Posts Tagged ‘baby’

Proficiat!

zondag, april 21st, 2013

“Proficiat, mama, je hebt een zoontje gekregen. Hoe ga je hem noemen?” klinkt ergens vaag een opgewekte mannenstem…

Ik lig op een bed. En hoor in de verte wieltjes piepen. Wandlichten flitsen in traag, maar gelijkmatig tempo aan mijn ogen voorbij. Wazig, veraf… En alles wat ik hoor, klinkt dof. Alsof mijn zintuigen in een grote bol watten steken. Watten die alle klanken dempen, vooraleer mijn oor te bereiken. Het bed waarop ik lig, rijdt. Door een halfduistere gang. Merk ik vaag op.
Vooral één gevoel is heel duidelijk. Overheerst alle andere… PIJN!!!!! Pijn, pijn, pijn… Ik doe mijn mond open om “Arend-Jan” te zeggen, maar krijg maar één zinnetje over mijn lippen: “A… A… Auw… Ik heb pijn…” En zink weer weg in een heerlijk gevoelloos zwart gat…

Recovery
De volgende keer dat ik bij bewustzijn ben, lig ik nog steeds in dat bed. Het staat stil deze keer. Ik lig in een grote, hel verlichte zaal. Alleen. Alle andere bedden zijn leeg. Naast me klinken twee gelijkmatige piepjes. Cijfertjes en grafiekjes op een beeldscherm. Er steken infuzen in mijn arm. En twee verschillende vloeistoffen druppelen traag mijn aders in. “Dit moet de recovery zijn,” schiet door mijn hoofd. “Waar zijn de anderen? Niemand geopereerd vandaag? … Tiens… Oh ja, ’t is weekend. En waarschijnlijk al laat. Ik ben de enige vandaag…”

Ik lig te rillen van de kou. Kan er niet mee ophouden. En die pijn… “Wat is dat toch met mij? Is dat bevallen?… En waar is de verpleging??? … Oh, daar…” Enkele verpleegkundigen, of dokters, whatever, staan over een computerscherm gebogen. Ze kijken niet op of om. Het scherm vangt hun hele aandacht.
Even kijkt er eentje in mijn richting. Shit,… te laat… Hij is alweer geconcentreerd op dat schermpje. Ik wil een deken, heb het ijskoud. En pijnstilling… Geef me alstublieft wat pijnstilling, please…!

“Hé!? Halloooo?!” Ze horen me niet. Er zit een glazen wand tussen de plaats waar ik lig en hun computerlokaaltje. Ik probeer me op te richten. AAAAAAAAUUUUWWWW… Onmogelijk… Arm zwaaien? Hmmm, pijnlijk, maar het lukt.

Ben je wakker?
Na wat een eeuwigheid lijkt, komt er eindelijk iemand naar me toe gelopen. “Zo, ben je wakker?” vraagt diezelfde vriendelijke stem van daarstraks. “Hoe voel je je?”
Wat een vraag… “Niet goed. Ik heb zo’n pijn!!!” Er wordt een derde infuus aangesloten. Nog maar wat extra vloeistof door mijn aderen. En één van de andere twee infuuszakjes is aan vervanging toe.
“Wat is dat allemaal?” vraag ik bibberend. “Deze is vocht, aangesterkt met mineralen enzo. Da’s jouw eten voor de komende uren. Want je zal nog even moeten vasten. De kans op braken is nu nog te groot. En risicovol, met die buikwonde. En in deze hier zit antibiotica. Om te voorkomen dat je een ontsteking krijgt. Je hebt een keizersnede gehad, weet je dat?” Ik antwoord: “Jaja, dat weet ik nog. Mijn zoontje heet Arend-Jan trouwens.”

Er verschijnt een glimlach op smans gezicht: “Zo, die vraag herinner je je dus ook nog. Mooi zo! Je ziet er al een stuk helderder uit dan enkele uren geleden.”
Enkele úren geleden? Huh??? “Euh, hoe laat is het dan nu misschien?” “Het is al na middernacht. Je bent bijna… zes uur geleden mama geworden! Proficiat, hè! Je zoontje is kerngezond. Hij ligt op de couveuze-afdeling. Er wordt daar heel goed voor hem gezorgd. Maak je maar geen zorgen. Heb je ’t koud? Wacht even…” Hij loopt naar een kast en haalt er een grijs deken uit.

Mmmmmmm, lekker, zeg… Een behaaglijke warmte maakt zich langzaam meester van mijn lijf. Het is een verwarmd deken! En heerlijk zacht…
“Hè!?! Niet wegdoezelen! Nu moet je wakker blijven, hoor. Anders moet ik je hier nog veel langer houden. En dat wil je niet, neem ik aan, hè?!?”
Nee, nee, oké, ik doe mijn best. Wakker blijven dus. “Ik ga zo de materniteit bellen. Je lijkt me wel in orde nu. Je kan naar je kamer.”

Naar de kamer
Een half uurtje later verschijnen mijn partner en een vroedvrouw aan mijn voeteneinde. De infusen blijven zitten. De blaassonde ook. Maar al de rest van de controlezooi wordt afgekoppeld. En ik mag naar de kamer.

Tijdens het rijden verergert de pijn weer. “We komen zo voorbij de couveuze-afdeling. Wil je je zoontje even zien?” vraagt de vroedvrouw. “Nee, nee… Ik heb pijn… En ik wil slápen… Hij is daar goed. Laat hem daar maar…” En zwakjes, maar beslist, voeg ik eraan toe: “En ik geef géén borstvoeding!!!” Ik ben bekaf… En om mijn woorden kracht bij te zetten, sluit ik mijn ogen. En doe ze niet meer open. Ik ben het beu. Wil met rust gelaten worden. En slapen… Slapen, slapen, slapen… Want daar heb ik de voorbije drie dagen (of zijn het er ondertussen al vier?) geen kans toe gehad. Met al die weeën, die bekkenmanipulatie, een niet indalend kind en de slechts op een slakkengang vorderende ontsluiting… Pfffff, is dit bevallen??? Dit doe ik écht nooít meer, hoor!!!!

Couveuze
Op de kamer krijg ik nog een shot pijnstilling. En langzaamaan gaat het weer beter. De vroedvrouw verdwijnt al snel. Mijn partner neemt een stoel en gaat naast mijn bed zitten: “Ik heb hem al gezien. Mocht hem even vasthouden. Meneertje weende moord en brand. Niemand kreeg hem stil. Maar toen hij mijn stem hoorde, zweeg ie direct! Hij keek me met grote ogen aan. Alsof hij me herkende…” Hij glimlacht dromerig. En vervolgt: “Hij moet 24u ter observatie in de couveuze blijven. Ze hebben hem suikerwater gegeven.”

Als mijn partner me aankijkt, vang ik iets op wat het midden houdt tussen verdriet en medelijden. Ook hij is doodop: “Ga maar slapen. Ik ga ook naar huis nu. Ik beloof je dat ik hier morgenochtend zo snel mogelijk weer sta!” Ik krijg een kus en sluit mijn ogen. Nog voordat hij de kamer verlaten heeft, ben ik al in een diepe slaap verzonken…

Helder
Ik schrik wakker… “Hé, ik ben helder!” schiet er door mijn hoofd. “Geen watten meer in mijn kop. Wat een opluchting…” Mijn infuzen zijn bijna leeg. Dus ik druk op de rode bel. Bijna onmiddellijk staat er een nachtverpleegkundige voor mijn neus: “Zo, wakker! En? Hoe voel je je nu?” Ze verwisselt vakkundig mijn baxters. “Beter dan daarstraks. Ik kan weer helder denken. Maar ik heb wel keelpijn… Eigenlijk doet alles pijn, van mijn keel tot onder mijn middel. Is dit nu bevallen? En mijn zoontje…” Krop in mijn keel: “Ik wilde hem niet eens zien daarstraks… Ik was moe. Wilde alleen maar slapen. Heb gezegd dat ik geen borstvoeding wilde geven. Maar hij moet binnen het uur drinken! Ik weet waar ik op moet letten. Heb het opgeschreven. Het briefje steekt in mijn tas. Daar, in het voorste vakje… Hoe laat is het nu? Hij zit al keilang zonder eten!”

Ik breek… Tranen met tuiten…

“Rustig, rustig…” De semafoon van de verpleegster biept onophoudelijk. Maar ze zet hem af. Schuift een stoel bij en zet zich naast me: “Meisje toch… Je bent hier gisterenochtend binnengekomen. Met gebroken vliezen en veel bloedverlies. Met vijf mama’s waren jullie om te bevallen die dag… Ze hebben je allemaal ingehaald. Uiteindelijk bleef jij als enige over. Het schoot niet op, hè? Wat ze ook probeerden, je zoontje wilde niet indalen. Je hebt een spoedkeizersnede gehad. Onder narcose. En een hele zware bevalling achter de rug. Logisch dat je alleen maar wilde slapen… Als je wil, loop ik straks even langs de couveuze-afdeling voor je. Dan maak ik een foto van je zoontje. Wil je dat?” Ik knik bevestigend.
“En maak je nu maar geen zorgen over zijn voeding. Je hebt aangegeven dat je niet wilde borstvoeden. Dus hij heeft vast al zijn eerste flesje binnen. Als je wil, kan je starten met kolven…” zegt ze voorzichtig.

Kolven, dat is… Daar heb ik foto’s van gezien. Ik zucht. “Nee…” zeg ik stilletjes. De verpleegster legt een hand op mijn schouder en kijkt me bemoedigend aan: “Die borstvoeding komt morgen of overmorgen ook wel op gang! Probeer nu maar wat te rusten. Je hoeft je echt niet schuldig te voelen! Jullie hebben allebei een nare ervaring achter de rug. En je zoontje heeft nu meer aan een moeder die ook aan zichzelf denkt en probeert om er zo snel mogelijk weer bovenop te komen, dan aan een moeder die zichzelf wegcijfert. En binnen enkele dagen uitgeput op instorten staat. Jij gaat nu weer slapen. Ik zorg voor een polaroidfotootje. En binnen enkele uren, als de nachtploeg wisselt met de ochtendshift, komt je zoontje naar de kamer. En dan kan je rustig beslissen of je hem borstvoeding wil gaan geven of niet.” Ze vertrekt.

Is dat hem?
Een kwartiertje later staat die nachtengel weer naast me. Met twee polaroidfotootjes in de hand: “Twee voor de prijs van één.” lacht ze, “Hij bewoog net eventjes toen ik een foto wilde maken. De tweede is wel gelukt. Hier!” En terwijl ik naar de fotootjes kijk, vervolgt ze enthousiast: “Mooi manneke is het, zeg! Heel schattig! Hij heeft al twee flesjes op. Wil je toch niet…?” Ik zwijg en sluit mijn ogen. “Hij ligt ondertussen in een verwarmd bedje en niet meer in de couveuze. Straks brengen ze hem naar je toe. Gaat het een beetje met je?” Ik knik. Ze sluipt stilletjes de kamer uit.

Die fotootjes… Is dat hem? Komt dát babytje uit mijn buik? Heb ik dit kindje negen maanden bij mij gehad? Gevoeld. Is dit dat… De tranen komen weer op. Is dit moederschap??? … Oh my God…

Doorzichtig bakje
Enkele uren later rolt een vroedvrouw een doorzichtig bakje binnen. Daarin een babytje, ingeduffeld in witte lakens die afsteken tegen zijn donkere haartjes. Mijn zoontje. Neem ik aan. “Hallo! Gefeliciteerd, mama! Hier is hij, Arend-Jan. Jouw zoontje… Hij heeft nog niet gegeten.” zegt ze vriendelijk, “Zullen we…? Borstvoeding?“

Ik zucht. “Nee, geef hem maar een flesje…” Ik heb hoge koorts en voel me veel te zwak om te voeden. Ook zijn ochtendverzorging laat ik aan anderen over. De verpleging verdwijnt weer. Het babybedje zetten ze net buiten mijn armbereik. Zucht…

Ik probeer de knopjes aan de zijkant van mijn bed. Omhoog, omlaag. Dat is het niet. Hmmm, deze? Het voeteneinde gaat omhoog. Zucht… Ik voel me niet goed. Moe. Pijn… Laatste poging. Het hoofdeinde van mijn bed beweegt. Eindelijk. Oef. Met het topje van mijn wijsvinger kan ik net zijn bedrand raken. Ik trek dat doorzichtige bakje naar me toe. Fijn, het kan over mijn grote bed geschoven worden. Makkelijk.

Ik streel voorzichtig dat babywangetje en zeg: “Piep. Dag jongen.” Hij opent zijn oogjes. Wagenwijd. En draait zijn hoofdje naar me toe. Vervolgens begint hij aan mijn vinger te snuffelen. Ik glimlach.
“Oké, Katrien. Dit is jouw zoon! Dit was jóuw keuze! Je hebt hem negen maanden in je buik gedragen. En nu is hij er! En je gaat voor hem zorgen ook! Niet lullen. Geen zelfmedelijden. Doen! Zorgen! Liefhebben! Vanaf nu!” Ik geef mezelf een flinke schop onder mijn kont. Figuurlijk dan toch.

Keuze maken
Tegen de middag geef ik zelf een flesje. Met wat hulp van een vroedvrouw. De ochtend daarop komt er een kordate dame de kamer binnen: “Oké, even duidelijk wezen. Ga je borstvoeding geven? Ja?! Dan beginnen we daar nú aan! Anders geef ik je vandaag een pilletje om de melkproductie te stoppen… Wel? Wat wordt het?” Oei… Euhm… Tja… Borstvoeding dan maar?

“Oké. Mooi!” En haar toon wordt zachter. Ze helpt me met aanleggen. “Hé, wat gek?!” roep ik verwonderd. De kordate dame kijkt bezorgd: “Doet het pijn?” Ik kijk haar aan en zeg: “Nee, pijn doet het niet. Het is gewoon gek. Wat een gek gevoel, dat zuigen…”
“Maar het doet geen pijn, hè?” vraagt ze nog eens. “Nee.” bevestig ik. “Goed! Als er wat is, dan bel je, hè!” En weg is ze…

Mijn zoontje slaapt tijdens de kraamweek ’s nachts niet bij me. Ik ben nog steeds doodop… “Laat hem maar op de couveuzeafdeling slapen. Dan kan ie daar een flesje krijgen. En heb ik rust.”

De derde dag mag ik voor het eerst mijn bed uit… Om enkele uren later in de armen van mijn partner in te storten. Letterlijk. Totaal verzwakt…

Naar huis
Een week later mag ik naar huis. Mijn zoontje zit net 24u zonder kunstvoeding. En heeft urenlang gehuild. Alleen aan de borst is hij stil. Ik vraag mij af hoe ik dat ga doen… Kan amper vijf passen zetten zonder duizelig te worden. “Tja, die borstvoeding. Dat moet nog op gang komen, hè…” was de lakonieke commentaar van de verpleging.

Bij thuiskomst is daar de kraamzorg… Chris heet ze. Ze installeert me in de zetel. Legt mijn zoontje bij me. En samen met mijn man zorgt ze voor alles. Het enige wat ik moet doen, mág doen van hen… is zetelhangen en voeden.

Drie jaar later dronk onze oudste zijn laatste druppel moedermelk… Hij deelde mijn melk toen al een tijdje met twee zusjes. En is gestopt op eigen initiatief.

© 2013, verhaal uit 2007

Dagelijkse Borst!

zaterdag, april 13th, 2013

Een tijdje geleden deed ik via facebook en twitter een oproep: “Omschrijf in drie woorden wat borstvoeding voor jou betekent?”

86 moeders gaven hun antwoord door, zonder te weten wat ik met deze antwoorden zou gaan doen. Dit was hun top 5:

  • 40% Liefde
  • 27% Natuurlijk
  • 23% Binding, Band, Verbondenheid
  • 18% Uniek
  • 15% Voeding

Aangevuld tot minstens 10% lezen we ook nog: Geborgenheid, Intens, Gemakkelijk, Genieten, Puur, Rust en Samen.

Dagelijkse borst!
Bovenstaande antwoorden heb ik eind februari 2013 gebruikt tijdens de voorstelling van de promotiefilm “Dagelijkse Borst!” op het jaarlijks symposium van Borstvoeding vzw te Sint-Niklaas.

 

Borstvoeding is voor veel moeders immers een onderdeel van hun dagelijks leven. Het is een keuze die ze maken, voor korte of voor langere tijd.

Inhoud en thema’s
De film is geen expliciet educatieve borstvoedingsfilm. Er komen geen hulpverleners aan het woord en in beeld, maar de gezinnen zelf! De film is namelijk gemaakt op basis van foto’s en verhalen die we kregen van ouders, aangevuld met cartoons, interviews en filmfragmenten.

Terugkerende thema’s zijn:

  • geboorte-ervaringen,
  • betrokkenheid van de partner,
  • relatie tussen moeder en kind,
  • fier zijn op de eigen prestatie,
  • voeden in het openbaar,
  • weer gaan werken,
  • langer voeden.

Woordarm en beeldrijk
Alle beelden in de film zijn ‘borstvoedingscorrect’. Er was namelijk voldoende materiaal om bij de selectie te letten op dingen zoals aanleghouding en drinktechniek. Want ook dat is educatie… Niet door expliciet te zeggen: “Het moet zo!”, maar gewoon door te tonen hoe het moet.

Wij leven immers in een beeldcultuur… Jonge mensen zijn makkelijker te ‘pakken’ met beelden dan met taal. Vandaar de bewuste keuze voor een woordarme en beeldrijke film!

Resultaat
Onze bedoeling was om mensen te raken. En van daaruit te hopen dat de boodschap zou blijven hangen: borstvoeding is normaal en de meest logische keuze voor je kindje.

Het uiteindelijke resultaat werd een compilatie van uitspraken, foto’s, filmfragmenten, cartoons en interviews. Van en door moeders! Een film waarin geen enkel taboe uit de weg wordt gegaan, maar waarin we er wel in slagen om borstvoeding voor te stellen als gewoon, normaal en… dagelijkse borst!

© 2013

Vroedvrouw

vrijdag, februari 22nd, 2013

“Mammaah, waar gaan we ei’lijk naartoe?” hoor ik mijn peuterdochtertje vragen in het fietsstoeltje voor me.
“We gaan naar een vroedvrouw” antwoord ik. “Dat is een mevrouw die met mama’s en kleine babytjes werkt.”

Ze draait zich half naar me om en kijkt me bedenkelijk aan. “Wat gaan we daar dan doen? … Jij werkt ook met babytjes…”

Juist, het verschil tussen een lactatiekundige en een vroedvrouw…
“We gaan een pakje brengen, met kaartjes. Die mevrouw heeft daar naar gevraagd.” leg ik uit terwijl ik haar straat in fiets: “Ik werk met mama’s en kleine kindjes die mamamelk krijgen. Met babytjes, en peutertjes… of kleuters. En die mevrouw, die werkt met mama’s die een babytje in de buik hebben. Of mama’s die een babytje hebben dat pas geboren is.”

“Krijgen die babytjes mamamelk?” vraagt ze nieuwsgierig.
“Nee, niet allemaal. De meeste wel. Die mevrouw werkt ook met mama’s waarvan het kindje geen mamamelk krijgt.”
“Alle kindjes krijgen mamamelk!!” roept ze verontwaardigd.
Ik zwijg.

“Mammaah… Als ik later een mama ben en een baby in de buik heb…”
Ik bedenk dat de stem die ik enkele dagen geleden aan de telefoon hoorde, nog erg jong klonk. Een snelle berekening zegt me dat mijn dorpsgenote nog wel aan de slag zal zijn als zelfstandige vroedvrouw tegen dat mijn peuterdochtertje volwassen is. Dus ik vul aan: “Dan kan het zijn dat die mevrouw voor jou komt zorgen.”

“En… als die baby dan uit de buik is…”
“Dan ga jij een prachtige borstvoedingsmama worden!” denk ik bij mezelf.
“Dan geef ik die mama tinkeh!” zegt ze overtuigd. “Totdat mijn baby een peuter is!”
Ik glimlach… Had geen ander antwoord verwacht.

“Maar… als ik dan geen…” Ze maakt haar zin niet af. Twee bezorgde donkere oogjes kijken schuin naar me op. Borstvoeding is belangrijk voor haar… “Dan zal die mevrouw je wel helpen.” sus ik “Of ik.”

“Oké… En dan mag die baby, die peuter, bij mij slapen… In mijn bed! … En in de draagdoek!”

© 2013

Omgaan met een baby die veel huilt

vrijdag, februari 8th, 2013

Help me!

Troosten

  • Borstvoeding
  • In jouw nabijheid
  • Voorspelbaarheid en prikkelreductie
  • Slow motion
  • Entertainment
  • Aanvaarding
  • Als troosten niet werkt…

Positieve effecten van aanraking

Verwennen

Baby die veel huilt

Als het niet meer gaat…

  • Moedergevoel
  • Adempauze
  • Agressie
  • Veranderingen
  • Afschermen

Omgeving en support

Inspiratiebronnen en bronvermelding


Help me!

Als een mens huilt, is ie van streek. Het is een manier om te vertellen dat er wat scheelt.

Bij een babytje kan dat vanalles zijn… Honger of dorst, een vuile luier, koude of net te warm, eenzaamheid, verveling of net te veel prikkels, ergens van geschrokken zijn, het buikje dat van streek is, pijn of een ander ongemak. Als een kindje huilt, wil het eigenlijk maar één ding zeggen: “Help me!”

Troosten

Borstvoeding

Geef je borstvoeding, dan is je kindje allicht snel getroost met een slokje mamamelk. Bij honger kan je je volste borst aanbieden. Heb je de indruk dat je kindje niet echt honger of dorst heeft. Maar heeft ie wel zuigbehoefte? Geef dan je leegste borst. De borst dus waaraan je kindje het laatst gedronken heeft. Zo kan je babytje troost zoeken bij jou, maar krijgt ie geen hele sloten melk meer te slikken.

Kijk zeker na hoe je kindje aan de borst ligt. Let op de drie basisprincipes bij borstvoeding:

  • buikje dicht tegen jouw lijf aan,
  • tepel ter hoogte van de neus voor het aanhappen en
  • een grote asymmetrische hap.

Lijkt het alsof je babytje jou afwijst tijdens de borstvoeding? Zet ie zich schrap en duwt hij zich van je weg? Raadpleeg dan een lactatiekundige. Zij kan je helpen om de oorzaak van dit gedrag te achterhalen. En de borstvoeding weer lekker te laten lopen.


Mijn baby huilde heel veel, maar was wel snel getroost als we haar oppakten. Wij hadden dus geen huilbaby, maar een pakkebaby.”

In jouw nabijheid

De meeste babytjes worden rustig als je hen oppakt. Rechtop, leunend tegen jouw schouder of borst aan, vinden veel kindjes een fijne houding. Rustig heen en weer wandelen, zachtjes zingen of over het rugje wrijven kan daarbij extra geruststellend zijn.

Houd je kindje zo veel mogelijk dicht bij jou. Heb je graag je handen vrij, dan kan een draagdoek praktisch zijn. Jouw nabijheid, je geruststellende hartslag en ademhaling, je geur en zachte bewegingen maken je kindje rustig. En ook op reflux en krampjes heeft het een positief effect. Is je liefje moe? Dan kan het heerlijk gerust bij jou in slaap soezen. Zonder dat jij heen en weer hoeft te lopen naar zijn box of wiegje. Daarnaast is een draagdoek ook gewoon een handig ding om geen enkel hongersignaal over het hoofd te zien.

Ook ’s nachts kan je je kindje bij je laten slapen. In een cosleeper bijvoorbeeld. Je kindje is dan binnen handbereik. En kan getroost worden vooraleer de sirene op stand 10 gaat. Wat ook rust kan brengen voor de overige gezinsleden. Bovendien hoef je voor dat troosten niet eens je bed uit. Wat de nachten ook voor jou minder zwaar maakt. Geef je borstvoeding, dan is zelfs je voeding kant-en-klaar. Lekker makkelijk! Ben je ongerust over je liefje? Dan doe je gewoon een oog half open. En je bent binnen de seconde gerustgesteld dat alles nog goed gaat met je schattebol.

Tot slot kan massage kan voor sommige huilertjes een wondermiddel zijn. Het huidcontact, de aandacht en het rustgevende van de massagebewegingen kunnen van je kleintje een heel andere baby maken. Babymassage is een cursus die in veel gemeentes gegeven wordt. Ga eens na waar je bij jou in de buurt zo’n cursus kan volgen. Zowel je babytje als jijzelf zullen er deugd aan beleven!

Voorspelbaarheid en prikkelreductie

Sommige kindjes zijn gebaat bij regelmaat en voorspelbaarheid. Dat betekent niet dat je borstvoeding moet gaan geven op schema. Integendeel zelfs! Borstvoeding geef je zo veel mogelijk op verzoek! Maar al de rest daar omheen kan je wel voorspelbaarder maken. Enkele tips:

Zo veel mogelijk voeden op dezelfde plaats of op dezelfde manier bijvoorbeeld. Sommige moeders hebben (onbewust) een heel ‘voedingsritueel’. Met steeds terugkerende handelingen, woorden of spulletjes.

Ze hebben een vaste voedplek in huis, die enkel daarvoor gebruikt wordt. Ze neurieën telkens een bepaald melodietje. Of zijn gewend om eerst een aantal dingen klaar te leggen, zoals zoogcompressen, een tijdschrift of een drankje, vooraleer te starten met voeden. Babytjes zijn al geruster als dat ritueeltje start. Ze weten dan wat er komt.

Je kan dingen in dezelfde volgorde gaan doen. Elke voeding starten met een luierwisseling bijvoorbeeld. Of na elke borstvoeding rondwandelen met je kleintje. En een slaapliedje zingen.

Ook vaste tijdstippen voor steeds terugkerende dingen kunnen rust brengen. Denk bijvoorbeeld aan een wandeling enkel op de middag. Het badje telkens ’s avonds. Of supermarktbezoeken altijd in de ochtend. Die terugkerende “rituelen” zijn voorspelbaar. En kunnen je kleintje rustiger maken.

Prikkelreductie is ook zo’n toverwoord. Het betekent dat je je kindje niet te veel prikkels tegelijkertijd laat verwerken. Bijvoorbeeld slechts één uitstapje per dag plannen. Elke activiteit buitenshuis geldt dan als uitstapje. Dus ook die koffie bij de buren of het wekelijkse supermarktbezoek.

Tijdens ‘verplicht’ drukke momenten, zoals een familiebezoek of de babyborrel, kan je je kindje in de draagdoek houden. Zo blijft ie wat afgeschermd van alle commotie. Een draagdoek dempt immers de binnenkomende prikkels. Bovendien is het voor je kindje geruststellend om in alle drukte dicht bij jou te zijn. En misschien vind jij het ook wel prettig om je liefje op zulke momenten dicht bij jou te hebben.

Slow motion

Even in slow motion leven kan ook rust brengen. Zowel voor jou als voor je kindje. Laat dat stof op de kasten even voor wat het is. Dweilen hoeft niet elke dag. En eenvoudige eenpansgerechten zijn even lekker als een driesterrenmenu. Heb je geen zin in kraamvisite? Bel die dan af! Ben je te moe om te strijken? Strijk dan niet. Die ene plooi in je shirt ziet toch geen mens…

Ga regelmatig gewoon op de bank hangen. Met je babytje dichtbij. Vraag je partner er even bij en kruip dicht tegen hem aan. Probeer samen te genieten van dat kleine wondertje dat jullie op de wereld zetten. En laat de boel verder de boel. Leg de telefoon van de haak en sluit de rolluiken of gordijnen. Gewoon even “us-time” en lekker coccoonen.

Slow motion kan je ook toepassen bij je babytje. Als je kindje erg huilt, kan je kijken hoe hij reageert als je steeds hetzelfde rustgevende liedje zingt of neuriet. En als je al je bewegingen gaat vertragen.

Van snelle of hoekige handelingen wordt je liefje misschien onrustig. Probeer daarom eens een draagdoek uit. Jouw dagdagelijkse bewegingen bieden precies het juiste ritme en de kadans die je liefje gewend is van in de buik. Veel babytjes worden rustig van dat zachte en afgeronde gehots.

Heb je het gevoel dat je kleintje juist onrustig wordt in een doek? Raadpleeg dan een draagconsulente. Zij kan je tips op maat geven om het dragen aangenamer te maken.

Entertainment

Sommige kindjes huilen dan weer net uit verveling. Wat “entertainment” in hun leven kan dan helpen. Kleine baby’s kijken graag naar bewegende dingen. Duur speelgoed is daarbij zelfs niet nodig… Wapperende was aan de waslijn kan heel interessant zijn voor zo’n uk. Dat geldt ook voor een vogelvoederplaatsje aan het keukenraam. Voorbijgaand verkeer aan het raam van de straatzijde. Een aquarium met kleurrijke vissen. Of iemand die aan het stofzuigen is, de vaatwasser uitlaadt of een ander huishoudelijk klusje klaart. Daar waar sommige kindjes horendul worden van veel drukte of lawaai, vinden anderen dat net uiterst interessant.

En zelfs kleine baby’s zijn perfect in staat om te vertellen als het hen te veel wordt. Ze doen dat door simpelweg weg te kijken of te gaan fronsen. Dan is het tijd voor wat anders. Iets rustigers, een borstje of een dutje bijvoorbeeld.

Heb je een nieuwsgierig aagje in huis? Doe dan uitstapjes waar jij je prettig bij voelt. Pak je kleintje dan zeker mee. Gaan winkelen, een boswandeling maken of koffie drinken met vriendinnen. Zit je liefje in een draagdoek? Dan kan ie zijn oogjes sluiten en een dutje doen wanneer ie maar wil. En ook de borst is vlakbij. Lekker makkelijk!

Veilig en geborgen, dicht bij mama, zijn de meeste babytjes en peuters best bereid om mee mama’s wereld te verkennen!

Aanvaarding

Het klinkt misschien een beetje gek, maar probeer het huilgedrag van je kindje ook te aanvaarden. Veel huilen is immers een fase die ooit overgaat! Soms helpt het als je je neerlegt bij de situatie. En niet krampachtig probeert om je kindjes gedrag te veranderen. Jonge kinderen ‘moeten’ zoveel: dag en nacht-ritme aanleren, zelf inslapen, eten op vaste tijden, niet knoeien aan tafel, leren kruipen en lopen, praten, potjestraining, zich gedragen tijdens uitstapjes, …

Soms is een babytje gewoon nog niet toe aan iets nieuws. Ook al zegt de maatschappij dat je liefje iets ‘moet’, blijf vooral naar je kind zelf kijken! En probeer zijn tempo te volgen in plaats van hem iets op te leggen. De baby- en peutertijd is geen wedstrijd. En onze kinderen zijn niet allemaal wonderkids. Maar uniek zijn ze wel. Allemaal!

Als troosten niet werkt…

Helpen bovenstaande tips niet? Raadpleeg dan een lactatiekundige en/of een kinderarts. Om samen naar oorzaken van het huilgedrag te zoeken. En lichamelijke oorzaken uit te sluiten. Met hulp zoeken is niets mis!

De positieve effecten van aanraking

Aanraking maakt een kindje rustig. Vergelijk het met een troostende arm om je schouder als jij verdrietig bent. Je voelt je veilig en geborgen. Er is iemand bij je, die je steunt en motiveert.


Mijn dochter vertelde bij de aanvang/introductie van haar opleiding tot pedagoog: “Hallo, ik ben D. Als mijn moeder mij niet zoveel had gedragen was ik een huilbaby geweest.”
 

De mens is en blijft een sociaal wezen. Van eenzaamheid worden we ongelukkig. Dat is met kleine kindjes niet anders…

Alle basisbehoeftes zijn voldaan als een baby of peuter in mama’s armen ligt:

Voeding is vlakbij. Ligt een babytje bij mama, dan kan ie zelf zonder veel moeite tot bij mama’s borst geraken. Is er veel bloot vel tussen beide, dan gaat dat zelfs nog sneller. Maar ook als je een shirt draagt, weten kindjes vaak je tepel te vinden. En happen door je kleding op de juiste plek aan. Een duidelijker hongersignaal is er niet! ;-)

De warmte van jouw lichaam zorgt ervoor dat je kindje op temperatuur blijft. Jouw borsten passen zich zelfs aan aan de lichaamstemperatuur van je liefje! Heeft ie het te warm, dan koelen ze hem af. Heeft je kindje het te koud, dan warmen je borsten hem op bij rechtstreeks huid-op-huidcontact.

Aanraking vermindert ook stress. Zowel bij jou als bij je kindje. Jullie maken beiden een hormoon aan dat een ontspannen gevoel geeft. Aanraking maakt een mens gelukkiger. Dat geldt voor volwassenen, maar zeker ook voor kinderen!

Jouw geur, je ademhaling, hartslag en het geborgen gevoel van armen om zich heen stellen je kindje gerust. In iemands armen liggen betekent troost en veiligheid voor je liefje!

Aanraking stimuleert ook de hersenontwikkeling bij jonge kinderen. Je liefje heeft knuffels en liefkozingen nodig om goed te kunnen groeien! Babytjes worden immers geboren met onvolgroeide hersenen. Door de dichte nabijheid bij een ouderfiguur krijgen zijn hersenen optimaal de kans om zich verder te ontplooien. Kinderen weinig dragen en liefkozen, belemmert dus hun emotionele en zelfs cognitieve ontwikkeling.

Kinderen die zich geborgen voelen, hebben meer zelfvertrouwen. Ze weten dat er altijd een ‘veilige haven’ binnen handbereik is. Vanuit die wetenschap durven ze de wereld te gaan ontdekken. Loopt het mis, dan is er altijd troost en bescherming te vinden in mama’s of papa’s armen. Dat geeft hen een veilige basis, waardoor ze geruster op verkenning gaan.

Verwennen

Je kunt jonge kindjes niet verwennen door hen veel te knuffelen! Mensen zijn zoogdieren, die leven van aanraking en nabijheid. Gebrek aan aanraking en liefkozing maakt een mens ongelukkig…

Het is voor je kleintje daarom heel onnatuurlijk om ergens alleen te liggen, zonder mensen om zich heen. Laat je je kindje in zijn eigen bedje en kamertje slapen, dan is de kans groot dat ie gaat huilen. Dat komt omdat er dan een lichamelijk alarmmechanisme in gang wordt gezet. Alleen liggen betekent immers gevaar! Zo’n klein patatje beseft immers niet dat wij nu in veilige huizen wonen. En dat mama en papa vanop afstand hun liefje via de babyfoon in de gaten houden. Heeft een babytje het gevoel dat er niemand in de buurt is, dan roept ie om hulp. Letterlijk. Omdat ie instinctief het gevoel heeft dat er wel eens roofdieren op de loer kunnen liggen… Pas als er iemand komt die hem oppakt en troost, voelt ie zich weer veilig. Want dan weet ie dat die persoon hem zal verdedigen tegen welk gevaar dan ook. Als babytjes huilen, vragen ze dus vooral om troost, bescherming en veiligheid. In iemands armen. En liefst in die van hun mama. Want dan is er ook nog eens lekkere melk binnen ‘handbereik’! :-)

Aanraking, lichaamscontact en gelaatsuitdrukkingen zijn voor babytjes een natuurlijk communicatiemiddel. Door om te gaan met anderen leren ze om zich adequaat te uiten. En om uitingen van anderen te interpreteren. Babytjes kijken, voelen, luisteren en bootsen na. Zo ontwikkelt taal zich! Niet alleen de verbale, maar ook de non-verbale taal. Laat je je kindje vaak alleen, dan kan het zijn dat je daarmee zelfs onbewust zijn communicatieve ontwikkeling vertraagt.

Baby die veel huilt

Een baby die veel huilt wordt vaak een huilbaby genoemd. Van overmatig huilen wordt gesproken als je baby

  • drie uur of meer per dag huilt,
  • al minstens drie dagen na elkaar en
  • dat al drie weken lang.

En je kindje is daarbij schijnbaar niet te troosten.

Huilt je borstgevoede kindje erg veel? Zoek dan hulp bij een kinderarts én een lactatiekundige!

Als het niet meer gaat…

Iedereen lijkt te weten wat er met je kindje aan de hand is. Behalve jijzelf. Je wordt overspoeld door (vaak ongevraagde) tips en ervaringen. Veel van die goedbedoelde adviezen heb je al lang uitgeprobeerd… En niets lijkt echt voor langere tijd te werken. Het enige dat je eigenlijk wil is… rust! En een beetje begrip, zonder oordeel of advies.

Moedergevoel

Je krijgt veel tegenstrijdige adviezen. Je ‘moet’ als moeder schijnbaar vanalles… Wel, eigenlijk moet je maar één ding… En dat is naar je kindje kijken en naar jezelf luisteren! Als de hele wereld je vertelt dat je je kindje in zijn wiegje moet laten liggen en jij het gevoel hebt dat je het bij je wil houden, pak je kindje dan bij je. Als iedereen je zegt dat huilen geen kwaad kan, maar jij het gevoel hebt dat je kindje getroost wil worden, troost het dan. Als je voor de honderdste keer de vraag krijgt of het nu alweer etenstijd is, maar jij de indruk hebt dat je kindje een slokje mamamelk wil, leg hem dan gewoon aan. Als je van overal hoort dat kinderen in hun eigen kamertje moeten leren slapen, maar jij enkel gerust bent als je kindje naast jou slaapt, laat die wieg of cosleeper dan maar gewoon naast jouw bed staan.

Er zijn duizenden boeken geschreven over de voeding en opvoeding van kinderen… Onnoemelijk veel specialisten hebben zich in de materie verdiept. Maar weet dat de echte expert van jouw gezin… jijzelf bent! Regels en adviezen over voeding en opvoeding zijn richtlijnen, geen dwangbuizen…

Adempauze

Het is normaal dat je af en toe even tijd wil voor jezelf. Zonder je kindje erbij. Elke moeder snakt wel eens naar een adempauze. Al is het maar een uurtje…

Laat iemand anders even op je liefje passen. En doe iets wat jij zelf leuk vindt. Iets waar je echt van geniet! Ga eens uitgebreid in bad, lees een boek, schilder, speel muziek, maak een puzzel, ga winkelen, sporten, lekker eten, whatever. Iets waar jij weer even centraal staat en niet je kindje.

Agressie

Heb je het gevoel dat je je kindje soms wat aan kan doen? Negeer dat alarmsignaal dan niet. Het kan helpen om over je woede en frustratie te praten met een vertrouwenspersoon. Erover vertellen kan ervoor zorgen dat je je negatieve gevoelens beter kan plaatsen. En een uitweg ziet uit die vicieuze cirkel van stress en spanningen.

Je woede uitwerken op je kindje is natuurlijk not done. Maar je kan je liefje wel even in de armen van iemand anders duwen. En je frustratie afreageren op een andere manier: spitten in de moestuin, de struiken snoeien, brood kneden, dweilen, stofzuigen, gaan hardlopen, enzovoort.

Weet dat zelfs de meest liefhebbende ouder zijn kind wel eens achter het behang wil plakken… Gevoelens van woede, onmacht, frustratie of onzekerheid zijn normaal. Het is enkel kwestie van ermee leren omgaan.

Veranderingen

Moeder worden brengt een grote verandering met zich mee. Misschien zijn er, samen met de komst van de baby, nog andere zaken veranderd? Jullie zijn misschien net verhuisd of nog volop bezig met de bouw van jullie droomhuis. Je bent tijdelijk gestopt met werken buitenshuis of op zoek naar een andere baan. Je tevoren zo makkelijke oudste zit net nu in de peuterpuberteit… Enzovoort.

De komst van een babytje is zelden de enige verandering in het leven van jonge ouders. Je hebt zoveel aan je hoofd dat er bijna geen tijd meer overblijft voor andere zaken dan de baby. Laat staan voor jezelf… Dat alles maakt dat er momenten kunnen zijn dat je je gespannen, gefrustreerd of onzeker gaat voelen. Misschien heb je wel het gevoel dat je je greep op de dingen een beetje kwijt bent?

Het prille ouderschap is enorm vermoeiend. Zeker als je kindje veel huilt!


Als ouders van een baby die veel huilde hebben wij hier aan den lijve kunnen ondervinden dat een kind dat veel huilt enorm belastend is voor zowel het kind zelf, als de ouders en de rest van het gezin… De impact van maandenlang durend extreem huilgedrag op het welbevinden van alle gezinsleden, en dus niet alleen op de baby in kwestie, is moeilijk uit te leggen aan mensen die er geen ervaring mee hebben. Oververmoeidheid en het gevoel van machteloosheid breken na een tijdje echt op. Je voelt je verdrietig en hulpeloos. Er is iets mis met je kind. En je weet niet wat het is. Of hoe je het kan helpen. En na een tijdje merk je dat alle gezinsleden stilletjes mee lijden onder de hele situatie. Geef je borstvoeding, dan is het onbegrip in de omgeving heel groot, want “Met flesvoeding en vroegtijdig bijvoeden is het zo opgelost.” Iets wat uiteraard NIET zo is, dat wisten wij ook wel… Maar met dergelijke uitspraken wordt er impliciet wel gezegd dat je eigenlijk niet goed bezig bent als ouder, dat je zelf oorzaak bent van het probleem.  
 

Afschermen

Voortdurend dat schelle gekrijs in je oren, kan je horendul maken. Zelfs als de baby niet huilt, blijft dat schreeuwen misschien in je hoofd klinken… Als een nagalm die maar niet weg lijkt te gaan. Op de ergste huilmomenten kan het helpen om jezelf even “af te sluiten” van het gehuil.

Als je met je kindje bezig bent, kan je bijvoorbeeld met een hoofdtelefoon met muziek op je hoofd het huilen van je kindje een beetje dempen. Wellicht word je daar zelf ook rustiger van. En misschien neemt je babytje die ontspanning dan op de duur over.

Ademhalings-, ontspannings- of meditatie-oefeningen kunnen je ook rustiger maken.


Mijn jongste was soms met niets, maar dan ook met niets, te troosten… Erg frustrerend! Het enige wat dan hielp was papa met de oudste kinderen beneden achterlaten en ik die met de baby boven op de kamer in de hangmat ging liggen. Alleen en in het donker, met een gillende stijve plank op mijn blote borst… Dan probeerde ik om, via meditatie, mijn oren af te sluiten van het gekrijs en zoveel mogelijk zelf te ontspannen. Soms duurde het wel een half uur vooraleer die stijve plank op mijn blote borst ook wat ontspande en nog nasnikkend en snuffelend op zoek ging naar de borst. Als die kleine pruts dan uiteindelijk een tepel te pakken had en vol overgave begon te drinken, was de ontlading bij mij vaak groot. Hoe meer melk mijn baby bij elke nieuwe slok binnenkreeg, hoe rijkelijker de opluchtende tranenvloed bij mij stroomde. 
 

Omgeving en support

Heb je een gezin in je naaste omgeving met een baby die veel huilt? Dan is het belangrijkste vooral om begrip te hebben voor de situatie. Ouders van een overmatig huilende baby hebben vaak geen behoefte aan ongevraagde tips of adviezen. Waarschijnlijk hebben ze al vanalles geprobeerd. En is er schijnbaar niets dat lijkt te werken…

Bied een luisterend oor aan, zonder te gaan oordelen. Heeft je vriendin of kennisje nood aan tips of adviezen, wacht dan tot ze daar zelf om vraagt.

Misschien heb je het gevoel dat jij echt dé gouden tip kent om hun situatie te verbeteren? Dat kan! Vertel dan één keertje wat je weet. En laat het verder los. Ouders kiezen zelf of ze met het aangebodene wat doen of niet. En anderen hebben niet noodzakelijk dezelfde opvoedingsvisie als jij…

Wat allicht meer dan welkom is, is wat praktische hulp. Dingen die wat rust brengen in de tent. Of werk uit handen nemen van de vermoeide ouders:

  • eens koken voor het gezin,
  • de oudere broertjes of zusjes mee nemen op een uitstapje,
  • even babysitten,
  • wat huishoudelijke klusjes klaren of
  • vragen met welke praktisch dingetjes je kan helpen.

Probeer de mama ook uit haar isolement te halen. Wat menselijk contact kan wonderen doen. Zoek bijvoorbeeld samen met haar een moedergroep in de buurt. Of nodig haar uit voor een wandeling of uitje. De buitenlucht kan goed doen. Zowel voor de baby als voor de mama. En gesprekken komen sneller los tijdens een ontspannen uitstapje. Bovendien slapen babytjes makkelijker in de buitenlucht. En als de kleine uk geen zin heeft in slapen, dan kan jij hem misschien even kort overnemen van de mama.


Het enige dat écht geholpen heeft, is de buurvrouw die onbevooroordeeld vaststelde: “Ze huilt veel, hè?” En me aansprak: “Meisje, als het niet meer gaat, weet dat je haar altijd mag brengen, op elk moment van de dag of de nacht.” Weten dat er een back-up voorhanden is, moest het nodig zijn, zonder oordeel, tips of adviezen… Die geruststelling heeft ons er doorheen gesleept en ons de kracht gegeven om door te gaan.  
 

Inspiratie en bronnenmateriaal

Inspiratiebronnen

  • De moeder-en-kind-koppels waar ik dagelijks mee in contact kom
  • Nils Bergman
  • Sheila Kitzinger

Met dank aan Marianne Vanderveen-Kolkena (IBCLC) en Gonneke Van Veldhuizen-Staas voor het nalezen van dit artikel!

Gebruikte bronnen

St James-Roberts, I. et al 2006 “Infant crying and sleeping in London, Copenhagen and when parents adopt a ‘proximal’ form of care” in Pediatrics 117 (6) pp. 1146-1155

Zeifman D.M. 2001 “An ethological analysis of human infant crying: answering Tinbergen’s four questions” in Dev Psychobiol 39 pp. 265-285

http://borstvoeding.aardig.be/bronvermelding/handboeken/
http://borstvoeding.aardig.be/bronvermelding/websites/

Post scriptum
Omwille van privacy-redenen staan er geen namen bij de getuigenissen. De identiteit van de schrijfsters is echter wel bekend bij de redactie.

© 2013

Kort ziekenhuisverblijf en anesthesieadviezen bij het borstgevoede kind

dinsdag, april 3rd, 2012

Ik krijg af en toe de vraag hoe het nu eigenlijk zit met anesthesie en vastenperiode bij een baby of peuter die borstvoeding krijgt. Hieronder een overzicht van de algemene richtlijnen indien een kindje borstvoeding krijgt en kortstondig opgenomen wordt op de pediatrie-afdeling van een ziekenhuis.

Verblijf in het ziekenhuis
BabyFriendly Hospital Initiative
Handvest van de rechten van de gehospitaliseerde kinderen
Preoperatieve vastenperiode
Borstvoeding na de operatie
Melkproductie van de moeder
Bronnenmateriaal


Verblijf in het ziekenhuis

In het ziekenhuis dient men een omgeving te creëren die zoveel mogelijk aansluit op de huiselijke situatie. Je kindje wordt als een normaal kind behandeld en jullie als ouders mogen, indien medisch verantwoord, de gewone comfortzorg van thuis verder zetten. Dit zorgt ervoor dat jij en je kindje beter op elkaar reageren en minder angstig zijn. (Melnyk et al 2004)

Voor je kindje zouden tijdens de ziekenhuisopname de voedingen en het voedingspatroon zoveel mogelijk moeten aansluiten bij het patroon van de normale thuissituatie. (Riordan & Wambach 2010/4)

Als je kindje opgenomen wordt in een babyvriendelijke pediatrie-eenheid van het ziekenhuis, zal men normaalgezien met bovenstaande rekening houden. Het Babyfriendly Hospital Initiative van de World Health Organisation en Unicef is een kwaliteitslabel dat toegekend wordt aan ziekenhuizen die inspanningen leveren om de afdeling baby- en borstvoedingsvriendelijk te maken. Karakteristieken van een babyvriendelijke kinderafdeling zijn: (Riordan & Wambach 2010/4)

  1. Het ziekenhuis heeft een borstvoedingsbeleid op papier staan.
  2. Het ziekenhuis traint zijn personeel op borstvoedingsbegeleiding en – interventie. Alle medewerkers dienen hiervoor scholingen te volgen.
  3. Het ziekenhuis verschaft ouders geschreven en mondelinge informatie over de goede eigenschappen van borstvoeding.
  4. Het ziekenhuis geeft de mogelijkheid op ongelimiteerd voeden en stimuleert dus voeden op verzoek.
  5. Het ziekenhuis zorgt voor voorzieningen zodat een moeder kan kolven als de baby niet rechtstreeks aan de borst drinkt: borstkolf, kolfruimte, opslagplaats voor melk, lactatiekundige begeleiding indien gewenst.
  6. Het ziekenhuis geeft borstgevoede kinderen enkel leeftijdsgerelateerde of medisch noodzakelijke bijvoeding.
  7. Het ziekenhuis past alternatieve voedingsmethodes toe die het borstvoedingsbeleid niet in de weg staan, dus geen speentjes of flesjes.
  8. Het ziekenhuis geeft de mogelijkheid op 24u/24u rooming in voor moeder en kind. Moeder en kind worden niet gescheiden, ook niet voor onderzoeken of verpleegkundige of medische handelingen.
  9. Het ziekenhuis zorgt voor maaltijden en tussendoortjes voor de borstvoedende moeder.
  10. Het ziekenhuis zorgt voor een medicatie- en behandelingsschema dat de borstvoeding zo weinig mogelijk in de weg staat.
  11. Het ziekenhuis verschaft informatie over de mogelijkheden van borstvoedingsondersteuning en –begeleiding binnen en buiten het ziekenhuis, zowel tijdens de opname als na ontslag.
  12. Het ziekenhuis controleert dat het geschreven borstvoedingsbeleid effectief en efficiënt in de praktijk uitgevoerd wordt door alle ziekenhuismedewerkers en op alle afdelingen.

Ook het Handvest van de rechten van de gehospitaliseerde kinderen van de European Association for Children in Hospital en Unicef is zo’n kwaliteitslabel. Dit legt echter andere accenten in vergelijking met het Babyfriendly Hospital Initiative:

  1. Kinderen worden niet in een ziekenhuis opgenomen als de zorg die zij nodig hebben thuis, in dagbehandeling of poliklinisch kan worden verleend.
  2. Kinderen hebben het recht hun ouders of verzorgers altijd bij zich te hebben. Ook tijdens onderzoeken, bij verpleegkundige en medische handelingen, bij de voorbereiding en installatie in de operatiekamer en bij het ontwaken uit de verdoving.
  3. Ouders wordt accommodatie en de mogelijkheid tot overnachting naast het kind aangeboden.
  4. Kinderen en ouders hebben recht op informatie. De informatie wordt aangepast aan de leeftijd en het bevattingsvermogen van het kind.
  5. Kinderen en ouders hebben recht op alle informatie die noodzakelijk is voor het geven van toestemming voor onderzoeken, ingrepen en behandelingen.
  6. Kinderen worden in het ziekenhuis gehuisvest en verzorgd samen met kinderen in dezelfde leeftijd- en/of ontwikkelingsfase.
  7. Kinderen hebben recht op mogelijkheden om te spelen, zich te vermaken en onderwijs te genieten al naargelang hun leeftijd en lichamelijke conditie. Kinderen hebben recht op een verblijf in een stimulerende veilige omgeving waar voldoende toezicht is en die berekend is op kinderen van alle leeftijdscategorieën.
  8. Kinderen worden behandeld en verzorgd door medisch, verpleegkundig en ander personeel dat speciaal is opgeleid voor de zorg voor kinderen. Het beschikt over de kennis en de ervaring die nodig zijn om ook aan de emotionele eisen van het kind en het gezin tegemoet te komen.
  9. Kinderen hebben recht op verzorging en behandeling door zoveel mogelijk dezelfde personen, die onderling optimaal samenwerken.
  10. Kinderen hebben het recht met tact en begrip te worden benaderd en behandeld. Hun privacy wordt te allen tijde gerespecteerd.

Vraag dus bij een geplande opname van je kindje of het betreffende ziekenhuis één of beide labels behaald heeft. Op die manier verzeker je je kindje van de meest optimale begeleiding en verzorging.

Preoperatieve vastenperiode

Vooraleer je kindje onder narcose gaat, zal het een tijdje geen voeding mogen krijgen. Dit is om ademhalingsrisico’s ten gevolge van de anesthesie te  vermijden. Deze preoperatieve vastenperiode moet echter zo kort mogelijk gehouden worden.

Voor het bepalen van de duur van de vastenperiode dient men enerzijds rekening te houden met het reduceren van ademhalingsrisico’s ten gevolge van de anesthesie,  maar tegelijkertijd moet men ook het risico op uitdroging en hypoglycemie ten gevolge van het onthouden van voeding vermijden. (Riordan & Wambach 2010/4)

Voor zuigelingen heeft de American Society of Anesthesiologists daarom volgende richtlijnen opgesteld:

  • Heldere vloeistoffen tot 2 uur voor de narcose.
  • Moedermelk tot 4 uur voor de narcose. (Lawrence 2005, Cook-Sather & Litman 2006, Riordan & Wambach 2010/4)
  • Kunstvoeding en lichte maaltijd tot 6 uur voor de narcose.
  • Zware maaltijd tot 8 uur voor de narcose.

Sommige onderzoekers verkorten de preoperatieve borstvoedingsperiode zelfs nog meer en poneren dat  moedermelk tot 3 uur voor narcose de kindvriendelijkste handelswijze is. (Litman et al 1994, Schreiner 1994)

Scheiding van ouders en kindje dient altijd zo kort mogelijk gehouden worden, om stress bij beide te beperken. Je kan je borstgevoede babytje tijdens de preoperatieve vastenperiode troosten met een fopspeentje.  Je kan ook overwegen om je kindje te laten troosten door een andere vertrouwenspersoon van de familie, als je kindje jou te veel associeert met borstvoeding en je kindje niet meer bij je mag drinken. (Riordan & Wambach 2010/4)

Borstvoeding na de operatie

Postoperatief moet de borstvoeding zo snel mogelijk weer opgestart worden, van zodra de arts aangeeft dat orale voeding weer toegelaten is.  Er is geen enkele reden om moedermelk te gaan vervangen door glucosewater of om als eerste voeding glucosewater te geven. (Riordan & Wambach 2010/4) Dat betekent dat zuigelingen vaak al op de uitslaapkamer borstvoeding kunnen genieten. Met kunstvoeding en vaste voeding zal men echter langer moeten wachten.

Borstvoeding dient ook overwogen te worden als pijnreducerend middel na operaties. (Riordan & Wambach 2010/4) Het geven van borstvoeding kan troostend werken voor zowel je kindje als voor jou. Het geruststellende zuigen aan de borst kan de werking van pijnstillende medicatie ondersteunen. Onderzoek heeft immers uitgewezen dat borstvoeding tijdens en na een pijnervaring zorgt voor een verlaging van de hartslag, voor een kortere periode van huilen en voor lagere pijnscores in vergelijking met kinderen die geen borstvoeding kregen onder dezelfde omstandigheden. (Shah et al 2006)

Melkproductie van de moeder

Indien je kindje tijdelijk niet bij jou aan de borst kan drinken, zal je je melk dienen af te kolven. Idealiter minstens even vaak als dat je kindje bij jou zou drinken. Die afgekolfde melk kan aan het kindje gegeven worden wanneer de arts daar de toestemming voor geeft, maar kan ook bewaard worden voor later.


Bronnenmateriaal

Cook-Sather, S.D. and R.S. Litman (2006) “Modern fasting guidelines in children” in Best Prac Res Clin Anaesthesiol 20/3:471-481

Lawrence, R. (2005) “Lactation support when the infant will require general anesthesia: assisting the breastfeeding dyad in remaining content through the preoperative fasting period” in J Hum Lact 21/3:355-357

Litman, R. et al. (1994) “Gastric volume and pH in infants fed clear liquids and breast milk prior to surgery” in Anesth Analg 79:482-485

Melnyk, B. et al. (2004) “Creating opportunities for parent empowerment: program effects on the mental health and coping outcomes of critically ill young children and their mothers” in Pediatrics 113/6:597-607

Riordan, J. and K. Wambach (2010/4) “Breastfeeding and human lactation

Schreiner, M. (1994) “Preoperative and postoperative fasting in children” in Ped Clinics N Amer 4/1:111-120

Shah, P.S. et al. (2006) “Breastfeeding or breast milk for procedural pain in neonatesCochrane Database Syst Rev 3:CD004950

Richtlijnen van de American Society of Anesthesiologists (1999) inzake preoperatief vasten bij zuigelingen

http://www.uzleuven.be/sites/default/files/kindergeneeskunde/kindvriendelijk_ziekenhuis_brochure.pdf (geraadpleegd op 3 april 2012)

© 2012

Twee mama’s, twee dochtertjes, allebei borstvoeding…

zondag, augustus 14th, 2011

De jongste van bijna twee jaar oud en ik lopen even langs bij een vriendin met een pasgeboren babytje. Twee mama’s, twee dochtertjes, allebei borstvoeding…

We zijn nog maar net binnen als beide dametjes honger krijgen. Mijn vriendin en ik pakken allebei ons dochtertje op schoot, gaan tegenover elkaar zitten en beginnen te voeden, terwijl we gezellig verder kletsen. Het verschil in drinkgedrag valt onmiddellijk op. Mijn vriendin heeft nog niet goed en wel haar borst ontbloot of haar babytje doet al aanhappogingen. Het kan niet snel genoeg gaan… Eens aangehapt drinkt het kleine meisje gulzig en fanatiek, alsof haar leven ervan afhangt. Ik moet erom glimlachen, het hele gebeuren aan de overkant is zo herkenbaar.
Het babytje van mijn vriendin heeft haar eerste slokjes mamamelk al lang binnen, als mijn dochtertje nog rustig bezig is om zich te installeren op mijn schoot, en eerst een fijne drinkhouding zoekt vooraleer bedaard aan te happen. Mijn kleine meisje drinkt nog moedermelk voor de dorst, maar vooral ook voor de gezelligheid, lekker knus bij mama op schoot. Iets vertrouwds waar ze nu langzaamaan afscheid van aan het nemen is, op haar eigen tempo. Ze drinkt met trage zuig- en slikbewegingen, alsof ze wil genieten van elke druppel. Borstvoeding is voor haar “Mama tinkeh” geworden. Ik noem het “mama tanken”… En bedenk dat ze nog niet zo lang geleden even gulzig kon zijn als dat kleine dametje aan de overkant.

© 2011

Wetgeving, aanbevelingen en organisatie van zuigelingen- en kindervoeding

dinsdag, februari 22nd, 2011

Wereldwijd
Nederland: organisaties
Nederland: wetgeving en aanbevelingen
België: organisaties
België: wetgeving en aanbevelingen
————————————————————
Wereldwijd

The International Baby Food Action Network (IBFAN): The International Code of Marketing of Breastmilk Substitutes

WereldGezondheidsOrganisatie (WHO): Evidence for the Ten Steps to Succesful Breastfeeding

Borstvoedingscijfers in Nederland en elders

Nederland: organisaties

Samenwerkende BorstvoedingsOrganisaties (SBO)

Vrijwilligersorganisaties, laktatiekundigen en informatiewebsites

Instellingen en organisaties die het Baby Friendly-label behaalden

Nederland: wetgeving en aanbevelingen

Voedsel- en WarenAutoriteit VWA (Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie)

Warenwetbesluit Producten voor Bijzondere Voeding

Warenwetregeling Gebruik van Additieven

Voedingscentrum

België: organisaties

Gegevens van verenigingen, deskundigen en andere informatiebronnen over borstvoeding

België: wetgeving en aanbevelingen

Federale OverheidsDienst (FOD) Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu: Nationaal Voedings- en GezondheidsPlan (NVGP)

Koninklijk Besluit (KB) Betreffende Voedingsmiddelen Bestemd voor Bijzondere Voeding

Federaal BorstvoedingsComité (FBVC)

Voedingsinformatiecentrum

Europees actieplan (MAP) voor de promotie, de bescherming en de ondersteuning van borstvoeding

Baby Friendly Hospital Initiative, met een lijst van materniteiten die het BFHI-certificaat reeds ontvingen

Wegwijs in werk en ouderschap: Brochure borstvoeding en werken

 

Zelf een draagdoek maken

vrijdag, december 31st, 2010

Een draagdoek zelf maken is de goedkoopste manier van dragen. Dus als je wat creatief aangelegd bent en handig met de naaimachine dan zou ik voor self-made gaan. Leuker, persoonlijker én goedkoper dan een draagdoek uit de (web)winkel.

Het fijne aan zelf maken, is dat het helemaal niet moeilijk is! Je hoeft geen naaiwonder te zijn en zelfs geen naailessen gevolgd te hebben om leuke, persoonlijke doeken te maken. Kijk maar naar de foto’s. Je ziet duidelijk dat ik absoluut geen professionele naaister ben. En toch is het eindresultaat telkens leuk. En vindt dreumes het aangenaam vertoeven in mama’s doeken :-)

Knoopdoek

Ringsling

Mei tai

Draaginstructies en handleidingen

———————————————————————————————-

Knoopdoek


Afmetingen

Een geweven draagdoek oftewel een lange knoopdoek is niets meer dan een lap stof van 5m lang en 70cm breed. Pas als je kledingmaat 46 of meer hebt, neem je beter 5,5m stof. Ben je erg klein van stuk, met kledingmaat 36 of minder, dan kom je met 4,5m stof toe.

Soort doek

Een stof die niet rekt in de lengte. Rekken in de breedte mag, maar is niet noodzakelijk. Een diagonaal rekbare geweven doek is een pluspunt, maar geen must. Diagonaal rekbare stoffen hebben het voordeel dat ze niet snijden op de drukpunten. Niet rekbare stoffen doen dat soms wel.

100% katoen, jacquardstof of dunne jeansstof zijn prima stoffen om mee te werken en fijn voor de zomermaanden. Fleecestof (met de minste rek) is eerder een winteralternatief, want heel warm als draagdoekstof. Fleece is relatief dik en knoopt ook moeilijker.

Voor diagonaal geweven stoffen struin ik in de zomer festivalmarktjes af. Andere leuke stofjes vind ik in “voddenwinkeltjes” die restjes van naai-ateliers opkopen en aan spotprijzen doorverkopen aan de doe-het-zelfster.

Patroon

Neem een lap stof van 4,5m – 5,5m lang en 75cm breed. Zoom alle kanten om. En klaar!

Ringsling


Afmetingen

Een ringsling is 70cm – 90cm breed. Ik vind een brede ringsling vooral handig voor het dragen van oudere kinderen. Door de breedte kan je hun hele rug ondersteunen, daar waar dat met 70cm-slings moeilijker is. De lengte van een ringsling bedraagt 2,20m voor een small-model. Medium komt op 2,40m, large op 2,60m en extralarge op 2,80m lengte.

Soort doek

Een stof die niet rekt in de lengte. Rekken in de breedte mag, maar is niet noodzakelijk. Een diagonaal rekbare geweven doek is een pluspunt, maar geen must. Diagonaal rekbare stoffen hebben het voordeel dat ze niet snijden op de drukpunten. Niet rekbare stoffen doen dat soms wel.

100% katoen, jacquardstof of dunne jeansstof zijn prima stoffen om mee te werken en fijn voor de zomermaanden. Fleecestof (met de minste rek) is eerder een winteralternatief, want heel warm als draagdoekstof. Fleece is relatief dik en knoopt ook moeilijker.

Voor diagonaal geweven stoffen struin ik in de zomer festivalmarktjes af. Andere leuke stofjes vind ik in “voddenwinkeltjes” die restjes van naai-ateliers opkopen en aan spotprijzen doorverkopen aan de doe-het-zelfster.

Soort ringen

Als ringen neem je best slingringen. Die zijn speciaal gemaakt en getest op het dragen van kinderen. Hele grote houten gordijnringen van minimum 8cm doorsnede gaan ook. Maar deze zijn eigenlijk niet bedoeld om te gebruiken in een kinderdraagsysteem, niet wasbaar en doorgaans heel duur… Goedkopere slingringen koop ik bij http://www.ringslingshop.nl/index.php.

Patroon

Foto 1

Foto 1

Zoom drie kanten van de hele lap stof om. De korte (niet afgeboorde) kant haal je door beide ringen. En plooit hem dubbel, terug op de doek. Daarna vouw je de zoom van die korte kant 1,5cm naar binnen. En naait hem vast aan de rest van de doek op ongeveer 20-25cm van de ringen. [foto 1] Stevig vastnaaien, liefst minstens twee keer met verschillende steken over de ganse breedte. Als je goed kan naaien, dan kan je die ringkant ook laten fronsen. Maar dat hoeft niet. Gewoon goed vastspelden op korte afstanden van elkaar. En opletten tijdens het naaien dat de stof niet gaat overlappen en op het einde mooi uitkomt.

Foto 2

Foto 2

Je kan aan de niet ringkant ook zakken naaien. [foto 2] Dan neem je 25cm extra stof (dus bovenop die 2,20m S – 2,80m XL) en plooit dat stuk dubbel. Vastmaken aan de zijkanten en nog drie of vier keer met de lengte van de stof mee naaien. Zo heb je zakken voor een speeltje, een spuugdoekje, mutsje, etc.

Mei tai


Soort doek

Een stof die niet rekt in de lengte. Rekken in de breedte mag, maar is niet noodzakelijk. Katoen, jacquardstof of dunne jeansstof zijn prima stoffen om mee te werken en fijn voor de zomermaanden. Fleecestof (met de minste rek) is eerder een winteralternatief, want heel warm als draagdoekstof. Fleece is relatief dik en knoopt ook moeilijker.

Afmetingen en patroon

Totale hoogte van het ruggedeelte bedraagt 59cm: 45cm voor het recht deel en 2x7cm voor het halvemaanvormig gedeelte. Voor de breedte kijk je best even op de patroontekening.

De schouderbanden zijn elk 2m lang en 15cm breed. Dat maakt dat je bij je patroon twee maal een lap stof nodig hebt van respectievelijk 2,2m op 32cm.

De schouderbanden hebben elk nog een versteviging van 1,5m op 10cm. Voor de versteviging gebruik ik fleecestof. Die is lekker zacht en rafelt niet uit bij het uitknippen en opnaaien.

De beide taillebanden zijn 10cm breed. En 1,5m lang. Dat maakt dat je bij je patroon twee maal een lap stof nodig hebt van 22cm op 1,7m .

Werkwijze

1. We starten met de taille- en de schouderbanden

Plooi de tailleband dubbel, zodat de buitenkant (“de goede kant”) naar binnen geplooid zit. [foto 3]

Foto 3

Foto 3

Naai nu de lange en één korte kant van de hele lap stof dicht. Keer de stof buitenstebinnen en strijk hem mooi plat. Doe hetzelfde met de andere tailleband. De onafgewerkte korte kant [foto 4] wordt straks nog in het ruggedeelte genaaid en mag dus onafgewerkt blijven.

Foto 4

Foto 4

Plooi de schouderband dubbel, zodat de buitenkant (“de goede kant”) naar binnen geplooid zit. Naai nu de lange en één korte kant van de hele lap stof dicht. Keer de stof buitenstebinnen en strijk hem mooi plat. De onafgewerkte korte kant wordt straks nog in het ruggedeelte genaaid en mag dus onafgewerkt blijven.

2. Nu naaien we de schouderbanden vast aan het ruggedeelte

Neem van het ruggedeelte die lap stof die straks aan de binnenkant van je doek zal zitten, dus tegen de rug van je kindje aan. Leg deze lap stof voor je op tafel, met de buitenkant (“de goede kant”) naar beneden. Speld de twee onafgewerkte korte kanten van de schouderbanden vast aan deze lap stof. [foto 5]

Foto 5

Foto 5

De overgang van het halvemaanvormige gedeelte naar het rechte deel komt net in het midden van de schouderbanden te liggen. [zie patroontekening] Vooraleer deze twee onafgewerkte korte kanten vast te naaien aan het ruggedeelte, draai je de hele lap stof, met de erop vast gespelde schouderbanden, om, met “de foute kant” naar beneden. Vouw nu het ruggedeelte waar je schouderbanden onder liggen naar binnen met een zoom van 1cm. En naai deze zoom aan beide schouderbanden eerst even vast. [foto 6]

Foto 6

Foto 6

De rand waar geen schouderbanden onder liggen blijft onafgewerkt!

Nu draai je de hele lap stof, met de erop vast gespelde schouderbanden, weer om, met “de goede kant” naar beneden. En naai je de twee vast gespelde onafgewerkte korte kanten vast aan het ruggedeelte.

Draai de lap stof waar je de schouderbanden aan vast genaaid hebt, weer om, zodat de buitenkant (“de goede kant”) naar boven ligt. Leg beide schouderbanden bovenop je lap stof [foto 7] en daarbovenop de tweede lap stof van het ruggedeelte, met de buitenkant (“de goede kant”) naar beneden.

Foto 7

Foto 7

Zo zitten beide schouderbanden tussen de twee lappen stof. [foto 8]

Foto 8

Foto 8

Maak het je gemakkelijk en speld die twee schouderbanden even vast ergens in het midden van het ruggedeelte. Zodat ze niet in de weg komen te liggen als je zo meteen beide lappen van het ruggedeelte aan elkaar gaat naaien.

Speld beide lappen van het ruggedeelte nu aan elkaar vast. En naai met 1,5cm zoom de twee lappen aan elkaar, met de schouderbanden er tussenin. Laat onderaan het rechte deel van de rugpanden zo’n 15cm open. Daar moet je straks de tailleband nog tussen naaien.

3. Nu naaien we de taillebanden vast aan het ruggedeelte

Keer de stof van het ruggedeelte nu buitenstebinnen en strijk hem mooi plat. Leg nu beide taillebanden aan de onderkant tussen de twee rugpanden. De onafgewerkte eindjes raken elkaar. [foto 9]

Foto 9

Foto 9

Vouw de onderkanten van de rugpanden met een zoom van 1,5cm naar binnen en strijk het even aan. Op die manier blijft de zoom mooi liggen en kan je hem makkelijker vast spelden.

Speld nu de taillebanden aan het ruggedeelte vast. De tailleband loopt dus tussen de twee lappen van het ruggedeelte door van de ene kant naar de andere kant. [foto 10]

Foto 10

Foto 10

Naai nu het laatste deel van het rugpand vast. Naai niet alleen de onderkant van de tailleband vast, maar zet ook een extra steek aan de bovenkant van de tailleband, in de breedte van het ruggedeelte. Zodat deze stevig vast zit.

4. En tot slot de verstevigingen

Speld de versteviging van de schouderband vast op de buitenkant (aan de schouderbinnenzijde) van de schouderband, te beginnen vanaf de aanhechting aan het ruggedeelte. [foto 11]

Foto 11

Foto 11

Naai de versteviging vast met een mooie zigzagsteek. Doe hetzelfde met de andere schouderband en bijpassende versteviging.

Nog een versteviging: daar waar de schouder- en taillebanden het rugpand verlaten, naai je eerst een vierkant en vervolgens een diagonaal kruis (van hoek tot hoek van je vierkant) op dezelfde plek, op het ruggedeelte. Zo voorkom je dat de panden los zouden scheuren tijdens het dragen.

Maak je een mei tai voor de winter, dan kan je op de buitenkant (aan de rugbinnenzijde) van het ruggedeelte ook een zachte en heerlijk warme fleeceversteviging naaien met een mooie zigzagsteek. [foto 12]

Foto 12

Foto 12

Maar doe dit zeker niet met een mei tai die je in de zomer of in het tussenseizoen wil gebruiken. Want fleecestof is al snel veel te warm voor je kindje!

Nog een laatste keer een afwerkingssteekje op zo’n 1,5cm van de rand van het gehele rugdeel. En je mei tai is klaar!

Draaginstructies en handleidingen

http://www.dragen-en-voeden.nl/forum/viewtopic.php?f=27&t=1111

http://www.withatouchofrose.nl/producten/handleiding/gebruiksaanwijzing%20draagdoek.pdf

© 2010-2011

In het ziekenhuis

woensdag, november 10th, 2010

Borstvoeding is zoveel meer dan enkel en alleen maar voeding… Daar ben ik al jaren van overtuigd! Ondertussen dacht ik dus toch een vrij volledige lijst verzameld te hebben met mijn dertig verschillende soorten of vormen van borstvoeding.

Nu de jongste al twee weken lang opgenomen is in het ziekenhuis met een Streptococcus Pyogenes-infectie die niet alleen haar bloed, maar ook haar longen binnengedrongen is, weet ik echter beter…

Borstvoeding in het ziekenhuis

Voor mijn dreumesdochter is de borst al wekenlang een geruststellertje en iets vertrouwds in een voor haar vreemde ziekenhuisomgeving. Een prima troostmiddeltje na pijnlijke prikken en beangstigende onderzoeken. Een uitstekende pijnstiller als ze last heeft van haar maagje, haar hoofdje of longetjes. Een extra koortswerend middel als de maximumdosis Paracetamol en Ibuprofen bereikt zijn. Medicatie-ondersteuning door de antistoffen in de moedermelk. Een ideaal antistress-middeltje, om haar hartslag naar beneden en het zuurstofgehalte in haar bloed naar omhoog te krijgen. Basisvoeding om op te overleven als de vaste voeding haar te veel is. En een handig slaapmiddeltje als ze de weg richting dromenland niet goed kan vinden, met al die vreemde geluiden om haar heen.

Ik heb de voorbije weken al wel honderden keren gedacht: “Blij dat ik nog borstvoeding geef!”

© 2010

Kritiek? Oor in… Oor uit!

maandag, augustus 30th, 2010

Onze jongste wordt binnenkort zes maanden. Hoog tijd dus om haar naar de onthaalmoeder te laten gaan. Een tweetal dagjes per week. Zo leert ze dat er meer kindjes zijn om mee te spelen, dan haar broer en zus. En kan ze in een veilige en vriendelijke omgeving ontdekken dat het ook leuk kan zijn als mama niet de hele tijd in de buurt blijft.
Er is maar één groot probleem: poppemietje houdt niet van neptieten in haar mond… Ze heeft geen speentje. Nooit gewild. En ook drinken uit een fles is haar ding zo niet. Tja, waarom zou ze ook… Mama is altijd in de buurt. En als je moet kiezen tussen namaak en the real stuff, dan kies je toch voor het echtheidslabel. Niet?

Tja, dat speentje… Daar vindt de onthaalmoeder wel wat op, veronderstel ik. Desnoods geef ik een tutteldoekje mee of zo. Een dagje in mijn decolleté gedragen, vindt de kleine mie het ongetwijfeld heerlijk sabbelmateriaal.
Maar die voedingen? Hmmmm, behalve groentjes en fruit moet ze toch ook wat te drinken krijgen, hè…? En moedermelk is en blijft het komende half jaar nog het hoofdbestanddeel van haar dieet. Op wat bekerbodempjes fruitsap en kruidenthee tussendoor laten we haar niet leven. Dus die melkvoedingen, die ga ik dan toch gewoon live geven? Dat zal wel geen probleem vormen, neem ik aan. Een onthaalmoeder, iemand die de hele dag voor baby’s en peuters zorgt, die is toch sowieso pro borstvoeding. Toch? Niet dus…

‘Jij komt zélf borstvoeding geven??? Krijgt ze dan geen flesjes? En hoe vaak ga jij dan komen voeden op een dag?’

‘Bij het afleveren en dan nog een keertje overdag? Dat betekent dat ik dus de hele dag rekening moet gaan houden met jou…? En dat gaat toch niet, dat live voeden… Als het vakantie is, dan zijn mijn kinderen thuis. Dan zitten die hier allemaal in de living tv te kijken.’

‘Binnenkort zit iedereen hier borstvoeding te geven, zeker? Jij in de living, een andere mama op de slaapkamer, nog eentje op de gang, in de veranda…’

‘Jij gaat dan de hele dag in en uit komen lopen. Het is hier zo al druk genoeg, hoor. En dan moet ik ook nog eens tijd gaan vrijmaken om de deur voor jou open en dicht te doen. Het zou toch veel beter zijn dat je je dochter gewoon uit een flesje leert drinken. In plaats van dat je live komt voeden. Of ik met zo’n bekertje moet werken.’

‘Ja, dat langvoeden… Heb je je oudste dochter, van notabene al twéé jáár, overlaatst moedermelk meegegeven? Want ze moet het niet meer, hoor! Ze spuugde het constant uit!’
‘Ah, dat was volle koemelk. Zeg, hoeveel voedingen geef jij eigenlijk nog op een dag, aan de jongste? Staat ze al niet volledig op groentes en fruit nu? Ze is toch al bijna zes maanden?!?’
‘Om de twéé úúr?!?!?! Hoe hou jij dat vól????’

‘Ach zo, jullie hebben daar geen problemen mee… Maar slaapt ze dan al door? Ons X sliep, toen ze een half jaar was, ook niet goed, hoor. Maar ik heb haar toen elke avond een flesje volle melk gegeven voor het slapengaan. En toen sliep ze opeens wel door! Moet je ook eens proberen!’
‘Tja, ook al wordt het afgeraden beneden het jaar, die volle melk werkte toch, hoor! En over dat live borstvoeding komen geven, dat gaat echt niet, hoor. Ik wil ook mijn privacy.’

Met die laatste zin was het gesprek afgelopen. Die keren dat ik de oudste twee bij het afleveren nog snel een flesje heb gegeven, waren blijkbaar nooit een inbreuk op haar privacy geweest. Nu ik de melk live wilde geven, was het dat ineens wel…

De kinderen worden binnenkort opgevangen in een minicrèche. Waar het personeel heel enthousiast reageert op het feit dat ik de jongste live kom voeden. Gelukkig zijn er dus ook opvangplaatsen waar men niet zo enggeestig en kleinburgerlijk doet over (lang)borstvoeden.

Wij gaan immers nog even door op ons elan. Onze oudste dochter, van net twee, met het smullen van haar dagelijkse flesje afgekolfde ‘tinke’. En de jongste dochter, van binnenkort zes maanden, met live borsthangen. Dat kleine poppemietje weet niet beter dan dat die warme zachte mama ook lekker eetbaar is. En in tussentijd met alle kritiek? Oor in… en sneller dan ie erin gegaan is, weer oor uit!

Deze tekst werd oorspronkelijk geschreven  als Verhaal van de Week op de website van het Kenniscentrum Borstvoeding. Op diezelfde website verscheen ook een andere tekst van mijn hand, over de borstvoedingssteun die ik ondervind van de mannen in mijn omgeving: mijn ex-partner, mijn zoontje en mijn vader.

© 2011