Tagarchief: donormelk

WHO-code

De WHO-code oftewel de ‘Internationale Gedragscode voor het op de markt brengen van vervangingsmiddelen voor moedermelk’ is bedoeld om:

  • borstvoeding te beschermen en te bevorderen,
  • ervoor te zorgen dat ouders de juiste en voldoende voorlichting krijgen over babyvoeding,
  • ervoor te zorgen dat vervangingsmiddelen voor moedermelk – wanneer nodig – juist worden gebruikt,
  • ervoor te zorgen dat richtlijnen voor de verkoop van en reclame voor babyvoeding worden nageleefd.

De WHO-code wil ervoor zorgen dat ouders zelf een keuze kunnen maken over de voeding van hun kind, zonder beïnvloeding van commerciële partijen. Daarom mogen kunstvoedingsfabrikanten in België geen reclame maken voor babyvoeding onder de zes maanden. En daarom werk ik samen met het Moedermelk Netwerk van collega IBCLC Chella Verhoeven.

Via het Moedermelk Netwerk kunnen moeders die niet voldoende eigen melk voor hun kindje hebben op een veilige manier donormelk van een andere mama verkrijgen.

Als lactatiekundige IBCLC hou ik me aan de WHO-code. Tijdens mijn kolfconsulten worden echter ook borstvoedingsondersteunende merken en producten van bedrijven getoond die zich niet aan de WHO-code houden. Dat is de reden waarom ik voor sommige merken weinig reclame maak. En waarom van bepaalde (bekende) merken weinig tot geen producten in het aanbod van Borstvoeding Aardig zitten.

Mind your language!

Je geeft borstvoeding

Een moeder geeft borstvoeding. Gewoon, zonder nog. Want als je “nog” borstvoeding geeft, dan impliceert dat dat je normaalgezien al lang gestopt moest zijn. Een moeder geeft borstvoeding zolang zijzelf en haar kind(eren) zich daar goed bij voelen. Dat kan enkele maanden zijn, of enkele jaren. Zonder nog.

Borstvoeding

Borstvoeding is gewoon

Zelfde redenering: langer borstvoeding geven dan de algemene tendens is niet knap, dat is gewoon. “Knap dat je borstvoeding geeft!” is dus iets wat ik zelden zeg. Een enkele keer eens tegen een moeder die al heel wat obstakels overwonnen heeft tot nu toe. Want niet elke borstvoedingservaring loopt als vanzelf natuurlijk. Maar normaalgezien gebruik ik geen woorden als knap of bewonderenswaardig. Borstvoeding is immers de norm, de normale gang van zaken. Gewoon. Of zou dat toch moeten zijn.

Kunstvoeding is geen flesvoeding

Nog eentje: kunstvoeding is geen flesvoeding. Stop je het eerste in een fles, dan zit er kunstmatige zuigelingenvoeding of kortweg kunstvoeding in. Bij flesvoeding kan het kunstvoeding zijn, maar ook afgekolfde moedermelk. Kinderen gevoed met kunstvoeding drinken dus kunstmatige zuigelingenvoeding. Kinderen gevoed met flesvoeding krijgen kolfmelk, donormelk of kunstvoeding. Kunstvoeding en flesvoeding zijn dus geen synoniemen.

Elke mama die melk produceert is een borstmama

Een kindje dat moedermelk drinkt, rechtstreeks uit de borst of via een tussenweg,  is een borstekindje. Want de voeding komt geheel of gedeeltelijk uit een moederborst. Zijn of haar mama is dus een borstmama. Ook als die mama een deel van de melkvoedingen aanvult met donormelk of kunstvoeding. Het is dus niet omdat er (al dan niet tijdelijk) aangevuld moet worden met een niet moedereigen alternatief dat een mama niet meer tot “de club” zou behoren. Er zijn tientallen redenen te bedenken waarom een kindje niet exclusief gevoed kan worden met mama’s melk alleen. Elke moeder die melk produceert is dus een borstmama!

Borstvoeding

Pro borstvoeding is niet hetzelfde als tegen kunstvoeding

Enkele dagen geleden kwam ik volgende slogan tegen op een babyslabbetje: “Fuck de flessenmelk, geef mij maar lekkere tieten!” Grappig? De tweede zin wel, de eerste niet, vind ik. Je mag, terecht, trots zijn als je kind moedermelk krijgt. Zet die boodschap gerust op een slab of shirtje. Een mens is immers gemaakt om menseigen melk te geven en te krijgen. Maar het feit dat een moeder melk produceert, maakt haar niet beter dan een ander die dat niet doet. En bovendien, vroeg of laat ben je misschien blij dat er ook nog zoiets als “flessenmelk” bestaat…

Dus… mind your language!

© 2012

Kindvriendelijk flesvoeding geven

Er zijn voldoende studies verschenen die aantonen dat kunstvoeding nadelen heeft ten opzichte van borstvoeding.
De samenstelling van kunstvoeding tipt nog steeds niet aan het origineel, zijnde moedermelk. En dat lijkt in de eerstkomende jaren niet snel te gaan veranderen. Hoe graag de kunstvoedingsindustrie ons ook anders wil doen geloven…

Afgekolfde melk

Maar ook de manier waarop er (ook door zorgverleners) soms aangeraden wordt om flesvoeding te geven, doet vragen rijzen. Voeden op de klok, waarbij het kindje tussen de voedingen door “tevreden” gehouden wordt met een speentje of afgeleid wordt met een wandeling, spelletje of speelgoedje. Het pogen om jonge babytjes al na enkele weken te programmeren om de nacht door te slapen, alsof het computerprogramma’s betreft en niet minimensjes. En het proberen om die lieve kleine wezentjes zo snel mogelijk op zo weinig mogelijk voedingen te zetten, waarbij dat maagje maar zo vol mogelijk gepropt wordt met melk en aanverwanten… Kindvriendelijk vind ik het niet…

Als je je door omstandigheden genoodzaakt ziet om je kindje fles- of kolfvoeding te geven, doe het dan alstublieft op een kindvriendelijke manier. Een manier die het dichtst aansluit bij de voedingsmethode waarop de mens al miljoenen jaren overleeft, zijnde borstvoeding.

Enkele tips:

  1. Draag het flessenspeentje tijdens het bereiden of opwarmen van de voeding even bij je, onder je shirt, zodat het warm aanvoelt en heerlijk ruikt en smaakt naar mama. De natuur heeft het immers zo voorzien dat mama normaalgezien in de babyvoeding voorziet.
  2. Hou je kindje tijdens het geven van het flesje dicht tegen je aan, met zo veel mogelijk lichaamscontact tussen jou en je baby, zoals je ook zou doen bij het geven van borstvoeding. Je kindje voeden is immers meer dan het doorgeven van voedingstoffen. Het is ook gezellig samenzijn, vertrouwen en geborgenheid geven, troosten, enzovoort. Dat alles bereik je beter als je je kindje heerlijk dicht tegen je aan trekt en voedt in alle intimiteit. Neem dus je tijd voor de voedingen. Maak er meer van dan het louter bevredigen van het hongergevoel bij je kindje.
  3. Wek de zoekreflex op door met het speentje zachtjes over de kaak en de lipjes van je kindje te strelen. Als je kindje spontaan de mond opent en een grote hap neemt, kan je het flesje in zijn mondje steken.
  4. Stop de speen redelijk ver in zijn mondje, tot aan de overgang tussen hard en zacht verhemelte. Dat is de meest natuurlijke manier van drinken voor je kindje. Bij borstvoeding zit de tepel ook ver in het babymondje en neemt het kindje een groot stuk van het tepelhof mee in de mond.
  5. Hou het flesje wat horizontaler, draai de speen vast aan en gebruik een flessenspeen met een klein gaatje. Zo stroomt de melk langzamer. En moet je kleintje moeite doen om melk uit zijn flesje te krijgen. Net zoals hij ook aan de borst zou moeten doen. Hiermee boots je niet alleen de meest natuurlijke manier van drinken na, maar geef je je kindje tevens de kans om zijn zuigbehoefte goed te bevredigen, zodat hij na de voeding geen fopspeen meer nodig heeft. Zeker als je kindje dreigt om boven de maximum hoeveelheid cc’s uit te komen op een etmaal is dit een goede manier om hem tevreden te houden en toch in zijn zuigbehoefte te blijven voorzien.
  6. Voed je kindje op verzoek, dus bij de eerste hongersignalen en stel geen voedingen uit. Kijk dus niet naar de klok om je kindje te voeden, maar kijk naar je kind zelf! Als je je kindje voedt zoals bij borstvoeding (zie punt 4), dan krijgt het ook de kans om zijn zuigbehoefte te bevredigen. Dan zal het geen fopspeentje nodig hebben. En zal het ook niet boven de maximum aantal cc’s voeding per dag komen.
  7. Spreid de voedingen over zowel de dag als de nacht, als je kindje daar behoefte aan heeft. Het is uiterst onnatuurlijk voor een jonge zuigeling om de hele nacht door te slapen. Tot ver boven het jaar is het normaal dat kinderen nog behoefte hebben aan een of meerdere nachtvoedingen. Of je fles- dan wel borstvoeding geeft, staat daar zelfs los van.
  8. Volg je kindje wat de hoeveelheden voeding betreft. Probeer niet om je kindje meer te doen eten dan het aankan. Dwing je kindje niet om zijn flesje tot op de bodem leeg te drinken. Vertrouw erop dat een normaal groeiende en gezonde zuigeling heel goed zelf kan bepalen hoeveel hij nodig heeft. De ene keer zal dat een hele fles zijn, de volgende keer misschien maar de helft. Wij eten of drinken ook niet altijd even veel… Je kindje zelf de hoeveelheden laten bepalen is de meest natuurlijke manier van voeden. Bij borstvoeding weet je immers ook niet exact hoeveel je kindje per keer drinkt en zijn er grote voedingen en tussendoorslokjes bij. Dronk je kindje overdag niet voldoende, geef hem dan de gelegenheid om zijn tekort ’s nachts in te halen. Dat is een normaal voedingspatroon dat vanzelf overgaat, eens je kindje daar klaar voor is.

Afgekolfde melk drinken uit een bekertje

Opmerking: Geef je live borstvoeding en moet je kindje om de één of andere reden kolfmelk of kunstvoeding krijgen, dan is cupfeeding of voeden met een lepeltje vaak een borstvoedingsvriendelijkere optie dan flesjes.

Als je vroeger dan verwacht stopt met borstvoeding (Aidulac.nl)

© 2011-2012