Posts Tagged ‘spugen’

Reflux

dinsdag, januari 4th, 2011

Teruggeven is geen spugen
Kenmerken van reflux
Algemene maatregelen bij reflux
Reflux, een term met meerdere betekenissen
Enkele opmerkingen
————————————————

Teruggeven is geen spugen

Veel pasgeborenen geven mondjes melk terug na de voeding. Het te veel aan melk dat je babytje uit je borst gezogen, maar niet doorgeslikt heeft of nog maar kort in de maag heeft gehad, komt er langs zijn mondhoekje weer uit gelopen.

Dat beetje teruggeven van voeding of regurgitatie is normaal. En je hoeft je daar geen zorgen over te maken. Zolang je kleintje slechts mondjeshoeveelheden voeding teruggeeft en van dat beetje spugen geen last lijkt te hebben, hoef je er verder niets aan te doen. Een slabbetje om je liefjes kleding en een hydrofiele luier of spuugdoekje om jouw kleding of het beddengoed te beschermen, zijn dan voldoende. Het teruggeven mindert vanzelf naarmate je liefje ouder wordt, ergens tussen de zes en de twaalf maanden.

Kenmerken van reflux

Sommige babytjes geven (veel) meer melk terug na de voeding dan enkele mondjes. Soms zelfs in de vorm van heus projectielbraken, dus met veel druk erachter. Andere babytjes spugen geen melk uit, maar lijken de hele tijd te herkauwen, hikken na bijna elke voeding en overstrekken zich regelmatig. Soms zelfs tot een of twee uur na de voeding nog. Je kan hen moeilijk neerleggen na een voeding. (In)slapen gaat moeizaam. En ze huilen vaak, waarbij ze erg moeilijk te troosten zijn.

Gebeurt dit teruggeven of wegslikken van voeding dagelijks en heeft je kleintje er last van, dan zou het best wel eens kunnen dat je een refluxbabytje in huis hebt. Bij reflux komt een groot deel van de  (melk)voeding vanuit de maag teruggevloeid in de slokdarm. Dat geeft een branderig gevoel, omdat de (melk)voeding reeds vermengd is met maagzuur. Wat uiteraard zeer pijnlijk is voor je kleintje.

Algemene maatregelen bij reflux

Vaak zijn de pijnklachten bij je liefje al sterk te verminderen door enkele eenvoudige maatregelen:

  • Ververs de luier van je liefje zoveel mogelijk voor de voeding. En liefst niet tijdens of erna. Want als je de beentjes opheft, drukt dat op het maagje.
  • Geef liever meerdere kleine maaltijden met weinig tijd tussen de voedingen, in plaats van enkele grote voedingen. Hoe meer melk je kindje per voeding drinkt, hoe meer druk er op de maag komt te staan en hoe meer kans op teruggeven van de melk.
  • Voed in de rugbyhouding, voed zittend of voed liggend op je rug.Zo ligt het maagje lager. En komt de voeding niet zo snel weer naar boven. Bovendien is de kans op verslikken bij je kleintje in deze houdingen kleiner.
  • Laat je kindje regelmatig boeren. Niet alleen na de voeding, maar ook bij het wisselen van borst.
  • Hou je kleintje na de voeding minstens een half uurtje rechtop. Op de arm, de relax, in de draagdoek, enzovoort.
  • Zet het bedje 45-60° hoger aan het hoofdeinde. Maak bijvoorbeeld een oude onderbroek aan beide kanten van de spijltjes vast. Je kan je babytje daarin leggen om onderuit zakken te voorkomen.
  • Leg je babytje nooit helemaal plat. Verhoog dus ook het luierkussen en de wandelwagen.

Ga zeker nooit op eigen houtje experimenteren met het vroegtijdig introduceren van vaste voeding of met het indikken van afgekolfde melk. Bij borstvoeding worden deze maatregelen overigens afgeraden. Ze doen vaak meer kwaad dan goed… En hebben doorgaans weinig tot geen effect als je borstvoeding geeft.[1]

Osteopathie bij reflux heeft geen wetenschappelijke evidentie, maar de praktijk wijst uit dat het soms wel verlichting kan brengen. Vraag je lactatiekundige naar een erkende osteopaat bij je in de buurt!

Reflux, een term met meerdere betekenissen

Zowat 70% van de pasgeborenen geeft regelmatig voeding terug. Spugen is dus normaal voor zulke kleintjes. En betert vanzelf naarmate je liefje ouder wordt. Als een babytje gaat spugen, spreekt men in de volksmond dan ook vaak wat te snel van reflux…

Er zijn verschillende oorzaken te vinden voor het opbraken of “herkauwen” van voeding. Daarom is het belangrijk om de oorzaak van de reflux bij je kleintje te achterhalen. Een overzicht van mogelijke oorzaken voor refluxklachten:

1. Regurgitatie

Dit is de “reflux” waar ik het hierboven al over had. Teruggeven van voeding hoort bij jonge zuigelingen. Als je kleintje er geen last van heeft, hoef je er verder niets aan te doen. Behalve dan wat vaker een wasje draaien ;-) en je kindje veel bij je dragen.

2. Gastro-oesophagale reflux

Bij gastro-oesophagale reflux is de sluitspier tussen de slokdarm en de maag van je liefje nog niet volledig volgroeid. Voeding die reeds (een tijdje) in de maag zit, kan terugvloeien in de slokdarm. Waarna ze ofwel weer ingeslikt of uitgebraakt wordt.

Deze vorm van reflux kan alleen maar vastgesteld worden na onderzoek door een kinderarts.

Meestal helpen algemene anti-refluxmaatregelen al voldoende om de klachten te minderen (zie boven). Is de reflux ernstig van aard, dan kan er symptomatische medicatie voorgeschreven worden. Deze medicijnen remmen dan de aanmaak van maagzuur of versnellen de vertering van de (melk)voeding. Je kinderarts zal je vertellen welke middelen het meest geschikt zijn voor je liefje. Maar verwacht er geen wonderen van… Deze medicatie helpt misschien wel wat tegen reflux, maar heeft bijvoorbeeld weinig effect op het vele huilen van je babytje. [Blokpoel 2010]

Ook bij deze vorm van reflux is uitzitten de boodschap. Naarmate je babytje ouder wordt, ontwikkelt de sluitspier tussen maag en slokdarm verder. En groeit je kleintje vanzelf over zijn klachten heen. Na een half jaar zijn de meeste zuigelingen over hun grootste klachten heen. En op de leeftijd van een jaar zijn de meesten helemaal klachtenvrij.

3. Hyperlactatie en/of sterke toeschietreflex

Hyperlactatie of te veel melk kan refluxklachten geven bij je kleintje. Een sterke toeschietreflex doet dat ook. Het opbraken of wegslikken van voeding heeft dan niks te maken met een onvolgroeide sluitspier, maar met een overload aan melk en/of een te snelle melkstroom. Let wel: te veel melk en een snelle toeschietreflex komen vaak samen voor, maar niet altijd! Sommige vrouwen hebben last van een snelle toeschietreflex zonder dat ze te veel melk hebben.

Kenmerken van deze vorm van reflux bij je babytje zijn: moeite met aanhappen, onrustig drinken, zich regelmatig verslikken tijdens de voeding, tijdens en na de voeding braken, veel last hebben van krampjes en winderigheid en waterige, schuimende ontlasting die groenig van kleur is en zuur ruikt. Jijzelf hebt veel last van lekkende borsten en/of je borsten blijven vol aanvoelen, ook na de voeding. Als je kindje de borst lost in al zijn onrust, dan spuit de melk vaak nog even na.

Enkele tips als je last hebt van hyperlactatie en/of een sterke toeschietreflex:

  • Probeer stuwing te vermijden. Voed je kleintje dus regelmatig. Hoe vaker je borsten geleegd worden, hoe minder last je zal ondervinden van hyperlactatie. Je kindje heeft minder last van reflux als het vaak bij je mag drinken. Het zal dan immers minder melk per keer drinken. Zodat het maagje minder zwaar belast wordt.
  • Heb je een sterke toeschietreflex, masseer je borsten dan even voor de voeding. Zo wek je een toeschietreflex op. Waarna je die eerste spuitmelk laat weglopen in een doekje. Leg je kleintje pas aan als de melk minder krachtig uit je borst spuit. Lukt masseren niet goed, dan kan je ook wat melk afkolven met de hand. Maar let erop dat je stopt met kolven van zodra je een toeschietreflex krijgt. Anders werkt kolven productieverhogend.
  • Laat je kleintje een borst goed leeg drinken. En koppel hem niet eerder af. Zo krijgt ie ook voldoende achtermelk binnen, wat de vertering zal bevorderen. Lost je kindje dus snel de borst, leg hem dan opnieuw aan dezelfde borst aan, eventueel in een andere voedingshouding.
  • Lijkt je kleintje onverzadigbaar, maar verslikt ie zich telkens in de grote hoeveelheid nieuwe melk bij het borstwisselen, probeer dan eens je leegste borst opnieuw aan te bieden. Zo kan je liefje zijn zuigbehoefte bevredigen, zonder weer hele sloten melk binnen te krijgen. Heb je veel last van hyperlactatie, dan mag je binnen een tijdsspanne van twee tot drie uur telkens dezelfde borst opnieuw aanbieden. Wil je de blokken waarbinnen je telkens weer dezelfde borst gaat aanbieden verlengen naar meer dan vier uur, dan raadpleeg je best eerst even een lactatiekundige.

4. Luchtweginfectie
Soms kan je babytje tijdelijk last hebben van reflux omdat ie met een verstopt neusje of met slijmpjes kampt. Het teruggeven van melk is dan tijdelijk. Blijf zeker borstvoeding geven! Moedermelk heeft een bewezen genezend effect op luchtweginfecties.
Heeft je babytje last van een verstopt neusje, waardoor drinken moeilijker gaat, dan kan je het neusje even uitspoelen met enkele druppeltjes moedermelk vlak voor de voeding.

5. Voedselovergevoeligheid

Reflux kan ook een kenmerk zijn van voedselovergevoeligheid bij je babytje. Melk-, ei- en sojaproducten die jij eet, zijn dan vaak de boosdoener.

Het opbraken of wegslikken van voeding is bij voedselovergevoeligheid echter niet het enige kenmerk. Je kindje heeft dan ook last vaak van onrustig (drink)gedrag, ontroostbaar huilen, krampjes, chronische opstopping of diarree, huiduitslag, luchtweginfecties, slaapproblemen, enzovoort.

Heb je een vermoeden van een voedselovergevoeligheid bij je babytje, dan raadpleeg je best een lactatiekundige en/of diëtist voor de juiste diagnose en behandeling.

Enkele opmerkingen

Heeft je babytje last van reflux, stop dan zeker niet met het geven van borstvoeding. De samenstelling van moedermelk werkt verzachtend bij refluxklachten, kunstvoeding doet dat niet… En overschakelen op kunstvoeding lost de refluxsituatie bij je kleintje vaak niet op.[2]

Ga nooit op eigen houtje experimenteren met het indikken van afgekolfde melk, het vroegtijdig introduceren van vaste voeding of het geven van anti-reflux-medicatie. Neem deze maatregelen enkel in overleg met een (kinder)arts. Enkel een arts kan de ernst van de situatie juist inschatten en de juiste behandeling voorschrijven. Wat je wel kan doen is je kinderarts laten overleggen met een lactatiekundige, zodat je je verzekerd weet van een borstvoedingsvriendelijke begeleiding.


[1]KNEEPKENS 2002, AARSEN e.a. 2008

[2] ALLIET e.a. 2002

(voor een uitgebreide bibliografie kijk hier)

Met hartelijke dank aan dokter Vertongen voor het nalezen van deze tekst!

© 2011-2014

Voedselallergie, -intolerantie, koemelkallergie of lactose-intolerantie?

vrijdag, oktober 30th, 2009

Allergie en intolerantie: wat is het verschil?

Voedselintolerantie

Voedselallergie

Lactose-intolerantie

————————————————————–

Allergie en intolerantie

Een voedselintolerantie…

  • is meestal tijdelijk en van voorbijgaande aard,
  • is een (tijdelijk) slecht kunnen verteren van een bepaald voedingsmiddel,
  • een reactie komt meestal voor na het eten of drinken van een grote hoeveelheid van een bepaald voedingsmiddel,
  • een reactie komt soms pas op na langere tijd of bouwt zich langzaam op,
  • is niet levensbedreigend.

Een voedselallergie…

  • is meestal blijvend,
  • is een verkeerde reactie van het immuunsysteem van het lichaam op een bepaald voedingsmiddel,
  • een reactie kan al voorkomen na consumptie van een kleine hoeveelheid van een bepaald voedingsmiddel,
  • een reactie komt vrij snel op, al na enkele minuten of uren,
  • kan levensbedreigend zijn.

Een voedselovergevoeligheid…

Deze term wordt zowel voor voedselallergie als voor voedselintolerantie gebruikt.

Voedselintolerantie

Sommige baby’s ontwikkelen een intolerantie voor bepaalde voedingsmiddelen. Die komt zelden tot uiting wanneer ze nog exclusief borstvoeding krijgen. Bijvoorbeeld door te reageren op dingen die de moeder gegeten of gedronken heeft. En waarvan reststoffen in de moedermelk terechtgekomen zijn.

Meestal komt een duidelijke reactie bij de baby pas voor na de introductie van vaste voeding.

In de praktijk is het bij babytjes moeilijk om vast te stellen of ze lijden aan een voedselintolerantie of aan een allergie tegen bepaalde levensmiddelen. De kenmerken bij een intolerantie verschillen doorgaans niet veel van deze bij een allergie.

Voor een lijst met kenmerken: zie “Voedselallergie” hieronder.

Onderzoek heeft uitgewezen dat voedselintolerantie bij jonge kinderen eerder zeldzaam is. En meestal van voorbijgaande aard. Koemelkintolerantie, de meest voorkomende voedselintolerantie bij baby’s, verdwijnt bijvoorbeeld vaak rond de eerste verjaardag. Blijft de intolerantie toch bestaan, dan is dat doorgaans in een veel mildere vorm. Op latere leeftijd zullen deze kinderen (en volwassenen) allicht geen grote fan zijn van de producten waar ze als baby overgevoelig op reageerden. Maar veel klachten houden ze er meestal ook niet aan over.

Voedselallergie

Mogelijke kenmerken van voedselallergie bij de baby

Maag- en darmstelsel

– krampjes

– braken, herkauwen en/of overstrekken tijdens of na de voeding

– (chronische) opstopping of diarree

– groenige en zuur ruikende ontlasting

Ademhalingsstelsel: veelvuldige oogbindvliesontsteking, oorontsteking of luchtweginfectie

Huid: droge huid en/of huiduitslag, soms zelfs eczeem

Groei: groeivertraging

Gedrag

– weinig eetlust

– onrustig gedrag, ofwel tijdens ofwel een tijdje na het drinken

– ontroostbaar huilen

– slaapproblemen

Opgelet! Heeft een baby slechts één of enkele kenmerken uit bovenstaand lijstje, dat wijst dat meestal niet op het bestaan van een allergie! Vooraleer voedselallergie als diagnose geopperd wordt, dient eerst het ganse borstvoedingsbeleid nagekeken te worden. Begeleiding door een lactatiekundige is daarbij een absolute aanrader!

Dieet van de moeder als ze borstvoeding geeft

Voedselallergieën gaan meestal om de eiwitten die in dat bepaalde voedingsmiddel voorkomen: koemelk, eieren, gluten (tarwe, haver, gerst, rogge), noten, zaden, pitten, soja, vis, schaal- en schelpdieren, enzovoort.

Andere voedingswaren die allergische reacties kunnen veroorzaken: peulvruchten, selder, wortel, tomaat, maïs, aardbei, kiwi, citrusvruchten, kip, rund, varken en cacao.

Allergene stoffen (d.i. de stoffen die de allergische reactie veroorzaken) circuleren bij de moeder in de bloedbaan na de vertering. En worden op die manier gedeeltelijk doorgegeven via de moedermelk. Koemelk, en in mindere mate eieren, zijn de meest voorkomende boosdoeners bij borstvoeding.

Als de moeder de allergene voedingsmiddelen uit haar dieet schrapt (d.i. het zogenaamde hypo-allergeen dieet), dan heeft haar baby dus minder last. Het is natuurlijk een beetje uitzoeken op welke levensmiddelen de baby wel en op welke hij niet reageert. Dat doet men doorgaans door middel van eliminatie- en provocatietesten. Je laat twee tot vier weken lang het voedingsmiddel (en alle afgeleide producten ervan) waarvan je vermoedt dat het klachten geeft, weg uit je voeding. En kijkt of het ongemak bij je kindje vermindert intussentijd.  Na een maand herintroduceer je dat product weer. Gaat je kindje er opnieuw op reageren, na een tijdje klachtenvrij te zijn geweest, dan weet je dat dat bepaalde voedingsmiddel de boosdoener was.

Eliminatie en provocatie kan je als moeder gaan toepassen, maar het is ook bruikbaar bij je kindje na de introductie van vaste voeding.

Opmerkingen

  • Beperk de voeding niet nodeloos: slechts één of twee producten per keer testen is voldoende.
  • Het is niet altijd evident om op hypo-allergeen dieet te gaan. Melkproducten en -afgeleiden bijvoorbeeld zitten in heel veel levensmiddelen verborgen. De ingrediëntenlijst op de etiketten goed bestuderen in de supermarkt is dan ook een must. Zit de allergene stof als voedingsmiddel verwerkt in het product, dan schrap je dat tijdelijk uit je dieet. Staat er enkel op het etiket dat “het sporen bevat van …”, dan is dit product veilig voor je. De benaming “sporen bevattend” is veeleer een juridische term en heeft niet veel te maken met de ingrediënten van het product zelf.
  • Melkproducten gaan vervangen door soja-varianten is ook niet altijd een goed idee. Zowat 30% van de mensen die reageren op koemelk, reageren immers ook op soja…
  • Ook al ben je zeker dat je kindje reageert op koemelkresten in jouw moedermelk, toch eet/drink je best af en toe opnieuw iets kleins met lactose, zoals een klein plakje kaas, een half potje yoghurt of een wolkje melk in je koffie. Wil je echt geen koemelk(producten) eten of drinken, dan kan je eens kijken naar bijvoorbeeld paardenmelk, geiten- of schapenkaas. Als jijzelf langere tijd alle koemelk en afgeleide producten uit je voeding schrapt, heb jij als moeder immers kans om lactose-intolerant te worden. Je lichaam maakt dan (bijna) geen lactase meer aan om de lactose in dierlijke melk(producten) te verteren. En lactose-intolerantie bij volwassenen is meestal blijvend… Wil je dit voorkomen, dan blijf je best af en toe lactose-bevattende voeding eten of drinken.
    Zolang je kindje borstvoeding krijgt, kan je alle koemelk(producten) wel veilig schrappen als bijvoeding uit zíjn dieet. Je kindje blijft immers lactose binnenkrijgen via jouw melk. (Zie hieronder: “Lactose-intolerantie”)
  • Een niet doordacht dieet kan er voor zorgen dat je  als moeder onevenwichtig eet. En dus niet aan je dagelijkse benodigde voedingsstoffen komt. Bij een verregaand hypoallergeen dieet is een gespecialiseerd diëtist raadplegen dan ook aangeraden: http://borstvoeding.com/dietist/.
  • Reageert je kindje allergisch aan een bepaald voedingsmiddel op het moment dat het nog uitsluitend moedermelk drinkt, dan wacht je tot na de eerste verjaardag om dat specifieke voedingsmiddel aan te bieden als vaste voeding. En ga je bij de introductie ervan best voorzichtig te werk, met kleine beetjes.
  • Introduceren van een allergeen voedingsmiddel in vaste voedingsvorm doe je best op het moment dat je nog borstvoeding geeft. Moedermelk heeft immers een beschermende werking.

Alle kinderen, maar zeker een allergisch kindje heeft er alle baat bij om zo lang mogelijk borstvoeding te krijgen!

Lactose-intolerantie

Lactose-intolerantie of lactasetekort? In het eerste geval kan je geen lactose verdragen, in het tweede geval kan je wel lactose verdragen, maar krijg je zodanig veel lactose binnen dat je lichaam te weinig lactase aanmaakt voor de vertering ervan.

Hieronder een lijstje van mogelijke oorzaken van darmklachten waarbij lactose en lactase een rol spelen:

Aangeboren lactose-intolerantie

Aangeboren lactose-intolerantie is een vorm van lactose-intolerantie die voorkomt vanaf de geboorte. Het is een heel zeldzame vorm van melkverteringsprobleem, waar babytjes al na enkele dagen na de geboorte heel veel last van ondervinden. Baby’s die met dit probleem kampen, moeten dus vanaf de geboorte een streng lactose-vrij dieet volgen. En dit hun hele leven lang.

Hyperlactatie

Hyperlactatie wordt bij zuigelingen veroorzaakt door een overload aan moedermelk. De mama zit met zodanig veel melk dat haar babytje te veel suikerrijke (lactoserijke) voormelk binnenkrijgt. En niet of nauwelijks aan de vetrijke achtermelk toekomt tijdens een voeding.  Die achtermelk is nodig voor een optimale vertering. Krijgt het kindje te veel voormelk te verwerken, dan is de hoeveelheid lactase in het babylijfje onvoldoende om alle lactose uit die voormelk verteerd te krijgen. Het babytje kampt dus met een tijdelijk verteringsprobleem.

Specifieke melkproductieverlagende trucjes voor de moeder zorgen ervoor dat deze vorm van lactose-intolerantie overgaat. Heb je als moeder last van hyperlactatie, dan raadpleeg je best een lactatiekundige voor de juiste tips.

Als moeder op koemelkvrij dieet gaan als je last hebt van hyperlactatie (te veel melk), is dus helemaal niet nodig.

Moedermelk bevat van nature heel veel lactose. En die krijg je er niet uit door zelf lactosevrij te gaan eten! Een babylijfje is ook prima in staat om de lactose van zijn moeder te verteren. Enkel bij ernstige hyperlactatie (d.i.véél  te veel melk) is begeleiding van een lactatiekundige nuttig, om de melkproductie te doen dalen. Een moeder om die reden op dieet zetten, heeft geen effect voor haar babytje!

Darminfectie

Bij sommige ziektes, zoals buikgriep, zijn de darmpjes tijdelijk minder goed in staat om melk(producten) met lactose te verwerken. Het kan dan nodig zijn om alle koemelk(producten) even te schrappen, als je kindje al vaste voeding eet. Borstvoeding mag je onbeperkt blijven geven! Die zorgt er immers voor dat de darmproblemen bij je kindje sneller weer opgelost raken!

Mogelijke kenmerken bij de baby met lactose-intolerantie omwille van hyperlactatie bij mama

– zeer snel drinken

– onrustig drinken

– moeite met aanhappen

– hoesten, verslikken en/of braken tijdens de voeding

braken na de voeding

krampjes

– winderigheid

– ontroostbaar huilen

– waterige, schuimende ontlasting

– groenige en zuur ruikende ontlasting, eventueel met onverteerde melkresten

– luieruitslag

– heel veel plasluiers

– meer dan 300 gram per week aankomen of net heel weinig aankomen

 Kenmerken bij de moeder met hyperlactatie

stuwing die na enkele dagen niet weggaat

– lekkende borsten

– krachtige toeschietreflex

– voortdurend het gevoel van volle borsten, ook na de voeding

– pijnlijke tepels (door het moeilijk aanhappen van de baby)

– frequent verstopte melkkanaaltjes en borstontstekingen

Tips bij hyperlactatie

Gebruikte bronnen

Zie…
http://borstvoeding.aardig.be/bronvermelding/handboeken/
http://borstvoeding.aardig.be/bronvermelding/websites/

Met dank aan dokter Vertongen voor het nalezen van dit artikel!

© 2009 – 2014