Posts Tagged ‘blokvoeden’

Voeden op verzoek of op schema?

maandag, januari 17th, 2011

Hoe “werkt” borstvoeding?

Wat betekent voeden op verzoek?

Wanneer voed je op verzoek?

Wat zijn de voordelen van voeden op verzoek?

Wat wordt er bedoeld met vraag en aanbod?

Waarom moet ik mijn kind zelf de duur van de voeding laten bepalen?

Waarom moet ik mijn kind vaak voeden?

In welke situaties is het beter om op schema te voeden?

Andere situaties waarbij men soms gaat voeden op schema

Let op als je besluit te gaan voeden op schema!

————————————————

Hoe “werkt” borstvoeding?

Tijdens de zwangerschap regeren vooral de hormonen oestrogeen en progesteron. Zij zorgen voor de groei en ontwikkeling van je borsten. En bereiden hen voor op hun borstvoedingstaak.

Na de bevalling daalt de hoeveelheid oestrogeen en progesteron. En stijgt het basisgehalte aan prolactine en oxytocine in je lijf. Het hormoon prolactine zorgt voor de aanmaak van moedermelk, vanuit je bloed. Het hormoon oxytocine zorgt ervoor dat de moedermelk die klaarzit in je melkkliertjes, via je melkkanaaltjes naar voren gestuwd wordt tot vlak onder je tepelhof. Dit is de zogenaamde toeschietreflex. Door je tepelhof te masseren met zijn tong, tijdens het drinken, haalt je babytje de melk uit je borst. Het vasthouden van een vacuüm helpt daarbij. Dat is dan ook de reden waarom een kindje dat goed aanhapt aan de borst niet alleen de tepel, maar ook een groot deel van het tepelhof mee in de mond moet nemen. Hoe meer tepelhof hij mee naar binnen pakt, hoe makkelijker het vacuüm vast te houden is. En hoe meer melk hij uit je borst zal kunnen masseren.

Als je babytje bij je drinkt, stimuleert die met zijn mond en tong je tepel en tepelhof. Die prikkeling van je borsten doet het prolactine- en oxytocinegehalte in je lijf stijgen. Samen met het langzaam legen van je borst tijdens het drinken, zal dat ervoor zorgen dat er daarna meer melk aangemaakt wordt. Vandaar dat je je babytje best zo vaak mogelijk aanlegt. Daarmee verzeker je je van een goede melkproductie. En je kleintje van een stevig maaltje.

Bij moeders die geen borstvoeding geven of al snel overschakelen op kunstvoeding, daalt de hoeveelheid prolactine en oxytocine vrij snel weer na de geboorte. Omdat hun kleintje hun tepels en tepelhof niet (langer) stimuleert. En hun borsten niet (meer) geleegd worden.

Wat betekent voeden op verzoek?

Bij borstvoeding ga je normaalgezien je kindje telkens voeden wanneer het daar om vraagt. En hem zo lang aan de borst laten drinken als hij zelf wil.

Een babytje voelt namelijk zelf heel goed aan wanneer het de volgende voeding nodig heeft. Soms is dat pas drie of vier uur na de vorige voeding. Soms al na een half uurtje of een uur.

Hoe lang mag een baby zonder voeding?

Er zijn voedingen waarbij hij slechts vijf minuten aan de borst hangt. En soms meer dan twintig minuten. Allemaal prima en perfect normaal!

Hoe lang duurt een voeding?

Wanneer voed je op verzoek?

  • Bied je kindje elke keer de borst aan wanneer het daar om vraagt. Hou zijn hongersignalen in de gaten:
  • Onrustig bewegen in de slaap
  • Mondbewegingen maken in de slaap
  • Wakker worden
  • Smakgeluidjes maken
  • Zoekend rondkijken
  • Mondje zoekend opensperren
  • Op de handjes sabbelen
  • Op speelgoed sabbelen

Huilen is een laatste hongersignaal. Beste is om je kindje te voeden bij de eerste hongersignalen. En niet pas als het de borst gaat “eisen”.

  • Ga geen voedingen uitstellen, om welke reden dan ook.
  • Geef geen speentje aan je kindje. Maar laat elke zuigbehoefte aan de borst bevredigen. Geef eventueel je leegste borst opnieuw als je kindje nog wel wil zuigen, maar geen honger meer lijkt te hebben.
  • Laat je kindje drinken totdat het helemaal verzadigd is. En zelf de borst lost.
  • Bied zo vaak mogelijk de tweede borst nog aan, nadat je kindje de eerste leeg gedronken heeft. Je kleintje zal dan zelf bepalen of het nog een “dessertje” wenst of niet.

Wat zijn de voordelen van voeden op verzoek?

  • Moedermelk is licht verteerbaar. Je zal dus regelmatig je kleintje moeten voeden. Doe je dat op verzoek, dus bij de eerste hongersignalen, dan verspeelt je babytje geen onnodige energie aan hongerhuilen. En zal hij veel effectiever aan de borst drinken. Bovendien is de kans dan ook kleiner dat hij aan de borst in slaap valt.
  • Babytjes die gevoed worden op verzoek zijn doorgaans rustigere en tevreden baby’s.
  • Babytjes die gevoed worden op verzoek hebben minder last van krampjes. Je hebt immers minder last van stuwmelk als je borsten regelmatig “leeg” gedronken worden. Bij stuwing is de verhouding voormelk ten opzichte van de achtermelk veel groter. Hierdoor komt je kleintje soms niet aan de noodzakelijke achtermelk toe. Achtermelk bevordert de spijsvertering en voorkomt krampjes. Bovendien kan honger (door het uitstellen van een voeding bij schemavoeden) ook krampjes veroorzaken.
  • Babytjes die gevoed worden op schema gaan onrustiger drinken aan de borst. Omdat ze grotere honger hebben. Als je als mama dan ook nog eens last hebt van stuwing (door het uitstellen van de voeding), heb je ook meer kans op tepelkloofjes. Bij een gestuwde borst is het immers moeilijker aanhappen voor je liefje.

Wat wordt er bedoeld met vraag en aanbod?

Voed je op verzoek, dan gaan je borsten melk aanmaken al naargelang de vraag van je kindje. Hoe vaker je kindje bij je drinkt, hoe meer melk er dus aangemaakt wordt. En omgekeerd. Zuinig zijn op je melk heeft dus een averechts effect…

Eén van de mooiste eigenschappen van borstvoeding is immers dat je als moeder steeds voldoende melk kan aanmaken voor je kind(eren). Zelfs bij een meerling!

Waarom moet ik mijn kind zelf de duur van de voeding laten bepalen?

Vroeger sprak men bij borstvoeding over voormelk en achtermelk. Alsof het twee verschillende soorten melk zouden zijn. En op een bepaald moment tijdens de voeding de ene soort opeens overgaat in de andere.
Zo werkt het echter niet. Aan het begin van de voeding krijgt je kindje vooral waterige melk te drinken, de zogenaamde voormelk. Deze is dorstlessend. En helpt goed om het eerste hongergevoel bij je kindje te stillen. Die eerste melk wordt tijdens de voeding dan geleidelijk aan vermengd met vettere en calorierijkere melk. De zogenaamde achtermelk. Hoe leger de borst, hoe vetter en calorierijker de melk dus.

De overgang tussen beide is dus niet zo abrupt als vroeger gedacht. Maar verloopt heel geleidelijk. Je kindje voelt die langzame overgang instinctief aan. En zal op een bepaald moment de borst lossen. Heeft ie vooral dorst en minder honger, dan zal hij al snel de borst lossen. Is je kleintje heel hongerig en heeft hij nood aan die vullendere vette achtermelk, dan zal hij langer blijven hangen.

Vandaar dat het dus heel belangrijk is om je kleintje zélf de duur van de voedingen te laten bepalen. En hem niet eerder af te koppelen!

Waarom moet ik mijn kind vaak voeden?

Hoe vaker je voedt of kolft tijdens de eerste dagen en weken na de geboorte van je kleintje, hoe meer prolactinereceptoren of melkcellen er gestimuleerd zullen worden. Die melkcellen zitten op je melkklierweefsel. Geactiveerde melkcellen zetten de melkklieren aan tot het maken van moedermelk. Hoe meer melkcellen er geactiveerd werden tijdens die eerste dagen en weken, hoe sneller je borsten weer nieuwe melk zullen maken nadat je kleintje ze “leeg” gedronken heeft. Vaak voeden in het begin, verzekert dus een optimale melkproductie op lange termijn!

Als je borsten erg vol of gespannen aanvoelen, dan wordt er een eiwit (FIL of Feedback Inhibitor of Lactation) geactiveerd dat de melkproductie afremt. Geef je maar één borst per keer of laat je veel tijd tussen twee voedingen, dan heb je meer kans dat de FIL geactiveerd wordt. Wat de melkproductie zal doen dalen op lange termijn. Vaak voeden zorgt er dus voor dat er steeds voldoende melk beschikbaar is voor je kleintje!

Met andere woorden: hoe leger je borsten, hoe meer melk er aangemaakt wordt. En hoe voller je borsten, hoe minder melk er aangemaakt zal worden.

In welke situaties is het beter om op schema te voeden?

Stille ondervoeding

Als je een stille hongeraar in huis hebt, lijkt het me beter om te voeden op schema. Of liever: te voeden op vraag van de moeder en niet van het kind.

Stille hongeraartjes zijn pasgeboren babytjes die erg slaperig zijn. En dus niet wakker worden van de honger. Omdat ze daar eenvoudigweg de energie niet (meer) voor hebben. En net omdat ze slecht wakker worden, legt mama hen niet zo vaak aan. Waardoor de melkproductie langzaam achteruit gaat. Ze nog minder voeding binnenkrijgen. En nog slechter wakker worden voor een voeding. Weer minder gaan eten. Minder productie. Enzovoort. Een vicieuze cirkel dus.

Jonge babytjes geven immers niet altijd goed aan wanneer ze honger hebben. Omdat ze te moe zijn. En dus eigenlijk alleen maar willen slapen. Laat je hén dan verzoeken, dan worden sommige onder hen stille hongeraartjes. Uit zelfbescherming… Om hun weinige en dus zeer kostbare energie niet te verliezen…

Meer over stille ondervoeding

Hyperlactatie

Bij een te grote melkproductie bij de moeder kan het ook nodig zijn om tijdelijk een schema aan te houden. Het zogenaamde blokvoeden. Blokvoeden kan echter ook gecombineerd worden met voeden op verzoek. Je blijft dan gedurende een bepaald tijdsblok telkens dezelfde borst opnieuw aanbieden. En dat totdat je overproductie onder controle is.

Meer informatie over stuwing, hyperlactatie en blokvoeden

Ziekte/handicap/prematuriteit

Bij ziekte, handicap of prematuriteit van het kind is het soms ook nodig om te voeden op mama’s verzoek in plaats van op verzoek van het kind. Zodat het kleintje voldoende vocht en voeding binnenkrijgt. En niet uitdroogt. Zieke kinderen, kinderen met bepaalde handicaps of prematuur geboren babytjes hebben soms de neiging om minder of minder duidelijke hongersignalen uit te zenden.

Bovendien maken sommige medicijnen het kind ook suffer of slaperiger. Waardoor het hongergevoel onderdrukt kan worden. En de communicatiemogelijkheden beknot.

Andere situaties waarbij men soms gaat voeden op schema

Sommige situaties lijken om een schema te vragen. Maar niet in alle situaties is voeden met een schema een garantie dat de melkproductie op peil blijft. De basisregel bij borstvoeding is en blijft immers dat je voedt op verzoek. Ook in onderstaande situaties!

Afbouwen

Als je de borstvoeding wil gaan afbouwen, is schemavoeden makkelijker om een overzicht te houden op het aantal voedingen. En de overgang naar de flesvoeding (die meestal op schema gebeurt) te vergemakkelijken.

Let wel: afbouwen naar slechts een aantal voedingen per dag werkt niet voor elke baby en/of moeder. Hoe jonger je kindje, hoe meer kans dat je melkproductie te sterk daalt. Wil je de productie weer omhoog, dan zit er niets anders op dan weer vaker te gaan voeden (of kolven).

Overige situaties

Andere situaties waarbij voeden op verzoek wel kan, maar waarbij enige regelmaat in de borstvoedingen soms meer rust brengt, bij het kind of bij de moeder. Of meer tijd kan vrijmaken voor het huishouden of de zorg voor de andere kinderen:

–              Huilbaby’s

–              Refluxbaby’s

–              Meerlingen

–              Gespannen, extreem zenuwachtige of onzekere moeder

–              Groot gezin

–              Ziekenhuisopname

–              Bij afwezigheid van de moeder, bijvoorbeeld gescheiden ouders of een moeder die uit werken gaat

Let op als je besluit te gaan voeden op schema!

Ga je voeden op schema, leg je kindje dan zeker elke twee tot drie uur aan. Vraagt je liefje wat eerder om een voeding, op regeldagen bijvoorbeeld, leg het dan wat eerder aan. Hou je schema dus losjes en ga geen tijd tussen de voedingen oprekken.

Voed je op schema, dan moet je voortdurend alert zijn of je kindje wel voldoende voeding binnenkrijgt. Meer informatie

© 2011-2012

Reflux

dinsdag, januari 4th, 2011

Teruggeven is geen spugen
Kenmerken van reflux
Algemene maatregelen bij reflux
Reflux, een term met meerdere betekenissen
Enkele opmerkingen
————————————————

Teruggeven is geen spugen

Veel pasgeborenen geven mondjes melk terug na de voeding. Het te veel aan melk dat je babytje uit je borst gezogen, maar niet doorgeslikt heeft of nog maar kort in de maag heeft gehad, komt er langs zijn mondhoekje weer uit gelopen.

Dat beetje teruggeven van voeding of regurgitatie is normaal. En je hoeft je daar geen zorgen over te maken. Zolang je kleintje slechts mondjeshoeveelheden voeding teruggeeft en van dat beetje spugen geen last lijkt te hebben, hoef je er verder niets aan te doen. Een slabbetje om je liefjes kleding en een hydrofiele luier of spuugdoekje om jouw kleding of het beddengoed te beschermen, zijn dan voldoende. Het teruggeven mindert vanzelf naarmate je liefje ouder wordt, ergens tussen de zes en de twaalf maanden.

Kenmerken van reflux

Sommige babytjes geven (veel) meer melk terug na de voeding dan enkele mondjes. Soms zelfs in de vorm van heus projectielbraken, dus met veel druk erachter. Andere babytjes spugen geen melk uit, maar lijken de hele tijd te herkauwen, hikken na bijna elke voeding en overstrekken zich regelmatig. Soms zelfs tot een of twee uur na de voeding nog. Je kan hen moeilijk neerleggen na een voeding. (In)slapen gaat moeizaam. En ze huilen vaak, waarbij ze erg moeilijk te troosten zijn.

Gebeurt dit teruggeven of wegslikken van voeding dagelijks en heeft je kleintje er last van, dan zou het best wel eens kunnen dat je een refluxbabytje in huis hebt. Bij reflux komt een groot deel van de  (melk)voeding vanuit de maag teruggevloeid in de slokdarm. Dat geeft een branderig gevoel, omdat de (melk)voeding reeds vermengd is met maagzuur. Wat uiteraard zeer pijnlijk is voor je kleintje.

Algemene maatregelen bij reflux

Vaak zijn de pijnklachten bij je liefje al sterk te verminderen door enkele eenvoudige maatregelen:

  • Ververs de luier van je liefje zoveel mogelijk voor de voeding. En liefst niet tijdens of erna. Want als je de beentjes opheft, drukt dat op het maagje.
  • Geef liever meerdere kleine maaltijden met weinig tijd tussen de voedingen, in plaats van enkele grote voedingen. Hoe meer melk je kindje per voeding drinkt, hoe meer druk er op de maag komt te staan en hoe meer kans op teruggeven van de melk.
  • Voed in de rugbyhouding, voed zittend of voed liggend op je rug.Zo ligt het maagje lager. En komt de voeding niet zo snel weer naar boven. Bovendien is de kans op verslikken bij je kleintje in deze houdingen kleiner.
  • Laat je kindje regelmatig boeren. Niet alleen na de voeding, maar ook bij het wisselen van borst.
  • Hou je kleintje na de voeding minstens een half uurtje rechtop. Op de arm, de relax, in de draagdoek, enzovoort.
  • Zet het bedje 45-60° hoger aan het hoofdeinde. Maak bijvoorbeeld een oude onderbroek aan beide kanten van de spijltjes vast. Je kan je babytje daarin leggen om onderuit zakken te voorkomen.
  • Leg je babytje nooit helemaal plat. Verhoog dus ook het luierkussen en de wandelwagen.

Ga zeker nooit op eigen houtje experimenteren met het vroegtijdig introduceren van vaste voeding of met het indikken van afgekolfde melk. Bij borstvoeding worden deze maatregelen overigens afgeraden. Ze doen vaak meer kwaad dan goed… En hebben doorgaans weinig tot geen effect als je borstvoeding geeft.[1]

Osteopathie bij reflux heeft geen wetenschappelijke evidentie, maar de praktijk wijst uit dat het soms wel verlichting kan brengen. Vraag je lactatiekundige naar een erkende osteopaat bij je in de buurt!

Reflux, een term met meerdere betekenissen

Zowat 70% van de pasgeborenen geeft regelmatig voeding terug. Spugen is dus normaal voor zulke kleintjes. En betert vanzelf naarmate je liefje ouder wordt. Als een babytje gaat spugen, spreekt men in de volksmond dan ook vaak wat te snel van reflux…

Er zijn verschillende oorzaken te vinden voor het opbraken of “herkauwen” van voeding. Daarom is het belangrijk om de oorzaak van de reflux bij je kleintje te achterhalen. Een overzicht van mogelijke oorzaken voor refluxklachten:

1. Regurgitatie

Dit is de “reflux” waar ik het hierboven al over had. Teruggeven van voeding hoort bij jonge zuigelingen. Als je kleintje er geen last van heeft, hoef je er verder niets aan te doen. Behalve dan wat vaker een wasje draaien ;-) en je kindje veel bij je dragen.

2. Gastro-oesophagale reflux

Bij gastro-oesophagale reflux is de sluitspier tussen de slokdarm en de maag van je liefje nog niet volledig volgroeid. Voeding die reeds (een tijdje) in de maag zit, kan terugvloeien in de slokdarm. Waarna ze ofwel weer ingeslikt of uitgebraakt wordt.

Deze vorm van reflux kan alleen maar vastgesteld worden na onderzoek door een kinderarts.

Meestal helpen algemene anti-refluxmaatregelen al voldoende om de klachten te minderen (zie boven). Is de reflux ernstig van aard, dan kan er symptomatische medicatie voorgeschreven worden. Deze medicijnen remmen dan de aanmaak van maagzuur of versnellen de vertering van de (melk)voeding. Je kinderarts zal je vertellen welke middelen het meest geschikt zijn voor je liefje. Maar verwacht er geen wonderen van… Deze medicatie helpt misschien wel wat tegen reflux, maar heeft bijvoorbeeld weinig effect op het vele huilen van je babytje. [Blokpoel 2010]

Ook bij deze vorm van reflux is uitzitten de boodschap. Naarmate je babytje ouder wordt, ontwikkelt de sluitspier tussen maag en slokdarm verder. En groeit je kleintje vanzelf over zijn klachten heen. Na een half jaar zijn de meeste zuigelingen over hun grootste klachten heen. En op de leeftijd van een jaar zijn de meesten helemaal klachtenvrij.

3. Hyperlactatie en/of sterke toeschietreflex

Hyperlactatie of te veel melk kan refluxklachten geven bij je kleintje. Een sterke toeschietreflex doet dat ook. Het opbraken of wegslikken van voeding heeft dan niks te maken met een onvolgroeide sluitspier, maar met een overload aan melk en/of een te snelle melkstroom. Let wel: te veel melk en een snelle toeschietreflex komen vaak samen voor, maar niet altijd! Sommige vrouwen hebben last van een snelle toeschietreflex zonder dat ze te veel melk hebben.

Kenmerken van deze vorm van reflux bij je babytje zijn: moeite met aanhappen, onrustig drinken, zich regelmatig verslikken tijdens de voeding, tijdens en na de voeding braken, veel last hebben van krampjes en winderigheid en waterige, schuimende ontlasting die groenig van kleur is en zuur ruikt. Jijzelf hebt veel last van lekkende borsten en/of je borsten blijven vol aanvoelen, ook na de voeding. Als je kindje de borst lost in al zijn onrust, dan spuit de melk vaak nog even na.

Enkele tips als je last hebt van hyperlactatie en/of een sterke toeschietreflex:

  • Probeer stuwing te vermijden. Voed je kleintje dus regelmatig. Hoe vaker je borsten geleegd worden, hoe minder last je zal ondervinden van hyperlactatie. Je kindje heeft minder last van reflux als het vaak bij je mag drinken. Het zal dan immers minder melk per keer drinken. Zodat het maagje minder zwaar belast wordt.
  • Heb je een sterke toeschietreflex, masseer je borsten dan even voor de voeding. Zo wek je een toeschietreflex op. Waarna je die eerste spuitmelk laat weglopen in een doekje. Leg je kleintje pas aan als de melk minder krachtig uit je borst spuit. Lukt masseren niet goed, dan kan je ook wat melk afkolven met de hand. Maar let erop dat je stopt met kolven van zodra je een toeschietreflex krijgt. Anders werkt kolven productieverhogend.
  • Laat je kleintje een borst goed leeg drinken. En koppel hem niet eerder af. Zo krijgt ie ook voldoende achtermelk binnen, wat de vertering zal bevorderen. Lost je kindje dus snel de borst, leg hem dan opnieuw aan dezelfde borst aan, eventueel in een andere voedingshouding.
  • Lijkt je kleintje onverzadigbaar, maar verslikt ie zich telkens in de grote hoeveelheid nieuwe melk bij het borstwisselen, probeer dan eens je leegste borst opnieuw aan te bieden. Zo kan je liefje zijn zuigbehoefte bevredigen, zonder weer hele sloten melk binnen te krijgen. Heb je veel last van hyperlactatie, dan mag je binnen een tijdsspanne van twee tot drie uur telkens dezelfde borst opnieuw aanbieden. Wil je de blokken waarbinnen je telkens weer dezelfde borst gaat aanbieden verlengen naar meer dan vier uur, dan raadpleeg je best eerst even een lactatiekundige.

4. Luchtweginfectie
Soms kan je babytje tijdelijk last hebben van reflux omdat ie met een verstopt neusje of met slijmpjes kampt. Het teruggeven van melk is dan tijdelijk. Blijf zeker borstvoeding geven! Moedermelk heeft een bewezen genezend effect op luchtweginfecties.
Heeft je babytje last van een verstopt neusje, waardoor drinken moeilijker gaat, dan kan je het neusje even uitspoelen met enkele druppeltjes moedermelk vlak voor de voeding.

5. Voedselovergevoeligheid

Reflux kan ook een kenmerk zijn van voedselovergevoeligheid bij je babytje. Melk-, ei- en sojaproducten die jij eet, zijn dan vaak de boosdoener.

Het opbraken of wegslikken van voeding is bij voedselovergevoeligheid echter niet het enige kenmerk. Je kindje heeft dan ook last vaak van onrustig (drink)gedrag, ontroostbaar huilen, krampjes, chronische opstopping of diarree, huiduitslag, luchtweginfecties, slaapproblemen, enzovoort.

Heb je een vermoeden van een voedselovergevoeligheid bij je babytje, dan raadpleeg je best een lactatiekundige en/of diëtist voor de juiste diagnose en behandeling.

Enkele opmerkingen

Heeft je babytje last van reflux, stop dan zeker niet met het geven van borstvoeding. De samenstelling van moedermelk werkt verzachtend bij refluxklachten, kunstvoeding doet dat niet… En overschakelen op kunstvoeding lost de refluxsituatie bij je kleintje vaak niet op.[2]

Ga nooit op eigen houtje experimenteren met het indikken van afgekolfde melk, het vroegtijdig introduceren van vaste voeding of het geven van anti-reflux-medicatie. Neem deze maatregelen enkel in overleg met een (kinder)arts. Enkel een arts kan de ernst van de situatie juist inschatten en de juiste behandeling voorschrijven. Wat je wel kan doen is je kinderarts laten overleggen met een lactatiekundige, zodat je je verzekerd weet van een borstvoedingsvriendelijke begeleiding.


[1]KNEEPKENS 2002, AARSEN e.a. 2008

[2] ALLIET e.a. 2002

(voor een uitgebreide bibliografie kijk hier)

Met hartelijke dank aan dokter Vertongen voor het nalezen van deze tekst!

© 2011-2014