige dosis

koningskaars/toorts

  • gebruik: in matige dosis

lavendel

  • effect: rustgevend
  • gebruik: in matige dosis

linde

  • effect: rustgevend
  • gebruik: veilig, maar niet gebruiken bij lage bloeddruk!

madelief

  • effect: verkoelend
  • gebruik: in matige dosis

(peper)munt

  • effect: verkoelend, melkproductieverlagend
  • gebruik: in matige dosis (aangezien het de melkproductie remt moet je met deze thee zeer voorzichtig omgaan!), olie niet gebruiken, niet gebruiken tijdens zwangerschap en niet bij gevoelige maag!

oregano/marjolein

  • gebruik: in matige dosis, niet gebruiken tijdens zwangerschap!

robertskruid

  • gebruik: in matige dosis

rooibos

  • effect: ontspannend
  • gebruik: veilig

rozebottel

  • gebruik: in matige dosis

rozemarijn

  • gebruik: in matige dosis, niet gebruiken tijdens zwangerschap, niet bij epilepsie en niet bij hoge bloeddruk!

salie

  • effect: rustgevend, melkproductieverlagend
  • gebruik: in matige dosis (aangezien het de melkproductie remt moet je met deze thee zeer voorzichtig omgaan!), niet gebruiken tijdens zwangerschap, niet bij diabetes en niet bij epilepsie!

tijm

  • gebruik: in matige dosis, niet gebruiken tijdens zwangerschap en niet bij epilepsie!

venkel

  • effect: melkproductieverhogend
  • gebruik: in matige dosis

vlier

  • effect: opwekkend
  • gebruik: veilig

(smalle) weegbree

  • gebruik: in matige dosis

ijzerhard/verveine

  • effect: melkproductieverhogend, versterkend
  • gebruik: in matige dosis, niet gebruiken tijdens zwangerschap!

(rode) zonnehoed/echinacea

  • gebruik: in matige dosis, niet gebruiken tijdens zwangerschap en niet bij auto-immuunziekte!

zwarte bes

  • gebruik: in matige dosis

Wat mag je kleintje drinken vanaf één jaar?

kamille

  • effect: kalmerend
  • gebruik: in zeer kleine hoeveelheden en zeker niet dagelijks

linde

  • effect: rustgevend
  • gebruik: veilig

rooibos

  • effect: ontspannend
  • gebruik: veilig

rozebottel

  • gebruik: in zeer kleine hoeveelheden en zeker niet dagelijks

venkel

  • gebruik: in zeer kleine hoeveelheden en zeker niet dagelijks

Opgelet!

Tips voor mama

  • Kruiden voor kruidenthee die in bovenstaande lijst niet vermeld staan, worden doorgaans afgeraden bij borstvoeding of geven te ernstige kans op bijwerkingen.
  • Ga jijzelf kruidenthee drinken om je melkproductie te verhogen, dan kan dat helpen. Maar alleen als je daarnaast vooral ook je kleintje veelvuldig aanlegt. Met thee drinken alleen zal je geen of nauwelijks effect merken op je productie…
  • Wissel regelmatig van kruidenthee af. Drink niet elke dag dezelfde soort thee.
  • Van de thees die je slechts met mate mag drinken, drink je maximaal twee kopjes per dag.
  • Als je kruidenthee wil gebruiken voor zijn medicinale toepassingen, raadpleeg dan altijd eerst een arts of kruidenspecialist. Kruiden kunnen immers ongewenste effecten veroorzaken en schadelijk zijn bij langdurig gebruik.

Tips voor je kindje

  • Zeer kleine hoeveelheden betekenen slechts bekerbodempjes.
  • Je kindje mag vanaf zeven maanden kruidenthee drinken. Maar gezonder is om dat pas te doen na de eerste verjaardag.

© 2010 – 2013

Voedselallergie, -intolerantie, koemelkallergie of lactose-intolerantie?

vrijdag, oktober 30th, 2009

Allergie en intolerantie: wat is het verschil?

Voedselintolerantie

Voedselallergie

Lactose-intolerantie

————————————————————–

Allergie en intolerantie

Een voedselintolerantie…

  • is meestal tijdelijk en van voorbijgaande aard,
  • is een (tijdelijk) slecht kunnen verteren van een bepaald voedingsmiddel,
  • een reactie komt meestal voor na het eten of drinken van een grote hoeveelheid van een bepaald voedingsmiddel,
  • een reactie komt soms pas op na langere tijd of bouwt zich langzaam op,
  • is niet levensbedreigend.

Een voedselallergie…

  • is meestal blijvend,
  • is een verkeerde reactie van het immuunsysteem van het lichaam op een bepaald voedingsmiddel,
  • een reactie kan al voorkomen na consumptie van een kleine hoeveelheid van een bepaald voedingsmiddel,
  • een reactie komt vrij snel op, al na enkele minuten of uren,
  • kan levensbedreigend zijn.

Een voedselovergevoeligheid…

Deze term wordt zowel voor voedselallergie als voor voedselintolerantie gebruikt.

Voedselintolerantie

Sommige baby’s ontwikkelen een intolerantie voor bepaalde voedingsmiddelen. Die komt zelden tot uiting wanneer ze nog exclusief borstvoeding krijgen. Bijvoorbeeld door te reageren op dingen die de moeder gegeten of gedronken heeft. En waarvan reststoffen in de moedermelk terechtgekomen zijn.

Meestal komt een duidelijke reactie bij de baby pas voor na de introductie van vaste voeding.

In de praktijk is het bij babytjes moeilijk om vast te stellen of ze lijden aan een voedselintolerantie of aan een allergie tegen bepaalde levensmiddelen. De kenmerken bij een intolerantie verschillen doorgaans niet veel van deze bij een allergie.

Voor een lijst met kenmerken: zie “Voedselallergie” hieronder.

Onderzoek heeft uitgewezen dat voedselintolerantie bij jonge kinderen eerder zeldzaam is. En meestal van voorbijgaande aard. Koemelkintolerantie, de meest voorkomende voedselintolerantie bij baby’s, verdwijnt bijvoorbeeld vaak rond de eerste verjaardag. Blijft de intolerantie toch bestaan, dan is dat doorgaans in een veel mildere vorm. Op latere leeftijd zullen deze kinderen (en volwassenen) allicht geen grote fan zijn van de producten waar ze als baby overgevoelig op reageerden. Maar veel klachten houden ze er meestal ook niet aan over.

Voedselallergie

Mogelijke kenmerken van voedselallergie bij de baby

Maag- en darmstelsel

– krampjes

– braken, herkauwen en/of overstrekken tijdens of na de voeding

– (chronische) opstopping of diarree

– groenige en zuur ruikende ontlasting

Ademhalingsstelsel: veelvuldige oogbindvliesontsteking, oorontsteking of luchtweginfectie

Huid: droge huid en/of huiduitslag, soms zelfs eczeem

Groei: groeivertraging

Gedrag

– weinig eetlust

– onrustig gedrag, ofwel tijdens ofwel een tijdje na het drinken

– ontroostbaar huilen

– slaapproblemen

Opgelet! Heeft een baby slechts één of enkele kenmerken uit bovenstaand lijstje, dat wijst dat meestal niet op het bestaan van een allergie! Vooraleer voedselallergie als diagnose geopperd wordt, dient eerst het ganse borstvoedingsbeleid nagekeken te worden. Begeleiding door een lactatiekundige is daarbij een absolute aanrader!

Dieet van de moeder als ze borstvoeding geeft

Voedselallergieën gaan meestal om de eiwitten die in dat bepaalde voedingsmiddel voorkomen: koemelk, eieren, gluten (tarwe, haver, gerst, rogge), noten, zaden, pitten, soja, vis, schaal- en schelpdieren, enzovoort.

Andere voedingswaren die allergische reacties kunnen veroorzaken: peulvruchten, selder, wortel, tomaat, maïs, aardbei, kiwi, citrusvruchten, kip, rund, varken en cacao.

Allergene stoffen (d.i. de stoffen die de allergische reactie veroorzaken) circuleren bij de moeder in de bloedbaan na de vertering. En worden op die manier gedeeltelijk doorgegeven via de moedermelk. Koemelk, en in mindere mate eieren, zijn de meest voorkomende boosdoeners bij borstvoeding.

Als de moeder de allergene voedingsmiddelen uit haar dieet schrapt (d.i. het zogenaamde hypo-allergeen dieet), dan heeft haar baby dus minder last. Het is natuurlijk een beetje uitzoeken op welke levensmiddelen de baby wel en op welke hij niet reageert. Dat doet men doorgaans door middel van eliminatie- en provocatietesten. Je laat twee tot vier weken lang het voedingsmiddel (en alle afgeleide producten ervan) waarvan je vermoedt dat het klachten geeft, weg uit je voeding. En kijkt of het ongemak bij je kindje vermindert intussentijd.  Na een maand herintroduceer je dat product weer. Gaat je kindje er opnieuw op reageren, na een tijdje klachtenvrij te zijn geweest, dan weet je dat dat bepaalde voedingsmiddel de boosdoener was.

Eliminatie en provocatie kan je als moeder gaan toepassen, maar het is ook bruikbaar bij je kindje na de introductie van vaste voeding.

Opmerkingen

  • Beperk de voeding niet nodeloos: slechts één of twee producten per keer testen is voldoende.
  • Het is niet altijd evident om op hypo-allergeen dieet te gaan. Melkproducten en -afgeleiden bijvoorbeeld zitten in heel veel levensmiddelen verborgen. De ingrediëntenlijst op de etiketten goed bestuderen in de supermarkt is dan ook een must. Zit de allergene stof als voedingsmiddel verwerkt in het product, dan schrap je dat tijdelijk uit je dieet. Staat er enkel op het etiket dat “het sporen bevat van …”, dan is dit product veilig voor je. De benaming “sporen bevattend” is veeleer een juridische term en heeft niet veel te maken met de ingrediënten van het product zelf.
  • Melkproducten gaan vervangen door soja-varianten is ook niet altijd een goed idee. Zowat 30% van de mensen die reageren op koemelk, reageren immers ook op soja…
  • Ook al ben je zeker dat je kindje reageert op koemelkresten in jouw moedermelk, toch eet/drink je best af en toe opnieuw iets kleins met lactose, zoals een klein plakje kaas, een half potje yoghurt of een wolkje melk in je koffie. Wil je echt geen koemelk(producten) eten of drinken, dan kan je eens kijken naar bijvoorbeeld paardenmelk, geiten- of schapenkaas. Als jijzelf langere tijd alle koemelk en afgeleide producten uit je voeding schrapt, heb jij als moeder immers kans om lactose-intolerant te worden. Je lichaam maakt dan (bijna) geen lactase meer aan om de lactose in dierlijke melk(producten) te verteren. En lactose-intolerantie bij volwassenen is meestal blijvend… Wil je dit voorkomen, dan blijf je best af en toe lactose-bevattende voeding eten of drinken.
    Zolang je kindje borstvoeding krijgt, kan je alle koemelk(producten) wel veilig schrappen als bijvoeding uit zíjn dieet. Je kindje blijft immers lactose binnenkrijgen via jouw melk. (Zie hieronder: “Lactose-intolerantie”)
  • Een niet doordacht dieet kan er voor zorgen dat je  als moeder onevenwichtig eet. En dus niet aan je dagelijkse benodigde voedingsstoffen komt. Bij een verregaand hypoallergeen dieet is een gespecialiseerd diëtist raadplegen dan ook aangeraden: http://borstvoeding.com/dietist/.
  • Reageert je kindje allergisch aan een bepaald voedingsmiddel op het moment dat het nog uitsluitend moedermelk drinkt, dan wacht je tot na de eerste verjaardag om dat specifieke voedingsmiddel aan te bieden als vaste voeding. En ga je bij de introductie ervan best voorzichtig te werk, met kleine beetjes.
  • Introduceren van een allergeen voedingsmiddel in vaste voedingsvorm doe je best op het moment dat je nog borstvoeding geeft. Moedermelk heeft immers een beschermende werking.

Alle kinderen, maar zeker een allergisch kindje heeft er alle baat bij om zo lang mogelijk borstvoeding te krijgen!

Lactose-intolerantie

Lactose-intolerantie of lactasetekort? In het eerste geval kan je geen lactose verdragen, in het tweede geval kan je wel lactose verdragen, maar krijg je zodanig veel lactose binnen dat je lichaam te weinig lactase aanmaakt voor de vertering ervan.

Hieronder een lijstje van mogelijke oorzaken van darmklachten waarbij lactose en lactase een rol spelen:

Aangeboren lactose-intolerantie

Aangeboren lactose-intolerantie is een vorm van lactose-intolerantie die voorkomt vanaf de geboorte. Het is een heel zeldzame vorm van melkverteringsprobleem, waar babytjes al na enkele dagen na de geboorte heel veel last van ondervinden. Baby’s die met dit probleem kampen, moeten dus vanaf de geboorte een streng lactose-vrij dieet volgen. En dit hun hele leven lang.

Hyperlactatie

Hyperlactatie wordt bij zuigelingen veroorzaakt door een overload aan moedermelk. De mama zit met zodanig veel melk dat haar babytje te veel suikerrijke (lactoserijke) voormelk binnenkrijgt. En niet of nauwelijks aan de vetrijke achtermelk toekomt tijdens een voeding.  Die achtermelk is nodig voor een optimale vertering. Krijgt het kindje te veel voormelk te verwerken, dan is de hoeveelheid lactase in het babylijfje onvoldoende om alle lactose uit die voormelk verteerd te krijgen. Het babytje kampt dus met een tijdelijk verteringsprobleem.

Specifieke melkproductieverlagende trucjes voor de moeder zorgen ervoor dat deze vorm van lactose-intolerantie overgaat. Heb je als moeder last van hyperlactatie, dan raadpleeg je best een lactatiekundige voor de juiste tips.

Als moeder op koemelkvrij dieet gaan als je last hebt van hyperlactatie (te veel melk), is dus helemaal niet nodig.

Moedermelk bevat van nature heel veel lactose. En die krijg je er niet uit door zelf lactosevrij te gaan eten! Een babylijfje is ook prima in staat om de lactose van zijn moeder te verteren. Enkel bij ernstige hyperlactatie (d.i.véél  te veel melk) is begeleiding van een lactatiekundige nuttig, om de melkproductie te doen dalen. Een moeder om die reden op dieet zetten, heeft geen effect voor haar babytje!

Darminfectie

Bij sommige ziektes, zoals buikgriep, zijn de darmpjes tijdelijk minder goed in staat om melk(producten) met lactose te verwerken. Het kan dan nodig zijn om alle koemelk(producten) even te schrappen, als je kindje al vaste voeding eet. Borstvoeding mag je onbeperkt blijven geven! Die zorgt er immers voor dat de darmproblemen bij je kindje sneller weer opgelost raken!

Mogelijke kenmerken bij de baby met lactose-intolerantie omwille van hyperlactatie bij mama

– zeer snel drinken

– onrustig drinken

– moeite met aanhappen

– hoesten, verslikken en/of braken tijdens de voeding

braken na de voeding

krampjes

– winderigheid

– ontroostbaar huilen

– waterige, schuimende ontlasting

– groenige en zuur ruikende ontlasting, eventueel met onverteerde melkresten

– luieruitslag

– heel veel plasluiers

– meer dan 300 gram per week aankomen of net heel weinig aankomen

 Kenmerken bij de moeder met hyperlactatie

stuwing die na enkele dagen niet weggaat

– lekkende borsten

– krachtige toeschietreflex

– voortdurend het gevoel van volle borsten, ook na de voeding

– pijnlijke tepels (door het moeilijk aanhappen van de baby)

– frequent verstopte melkkanaaltjes en borstontstekingen

Tips bij hyperlactatie

Gebruikte bronnen

Zie…
http://borstvoeding.aardig.be/bronvermelding/handboeken/
http://borstvoeding.aardig.be/bronvermelding/websites/

Met dank aan dokter Vertongen voor het nalezen van dit artikel!

© 2009 – 2014