Aanleggen
Hoe kan ik mijn babytje aanleggen?
Wat moet ik doen bij een sterke toeschietreflex?
Wat moet ik doen bij een trage toeschietreflex?
Mijn babytje valt telkens in slaap aan de borst. Wat nu?
Mijn kindje is na vijf minuten al klaar aan de borst. Drinkt het te weinig?
Mijn kindje doet meer dan een half uur over de voeding. Is dat normaal?
Mijn kindje heeft moeite met aanhappen aan de borst. Hoe los ik dat op?
Mijn kindje bijt in de borst. Hoe los ik dat op?
Mijn babytje kan niet goed ademhalen tijdens het drinken. Hoe los ik dat op?
Hoe kan ik mijn babytje aanleggen?
1 Ga gemakkelijk zitten
In een houding waarin je je kan ontspannen en die je lange tijd kan volhouden. Als je niet gewend bent om een kleintje aan te leggen, dan is zittend voeden het makkelijkst.
2 Leg je baby met zijn buikje tegen jouw buik (zie foto)
Dus zijn nek en rugje in elkaars verlengde.
3 Ondersteun je babytje in zijn hals en rug, en onder zijn heupjes
En dus niet enkel achter zijn hoofdje. Ondersteunen doe je best met je onderarm (zie foto). Heb je je kleintje juist vast, dan stimuleer je daarmee de zoekreflex. Dat vergemakkelijkt het aanhappen.
4 Je baby’s neusje (en niet zijn mondje) ligt ter hoogte van je tepel
5 Streel met je tepel lichtjes je baby’s lipjes
Dat stimuleert de kleine pruts om zijn mondje goed open te doen. Draait je kleintje zijn gezicht van je weg, raak dan zijn kaakje eventjes aan. Zo draait hij vanzelf weer naar jou toe.
6 Je babytje moet zijn mondje wagenwijd open doen (zie foto)
Om zoveel mogelijk tepelhof mee binnen te pakken. Dat is het minst pijnlijk voor jou. En je kleintje krijgt zo de meeste melk binnen.
7 Trek nu je kleintje (met de arm waarmee je hem ondersteunt) met heel z’n lijfje naar je toe
Dus niet enkel zijn hoofdje! Trek hem richting jouw borst, op het moment dat hij zijn tong uitsteekt. Als je hem juist vast hebt en zijn mondje staat goed open, dan hapt ie perfect aan. Als je kleintje aanhapt, laat hij zijn hoofdje eerst een klein beetje achterover hellen. Om vervolgens toe te happen. Een beetje zoals een leeuwtje aanvalt op zijn prooi
8 Heeft je kleintje problemen met het nemen van een grote hap?
Dan kan je hem helpen door zijn kinnetje zachtjes omlaag te duwen bij het aanhappen. Krullen zijn lipjes niet mooi naar buiten, dan kan je voorzichtig met je vinger proberen om zijn lipjes wat meer naar buiten te trekken. Lukt dat allemaal niet, dan druk je je pink even tegen zijn mondhoekje. Op die manier los je het vacuüm. En kan je je kleintje opnieuw aanleggen zoals hierboven beschreven. Trek je kleintje nooit zomaar van je borst, zonder dat je eerst het vacuüm gelost hebt. Daar bezorg je jezelf pijnlijke tepelkloofjes mee!
9 Als je kleintje goed aanligt
Liggen zijn lipjes mooi naar buiten gekruld, heeft hij gedurende de ganse voeding een groot deel van je tepelhof mee in de mond, zie je een stukje van zijn tong bij zijn onderlip, hoor je hem drinken met een klokkend geluid en zie je zijn kaak en oortjes mee bewegen in een regelmatig ritme. Nu kan je hem laten drinken tot ie zelf de borst lost. Daarna bied je dan je andere borst aan. Je kleintje beslist zelf of ie nog een dessertje wenst of niet…
10 De volgende voeding
Start je met de borst waar je kleintje de vorige voeding het minst heeft van gedronken. Meestal is dat je tweede borst. Zo hou je de productie in beide borsten ongeveer gelijk.
11 Een alternatieve manier van aanleggen is biological nurturing
Of half liggend voeden. Lukt het aanleggen zoals hier boven beschreven niet goed, dan kan het zijn dat het met biological nurturing (La Leche League) wel lukt. Het proberen waard!
Wist je dat als je je pasgeboren kindje op je blote borst legt hij zelf instinctief de borst zoekt (en vindt!)? Borstcrawl heet dat. Hier vind je daarover meer uitleg en een mooi voorbeeldfilmpje (Kenniscentrum Borstvoeding).
Nog enkele opmerkingen:
Let erop dat er geen vingers van jou op het tepelhof liggen (zie foto). Je vingers liggen, ook bij het borst ondersteunen, zo’n drie tot vier centimeters van je tepel vandaan.
Die eerste voedingen kunnen je tepels wat gevoelig zijn, omdat ze nog moeten wennen aan de borstvoeding. Ondervind je echter telkens een ondraaglijke pijn tijdens het voeden, dan gaat er iets niet goed. Raadpleeg dan een borstvoedingsconsulente of lactatiekundige. Die kan meekijken tijdens het voeden en handige tips geven.
Borstvoeding mag immers geen kwelling worden! En zou, zowel voor jou als voor je babytje, een aangename ervaring moeten zijn. Is het dat niet, dan zoek je best zo snel mogelijk hulp!
Voor meer tips over borstvoeding tijdens de eerste dagen, kijk ook even in de “Kraamweek”-rubriek.
| SPIEKBRIEFJE 1. Zit ik comfortabel? 2. Ligt mijn kindjes buikje tegen mijn buik aan? 3. Ondersteun ik mijn kindje aan de heupjes en het nekje? 4. Ligt mijn kindjes neusje ter hoogte van mijn tepel voor het aanhappen? 5. Liggen er geen vingers op het tepelhof? 6. Neemt mijn kindje een grote hap? 7. Hoor en zie ik mijn kindje drinken? |
Hongersignalen
- Onrustig bewegen in de slaap
- Mondbewegingen maken in de slaap
- Wakker worden
- Smakgeluidjes maken
- Zoekend rondkijken
- Mondje zoekend opensperren
- Op de handjes sabbelen
- Op speelgoed sabbelen
Huilen is een laatste hongersignaal. Beste is om je kindje te voeden bij de eerste hongersignalen. En niet pas als het de borst gaat “eisen”.
Toeschietreflex
Als je een toeschietreflex hebt, krijgen je borsten een drinksignaal. De melk wordt naar voren gestuwd. En loopt of spuit je borst uit.
Ben je aan het kolven, dan zie je dat omdat de melk in straaltjes uit je borst gaat stromen. Ben je live aan het voeden, dan gaat je kindje opeens krachtiger zuigen en slikken. De snelle korte zuigjes veranderen in grote trage en ritmische zuig- en slikbewegingen. Zijn oortjes bewegen een beetje mee tijdens het drinken. Soms gaat de andere borst, die je op dat moment niet kolft of waar je niet mee voedt, lekken. Sommige vrouwen herkennen de toeschietreflex zelfs aan een trekkerig of prikkelend gevoel in hun borst. Maar zelfs als je helemaal niks gewaar wordt, dan nog kan je een toeschietreflex hebben! Hoe langer je voedt, hoe minder duidelijk je je toeschietreflex zal gaan voelen.
Tijdens het voeden of kolven krijgen je borsten normaalgezien meerdere malen een toeschietreflex.
Filmpje (1ste): Hoe drinkt een kind na de toeschietreflex? (Newman Breastfeeding Clinic and Institute)
Wat moet ik doen bij een sterke toeschietreflex?
Heb je een te sterke toeschietreflex, dan merk je dat aan…
- Je kleintje heeft moeite met aanhappen aan de borst.
- Je kleintje verslikt zich regelmatig tijdens het drinken.
- Je kleintje hapt veel lucht naar binnen tijdens het drinken.
- Je kleintje drinkt heel onrustig.
- Als je kleintje de borst lost, blijft de melk uit je borst spuiten.
- Je kleintje heeft reflux.
Kolf enkele ogenblikken wat melk af met de hand. Stop met kolven van zodra er een toeschietreflex is. Laat die eerste spuitmelk in een doekje lopen vooraleer aan te leggen.
Als je kleintje onrustig wordt, haal hem dan even van de borst. En vang die spuitmelk op met een doekje. Stopt de melkstroom, dan kan je je kleintje weer aanleggen.
Pauzeer af en toe tijdens het voeden. Hou je kleintje even rechtop. Laat hem boeren. En leg hem daarna weer aan.
Voed liggend op je rug. Of zittend op schoot. Zo werkt de zwaartekracht tegen. En krijgt je kleintje minder melk tegelijk binnen. Waardoor het zich minder zal verslikken.
Wacht niet te lang vooraleer opnieuw te voeden. Een kleintje dat lang heeft moeten wachten op zijn eten valt hongerig aan op de borst. Wat een sterke toeschietreflex nog eens kan versterken.
Wat moet ik doen bij een trage toeschietreflex?
De toeschietreflex is psychisch beïnvloedbaar. Voel je je niet goed, dan heb je meer kans op een trage toeschietreflex dan wanneer je helemaal happy in je vel zit.
Heb je een trage toeschietreflex, dan merk je dat aan…
- Je kleintje drinkt met snelle korte zuigjes, die na enkele minuten niet veranderen in grote trage en ritmische zuig- en slikbewegingen.
- Je kleintje is onrustig aan de borst. Of weigert de borst.
- Bij het kolven komt er geen of slechts weinig melk. De melk gaat na enkele minuten niet uit je borst spuiten.
Voel je je toeschietreflex niet (meer), dan is dat niet noodzakelijk een teken dat die er niet (meer) is. Hoe langer je voedt, hoe minder duidelijk jij zelf je toeschietreflex zal voelen.
Ga je live voeden, probeer je dan te ontspannen. Zet dat to-do-lijstje of je eventuele boosheid, zorgen of verdriet even uit je hoofd. Leun achterover tijdens het voeden. Sluit je ogen en probeer te genieten van het moment. Bewonder die tien kleine vingertjes en teentjes van je liefje. Aai eens over zijn bolletje. En wees trots dat je de mama bent van dat kleine murmeltje!
Besef dat die kleine ukkepuk heerlijk groeit op jouw melk, de beste voeding die er is!
Kijk ook even bij deze tips in de “Kolven”-rubriek. Ze zijn ook toepasbaar als je live gaat voeden.
Besef dat een trage toeschietreflex slechts een tijdelijk iets is. Borstvoeding faalt niet zo snel. Het is een overlevingsmechanisme waarop de mensheid al tientallen millennia overleeft!
Voedingshoudingen
Borstvoedingshoudingen (Kenniscentrum Borstvoeding)
Mijn babytje valt telkens in slaap aan de borst. Wat nu?
- Zo veel mogelijk huid op huid-contact met je babytje is erg belangrijk. Hou je kindje dicht bij je: op de arm, in de draagdoek, op schoot, ga samen in bad, enzovoort. En laat daarbij je borst zoveel mogelijk bloot. Op die manier is de borst steeds beschikbaar. En kan je reageren op de allereerste hongersignalen (zie foto). Leg je kleintje slapend aan van zodra hij onrustig gaat bewegen. Of smakgeluidjes maakt in zijn slaap.
- Geef je je kindje de borst bij de eerste hongersignalen, dan verspilt het geen energie aan huilen. Daardoor zal hij veel effectiever drinken aan de borst.
- Plaag je kleintje een beetje door aan zijn oor te frutselen. Door het kaakje en het kinnetje te kietelen. Of masseer voorzichtig zijn rugje, handjes of voetjes. Zo blijft ie alerter en beter bij de les.
- Kleed je kleintje niet te warm aan. Warmte maakt loom.
- Verluier je kleintje bij het wisselen van borst.
- Wissel van borst van zodra je kindje loslaat of niet meer actief lijkt te drinken. En wissel desnoods niet één, maar meerdere keren per voeding. Wisselvoeden, noemen ze dat.
- In plaats van van borst te wisselen, kan je ook van houding wisselen. Lost je kleintje de borst of lijkt hij niet meer actief te drinken, dan schakel je bijvoorbeeld over van madonna- naar rugbyhouding. Maar je legt hem wel aan dezelfde borst weer aan. Daarna ga je pas wisselen van borst.
- Bij een pasgeborene kan het al helpen om met de tepel de lipjes te strelen. Of de mondhoek zachtjes aan te raken. Een pasgeboren babytje opent dan automatisch zijn mondje, zelfs als hij half slaapt.
- Pas borstcompressie toe tijdens het drinken. Zo blijft de melk krachtig stromen. En krijgt je kleintje geen kans om in een diepe slaap te vallen. Bovendien krijgt je babytje dan meer melk binnen op de korte tijd dat ie wel wakker is. Borstcompressie en wisselvoeden kan je prima met elkaar combineren!
In slaap vallen tijdens de voeding: bijvoeden met de fles (Ouders Online)
Meer informatie over borstcompressie (Kenniscentrum Borstvoeding)
Nog meer informatie over borstcompressie (Kenniscentrum Borstvoeding)
Mijn kindje is na vijf minuten al klaar aan de borst. Drinkt het te weinig?
Normaalgezien weet een kindje zelf hoe lang en hoe vaak het moet drinken om aan de nodige melk te komen. De eerste weken zal het soms wel twintig minuten lang drinken, vooraleer de borst te lossen.
Vanaf een maand of drie kan je dan verschillende types drinkers onderscheiden. Zo heb je genieterkes, die rustig een half uur doen over een voeding. Maar zijn er ook efficiënte tutteraars, die op vijf tot tien minuten hun eten achterover klokken. En alle varianten daar tussenin natuurlijk…
Je kan erop vertrouwen dat je kleintje voldoende melk binnen heeft gekregen als…
… je voedt op verzoek.
… je kindje zelf de lengte van de voeding laat bepalen. En hem dus niet eerder afkoppelt.
… je na je eerste borst ook nog je tweede aanbiedt als “dessertje”.
Ben je er niet gerust in, bied dan alsnog opnieuw die eerste borst aan, nadat de tweede “leeg” gedronken is.
Mijn kindje doet meer dan een half uur over de voeding. Is dat normaal?
Zie het antwoord op de vorige vraag.
Vind je dat de voedingen wel erg lang duren, dan kan je de voedingen inkorten door te gaan wisselvoeden of aan borstcompressie te doen. Van zodra je kindje niet meer actief lijkt te drinken en/of in slaap dreigt te vallen, wissel je van borst of van voedingshouding (Kenniscentrum Borstvoeding). Of pas je borstcompressie toe.
Soms kan je de voedingen ook inkorten door vaker op een dag te gaan voeden. Als je voedt op de eerste hongersignalen, dan verspeelt je kindje geen onnodige energie met borst vragen. Op die manier heeft ie meer energie over om je borst efficiënt leeg te drinken. En duren de voedingen dus ook minder lang. Bovendien heeft een kindje dat regelmatig de borst aangeboden krijgt meer energie tout court.
Mijn kindje heeft moeite met aanhappen aan de borst. Hoe los ik dat op?
1. Misschien heb je last van stuwing (overvolle gespannen borsten)?
Kijk dan even in de “Stuwing”-rubriek voor handige tips.
2. Heb je grote borsten? En heeft je kleintje daardoor moeite met aanhappen?
Dan helpt het om je vingers, je handpalm of een opgerold doekje of washandje onder je borst te steken, ter ondersteuning. Zo heeft je baby minder moeite om de tepel te blijven vasthouden. Je duim ligt dan bovenaan en je vingers of handpalm onderaan je borst. Let er wel op dat je vingers ver achter je tepelhof liggen tijdens het voeden, zodat je tepel niet uit het mondje van je liefje glipt. Probeer ook duwen op je borst te vermijden. Dat kan immers verstopte melkkanaaltjes veroorzaken. Dus gewoon losjes je borst vastnemen en een beetje opliften.
Rugbyhouding is een fijne borstvoedingshouding als je zware borsten hebt (Kenniscentrum Borstvoeding).
Meer tips over voeden met grote borsten
3. Heb je last van ingetrokken of vlakke tepels?
- Plaats je duim, je wijsvinger en middelvinger vlak naast je tepel. En duw je tepelhof naar je borstkas toe. Zo komt een vlakke tepel wat meer naar buiten. Pak nu je tepel vast. En rol hem voorzichtig heen en weer. Trek daarna je tepel zachtjes wat naar buiten. En leg dan je kleintje aan.
- Kolf vlak voor het voeden een heel klein beetje melk af met een kolfapparaat. Je hoeft niet langer dan één minuutje te kolven. Door het vacuüm van de pomp wordt een ingetrokken tepel meer naar buiten getrokken.
- Gebruik een tepelvormer een kwartiertje voor elke voeding.
- Let erop dat je kleintje een mooie grote hap neemt (zie foto). En ook een groot deel van je tepelhof mee in de mond neemt. Dat kan je bevorderen door je borst tussen duim en wijsvinger een beetje plat te duwen tijdens het aanhappen. Je vingers liggen daarbij een tweetal centimeters achter het tepelhof. Los je greep van zodra je kleintje goed aanligt en flink drinkt.
- Gebruik liever geen tepelhoedje. Doe je dat wel, dan raadpleeg je best eerst even een borstvoedingsconsulente of lactatiekundige.
Helpen bovenstaande trucjes niet, raadpleeg dan een borstvoedingsconsulente of lactatiekundige. Een kindje dat niet goed aanligt, krijgt te weinig melk binnen. Bovendien kan slecht aanhappen pijnlijke tepelkloofjes bij mama veroorzaken!
Mijn kindje bijt in de borst. Hoe los ik dat op?
Kijk eens in de Bijten-rubriek voor uitleg en tips.
Mijn babytje kan niet goed ademhalen tijdens het drinken. Hoe los ik dat op?
Let er bij het aanhappen op dat je babytjes neusje ter hoogte van jouw tepel ligt, en niet zijn mondje. Als bij het drinken de mond van je pasgeborene loodrecht op het tepelhof staat, dan blijft het neusje vrij.
Als je liefjes neusje tijdens het drinken te dicht bij je borst zit, dan kan je de beentjes van je kleintje verder onder je arm doorschuiven langs je middel. Je borst een beetje optillen. Of zijn achterwerkje wat meer naar je toe trekken. Op die manier komt het kinnetje van je kleintje tegen jouw borst te liggen. En blijft zijn neusje vrij om te ademen.
Zit je babytjes neusje tegen je borst, maar lijkt hij daarvan geen last te hebben tijdens het drinken, dan hoef je verder niks te doen. Het is normaal dat het neusje van een pasgeborene een beetje tegen je borst “plakt”. Je liefje heeft aan een klein gaatje voldoende om adem te halen.
Meer informatie
Aanlegtips en informatie over de kraamweek: duidelijke uitleg met veel illustraties (Eurolac.net)










