Archive for the ‘peuter’ Category

Fastfood

zondag, juli 15th, 2012

Een maal per week, op zaterdag, zijn wij echte Belgen. Dan eten we friet! Zonder zout weliswaar en met verse rauwkost en biologische hamburgers. Maar toch redelijk fastfood. Voor ons gezin. Met mayonaise en curry-ketchup à volonté… De kinderen zijn er dol op!

Peuter eet enkel wat ze lekker vindt. Elke zaterdag hetzelfde: een grote berg frietjes, een wortel uit het vuistje en een kwartje komkommer. En halverwege de maaltijd wil ze bij me op schoot. Elke week opnieuw. Ze eet dan braaf haar bordje verder leeg. En daarna draait ze zich naar me om en vraagt liefjes: “Mama tinkeh?” … Want na een hele week school lopen is die zaterdag toch wel zalig! Dan mag je eindelijk nog eens gewoon gezellig bij mama drinken op de middag… Mooie traditie. Vindt zij.

De poppemie viert over enkele maanden haar derde verjaardag. Toch eens tijd om dat “mama tinkeh” overdag af te schaffen. Vind ik. Dus ik probeer: “Daar staat je glas, lieveke. Drink maar!” Waarna zij op smekende toon: “Mammaah, maar ik wil bij jóu drinken!” Zucht.

Normaalgezien is dit de start van een soort psychologisch heen-en-weer-spelletje. Soms win ik. En dan kan ik haar overtuigen om water of fruitsap te drinken. Maar even vaak wint zij. En dan krijgt ze gewoon borstvoeding.

Vandaag echter komt papa met een alternatieve oplossing op de proppen. “Wil je liever dit?” vraagt hij, een fles ice tea in de hoogte houdend. De dag voordien hebben de kinderen voor het eerst deze gesuikerde drank eens mogen proeven… na een miskoop van mijnentwege.

“Jaah!  Jaah!” roept ze enthousiast. En ze kan niet snel genoeg van mijn schoot klimmen om haar glas te pakken aan de andere kant van de tafel…

Ik sta perplex…! Gevloerd door ordinaire frisdrank, potjandorie!

© 2012

Boer

zaterdag, mei 5th, 2012

Eindelijk, daar is ie. De trein op perron 3. Laatste etappe van een meer dan twee uur durende treinrit huiswaarts.
Het is iets na vieren. Het uur waarop je maag begint te grollen. De koekjes en het drankje in je tas al lang verorberd zijn. Dat leuke tijdschrift dat je uren tevoren kocht uitgelezen is. Het uur waarop de vermoeidheid begint door te wegen. En je eigenlijk maar één ding wil. Thuis op de bank ploffen. Je hoofd in je lief zijn nek vlijen. De kinderen een dikke ik-heb-je-gemist-knuffel geven. Of dat allemaal tegelijk.

Nog twintig minuten. En dan thuis. De deuren kreunen open. Ik zet mijn hoge hak op de onderste trede. Trek me omhoog de trein in. En kies een kant. Bij het openschuiven van de coupédeur kijk ik in vier gitzwarte kinderoogjes. Een groot paar lachend en zingend, een kleiner paar triest en zeurderig. Twee jaar-en-nog-wat is de jongste, gok ik. De leeftijd van ons kleinste meisje ongeveer. Donkere velletjes, zwarte kroezelkopjes. Schattig. Mama en papa zitten vlakbij. Papa in t-shirt en jeans. Mama met een hoofddoek en traditionele wikkeljurk. Ik knik vriendelijk goeiedag. “Somalië?”, wil ik vragen. Maar ik durf niet. Ze zien er moe uit, allebei. En hebben hun handen vol met de jongste.
Iets na vieren. Het uur waarop ook kleine peutertjes last krijgen van een namiddagdipje…

Ik wandel verder de coupé in, op zoek naar een plekje. Mijn oog valt op twee vrije stoelen achteraan. Als ik neerplof besef ik waarom op die plek niemand zit. De jongeman voor me heeft oortjes in. Boenkeboenke, iepiieep… Beatmuziek. Zucht. Daar gaat mijn rust. Maar ik ben te lui om een ander plaatsje te zoeken. En blijf zitten.

Plots veert de kerel voor me recht. Colablikje in de hand. Pet op het hoofd. Netjes geschoren kin. Zo’n twintig kilo te zwaar, gok ik. Strakke grijze sportshirt aan. Hij wijst naar het huilende kindje en roept: “Kan die kleine zijn muil niet houden?!” En ploft weer neer. “Man man, wat een lawaai. Ik kan er niet meer tegen.”, bromt hij in zichzelf. En boert. Luid. Zonder pardon. Terwijl de muziek uit zijn oortjes een deel van het decor vormen.

Minuten verstrijken. Het huilen houdt aan. De mensen rond me lijken gespannen. Ze wachten af. Of kruipen wat dieper weg achter hun boek of laptop. Iedereen zwijgt. Het kleine treurige meisje doet me aan mijn dochtertje denken. Ik heb de neiging om op te staan. Het kindje op de arm te nemen. Ermee rond te wandelen. Te troosten. “Zou die mama borstvoeding geven?” vraag ik me af.

De jongeman-met-de-oortjes schuifelt zenuwachtig heen en weer. Herhaalt af en toe mompelend “Zwijg toch!” en “Wat een gejank, zeg!” En dan opeens staat hij weer recht. Iedereen houdt zijn adem in. Hij beent naar het Afrikaanse gezinnetje en vraagt dwingend: “Kan je die kleine niet doen zwijgen?! Ik word er niet goed van!”. Hij doet zijn best om kalm te blijven. Maar de vriendelijkheid klinkt toch een beetje gemaakt.
De kerel loopt terug naar zijn zitplaats. Mama en papa beginnen op gedempte toon met elkaar te praten. Ze zijn het ergens niet over eens. Mama pakt haar jongste kindje bij zich, terwijl de discussie oploopt. Op hetzelfde moment gaat het huilen over in een, voor mij, heel bekend geluid. Een zeurderig jammeren, maar gerustgestelder. Het moment waarop een kindje nog niet aan de borst ligt. Maar wel weet dat dat niet lang meer zal duren. “Zou ze….?”, vraag ik me af. Heel even gesmak en de stilte die daarop volgen vertellen me genoeg. “… gonna give nèhnèh! … don’t want trouble!”, hoor ik haar op besliste toon tegen haar man zeggen.

De kerel voor me zucht verlicht. “Zo, dat is beter!”, mompelt hij triomfantelijk. Hij zet zich recht. Neemt een slok van zijn cola. Kijkt rond. Zet het blikje met een besliste tik weer op tafel. En boert. Luid. Vervolgens draait hij de volumeknop van zijn muziek nog wat hoger. En besluit: “Stomme kinderen!”

 © 2012

Kort ziekenhuisverblijf en anesthesieadviezen bij het borstgevoede kind

dinsdag, april 3rd, 2012

Ik krijg af en toe de vraag hoe het nu eigenlijk zit met anesthesie en vastenperiode bij een baby of peuter die borstvoeding krijgt. Hieronder een overzicht van de algemene richtlijnen indien een kindje borstvoeding krijgt en kortstondig opgenomen wordt op de pediatrie-afdeling van een ziekenhuis.

Verblijf in het ziekenhuis
BabyFriendly Hospital Initiative
Handvest van de rechten van de gehospitaliseerde kinderen
Preoperatieve vastenperiode
Borstvoeding na de operatie
Melkproductie van de moeder
Bronnenmateriaal


Verblijf in het ziekenhuis

In het ziekenhuis dient men een omgeving te creëren die zoveel mogelijk aansluit op de huiselijke situatie. Je kindje wordt als een normaal kind behandeld en jullie als ouders mogen, indien medisch verantwoord, de gewone comfortzorg van thuis verder zetten. Dit zorgt ervoor dat jij en je kindje beter op elkaar reageren en minder angstig zijn. (Melnyk et al 2004)

Voor je kindje zouden tijdens de ziekenhuisopname de voedingen en het voedingspatroon zoveel mogelijk moeten aansluiten bij het patroon van de normale thuissituatie. (Riordan & Wambach 2010/4)

Als je kindje opgenomen wordt in een babyvriendelijke pediatrie-eenheid van het ziekenhuis, zal men normaalgezien met bovenstaande rekening houden. Het Babyfriendly Hospital Initiative van de World Health Organisation en Unicef is een kwaliteitslabel dat toegekend wordt aan ziekenhuizen die inspanningen leveren om de afdeling baby- en borstvoedingsvriendelijk te maken. Karakteristieken van een babyvriendelijke kinderafdeling zijn: (Riordan & Wambach 2010/4)

  1. Het ziekenhuis heeft een borstvoedingsbeleid op papier staan.
  2. Het ziekenhuis traint zijn personeel op borstvoedingsbegeleiding en – interventie. Alle medewerkers dienen hiervoor scholingen te volgen.
  3. Het ziekenhuis verschaft ouders geschreven en mondelinge informatie over de goede eigenschappen van borstvoeding.
  4. Het ziekenhuis geeft de mogelijkheid op ongelimiteerd voeden en stimuleert dus voeden op verzoek.
  5. Het ziekenhuis zorgt voor voorzieningen zodat een moeder kan kolven als de baby niet rechtstreeks aan de borst drinkt: borstkolf, kolfruimte, opslagplaats voor melk, lactatiekundige begeleiding indien gewenst.
  6. Het ziekenhuis geeft borstgevoede kinderen enkel leeftijdsgerelateerde of medisch noodzakelijke bijvoeding.
  7. Het ziekenhuis past alternatieve voedingsmethodes toe die het borstvoedingsbeleid niet in de weg staan, dus geen speentjes of flesjes.
  8. Het ziekenhuis geeft de mogelijkheid op 24u/24u rooming in voor moeder en kind. Moeder en kind worden niet gescheiden, ook niet voor onderzoeken of verpleegkundige of medische handelingen.
  9. Het ziekenhuis zorgt voor maaltijden en tussendoortjes voor de borstvoedende moeder.
  10. Het ziekenhuis zorgt voor een medicatie- en behandelingsschema dat de borstvoeding zo weinig mogelijk in de weg staat.
  11. Het ziekenhuis verschaft informatie over de mogelijkheden van borstvoedingsondersteuning en –begeleiding binnen en buiten het ziekenhuis, zowel tijdens de opname als na ontslag.
  12. Het ziekenhuis controleert dat het geschreven borstvoedingsbeleid effectief en efficiënt in de praktijk uitgevoerd wordt door alle ziekenhuismedewerkers en op alle afdelingen.

Ook het Handvest van de rechten van de gehospitaliseerde kinderen van de European Association for Children in Hospital en Unicef is zo’n kwaliteitslabel. Dit legt echter andere accenten in vergelijking met het Babyfriendly Hospital Initiative:

  1. Kinderen worden niet in een ziekenhuis opgenomen als de zorg die zij nodig hebben thuis, in dagbehandeling of poliklinisch kan worden verleend.
  2. Kinderen hebben het recht hun ouders of verzorgers altijd bij zich te hebben. Ook tijdens onderzoeken, bij verpleegkundige en medische handelingen, bij de voorbereiding en installatie in de operatiekamer en bij het ontwaken uit de verdoving.
  3. Ouders wordt accommodatie en de mogelijkheid tot overnachting naast het kind aangeboden.
  4. Kinderen en ouders hebben recht op informatie. De informatie wordt aangepast aan de leeftijd en het bevattingsvermogen van het kind.
  5. Kinderen en ouders hebben recht op alle informatie die noodzakelijk is voor het geven van toestemming voor onderzoeken, ingrepen en behandelingen.
  6. Kinderen worden in het ziekenhuis gehuisvest en verzorgd samen met kinderen in dezelfde leeftijd- en/of ontwikkelingsfase.
  7. Kinderen hebben recht op mogelijkheden om te spelen, zich te vermaken en onderwijs te genieten al naargelang hun leeftijd en lichamelijke conditie. Kinderen hebben recht op een verblijf in een stimulerende veilige omgeving waar voldoende toezicht is en die berekend is op kinderen van alle leeftijdscategorieën.
  8. Kinderen worden behandeld en verzorgd door medisch, verpleegkundig en ander personeel dat speciaal is opgeleid voor de zorg voor kinderen. Het beschikt over de kennis en de ervaring die nodig zijn om ook aan de emotionele eisen van het kind en het gezin tegemoet te komen.
  9. Kinderen hebben recht op verzorging en behandeling door zoveel mogelijk dezelfde personen, die onderling optimaal samenwerken.
  10. Kinderen hebben het recht met tact en begrip te worden benaderd en behandeld. Hun privacy wordt te allen tijde gerespecteerd.

Vraag dus bij een geplande opname van je kindje of het betreffende ziekenhuis één of beide labels behaald heeft. Op die manier verzeker je je kindje van de meest optimale begeleiding en verzorging.

Preoperatieve vastenperiode

Vooraleer je kindje onder narcose gaat, zal het een tijdje geen voeding mogen krijgen. Dit is om ademhalingsrisico’s ten gevolge van de anesthesie te  vermijden. Deze preoperatieve vastenperiode moet echter zo kort mogelijk gehouden worden.

Voor het bepalen van de duur van de vastenperiode dient men enerzijds rekening te houden met het reduceren van ademhalingsrisico’s ten gevolge van de anesthesie,  maar tegelijkertijd moet men ook het risico op uitdroging en hypoglycemie ten gevolge van het onthouden van voeding vermijden. (Riordan & Wambach 2010/4)

Voor zuigelingen heeft de American Society of Anesthesiologists daarom volgende richtlijnen opgesteld:

  • Heldere vloeistoffen tot 2 uur voor de narcose.
  • Moedermelk tot 4 uur voor de narcose. (Lawrence 2005, Cook-Sather & Litman 2006, Riordan & Wambach 2010/4)
  • Kunstvoeding en lichte maaltijd tot 6 uur voor de narcose.
  • Zware maaltijd tot 8 uur voor de narcose.

Sommige onderzoekers verkorten de preoperatieve borstvoedingsperiode zelfs nog meer en poneren dat  moedermelk tot 3 uur voor narcose de kindvriendelijkste handelswijze is. (Litman et al 1994, Schreiner 1994)

Scheiding van ouders en kindje dient altijd zo kort mogelijk gehouden worden, om stress bij beide te beperken. Je kan je borstgevoede babytje tijdens de preoperatieve vastenperiode troosten met een fopspeentje.  Je kan ook overwegen om je kindje te laten troosten door een andere vertrouwenspersoon van de familie, als je kindje jou te veel associeert met borstvoeding en je kindje niet meer bij je mag drinken. (Riordan & Wambach 2010/4)

Borstvoeding na de operatie

Postoperatief moet de borstvoeding zo snel mogelijk weer opgestart worden, van zodra de arts aangeeft dat orale voeding weer toegelaten is.  Er is geen enkele reden om moedermelk te gaan vervangen door glucosewater of om als eerste voeding glucosewater te geven. (Riordan & Wambach 2010/4) Dat betekent dat zuigelingen vaak al op de uitslaapkamer borstvoeding kunnen genieten. Met kunstvoeding en vaste voeding zal men echter langer moeten wachten.

Borstvoeding dient ook overwogen te worden als pijnreducerend middel na operaties. (Riordan & Wambach 2010/4) Het geven van borstvoeding kan troostend werken voor zowel je kindje als voor jou. Het geruststellende zuigen aan de borst kan de werking van pijnstillende medicatie ondersteunen. Onderzoek heeft immers uitgewezen dat borstvoeding tijdens en na een pijnervaring zorgt voor een verlaging van de hartslag, voor een kortere periode van huilen en voor lagere pijnscores in vergelijking met kinderen die geen borstvoeding kregen onder dezelfde omstandigheden. (Shah et al 2006)

Melkproductie van de moeder

Indien je kindje tijdelijk niet bij jou aan de borst kan drinken, zal je je melk dienen af te kolven. Idealiter minstens even vaak als dat je kindje bij jou zou drinken. Die afgekolfde melk kan aan het kindje gegeven worden wanneer de arts daar de toestemming voor geeft, maar kan ook bewaard worden voor later.


Bronnenmateriaal

Cook-Sather, S.D. and R.S. Litman (2006) “Modern fasting guidelines in children” in Best Prac Res Clin Anaesthesiol 20/3:471-481

Lawrence, R. (2005) “Lactation support when the infant will require general anesthesia: assisting the breastfeeding dyad in remaining content through the preoperative fasting period” in J Hum Lact 21/3:355-357

Litman, R. et al. (1994) “Gastric volume and pH in infants fed clear liquids and breast milk prior to surgery” in Anesth Analg 79:482-485

Melnyk, B. et al. (2004) “Creating opportunities for parent empowerment: program effects on the mental health and coping outcomes of critically ill young children and their mothers” in Pediatrics 113/6:597-607

Riordan, J. and K. Wambach (2010/4) “Breastfeeding and human lactation

Schreiner, M. (1994) “Preoperative and postoperative fasting in children” in Ped Clinics N Amer 4/1:111-120

Shah, P.S. et al. (2006) “Breastfeeding or breast milk for procedural pain in neonatesCochrane Database Syst Rev 3:CD004950

Richtlijnen van de American Society of Anesthesiologists (1999) inzake preoperatief vasten bij zuigelingen

http://www.uzleuven.be/sites/default/files/kindergeneeskunde/kindvriendelijk_ziekenhuis_brochure.pdf (geraadpleegd op 3 april 2012)

© 2012

Mind your language!

zaterdag, februari 25th, 2012

Je geeft borstvoeding

Een moeder geeft borstvoeding. Gewoon, zonder nog. Want als je “nog” borstvoeding geeft, dan impliceert dat dat je normaalgezien al lang gestopt moest zijn. Een moeder geeft borstvoeding zolang zijzelf en haar kind(eren) zich daar goed bij voelen. Dat kan enkele maanden zijn, of enkele jaren. Zonder nog.

Borstvoeding

Borstvoeding is gewoon

Zelfde redenering: langer borstvoeding geven dan de algemene tendens is niet knap, dat is gewoon. “Knap dat je borstvoeding geeft!” is dus iets wat ik zelden zeg. Een enkele keer eens tegen een moeder die al heel wat obstakels overwonnen heeft tot nu toe. Want niet elke borstvoedingservaring loopt als vanzelf natuurlijk. Maar normaalgezien gebruik ik geen woorden als knap of bewonderenswaardig. Borstvoeding is immers de norm, de normale gang van zaken. Gewoon. Of zou dat toch moeten zijn.

Kunstvoeding is geen flesvoeding

Nog eentje: kunstvoeding is geen flesvoeding. Stop je het eerste in een fles, dan zit er kunstmatige zuigelingenvoeding of kortweg kunstvoeding in. Bij flesvoeding kan het kunstvoeding zijn, maar ook afgekolfde moedermelk. Kinderen gevoed met kunstvoeding drinken dus kunstmatige zuigelingenvoeding. Kinderen gevoed met flesvoeding krijgen kolfmelk, donormelk of kunstvoeding. Kunstvoeding en flesvoeding zijn dus geen synoniemen.

Elke mama die melk produceert is een borstmama

Een kindje dat moedermelk drinkt, rechtstreeks uit de borst of via een tussenweg,  is een borstekindje. Want de voeding komt geheel of gedeeltelijk uit een moederborst. Zijn of haar mama is dus een borstmama. Ook als die mama een deel van de melkvoedingen aanvult met donormelk of kunstvoeding. Het is dus niet omdat er (al dan niet tijdelijk) aangevuld moet worden met een niet moedereigen alternatief dat een mama niet meer tot “de club” zou behoren. Er zijn tientallen redenen te bedenken waarom een kindje niet exclusief gevoed kan worden met mama’s melk alleen. Elke moeder die melk produceert is dus een borstmama!

Borstvoeding

Pro borstvoeding is niet hetzelfde als tegen kunstvoeding

Enkele dagen geleden kwam ik volgende slogan tegen op een babyslabbetje: “Fuck de flessenmelk, geef mij maar lekkere tieten!” Grappig? De tweede zin wel, de eerste niet, vind ik. Je mag, terecht, trots zijn als je kind moedermelk krijgt. Zet die boodschap gerust op een slab of shirtje. Een mens is immers gemaakt om menseigen melk te geven en te krijgen. Maar het feit dat een moeder melk produceert, maakt haar niet beter dan een ander die dat niet doet. En bovendien, vroeg of laat ben je misschien blij dat er ook nog zoiets als “flessenmelk” bestaat…

Dus… mind your language!

© 2012

Wakker worden… met een borstje, natuurlijk!

dinsdag, november 1st, 2011

Onze jongste is bijna altijd eerder wakker dan ik. En papa vaak nog vroeger. Zo ook vanochtend…

Papa is beneden al wat aan het rommelen, wanneer hij door de babyfoon hoort dat ons madammetje verwoede fluisterpogingen doet om haar mama wakker te maken. Tevergeefs, zo lijkt. Dus hij naar boven om haar uit haar bedje te halen. De kleine poppemie is ondertussen al twee. Toch krijgt ze nog bijna elke nacht een resem mamaslokjes. En komt dus de eerste uren van de ochtend ook wel door zonder borstvoeding. In theorie…

Wanneer ons peutertje papa de trap hoort beklimmen, blijft ze muisstil luisteren. En als hij eenmaal boven in haar bedje piept, ziet hij een schijnbaar diep slapend meisje liggen. Ze snurkt zelfs een beetje… Tja, dan maar weer naar beneden. Maar eenmaal de trap af, begint madammetje weer zachtjes mama te roepen.

Ook al ben je de twee jaar gepasseerd, wakker worden dat doe je met een borstje, natuurlijk! ;-)

© 2011

Twee mama’s, twee dochtertjes, allebei borstvoeding…

zondag, augustus 14th, 2011

De jongste van bijna twee jaar oud en ik lopen even langs bij een vriendin met een pasgeboren babytje. Twee mama’s, twee dochtertjes, allebei borstvoeding…

We zijn nog maar net binnen als beide dametjes honger krijgen. Mijn vriendin en ik pakken allebei ons dochtertje op schoot, gaan tegenover elkaar zitten en beginnen te voeden, terwijl we gezellig verder kletsen. Het verschil in drinkgedrag valt onmiddellijk op. Mijn vriendin heeft nog niet goed en wel haar borst ontbloot of haar babytje doet al aanhappogingen. Het kan niet snel genoeg gaan… Eens aangehapt drinkt het kleine meisje gulzig en fanatiek, alsof haar leven ervan afhangt. Ik moet erom glimlachen, het hele gebeuren aan de overkant is zo herkenbaar.
Het babytje van mijn vriendin heeft haar eerste slokjes mamamelk al lang binnen, als mijn dochtertje nog rustig bezig is om zich te installeren op mijn schoot, en eerst een fijne drinkhouding zoekt vooraleer bedaard aan te happen. Mijn kleine meisje drinkt nog moedermelk voor de dorst, maar vooral ook voor de gezelligheid, lekker knus bij mama op schoot. Iets vertrouwds waar ze nu langzaamaan afscheid van aan het nemen is, op haar eigen tempo. Ze drinkt met trage zuig- en slikbewegingen, alsof ze wil genieten van elke druppel. Borstvoeding is voor haar “Mama tinkeh” geworden. Ik noem het “mama tanken”… En bedenk dat ze nog niet zo lang geleden even gulzig kon zijn als dat kleine dametje aan de overkant.

© 2011

Zelf een draagdoek maken

vrijdag, december 31st, 2010

Een draagdoek zelf maken is de goedkoopste manier van dragen. Dus als je wat creatief aangelegd bent en handig met de naaimachine dan zou ik voor self-made gaan. Leuker, persoonlijker én goedkoper dan een draagdoek uit de (web)winkel.

Het fijne aan zelf maken, is dat het helemaal niet moeilijk is! Je hoeft geen naaiwonder te zijn en zelfs geen naailessen gevolgd te hebben om leuke, persoonlijke doeken te maken. Kijk maar naar de foto’s. Je ziet duidelijk dat ik absoluut geen professionele naaister ben. En toch is het eindresultaat telkens leuk. En vindt dreumes het aangenaam vertoeven in mama’s doeken :-)

Knoopdoek

Ringsling

Mei tai

Draaginstructies en handleidingen

———————————————————————————————-

Knoopdoek


Afmetingen

Een geweven draagdoek oftewel een lange knoopdoek is niets meer dan een lap stof van 5m lang en 70cm breed. Pas als je kledingmaat 46 of meer hebt, neem je beter 5,5m stof. Ben je erg klein van stuk, met kledingmaat 36 of minder, dan kom je met 4,5m stof toe.

Soort doek

Een stof die niet rekt in de lengte. Rekken in de breedte mag, maar is niet noodzakelijk. Een diagonaal rekbare geweven doek is een pluspunt, maar geen must. Diagonaal rekbare stoffen hebben het voordeel dat ze niet snijden op de drukpunten. Niet rekbare stoffen doen dat soms wel.

100% katoen, jacquardstof of dunne jeansstof zijn prima stoffen om mee te werken en fijn voor de zomermaanden. Fleecestof (met de minste rek) is eerder een winteralternatief, want heel warm als draagdoekstof. Fleece is relatief dik en knoopt ook moeilijker.

Voor diagonaal geweven stoffen struin ik in de zomer festivalmarktjes af. Andere leuke stofjes vind ik in “voddenwinkeltjes” die restjes van naai-ateliers opkopen en aan spotprijzen doorverkopen aan de doe-het-zelfster.

Patroon

Neem een lap stof van 4,5m – 5,5m lang en 75cm breed. Zoom alle kanten om. En klaar!

Ringsling


Afmetingen

Een ringsling is 70cm – 90cm breed. Ik vind een brede ringsling vooral handig voor het dragen van oudere kinderen. Door de breedte kan je hun hele rug ondersteunen, daar waar dat met 70cm-slings moeilijker is. De lengte van een ringsling bedraagt 2,20m voor een small-model. Medium komt op 2,40m, large op 2,60m en extralarge op 2,80m lengte.

Soort doek

Een stof die niet rekt in de lengte. Rekken in de breedte mag, maar is niet noodzakelijk. Een diagonaal rekbare geweven doek is een pluspunt, maar geen must. Diagonaal rekbare stoffen hebben het voordeel dat ze niet snijden op de drukpunten. Niet rekbare stoffen doen dat soms wel.

100% katoen, jacquardstof of dunne jeansstof zijn prima stoffen om mee te werken en fijn voor de zomermaanden. Fleecestof (met de minste rek) is eerder een winteralternatief, want heel warm als draagdoekstof. Fleece is relatief dik en knoopt ook moeilijker.

Voor diagonaal geweven stoffen struin ik in de zomer festivalmarktjes af. Andere leuke stofjes vind ik in “voddenwinkeltjes” die restjes van naai-ateliers opkopen en aan spotprijzen doorverkopen aan de doe-het-zelfster.

Soort ringen

Als ringen neem je best slingringen. Die zijn speciaal gemaakt en getest op het dragen van kinderen. Hele grote houten gordijnringen van minimum 8cm doorsnede gaan ook. Maar deze zijn eigenlijk niet bedoeld om te gebruiken in een kinderdraagsysteem, niet wasbaar en doorgaans heel duur… Goedkopere slingringen koop ik bij http://www.ringslingshop.nl/index.php.

Patroon

Foto 1

Foto 1

Zoom drie kanten van de hele lap stof om. De korte (niet afgeboorde) kant haal je door beide ringen. En plooit hem dubbel, terug op de doek. Daarna vouw je de zoom van die korte kant 1,5cm naar binnen. En naait hem vast aan de rest van de doek op ongeveer 20-25cm van de ringen. [foto 1] Stevig vastnaaien, liefst minstens twee keer met verschillende steken over de ganse breedte. Als je goed kan naaien, dan kan je die ringkant ook laten fronsen. Maar dat hoeft niet. Gewoon goed vastspelden op korte afstanden van elkaar. En opletten tijdens het naaien dat de stof niet gaat overlappen en op het einde mooi uitkomt.

Foto 2

Foto 2

Je kan aan de niet ringkant ook zakken naaien. [foto 2] Dan neem je 25cm extra stof (dus bovenop die 2,20m S – 2,80m XL) en plooit dat stuk dubbel. Vastmaken aan de zijkanten en nog drie of vier keer met de lengte van de stof mee naaien. Zo heb je zakken voor een speeltje, een spuugdoekje, mutsje, etc.

Mei tai


Soort doek

Een stof die niet rekt in de lengte. Rekken in de breedte mag, maar is niet noodzakelijk. Katoen, jacquardstof of dunne jeansstof zijn prima stoffen om mee te werken en fijn voor de zomermaanden. Fleecestof (met de minste rek) is eerder een winteralternatief, want heel warm als draagdoekstof. Fleece is relatief dik en knoopt ook moeilijker.

Afmetingen en patroon

Totale hoogte van het ruggedeelte bedraagt 59cm: 45cm voor het recht deel en 2x7cm voor het halvemaanvormig gedeelte. Voor de breedte kijk je best even op de patroontekening.

De schouderbanden zijn elk 2m lang en 15cm breed. Dat maakt dat je bij je patroon twee maal een lap stof nodig hebt van respectievelijk 2,2m op 32cm.

De schouderbanden hebben elk nog een versteviging van 1,5m op 10cm. Voor de versteviging gebruik ik fleecestof. Die is lekker zacht en rafelt niet uit bij het uitknippen en opnaaien.

De beide taillebanden zijn 10cm breed. En 1,5m lang. Dat maakt dat je bij je patroon twee maal een lap stof nodig hebt van 22cm op 1,7m .

Werkwijze

1. We starten met de taille- en de schouderbanden

Plooi de tailleband dubbel, zodat de buitenkant (“de goede kant”) naar binnen geplooid zit. [foto 3]

Foto 3

Foto 3

Naai nu de lange en één korte kant van de hele lap stof dicht. Keer de stof buitenstebinnen en strijk hem mooi plat. Doe hetzelfde met de andere tailleband. De onafgewerkte korte kant [foto 4] wordt straks nog in het ruggedeelte genaaid en mag dus onafgewerkt blijven.

Foto 4

Foto 4

Plooi de schouderband dubbel, zodat de buitenkant (“de goede kant”) naar binnen geplooid zit. Naai nu de lange en één korte kant van de hele lap stof dicht. Keer de stof buitenstebinnen en strijk hem mooi plat. De onafgewerkte korte kant wordt straks nog in het ruggedeelte genaaid en mag dus onafgewerkt blijven.

2. Nu naaien we de schouderbanden vast aan het ruggedeelte

Neem van het ruggedeelte die lap stof die straks aan de binnenkant van je doek zal zitten, dus tegen de rug van je kindje aan. Leg deze lap stof voor je op tafel, met de buitenkant (“de goede kant”) naar beneden. Speld de twee onafgewerkte korte kanten van de schouderbanden vast aan deze lap stof. [foto 5]

Foto 5

Foto 5

De overgang van het halvemaanvormige gedeelte naar het rechte deel komt net in het midden van de schouderbanden te liggen. [zie patroontekening] Vooraleer deze twee onafgewerkte korte kanten vast te naaien aan het ruggedeelte, draai je de hele lap stof, met de erop vast gespelde schouderbanden, om, met “de foute kant” naar beneden. Vouw nu het ruggedeelte waar je schouderbanden onder liggen naar binnen met een zoom van 1cm. En naai deze zoom aan beide schouderbanden eerst even vast. [foto 6]

Foto 6

Foto 6

De rand waar geen schouderbanden onder liggen blijft onafgewerkt!

Nu draai je de hele lap stof, met de erop vast gespelde schouderbanden, weer om, met “de goede kant” naar beneden. En naai je de twee vast gespelde onafgewerkte korte kanten vast aan het ruggedeelte.

Draai de lap stof waar je de schouderbanden aan vast genaaid hebt, weer om, zodat de buitenkant (“de goede kant”) naar boven ligt. Leg beide schouderbanden bovenop je lap stof [foto 7] en daarbovenop de tweede lap stof van het ruggedeelte, met de buitenkant (“de goede kant”) naar beneden.

Foto 7

Foto 7

Zo zitten beide schouderbanden tussen de twee lappen stof. [foto 8]

Foto 8

Foto 8

Maak het je gemakkelijk en speld die twee schouderbanden even vast ergens in het midden van het ruggedeelte. Zodat ze niet in de weg komen te liggen als je zo meteen beide lappen van het ruggedeelte aan elkaar gaat naaien.

Speld beide lappen van het ruggedeelte nu aan elkaar vast. En naai met 1,5cm zoom de twee lappen aan elkaar, met de schouderbanden er tussenin. Laat onderaan het rechte deel van de rugpanden zo’n 15cm open. Daar moet je straks de tailleband nog tussen naaien.

3. Nu naaien we de taillebanden vast aan het ruggedeelte

Keer de stof van het ruggedeelte nu buitenstebinnen en strijk hem mooi plat. Leg nu beide taillebanden aan de onderkant tussen de twee rugpanden. De onafgewerkte eindjes raken elkaar. [foto 9]

Foto 9

Foto 9

Vouw de onderkanten van de rugpanden met een zoom van 1,5cm naar binnen en strijk het even aan. Op die manier blijft de zoom mooi liggen en kan je hem makkelijker vast spelden.

Speld nu de taillebanden aan het ruggedeelte vast. De tailleband loopt dus tussen de twee lappen van het ruggedeelte door van de ene kant naar de andere kant. [foto 10]

Foto 10

Foto 10

Naai nu het laatste deel van het rugpand vast. Naai niet alleen de onderkant van de tailleband vast, maar zet ook een extra steek aan de bovenkant van de tailleband, in de breedte van het ruggedeelte. Zodat deze stevig vast zit.

4. En tot slot de verstevigingen

Speld de versteviging van de schouderband vast op de buitenkant (aan de schouderbinnenzijde) van de schouderband, te beginnen vanaf de aanhechting aan het ruggedeelte. [foto 11]

Foto 11

Foto 11

Naai de versteviging vast met een mooie zigzagsteek. Doe hetzelfde met de andere schouderband en bijpassende versteviging.

Nog een versteviging: daar waar de schouder- en taillebanden het rugpand verlaten, naai je eerst een vierkant en vervolgens een diagonaal kruis (van hoek tot hoek van je vierkant) op dezelfde plek, op het ruggedeelte. Zo voorkom je dat de panden los zouden scheuren tijdens het dragen.

Maak je een mei tai voor de winter, dan kan je op de buitenkant (aan de rugbinnenzijde) van het ruggedeelte ook een zachte en heerlijk warme fleeceversteviging naaien met een mooie zigzagsteek. [foto 12]

Foto 12

Foto 12

Maar doe dit zeker niet met een mei tai die je in de zomer of in het tussenseizoen wil gebruiken. Want fleecestof is al snel veel te warm voor je kindje!

Nog een laatste keer een afwerkingssteekje op zo’n 1,5cm van de rand van het gehele rugdeel. En je mei tai is klaar!

Draaginstructies en handleidingen

http://www.dragen-en-voeden.nl/forum/viewtopic.php?f=27&t=1111

http://www.withatouchofrose.nl/producten/handleiding/gebruiksaanwijzing%20draagdoek.pdf

© 2010-2011

In het ziekenhuis

woensdag, november 10th, 2010

Borstvoeding is zoveel meer dan enkel en alleen maar voeding… Daar ben ik al jaren van overtuigd! Ondertussen dacht ik dus toch een vrij volledige lijst verzameld te hebben met mijn dertig verschillende soorten of vormen van borstvoeding.

Nu de jongste al twee weken lang opgenomen is in het ziekenhuis met een Streptococcus Pyogenes-infectie die niet alleen haar bloed, maar ook haar longen binnengedrongen is, weet ik echter beter…

Borstvoeding in het ziekenhuis

Voor mijn dreumesdochter is de borst al wekenlang een geruststellertje en iets vertrouwds in een voor haar vreemde ziekenhuisomgeving. Een prima troostmiddeltje na pijnlijke prikken en beangstigende onderzoeken. Een uitstekende pijnstiller als ze last heeft van haar maagje, haar hoofdje of longetjes. Een extra koortswerend middel als de maximumdosis Paracetamol en Ibuprofen bereikt zijn. Medicatie-ondersteuning door de antistoffen in de moedermelk. Een ideaal antistress-middeltje, om haar hartslag naar beneden en het zuurstofgehalte in haar bloed naar omhoog te krijgen. Basisvoeding om op te overleven als de vaste voeding haar te veel is. En een handig slaapmiddeltje als ze de weg richting dromenland niet goed kan vinden, met al die vreemde geluiden om haar heen.

Ik heb de voorbije weken al wel honderden keren gedacht: “Blij dat ik nog borstvoeding geef!”

© 2010

Kritiek? Oor in… Oor uit!

maandag, augustus 30th, 2010

Onze jongste wordt binnenkort zes maanden. Hoog tijd dus om haar naar de onthaalmoeder te laten gaan. Een tweetal dagjes per week. Zo leert ze dat er meer kindjes zijn om mee te spelen, dan haar broer en zus. En kan ze in een veilige en vriendelijke omgeving ontdekken dat het ook leuk kan zijn als mama niet de hele tijd in de buurt blijft.
Er is maar één groot probleem: poppemietje houdt niet van neptieten in haar mond… Ze heeft geen speentje. Nooit gewild. En ook drinken uit een fles is haar ding zo niet. Tja, waarom zou ze ook… Mama is altijd in de buurt. En als je moet kiezen tussen namaak en the real stuff, dan kies je toch voor het echtheidslabel. Niet?

Tja, dat speentje… Daar vindt de onthaalmoeder wel wat op, veronderstel ik. Desnoods geef ik een tutteldoekje mee of zo. Een dagje in mijn decolleté gedragen, vindt de kleine mie het ongetwijfeld heerlijk sabbelmateriaal.
Maar die voedingen? Hmmmm, behalve groentjes en fruit moet ze toch ook wat te drinken krijgen, hè…? En moedermelk is en blijft het komende half jaar nog het hoofdbestanddeel van haar dieet. Op wat bekerbodempjes fruitsap en kruidenthee tussendoor laten we haar niet leven. Dus die melkvoedingen, die ga ik dan toch gewoon live geven? Dat zal wel geen probleem vormen, neem ik aan. Een onthaalmoeder, iemand die de hele dag voor baby’s en peuters zorgt, die is toch sowieso pro borstvoeding. Toch? Niet dus…

‘Jij komt zélf borstvoeding geven??? Krijgt ze dan geen flesjes? En hoe vaak ga jij dan komen voeden op een dag?’

‘Bij het afleveren en dan nog een keertje overdag? Dat betekent dat ik dus de hele dag rekening moet gaan houden met jou…? En dat gaat toch niet, dat live voeden… Als het vakantie is, dan zijn mijn kinderen thuis. Dan zitten die hier allemaal in de living tv te kijken.’

‘Binnenkort zit iedereen hier borstvoeding te geven, zeker? Jij in de living, een andere mama op de slaapkamer, nog eentje op de gang, in de veranda…’

‘Jij gaat dan de hele dag in en uit komen lopen. Het is hier zo al druk genoeg, hoor. En dan moet ik ook nog eens tijd gaan vrijmaken om de deur voor jou open en dicht te doen. Het zou toch veel beter zijn dat je je dochter gewoon uit een flesje leert drinken. In plaats van dat je live komt voeden. Of ik met zo’n bekertje moet werken.’

‘Ja, dat langvoeden… Heb je je oudste dochter, van notabene al twéé jáár, overlaatst moedermelk meegegeven? Want ze moet het niet meer, hoor! Ze spuugde het constant uit!’
‘Ah, dat was volle koemelk. Zeg, hoeveel voedingen geef jij eigenlijk nog op een dag, aan de jongste? Staat ze al niet volledig op groentes en fruit nu? Ze is toch al bijna zes maanden?!?’
‘Om de twéé úúr?!?!?! Hoe hou jij dat vól????’

‘Ach zo, jullie hebben daar geen problemen mee… Maar slaapt ze dan al door? Ons X sliep, toen ze een half jaar was, ook niet goed, hoor. Maar ik heb haar toen elke avond een flesje volle melk gegeven voor het slapengaan. En toen sliep ze opeens wel door! Moet je ook eens proberen!’
‘Tja, ook al wordt het afgeraden beneden het jaar, die volle melk werkte toch, hoor! En over dat live borstvoeding komen geven, dat gaat echt niet, hoor. Ik wil ook mijn privacy.’

Met die laatste zin was het gesprek afgelopen. Die keren dat ik de oudste twee bij het afleveren nog snel een flesje heb gegeven, waren blijkbaar nooit een inbreuk op haar privacy geweest. Nu ik de melk live wilde geven, was het dat ineens wel…

De kinderen worden binnenkort opgevangen in een minicrèche. Waar het personeel heel enthousiast reageert op het feit dat ik de jongste live kom voeden. Gelukkig zijn er dus ook opvangplaatsen waar men niet zo enggeestig en kleinburgerlijk doet over (lang)borstvoeden.

Wij gaan immers nog even door op ons elan. Onze oudste dochter, van net twee, met het smullen van haar dagelijkse flesje afgekolfde ‘tinke’. En de jongste dochter, van binnenkort zes maanden, met live borsthangen. Dat kleine poppemietje weet niet beter dan dat die warme zachte mama ook lekker eetbaar is. En in tussentijd met alle kritiek? Oor in… en sneller dan ie erin gegaan is, weer oor uit!

Deze tekst werd oorspronkelijk geschreven  als Verhaal van de Week op de website van het Kenniscentrum Borstvoeding. Op diezelfde website verscheen ook een andere tekst van mijn hand, over de borstvoedingssteun die ik ondervind van de mannen in mijn omgeving: mijn ex-partner, mijn zoontje en mijn vader.

© 2011

Moedermelkdesserts

maandag, maart 8th, 2010

Voor dames met een stevige overproductie. Of een diepvriesvoorraad die afgekeurd werd door kindlief:

Moedermelkshake (vanaf zes maanden)

Ingrediënten:

– 200 ml moedermelk
– banaan (vanaf een jaar: aardbeien of andere soorten fruit)

Bereiding
:

Doe het fruit samen met de moedermelk in de blender. Mixen en klaar!

Moedermelkpap (vanaf zes maanden)

Ingrediënten:

– 2 eetlepels rijstebloem of havermout
– 230 ml moedermelk
– 1/2 geplette banaan of 1/2 grof geraspte peer

Bereiding:

Kook de moedermelk. Voeg de rijstebloem/havermout toe. Kook nog even door. Voeg de banaan/peer toe. Giet over in kommetjes. En smakelijk!

Appeltaart (vanaf acht maanden)

Ingrediënten:

– 150 gram zelfrijzende bloem
– 200 gram kristalsuiker
– 100 ml moedermelk
– 1 zakje vanillesuiker
– 2 eieren
– 2 appels

Bereiding:

Meng bloem, suiker, melk en eieren. Voeg de geschilde en in kleine stukjes gesneden appelen toe. Vet een taartvorm in en bestrooi met een beetje bloem. Giet het mengsel in de taartvorm. Bakken gedurende 40 minuten in een voorverwarmde oven op 200°C.

Moedermelkpannekoeken (vanaf acht maanden)

Ingrediënten:

– 200 gram patisseriebloem
– 2 eieren
– 500 ml moedermelk
– in platte schijven gesneden fruit
– pakje vanillepuddingpoeder
– kristalsuiker (of honing vanaf één jaar) naar smaak

Bereiding:

Meng bloem, vanillepuddingpoeder en suiker. Voeg één voor één de eieren toe. En giet daarna de moedermelk in scheutjes door het deeg. Als laatste wordt het fruit gesneden en door het deeg gemengd. En bakken maar!

Wentelteefjes (vanaf acht maanden)

Ingrediënten:

– 8 sneetjes brood
– 250 ml moedermelk
– 2 eieren
– 1 eetlepel suiker

Bereiding:

Klop de eieren met de suiker en de moedermelk. Haal de sneetjes brood door het beslag en bak in een pan met wat margarine. Warm opdienen!

Vanillepudding met rozijntjes en koekjes (vanaf één jaar, zonder rozijnen vanaf acht maanden)

Maak vanillepudding met moedermelk, kristalsuiker en vanillepuddingpoeder. Giet de pudding over in kleine potjes waar je rozijntjes en kleine koekjes in gestrooid hebt. Laten afkoelen en lekker smullen!

Vanillepudding met fruit (vanaf acht maanden)

Maak vanillepudding met moedermelk, kristalsuiker en vanillepuddingpoeder. Giet de pudding over in kleine potjes en voeg stukjes fruit toe. Laten afkoelen en lekker smullen!

Mueslicake (vanaf één jaar)

Ingrediënten:

– 100 gram margarine
– 100 gram zelfrijzende bloem
– 150 gram muesli
– 3 eieren
– 100 ml moedermelk
– zakje vanillesuiker
– 100 gram kristalsuiker (of honing vanaf één jaar)

Bereiding:

Klop margarine en suiker tot een luchtig en romig geheel. Voeg één voor één de geklutste eieren toe. Voeg de bloem, de muesli en de moedermelk toe. Meng het geheel goed. Giet over in een ingevette cakevorm. En bak gedurende 50 minuten in een voorverwarmde oven van 180°C. Opdienen in plakjes. Mmmm!

Rijstpap met nectarine (vanaf één jaar)

Ingrediënten:

– rijstvlokken
– 180 ml moedermelk
– 1 nectarine

Bereiding:

Was en schil de nectarine. Verwijder de pit. Snij het fruit in kleine stukjes. Kook de moedermelk met de rijstvlokken op een laag vuurtje, tot het dik wordt. Laat nog enkele minuutjes doorkoken. Neem de pan van het vuur. En meng er de nectarinestukjes onder. Smakelijk!

Booby buns

Voor het recept: zie de website van Lactivist.net