Posts Tagged ‘uitdroging’

Kort ziekenhuisverblijf en anesthesieadviezen bij het borstgevoede kind

dinsdag, april 3rd, 2012

Ik krijg af en toe de vraag hoe het nu eigenlijk zit met anesthesie en vastenperiode bij een baby of peuter die borstvoeding krijgt. Hieronder een overzicht van de algemene richtlijnen indien een kindje borstvoeding krijgt en kortstondig opgenomen wordt op de pediatrie-afdeling van een ziekenhuis.

Verblijf in het ziekenhuis
BabyFriendly Hospital Initiative
Handvest van de rechten van de gehospitaliseerde kinderen
Preoperatieve vastenperiode
Borstvoeding na de operatie
Melkproductie van de moeder
Bronnenmateriaal


Verblijf in het ziekenhuis

In het ziekenhuis dient men een omgeving te creëren die zoveel mogelijk aansluit op de huiselijke situatie. Je kindje wordt als een normaal kind behandeld en jullie als ouders mogen, indien medisch verantwoord, de gewone comfortzorg van thuis verder zetten. Dit zorgt ervoor dat jij en je kindje beter op elkaar reageren en minder angstig zijn. (Melnyk et al 2004)

Voor je kindje zouden tijdens de ziekenhuisopname de voedingen en het voedingspatroon zoveel mogelijk moeten aansluiten bij het patroon van de normale thuissituatie. (Riordan & Wambach 2010/4)

Als je kindje opgenomen wordt in een babyvriendelijke pediatrie-eenheid van het ziekenhuis, zal men normaalgezien met bovenstaande rekening houden. Het Babyfriendly Hospital Initiative van de World Health Organisation en Unicef is een kwaliteitslabel dat toegekend wordt aan ziekenhuizen die inspanningen leveren om de afdeling baby- en borstvoedingsvriendelijk te maken. Karakteristieken van een babyvriendelijke kinderafdeling zijn: (Riordan & Wambach 2010/4)

  1. Het ziekenhuis heeft een borstvoedingsbeleid op papier staan.
  2. Het ziekenhuis traint zijn personeel op borstvoedingsbegeleiding en – interventie. Alle medewerkers dienen hiervoor scholingen te volgen.
  3. Het ziekenhuis verschaft ouders geschreven en mondelinge informatie over de goede eigenschappen van borstvoeding.
  4. Het ziekenhuis geeft de mogelijkheid op ongelimiteerd voeden en stimuleert dus voeden op verzoek.
  5. Het ziekenhuis zorgt voor voorzieningen zodat een moeder kan kolven als de baby niet rechtstreeks aan de borst drinkt: borstkolf, kolfruimte, opslagplaats voor melk, lactatiekundige begeleiding indien gewenst.
  6. Het ziekenhuis geeft borstgevoede kinderen enkel leeftijdsgerelateerde of medisch noodzakelijke bijvoeding.
  7. Het ziekenhuis past alternatieve voedingsmethodes toe die het borstvoedingsbeleid niet in de weg staan, dus geen speentjes of flesjes.
  8. Het ziekenhuis geeft de mogelijkheid op 24u/24u rooming in voor moeder en kind. Moeder en kind worden niet gescheiden, ook niet voor onderzoeken of verpleegkundige of medische handelingen.
  9. Het ziekenhuis zorgt voor maaltijden en tussendoortjes voor de borstvoedende moeder.
  10. Het ziekenhuis zorgt voor een medicatie- en behandelingsschema dat de borstvoeding zo weinig mogelijk in de weg staat.
  11. Het ziekenhuis verschaft informatie over de mogelijkheden van borstvoedingsondersteuning en –begeleiding binnen en buiten het ziekenhuis, zowel tijdens de opname als na ontslag.
  12. Het ziekenhuis controleert dat het geschreven borstvoedingsbeleid effectief en efficiënt in de praktijk uitgevoerd wordt door alle ziekenhuismedewerkers en op alle afdelingen.

Ook het Handvest van de rechten van de gehospitaliseerde kinderen van de European Association for Children in Hospital en Unicef is zo’n kwaliteitslabel. Dit legt echter andere accenten in vergelijking met het Babyfriendly Hospital Initiative:

  1. Kinderen worden niet in een ziekenhuis opgenomen als de zorg die zij nodig hebben thuis, in dagbehandeling of poliklinisch kan worden verleend.
  2. Kinderen hebben het recht hun ouders of verzorgers altijd bij zich te hebben. Ook tijdens onderzoeken, bij verpleegkundige en medische handelingen, bij de voorbereiding en installatie in de operatiekamer en bij het ontwaken uit de verdoving.
  3. Ouders wordt accommodatie en de mogelijkheid tot overnachting naast het kind aangeboden.
  4. Kinderen en ouders hebben recht op informatie. De informatie wordt aangepast aan de leeftijd en het bevattingsvermogen van het kind.
  5. Kinderen en ouders hebben recht op alle informatie die noodzakelijk is voor het geven van toestemming voor onderzoeken, ingrepen en behandelingen.
  6. Kinderen worden in het ziekenhuis gehuisvest en verzorgd samen met kinderen in dezelfde leeftijd- en/of ontwikkelingsfase.
  7. Kinderen hebben recht op mogelijkheden om te spelen, zich te vermaken en onderwijs te genieten al naargelang hun leeftijd en lichamelijke conditie. Kinderen hebben recht op een verblijf in een stimulerende veilige omgeving waar voldoende toezicht is en die berekend is op kinderen van alle leeftijdscategorieën.
  8. Kinderen worden behandeld en verzorgd door medisch, verpleegkundig en ander personeel dat speciaal is opgeleid voor de zorg voor kinderen. Het beschikt over de kennis en de ervaring die nodig zijn om ook aan de emotionele eisen van het kind en het gezin tegemoet te komen.
  9. Kinderen hebben recht op verzorging en behandeling door zoveel mogelijk dezelfde personen, die onderling optimaal samenwerken.
  10. Kinderen hebben het recht met tact en begrip te worden benaderd en behandeld. Hun privacy wordt te allen tijde gerespecteerd.

Vraag dus bij een geplande opname van je kindje of het betreffende ziekenhuis één of beide labels behaald heeft. Op die manier verzeker je je kindje van de meest optimale begeleiding en verzorging.

Preoperatieve vastenperiode

Vooraleer je kindje onder narcose gaat, zal het een tijdje geen voeding mogen krijgen. Dit is om ademhalingsrisico’s ten gevolge van de anesthesie te  vermijden. Deze preoperatieve vastenperiode moet echter zo kort mogelijk gehouden worden.

Voor het bepalen van de duur van de vastenperiode dient men enerzijds rekening te houden met het reduceren van ademhalingsrisico’s ten gevolge van de anesthesie,  maar tegelijkertijd moet men ook het risico op uitdroging en hypoglycemie ten gevolge van het onthouden van voeding vermijden. (Riordan & Wambach 2010/4)

Voor zuigelingen heeft de American Society of Anesthesiologists daarom volgende richtlijnen opgesteld:

  • Heldere vloeistoffen tot 2 uur voor de narcose.
  • Moedermelk tot 4 uur voor de narcose. (Lawrence 2005, Cook-Sather & Litman 2006, Riordan & Wambach 2010/4)
  • Kunstvoeding en lichte maaltijd tot 6 uur voor de narcose.
  • Zware maaltijd tot 8 uur voor de narcose.

Sommige onderzoekers verkorten de preoperatieve borstvoedingsperiode zelfs nog meer en poneren dat  moedermelk tot 3 uur voor narcose de kindvriendelijkste handelswijze is. (Litman et al 1994, Schreiner 1994)

Scheiding van ouders en kindje dient altijd zo kort mogelijk gehouden worden, om stress bij beide te beperken. Je kan je borstgevoede babytje tijdens de preoperatieve vastenperiode troosten met een fopspeentje.  Je kan ook overwegen om je kindje te laten troosten door een andere vertrouwenspersoon van de familie, als je kindje jou te veel associeert met borstvoeding en je kindje niet meer bij je mag drinken. (Riordan & Wambach 2010/4)

Borstvoeding na de operatie

Postoperatief moet de borstvoeding zo snel mogelijk weer opgestart worden, van zodra de arts aangeeft dat orale voeding weer toegelaten is.  Er is geen enkele reden om moedermelk te gaan vervangen door glucosewater of om als eerste voeding glucosewater te geven. (Riordan & Wambach 2010/4) Dat betekent dat zuigelingen vaak al op de uitslaapkamer borstvoeding kunnen genieten. Met kunstvoeding en vaste voeding zal men echter langer moeten wachten.

Borstvoeding dient ook overwogen te worden als pijnreducerend middel na operaties. (Riordan & Wambach 2010/4) Het geven van borstvoeding kan troostend werken voor zowel je kindje als voor jou. Het geruststellende zuigen aan de borst kan de werking van pijnstillende medicatie ondersteunen. Onderzoek heeft immers uitgewezen dat borstvoeding tijdens en na een pijnervaring zorgt voor een verlaging van de hartslag, voor een kortere periode van huilen en voor lagere pijnscores in vergelijking met kinderen die geen borstvoeding kregen onder dezelfde omstandigheden. (Shah et al 2006)

Melkproductie van de moeder

Indien je kindje tijdelijk niet bij jou aan de borst kan drinken, zal je je melk dienen af te kolven. Idealiter minstens even vaak als dat je kindje bij jou zou drinken. Die afgekolfde melk kan aan het kindje gegeven worden wanneer de arts daar de toestemming voor geeft, maar kan ook bewaard worden voor later.


Bronnenmateriaal

Cook-Sather, S.D. and R.S. Litman (2006) “Modern fasting guidelines in children” in Best Prac Res Clin Anaesthesiol 20/3:471-481

Lawrence, R. (2005) “Lactation support when the infant will require general anesthesia: assisting the breastfeeding dyad in remaining content through the preoperative fasting period” in J Hum Lact 21/3:355-357

Litman, R. et al. (1994) “Gastric volume and pH in infants fed clear liquids and breast milk prior to surgery” in Anesth Analg 79:482-485

Melnyk, B. et al. (2004) “Creating opportunities for parent empowerment: program effects on the mental health and coping outcomes of critically ill young children and their mothers” in Pediatrics 113/6:597-607

Riordan, J. and K. Wambach (2010/4) “Breastfeeding and human lactation

Schreiner, M. (1994) “Preoperative and postoperative fasting in children” in Ped Clinics N Amer 4/1:111-120

Shah, P.S. et al. (2006) “Breastfeeding or breast milk for procedural pain in neonatesCochrane Database Syst Rev 3:CD004950

Richtlijnen van de American Society of Anesthesiologists (1999) inzake preoperatief vasten bij zuigelingen

http://www.uzleuven.be/sites/default/files/kindergeneeskunde/kindvriendelijk_ziekenhuis_brochure.pdf (geraadpleegd op 3 april 2012)

© 2012

Stille hongeraars…

zaterdag, september 18th, 2010

Stille hongeraars zijn babytjes die te weinig voeding binnenkrijgen. Waardoor ze erg slaperig worden. En dus niet wakker worden van de honger. Omdat ze daar eenvoudigweg de energie niet (meer) voor hebben. En net omdat ze slecht wakker worden, legt mama hen niet zo vaak aan. Waardoor de melkproductie langzaam achteruit gaat. Ze nog minder voeding binnenkrijgen. En nog slechter wakker worden voor een voeding. Weer minder gaan eten. Minder productie. Enzovoort. Een vicieuze cirkel dus.

Pasgeborenen geven immers niet altijd aan wanneer ze honger hebben. Omdat ze te moe zijn. En dus eigenlijk alleen maar willen slapen. Laat je hén dan verzoeken, dan worden sommige onder hen stille hongeraartjes. Uit zelfbescherming… Om hun weinige en dus zeer kostbare energie niet te verliezen…

Baby bij mama

Hoe weet ik of mijn babytje genoeg voeding binnenkrijgt?

Daarvoor bestaat een handig overzichtslijstje, met kenmerken waaraan jij en je liefje moeten voldoen.

  • Je hoort en ziet je kindje duidelijk melk slikken met klokkende geluiden, waarbij de kin traag en diep naar beneden gaat bij elke slok. En dit minutenlang.
  • Je kindje weigert de andere borst of laat los nadat ie de eerste voelbaar “leeg” gedronken heeft.
  • Je borst(en) voelen na de voeding leger aan dan ervoor.
  • Je kindje heeft verschillende duidelijke plasluiers op een etmaal (vier volle wegwerpluiers of zes kletsnatte katoenen luiers).
  • Je kindjes urine is licht van kleur en reukloos.
  • Je kindje heeft dagelijks zalfachtige en mosterdgele ontlasting.
  • Je kindje groeit goed en komt aan.
  • Je kindje is alert en levendig bij het wakker worden.
  • Je kindje is tevreden en voldaan na de voeding.
  • Je krijgt dorst tijdens of vlak na het voeden.

Is aan een of meerdere van deze criteria niet voldaan en heb je nog een jong babytje in huis, dan bestaat de kans dat je een stille hongeraar in huis hebt…

Wat doe je met een stille hongeraar?

Als je kleintje niet zelf komt voor een voeding, dan is het het beste dat jij als mama even het ritme gaat bepalen voor je schatje. Borstvoeding op verzoek dus, maar dan op verzoek van mama. Waarmee ik bedoel dat je je kleintje uiteraard aanlegt bij de eerste hongersignalen. Maar daarnaast je liefje ook gewoon wakker maakt voor een voeding om de twee uur, als ie daar niet zelf om komt. Of hem of haar gewoon al slapend aanlegt. Slapend aanleggen doe je best van zodra hij gaat bewegen. Of geluidjes maakt in zijn slaap.

Hoe vaak moet je je kleintje dan voeden? Dat hangt eigenlijk vooral van het gewicht van je kleintje af. Want de basisregel is: Hoe lichter je kindje in gewicht, hoe meer kans op een stille hongeraar!

Maximum aantal uren doorslapen op een nacht:

< 4kg: elke 2 uur voeding, maximum eenmalig 4u doorslapen

4-6kg (vanaf 2 maanden oud): elke 2-3 uur voeding, maximum eenmalig 6u doorslapen

> 6kg (vanaf 6 maanden oud): minimaal 6-7 voedingen, maximum eenmalig 8-10u doorslapen

> 8kg (vanaf 1 jaar oud): minimaal 6-7 voedingen, heel de nacht doorslapen (als je kindje overdag voldoende borstvoeding gehad heeft)

Het fijne aan borstvoeding is dat een borstekind geen maximumlimiet aan voedingen of ml’s moedermelk heeft. Voed dus gerust zo vaak je wil. En geef je liefje maar gewoon nachtvoedingen, als ie daar nog nood aan heeft!

Honger

Een kindje gaat pas ten vroegste doorslapen als het overdag voldoende voeding binnenkrijgt. Dat betekent bij volledige borstvoeding, zo’n 800-1000ml daags. Aan die hoeveelheid melk komen de meeste vrouwen pas als ze zo’n zes keer of meer gaan voeden. Zij die zo’n grote opslagcapaciteit in hun borsten hebben, dat ze met minder dan zes voedingen toch aan die 800-1000ml komen op een dag zijn schaars. Laat je dus niet ontmoedigen als je een borstaddictje hebt dat het gezellig vindt om zo’n tien keer of meer bij je te willen drinken, ook als ie al verschillende maanden oud is. Dat is een perfect normaal en perfect gezond drinkpatroon voor een borstebabytje!

Valt je kindje telkens in slaap aan de borst?

  • Zo veel mogelijk huid op huid-contact met je babytje is erg belangrijk. Op die manier is de borst steeds beschikbaar. En kan je reageren op de allereerste hongersignalen. Leg je kleintje slapend aan van zodra hij onrustig gaat bewegen. Of smakgeluidjes maakt in zijn slaap.
  • Bij een pasgeborene kan je met de tepel de lipjes strelen. Of de mondhoek zachtjes aanraken. Een pasgeboren babytje opent dan automatisch zijn mondje, zelfs als hij half slaapt. En hapt op automatische piloot aan.
  • Een andere methode is om met je tepel van zijn oortje tot aan de mondhoek te strelen, over het kaakje. Ook dat stimuleert je liefje om aan te happen.
  • Geef je je kindje de borst bij de eerste hongersignalen, dan verspilt het geen energie aan huilen. Daardoor zal hij veel effectiever drinken aan de borst.
  • Geef je je kindje een voeding, kleed hem dan niet te warm aan. En stroop de mouwtjes wat op. Dat blote velletje van de armpjes en handjes op jouw blote borst maakt je kindje alerter.
  • Sommige merken voedingsbh’s zijn wel prachtig om te zien, maar laten maar weinig vel van de borst bloot. Als je discreet wil gaan voeden is dat handig. Maar valt je kindje snel in slaap aan de borst, dan draag je beter geen bh of eentje waarbij veel bloot te “voelen” is voor je kindje.
  • Plaag je kleintje een beetje door aan zijn oor te frutselen op het moment dat ie minder krachtig zuigt. Of tik tegen het kaakje en het kinnetje. Of masseer voorzichtig zijn rugje, handpalm of de muis van zijn duimpje als ie in slaap dreigt te vallen. Zo blijft ie alerter en beter bij de les.
  • Wissel van borst van zodra je kindje loslaat. En wissel desnoods niet één, maar meerdere keren per voeding. Wisselvoeden, noemen ze dat.
  • In plaats van van borst te wisselen, kan je ook van houding wisselen. Lost je kleintje de borst, dan schakel je bijvoorbeeld over van madonna- naar rugbyhouding. Maar je legt hem wel aan dezelfde borst weer aan. Lost hij daarna die borst opnieuw, dan ga je dan pas wisselen van borst.
  • Pas borstcompressie toe tijdens het drinken. Zo blijft de melk krachtig stromen. En krijgt je kleintje geen kans om in een diepe slaap te vallen. Bovendien krijgt je babytje dan meer melk binnen op de korte tijd dat ie wel  wat wakkerder is.

Meer informatie (voor zorgverleners) : Uitdroging en ondervoeding (Richtlijn Borstvoeding)

© 2010-2015