Posts Tagged ‘hyperlactatie’

Borstvoeding met hobbels

vrijdag, maart 4th, 2011

Borstvoeding geven is fijn! Veel moeders genieten van het zelf voeden van hun kindje. Borstvoeding geven is een mooi, logisch en natuurlijk vervolg op zwangerschap en geboorte. Moeders zijn terecht trots als ze hun kindje zien groeien en bloeien op hun melk.

Bij vele moeders verloopt het voeden  van hun kindje(s) als van een leien dakje. Maar helaas is dat niet altijd het geval. Er zijn ook mama’s die de ene hobbel na de andere moeten overwinnen vooraleer ten volle te kunnen genieten van het geven van borstvoeding. Cruciaal bij borstvoedingsproblemen is het krijgen van de juiste begeleiding en tips! Gaat er iets niet goed, zoek dan hulp! Voor zowat elk borstvoedingsprobleem is er wel een oplossing te vinden.

Nathalie, mama van Chantall en Julia, vertelt hoe haar dramatische eerste kennismaking met borstvoeding evolueerde naar een mooie langvoedervaring, waar moeder en dochter tot op de dag van vandaag nog volop van genieten:

“Borstvoeding altijd proberen” is mijn motto. Maar dochter nummer één dacht daar anders over. Die schreeuwde moord en brand als ze alleen de borst nog maar zag. Dus ben ik braaf aan het kolven gegaan, vingervoeden, en daarna voeden met de fles. Maar mevrouw weigerde nog steeds. En ik had melk genoeg, het liep er gewoon uit. Veel last gehad van stuwing en dergelijke. Maar braaf bleef ik kolven en iedere drie uur voeden. De dag bestond dus uit kolven, fles geven, weer kolven. Niet echt ideaal en geen roze wolk-idee. Daarom na een week of wat het kolven langzaam afgebouwd. Totdat ik rond vier maand zowat geen melk meer af kon kolven. Toen ineens viel het kwartje, mevrouw kon ineens aan de borst drinken. Naar mijn idee te laat, ik ben dus niet doorgegaan.

Bij dochter nummer twee wilde ik het wel weer proberen. Die hapte direct goed in het ziekenhuis en ik voelde me de koning te rijk. Eentje die niet huilt als ze de borst krijgt. Maar helaas ’s nachts ging het al mis, ze wilde niet, huilen, huilen, huilen. En ik wilde niet nog een keer zoveel maanden kolven, dus in goed overleg met mijn man besloten op de fles over te gaan. Kraamzorg was het er helemaal mee eens. “Nee”, groot gelijk gaf ze me. In de loop van de dag werd onze dochter ziek. Op naar het ziekenhuis, met als resultaat streptokok b bacteriële infectie, welke een hersenvliesontsteking en een bloedvergiftiging meenam. En als klap op de vuurpijl nog een herseninfarct er achteraan. Onze wolk klapte wederom uiteen. Dinsdag geboren, woensdag doodziek. Donderdag giga stuwing, de melk spoot eruit. De verpleging wist niets anders te melden dan minder drinken. ’s Nachts tot twee keer toe 100 ml afgekolfd en weggegooid. Andere dag nieuwe verpleegster, die noemde borstvoeding vloeibaar goud en vroeg ons het af te kolven en mee te nemen. Baby ging naar Utrecht, wij er achter aan. En daar werd juist heel erg gestimuleerd om te kolven en borstvoeding te geven. Dat heb ik gedaan. Ook werd de baby vaak aangelegd. Ze was te moe om te drinken, maar mama leerde zo wel de techniek. Kindje mee naar huis. De verloskundige heeft ook nog een boekje over borstvoeding gebracht. En gaandeweg hebben we samen geleerd om borstvoeding te geven. Julia is nu inmiddels een jaar en ik voed nog steeds op verzoek. De levende cellen in de borstvoeding hebben naar mijn idee nog heel wat meegewerkt aan de ontwikkeling van haar hersenen, die aanzienlijk beschadigd waren. Het is nu een heel beweeglijk ding. Ik vind borstvoeding veel makkelijker dan de fles, nooit denken van “Is het wel genoeg? De fles is niet leeg, was het te weinig?” Je weet niet wat ze krijgen en dat stelt mij gerust zolang ze groeit. Je hebt altijd eten mee voor als de kleine honger heeft. Ook in het openbaar voeden: een stil hoekje, laken erover en het hoeft niemand op te vallen. Ik ben blij met deze ervaring en zou iedere moeder willen zeggen gewoon borstvoeding geven. Het is zo veel gemakkelijker!

Ik heb gelukkig nooit last gehad van spruw. Stuwing was me bij de tweede ook onbekend, op die begindag na. Ik heb geen tepelkloven en dergelijke. Een keer een blaartje, maar toen moest ik gewoon iets beter opletten met aanleggen. Nu kan ik zelfs rustig een dag maar twee keer voeden en de andere dag zes keer. Het gaat allemaal en er is altijd genoeg. De typische verhalen die je vaak hoort van vrouwen “Mijn voeding liep terug” geloof ik niet meer. Een rustig genietmoment voor twee als we voeden. Echt een aanrader voor iedereen.

Kennis over borstvoeding is erg belangrijk! Hoe meer je erover weet, hoe meer kans op slagen borstvoeding heeft. Veel borstvoedingsorganisaties, ziekenhuizen, kraaminstellingen, zelfstandige vroedvrouwen, doula’s, lactatiekundigen enzovoort organiseren daarom informatiebijeenkomsten. Op die manier proberen ze de kennis van zwangere vrouwen te vergroten. En ervoor te zorgen dat steeds meer kinderen na de geboorte gevoed worden met moedermelk.

De meest gehoorde uitspraak van zwangere mama’s tijdens zo’n eerste borstvoedingsinfo-avond is volgens mij: “Ik ga borstvoeding proberen.”

Proberen? Wat proberen? Hoe proberen? … Borstvoeding ga je doen! Dat hoef je niet te proberen… Met de juiste tips in het achterhoofd, eventueel aangevuld met degelijke begeleiding, lukt borstvoeding altijd! Onzekerheid is echt nergens voor nodig.

Danielle, mama van prematuur geboren Max en langvoedster, zegt het heel mooi:

Ik had vanmiddag een verjaardagsfeestje en er waren veel kinderen, baby’s en zwangeren. Erg gezellig. Max had honger dus (natuurlijk) legde ik hem aan. Bovendien was hij een beetje overvallen door het lawaai en gespeel van de kindjes, en wilde dus lekker bij mama tutten.

“wat fijn dat het lukt” Kreeg ik te horen. Huh? Lukken? Okee… Op mijn antwoord dat iedere vrouw, op 2% van de wereldbevolking na, wel borstvoeding kon geven, kwamen de verhalen los…

“Jamaar, Truusje van de buren, van de nicht van, van de overkant, mijn kennis, ik, (etcetera etcetera) kan ECHT geen borstvoeding geven, hoor…”
Een zwangere vrouw vond het erg mooi dat ik nog steeds (?) voedde, maar ze zei: “Zoals de andere moeders zeggen, ik hoop maar dat het lukt…”

Het kan. Maar 2% niet. Van de wereldbevoking. AAAHHHHH.

Even voorbijgaand of het nou wel of niet lukt, willen we echt dat zwangere vrouwen zeggen: “Ik hoop dat de borstvoeding gaat lukken?” Dat vrouwen er bij voorbaat al vanuit gaan dat het wel eens niet kan lukken?

Oh, zeker, ik heb ook wel eens momenten gehad dat ik het even niet meer zag zitten. Met een premature zoon, niet kunnen happen, nachtkolven, kolfmelk nageven etcetera. Maar geen moment heb ik gedacht dat ik het niet zou kunnen.
Maar pak een jonge moeder, die voor de geboorte constant van iedereen te  horen heeft gekregen: “Nou, IK kon het niet, hoor!”.  Logisch dat ze dan snel(ler) overstapt op kunstvoeding.

Ikzelf vind dat echt geen goede ontwikkeling. Borstvoedingskennis wordt niet meer overgedragen van moeder op moeder. Oma staat niet meer mee te kijken of je een goede houding hebt. En grootoma met de huis/tuin/keukentips is allang uit beeld.

Misschien wordt het tijd, dat we met z’n allen (of het is gelukt of niet) zwangere vrouwen een (postitief) hart onder de riem steken!!

© 2011

Voeden op verzoek of op schema?

maandag, januari 17th, 2011

Hoe “werkt” borstvoeding?

Wat betekent voeden op verzoek?

Wanneer voed je op verzoek?

Wat zijn de voordelen van voeden op verzoek?

Wat wordt er bedoeld met vraag en aanbod?

Waarom moet ik mijn kind zelf de duur van de voeding laten bepalen?

Waarom moet ik mijn kind vaak voeden?

In welke situaties is het beter om op schema te voeden?

Andere situaties waarbij men soms gaat voeden op schema

Let op als je besluit te gaan voeden op schema!

————————————————

Hoe “werkt” borstvoeding?

Tijdens de zwangerschap regeren vooral de hormonen oestrogeen en progesteron. Zij zorgen voor de groei en ontwikkeling van je borsten. En bereiden hen voor op hun borstvoedingstaak.

Na de bevalling daalt de hoeveelheid oestrogeen en progesteron. En stijgt het basisgehalte aan prolactine en oxytocine in je lijf. Het hormoon prolactine zorgt voor de aanmaak van moedermelk, vanuit je bloed. Het hormoon oxytocine zorgt ervoor dat de moedermelk die klaarzit in je melkkliertjes, via je melkkanaaltjes naar voren gestuwd wordt tot vlak onder je tepelhof. Dit is de zogenaamde toeschietreflex. Door je tepelhof te masseren met zijn tong, tijdens het drinken, haalt je babytje de melk uit je borst. Het vasthouden van een vacuüm helpt daarbij. Dat is dan ook de reden waarom een kindje dat goed aanhapt aan de borst niet alleen de tepel, maar ook een groot deel van het tepelhof mee in de mond moet nemen. Hoe meer tepelhof hij mee naar binnen pakt, hoe makkelijker het vacuüm vast te houden is. En hoe meer melk hij uit je borst zal kunnen masseren.

Als je babytje bij je drinkt, stimuleert die met zijn mond en tong je tepel en tepelhof. Die prikkeling van je borsten doet het prolactine- en oxytocinegehalte in je lijf stijgen. Samen met het langzaam legen van je borst tijdens het drinken, zal dat ervoor zorgen dat er daarna meer melk aangemaakt wordt. Vandaar dat je je babytje best zo vaak mogelijk aanlegt. Daarmee verzeker je je van een goede melkproductie. En je kleintje van een stevig maaltje.

Bij moeders die geen borstvoeding geven of al snel overschakelen op kunstvoeding, daalt de hoeveelheid prolactine en oxytocine vrij snel weer na de geboorte. Omdat hun kleintje hun tepels en tepelhof niet (langer) stimuleert. En hun borsten niet (meer) geleegd worden.

Wat betekent voeden op verzoek?

Bij borstvoeding ga je normaalgezien je kindje telkens voeden wanneer het daar om vraagt. En hem zo lang aan de borst laten drinken als hij zelf wil.

Een babytje voelt namelijk zelf heel goed aan wanneer het de volgende voeding nodig heeft. Soms is dat pas drie of vier uur na de vorige voeding. Soms al na een half uurtje of een uur.

Hoe lang mag een baby zonder voeding?

Er zijn voedingen waarbij hij slechts vijf minuten aan de borst hangt. En soms meer dan twintig minuten. Allemaal prima en perfect normaal!

Hoe lang duurt een voeding?

Wanneer voed je op verzoek?

  • Bied je kindje elke keer de borst aan wanneer het daar om vraagt. Hou zijn hongersignalen in de gaten:
  • Onrustig bewegen in de slaap
  • Mondbewegingen maken in de slaap
  • Wakker worden
  • Smakgeluidjes maken
  • Zoekend rondkijken
  • Mondje zoekend opensperren
  • Op de handjes sabbelen
  • Op speelgoed sabbelen

Huilen is een laatste hongersignaal. Beste is om je kindje te voeden bij de eerste hongersignalen. En niet pas als het de borst gaat “eisen”.

  • Ga geen voedingen uitstellen, om welke reden dan ook.
  • Geef geen speentje aan je kindje. Maar laat elke zuigbehoefte aan de borst bevredigen. Geef eventueel je leegste borst opnieuw als je kindje nog wel wil zuigen, maar geen honger meer lijkt te hebben.
  • Laat je kindje drinken totdat het helemaal verzadigd is. En zelf de borst lost.
  • Bied zo vaak mogelijk de tweede borst nog aan, nadat je kindje de eerste leeg gedronken heeft. Je kleintje zal dan zelf bepalen of het nog een “dessertje” wenst of niet.

Wat zijn de voordelen van voeden op verzoek?

  • Moedermelk is licht verteerbaar. Je zal dus regelmatig je kleintje moeten voeden. Doe je dat op verzoek, dus bij de eerste hongersignalen, dan verspeelt je babytje geen onnodige energie aan hongerhuilen. En zal hij veel effectiever aan de borst drinken. Bovendien is de kans dan ook kleiner dat hij aan de borst in slaap valt.
  • Babytjes die gevoed worden op verzoek zijn doorgaans rustigere en tevreden baby’s.
  • Babytjes die gevoed worden op verzoek hebben minder last van krampjes. Je hebt immers minder last van stuwmelk als je borsten regelmatig “leeg” gedronken worden. Bij stuwing is de verhouding voormelk ten opzichte van de achtermelk veel groter. Hierdoor komt je kleintje soms niet aan de noodzakelijke achtermelk toe. Achtermelk bevordert de spijsvertering en voorkomt krampjes. Bovendien kan honger (door het uitstellen van een voeding bij schemavoeden) ook krampjes veroorzaken.
  • Babytjes die gevoed worden op schema gaan onrustiger drinken aan de borst. Omdat ze grotere honger hebben. Als je als mama dan ook nog eens last hebt van stuwing (door het uitstellen van de voeding), heb je ook meer kans op tepelkloofjes. Bij een gestuwde borst is het immers moeilijker aanhappen voor je liefje.

Wat wordt er bedoeld met vraag en aanbod?

Voed je op verzoek, dan gaan je borsten melk aanmaken al naargelang de vraag van je kindje. Hoe vaker je kindje bij je drinkt, hoe meer melk er dus aangemaakt wordt. En omgekeerd. Zuinig zijn op je melk heeft dus een averechts effect…

Eén van de mooiste eigenschappen van borstvoeding is immers dat je als moeder steeds voldoende melk kan aanmaken voor je kind(eren). Zelfs bij een meerling!

Waarom moet ik mijn kind zelf de duur van de voeding laten bepalen?

Vroeger sprak men bij borstvoeding over voormelk en achtermelk. Alsof het twee verschillende soorten melk zouden zijn. En op een bepaald moment tijdens de voeding de ene soort opeens overgaat in de andere.
Zo werkt het echter niet. Aan het begin van de voeding krijgt je kindje vooral waterige melk te drinken, de zogenaamde voormelk. Deze is dorstlessend. En helpt goed om het eerste hongergevoel bij je kindje te stillen. Die eerste melk wordt tijdens de voeding dan geleidelijk aan vermengd met vettere en calorierijkere melk. De zogenaamde achtermelk. Hoe leger de borst, hoe vetter en calorierijker de melk dus.

De overgang tussen beide is dus niet zo abrupt als vroeger gedacht. Maar verloopt heel geleidelijk. Je kindje voelt die langzame overgang instinctief aan. En zal op een bepaald moment de borst lossen. Heeft ie vooral dorst en minder honger, dan zal hij al snel de borst lossen. Is je kleintje heel hongerig en heeft hij nood aan die vullendere vette achtermelk, dan zal hij langer blijven hangen.

Vandaar dat het dus heel belangrijk is om je kleintje zélf de duur van de voedingen te laten bepalen. En hem niet eerder af te koppelen!

Waarom moet ik mijn kind vaak voeden?

Hoe vaker je voedt of kolft tijdens de eerste dagen en weken na de geboorte van je kleintje, hoe meer prolactinereceptoren of melkcellen er gestimuleerd zullen worden. Die melkcellen zitten op je melkklierweefsel. Geactiveerde melkcellen zetten de melkklieren aan tot het maken van moedermelk. Hoe meer melkcellen er geactiveerd werden tijdens die eerste dagen en weken, hoe sneller je borsten weer nieuwe melk zullen maken nadat je kleintje ze “leeg” gedronken heeft. Vaak voeden in het begin, verzekert dus een optimale melkproductie op lange termijn!

Als je borsten erg vol of gespannen aanvoelen, dan wordt er een eiwit (FIL of Feedback Inhibitor of Lactation) geactiveerd dat de melkproductie afremt. Geef je maar één borst per keer of laat je veel tijd tussen twee voedingen, dan heb je meer kans dat de FIL geactiveerd wordt. Wat de melkproductie zal doen dalen op lange termijn. Vaak voeden zorgt er dus voor dat er steeds voldoende melk beschikbaar is voor je kleintje!

Met andere woorden: hoe leger je borsten, hoe meer melk er aangemaakt wordt. En hoe voller je borsten, hoe minder melk er aangemaakt zal worden.

In welke situaties is het beter om op schema te voeden?

Stille ondervoeding

Als je een stille hongeraar in huis hebt, lijkt het me beter om te voeden op schema. Of liever: te voeden op vraag van de moeder en niet van het kind.

Stille hongeraartjes zijn pasgeboren babytjes die erg slaperig zijn. En dus niet wakker worden van de honger. Omdat ze daar eenvoudigweg de energie niet (meer) voor hebben. En net omdat ze slecht wakker worden, legt mama hen niet zo vaak aan. Waardoor de melkproductie langzaam achteruit gaat. Ze nog minder voeding binnenkrijgen. En nog slechter wakker worden voor een voeding. Weer minder gaan eten. Minder productie. Enzovoort. Een vicieuze cirkel dus.

Jonge babytjes geven immers niet altijd goed aan wanneer ze honger hebben. Omdat ze te moe zijn. En dus eigenlijk alleen maar willen slapen. Laat je hén dan verzoeken, dan worden sommige onder hen stille hongeraartjes. Uit zelfbescherming… Om hun weinige en dus zeer kostbare energie niet te verliezen…

Meer over stille ondervoeding

Hyperlactatie

Bij een te grote melkproductie bij de moeder kan het ook nodig zijn om tijdelijk een schema aan te houden. Het zogenaamde blokvoeden. Blokvoeden kan echter ook gecombineerd worden met voeden op verzoek. Je blijft dan gedurende een bepaald tijdsblok telkens dezelfde borst opnieuw aanbieden. En dat totdat je overproductie onder controle is.

Meer informatie over stuwing, hyperlactatie en blokvoeden

Ziekte/handicap/prematuriteit

Bij ziekte, handicap of prematuriteit van het kind is het soms ook nodig om te voeden op mama’s verzoek in plaats van op verzoek van het kind. Zodat het kleintje voldoende vocht en voeding binnenkrijgt. En niet uitdroogt. Zieke kinderen, kinderen met bepaalde handicaps of prematuur geboren babytjes hebben soms de neiging om minder of minder duidelijke hongersignalen uit te zenden.

Bovendien maken sommige medicijnen het kind ook suffer of slaperiger. Waardoor het hongergevoel onderdrukt kan worden. En de communicatiemogelijkheden beknot.

Andere situaties waarbij men soms gaat voeden op schema

Sommige situaties lijken om een schema te vragen. Maar niet in alle situaties is voeden met een schema een garantie dat de melkproductie op peil blijft. De basisregel bij borstvoeding is en blijft immers dat je voedt op verzoek. Ook in onderstaande situaties!

Afbouwen

Als je de borstvoeding wil gaan afbouwen, is schemavoeden makkelijker om een overzicht te houden op het aantal voedingen. En de overgang naar de flesvoeding (die meestal op schema gebeurt) te vergemakkelijken.

Let wel: afbouwen naar slechts een aantal voedingen per dag werkt niet voor elke baby en/of moeder. Hoe jonger je kindje, hoe meer kans dat je melkproductie te sterk daalt. Wil je de productie weer omhoog, dan zit er niets anders op dan weer vaker te gaan voeden (of kolven).

Overige situaties

Andere situaties waarbij voeden op verzoek wel kan, maar waarbij enige regelmaat in de borstvoedingen soms meer rust brengt, bij het kind of bij de moeder. Of meer tijd kan vrijmaken voor het huishouden of de zorg voor de andere kinderen:

–              Huilbaby’s

–              Refluxbaby’s

–              Meerlingen

–              Gespannen, extreem zenuwachtige of onzekere moeder

–              Groot gezin

–              Ziekenhuisopname

–              Bij afwezigheid van de moeder, bijvoorbeeld gescheiden ouders of een moeder die uit werken gaat

Let op als je besluit te gaan voeden op schema!

Ga je voeden op schema, leg je kindje dan zeker elke twee tot drie uur aan. Vraagt je liefje wat eerder om een voeding, op regeldagen bijvoorbeeld, leg het dan wat eerder aan. Hou je schema dus losjes en ga geen tijd tussen de voedingen oprekken.

Voed je op schema, dan moet je voortdurend alert zijn of je kindje wel voldoende voeding binnenkrijgt. Meer informatie

© 2011-2012

Reflux

dinsdag, januari 4th, 2011

Teruggeven is geen spugen
Kenmerken van reflux
Algemene maatregelen bij reflux
Reflux, een term met meerdere betekenissen
Enkele opmerkingen
————————————————

Teruggeven is geen spugen

Veel pasgeborenen geven mondjes melk terug na de voeding. Het te veel aan melk dat je babytje uit je borst gezogen, maar niet doorgeslikt heeft of nog maar kort in de maag heeft gehad, komt er langs zijn mondhoekje weer uit gelopen.

Dat beetje teruggeven van voeding of regurgitatie is normaal. En je hoeft je daar geen zorgen over te maken. Zolang je kleintje slechts mondjeshoeveelheden voeding teruggeeft en van dat beetje spugen geen last lijkt te hebben, hoef je er verder niets aan te doen. Een slabbetje om je liefjes kleding en een hydrofiele luier of spuugdoekje om jouw kleding of het beddengoed te beschermen, zijn dan voldoende. Het teruggeven mindert vanzelf naarmate je liefje ouder wordt, ergens tussen de zes en de twaalf maanden.

Kenmerken van reflux

Sommige babytjes geven (veel) meer melk terug na de voeding dan enkele mondjes. Soms zelfs in de vorm van heus projectielbraken, dus met veel druk erachter. Andere babytjes spugen geen melk uit, maar lijken de hele tijd te herkauwen, hikken na bijna elke voeding en overstrekken zich regelmatig. Soms zelfs tot een of twee uur na de voeding nog. Je kan hen moeilijk neerleggen na een voeding. (In)slapen gaat moeizaam. En ze huilen vaak, waarbij ze erg moeilijk te troosten zijn.

Gebeurt dit teruggeven of wegslikken van voeding dagelijks en heeft je kleintje er last van, dan zou het best wel eens kunnen dat je een refluxbabytje in huis hebt. Bij reflux komt een groot deel van de  (melk)voeding vanuit de maag teruggevloeid in de slokdarm. Dat geeft een branderig gevoel, omdat de (melk)voeding reeds vermengd is met maagzuur. Wat uiteraard zeer pijnlijk is voor je kleintje.

Algemene maatregelen bij reflux

Vaak zijn de pijnklachten bij je liefje al sterk te verminderen door enkele eenvoudige maatregelen:

  • Ververs de luier van je liefje zoveel mogelijk voor de voeding. En liefst niet tijdens of erna. Want als je de beentjes opheft, drukt dat op het maagje.
  • Geef liever meerdere kleine maaltijden met weinig tijd tussen de voedingen, in plaats van enkele grote voedingen. Hoe meer melk je kindje per voeding drinkt, hoe meer druk er op de maag komt te staan en hoe meer kans op teruggeven van de melk.
  • Voed in de rugbyhouding, voed zittend of voed liggend op je rug.Zo ligt het maagje lager. En komt de voeding niet zo snel weer naar boven. Bovendien is de kans op verslikken bij je kleintje in deze houdingen kleiner.
  • Laat je kindje regelmatig boeren. Niet alleen na de voeding, maar ook bij het wisselen van borst.
  • Hou je kleintje na de voeding minstens een half uurtje rechtop. Op de arm, de relax, in de draagdoek, enzovoort.
  • Zet het bedje 45-60° hoger aan het hoofdeinde. Maak bijvoorbeeld een oude onderbroek aan beide kanten van de spijltjes vast. Je kan je babytje daarin leggen om onderuit zakken te voorkomen.
  • Leg je babytje nooit helemaal plat. Verhoog dus ook het luierkussen en de wandelwagen.

Ga zeker nooit op eigen houtje experimenteren met het vroegtijdig introduceren van vaste voeding of met het indikken van afgekolfde melk. Bij borstvoeding worden deze maatregelen overigens afgeraden. Ze doen vaak meer kwaad dan goed… En hebben doorgaans weinig tot geen effect als je borstvoeding geeft.[1]

Osteopathie bij reflux heeft geen wetenschappelijke evidentie, maar de praktijk wijst uit dat het soms wel verlichting kan brengen. Vraag je lactatiekundige naar een erkende osteopaat bij je in de buurt!

Reflux, een term met meerdere betekenissen

Zowat 70% van de pasgeborenen geeft regelmatig voeding terug. Spugen is dus normaal voor zulke kleintjes. En betert vanzelf naarmate je liefje ouder wordt. Als een babytje gaat spugen, spreekt men in de volksmond dan ook vaak wat te snel van reflux…

Er zijn verschillende oorzaken te vinden voor het opbraken of “herkauwen” van voeding. Daarom is het belangrijk om de oorzaak van de reflux bij je kleintje te achterhalen. Een overzicht van mogelijke oorzaken voor refluxklachten:

1. Regurgitatie

Dit is de “reflux” waar ik het hierboven al over had. Teruggeven van voeding hoort bij jonge zuigelingen. Als je kleintje er geen last van heeft, hoef je er verder niets aan te doen. Behalve dan wat vaker een wasje draaien ;-) en je kindje veel bij je dragen.

2. Gastro-oesophagale reflux

Bij gastro-oesophagale reflux is de sluitspier tussen de slokdarm en de maag van je liefje nog niet volledig volgroeid. Voeding die reeds (een tijdje) in de maag zit, kan terugvloeien in de slokdarm. Waarna ze ofwel weer ingeslikt of uitgebraakt wordt.

Deze vorm van reflux kan alleen maar vastgesteld worden na onderzoek door een kinderarts.

Meestal helpen algemene anti-refluxmaatregelen al voldoende om de klachten te minderen (zie boven). Is de reflux ernstig van aard, dan kan er symptomatische medicatie voorgeschreven worden. Deze medicijnen remmen dan de aanmaak van maagzuur of versnellen de vertering van de (melk)voeding. Je kinderarts zal je vertellen welke middelen het meest geschikt zijn voor je liefje. Maar verwacht er geen wonderen van… Deze medicatie helpt misschien wel wat tegen reflux, maar heeft bijvoorbeeld weinig effect op het vele huilen van je babytje. [Blokpoel 2010]

Ook bij deze vorm van reflux is uitzitten de boodschap. Naarmate je babytje ouder wordt, ontwikkelt de sluitspier tussen maag en slokdarm verder. En groeit je kleintje vanzelf over zijn klachten heen. Na een half jaar zijn de meeste zuigelingen over hun grootste klachten heen. En op de leeftijd van een jaar zijn de meesten helemaal klachtenvrij.

3. Hyperlactatie en/of sterke toeschietreflex

Hyperlactatie of te veel melk kan refluxklachten geven bij je kleintje. Een sterke toeschietreflex doet dat ook. Het opbraken of wegslikken van voeding heeft dan niks te maken met een onvolgroeide sluitspier, maar met een overload aan melk en/of een te snelle melkstroom. Let wel: te veel melk en een snelle toeschietreflex komen vaak samen voor, maar niet altijd! Sommige vrouwen hebben last van een snelle toeschietreflex zonder dat ze te veel melk hebben.

Kenmerken van deze vorm van reflux bij je babytje zijn: moeite met aanhappen, onrustig drinken, zich regelmatig verslikken tijdens de voeding, tijdens en na de voeding braken, veel last hebben van krampjes en winderigheid en waterige, schuimende ontlasting die groenig van kleur is en zuur ruikt. Jijzelf hebt veel last van lekkende borsten en/of je borsten blijven vol aanvoelen, ook na de voeding. Als je kindje de borst lost in al zijn onrust, dan spuit de melk vaak nog even na.

Enkele tips als je last hebt van hyperlactatie en/of een sterke toeschietreflex:

  • Probeer stuwing te vermijden. Voed je kleintje dus regelmatig. Hoe vaker je borsten geleegd worden, hoe minder last je zal ondervinden van hyperlactatie. Je kindje heeft minder last van reflux als het vaak bij je mag drinken. Het zal dan immers minder melk per keer drinken. Zodat het maagje minder zwaar belast wordt.
  • Heb je een sterke toeschietreflex, masseer je borsten dan even voor de voeding. Zo wek je een toeschietreflex op. Waarna je die eerste spuitmelk laat weglopen in een doekje. Leg je kleintje pas aan als de melk minder krachtig uit je borst spuit. Lukt masseren niet goed, dan kan je ook wat melk afkolven met de hand. Maar let erop dat je stopt met kolven van zodra je een toeschietreflex krijgt. Anders werkt kolven productieverhogend.
  • Laat je kleintje een borst goed leeg drinken. En koppel hem niet eerder af. Zo krijgt ie ook voldoende achtermelk binnen, wat de vertering zal bevorderen. Lost je kindje dus snel de borst, leg hem dan opnieuw aan dezelfde borst aan, eventueel in een andere voedingshouding.
  • Lijkt je kleintje onverzadigbaar, maar verslikt ie zich telkens in de grote hoeveelheid nieuwe melk bij het borstwisselen, probeer dan eens je leegste borst opnieuw aan te bieden. Zo kan je liefje zijn zuigbehoefte bevredigen, zonder weer hele sloten melk binnen te krijgen. Heb je veel last van hyperlactatie, dan mag je binnen een tijdsspanne van twee tot drie uur telkens dezelfde borst opnieuw aanbieden. Wil je de blokken waarbinnen je telkens weer dezelfde borst gaat aanbieden verlengen naar meer dan vier uur, dan raadpleeg je best eerst even een lactatiekundige.

4. Luchtweginfectie
Soms kan je babytje tijdelijk last hebben van reflux omdat ie met een verstopt neusje of met slijmpjes kampt. Het teruggeven van melk is dan tijdelijk. Blijf zeker borstvoeding geven! Moedermelk heeft een bewezen genezend effect op luchtweginfecties.
Heeft je babytje last van een verstopt neusje, waardoor drinken moeilijker gaat, dan kan je het neusje even uitspoelen met enkele druppeltjes moedermelk vlak voor de voeding.

5. Voedselovergevoeligheid

Reflux kan ook een kenmerk zijn van voedselovergevoeligheid bij je babytje. Melk-, ei- en sojaproducten die jij eet, zijn dan vaak de boosdoener.

Het opbraken of wegslikken van voeding is bij voedselovergevoeligheid echter niet het enige kenmerk. Je kindje heeft dan ook last vaak van onrustig (drink)gedrag, ontroostbaar huilen, krampjes, chronische opstopping of diarree, huiduitslag, luchtweginfecties, slaapproblemen, enzovoort.

Heb je een vermoeden van een voedselovergevoeligheid bij je babytje, dan raadpleeg je best een lactatiekundige en/of diëtist voor de juiste diagnose en behandeling.

Enkele opmerkingen

Heeft je babytje last van reflux, stop dan zeker niet met het geven van borstvoeding. De samenstelling van moedermelk werkt verzachtend bij refluxklachten, kunstvoeding doet dat niet… En overschakelen op kunstvoeding lost de refluxsituatie bij je kleintje vaak niet op.[2]

Ga nooit op eigen houtje experimenteren met het indikken van afgekolfde melk, het vroegtijdig introduceren van vaste voeding of het geven van anti-reflux-medicatie. Neem deze maatregelen enkel in overleg met een (kinder)arts. Enkel een arts kan de ernst van de situatie juist inschatten en de juiste behandeling voorschrijven. Wat je wel kan doen is je kinderarts laten overleggen met een lactatiekundige, zodat je je verzekerd weet van een borstvoedingsvriendelijke begeleiding.


[1]KNEEPKENS 2002, AARSEN e.a. 2008

[2] ALLIET e.a. 2002

(voor een uitgebreide bibliografie kijk hier)

Met hartelijke dank aan dokter Vertongen voor het nalezen van deze tekst!

© 2011-2014

Voedselallergie, -intolerantie, koemelkallergie of lactose-intolerantie?

vrijdag, oktober 30th, 2009

Allergie en intolerantie: wat is het verschil?

Voedselintolerantie

Voedselallergie

Lactose-intolerantie

————————————————————–

Allergie en intolerantie

Een voedselintolerantie…

  • is meestal tijdelijk en van voorbijgaande aard,
  • is een (tijdelijk) slecht kunnen verteren van een bepaald voedingsmiddel,
  • een reactie komt meestal voor na het eten of drinken van een grote hoeveelheid van een bepaald voedingsmiddel,
  • een reactie komt soms pas op na langere tijd of bouwt zich langzaam op,
  • is niet levensbedreigend.

Een voedselallergie…

  • is meestal blijvend,
  • is een verkeerde reactie van het immuunsysteem van het lichaam op een bepaald voedingsmiddel,
  • een reactie kan al voorkomen na consumptie van een kleine hoeveelheid van een bepaald voedingsmiddel,
  • een reactie komt vrij snel op, al na enkele minuten of uren,
  • kan levensbedreigend zijn.

Een voedselovergevoeligheid…

Deze term wordt zowel voor voedselallergie als voor voedselintolerantie gebruikt.

Voedselintolerantie

Sommige baby’s ontwikkelen een intolerantie voor bepaalde voedingsmiddelen. Die komt zelden tot uiting wanneer ze nog exclusief borstvoeding krijgen. Bijvoorbeeld door te reageren op dingen die de moeder gegeten of gedronken heeft. En waarvan reststoffen in de moedermelk terechtgekomen zijn.

Meestal komt een duidelijke reactie bij de baby pas voor na de introductie van vaste voeding.

In de praktijk is het bij babytjes moeilijk om vast te stellen of ze lijden aan een voedselintolerantie of aan een allergie tegen bepaalde levensmiddelen. De kenmerken bij een intolerantie verschillen doorgaans niet veel van deze bij een allergie.

Voor een lijst met kenmerken: zie “Voedselallergie” hieronder.

Onderzoek heeft uitgewezen dat voedselintolerantie bij jonge kinderen eerder zeldzaam is. En meestal van voorbijgaande aard. Koemelkintolerantie, de meest voorkomende voedselintolerantie bij baby’s, verdwijnt bijvoorbeeld vaak rond de eerste verjaardag. Blijft de intolerantie toch bestaan, dan is dat doorgaans in een veel mildere vorm. Op latere leeftijd zullen deze kinderen (en volwassenen) allicht geen grote fan zijn van de producten waar ze als baby overgevoelig op reageerden. Maar veel klachten houden ze er meestal ook niet aan over.

Voedselallergie

Mogelijke kenmerken van voedselallergie bij de baby

Maag- en darmstelsel

– krampjes

– braken, herkauwen en/of overstrekken tijdens of na de voeding

– (chronische) opstopping of diarree

– groenige en zuur ruikende ontlasting

Ademhalingsstelsel: veelvuldige oogbindvliesontsteking, oorontsteking of luchtweginfectie

Huid: droge huid en/of huiduitslag, soms zelfs eczeem

Groei: groeivertraging

Gedrag

– weinig eetlust

– onrustig gedrag, ofwel tijdens ofwel een tijdje na het drinken

– ontroostbaar huilen

– slaapproblemen

Opgelet! Heeft een baby slechts één of enkele kenmerken uit bovenstaand lijstje, dat wijst dat meestal niet op het bestaan van een allergie! Vooraleer voedselallergie als diagnose geopperd wordt, dient eerst het ganse borstvoedingsbeleid nagekeken te worden. Begeleiding door een lactatiekundige is daarbij een absolute aanrader!

Dieet van de moeder als ze borstvoeding geeft

Voedselallergieën gaan meestal om de eiwitten die in dat bepaalde voedingsmiddel voorkomen: koemelk, eieren, gluten (tarwe, haver, gerst, rogge), noten, zaden, pitten, soja, vis, schaal- en schelpdieren, enzovoort.

Andere voedingswaren die allergische reacties kunnen veroorzaken: peulvruchten, selder, wortel, tomaat, maïs, aardbei, kiwi, citrusvruchten, kip, rund, varken en cacao.

Allergene stoffen (d.i. de stoffen die de allergische reactie veroorzaken) circuleren bij de moeder in de bloedbaan na de vertering. En worden op die manier gedeeltelijk doorgegeven via de moedermelk. Koemelk, en in mindere mate eieren, zijn de meest voorkomende boosdoeners bij borstvoeding.

Als de moeder de allergene voedingsmiddelen uit haar dieet schrapt (d.i. het zogenaamde hypo-allergeen dieet), dan heeft haar baby dus minder last. Het is natuurlijk een beetje uitzoeken op welke levensmiddelen de baby wel en op welke hij niet reageert. Dat doet men doorgaans door middel van eliminatie- en provocatietesten. Je laat twee tot vier weken lang het voedingsmiddel (en alle afgeleide producten ervan) waarvan je vermoedt dat het klachten geeft, weg uit je voeding. En kijkt of het ongemak bij je kindje vermindert intussentijd.  Na een maand herintroduceer je dat product weer. Gaat je kindje er opnieuw op reageren, na een tijdje klachtenvrij te zijn geweest, dan weet je dat dat bepaalde voedingsmiddel de boosdoener was.

Eliminatie en provocatie kan je als moeder gaan toepassen, maar het is ook bruikbaar bij je kindje na de introductie van vaste voeding.

Opmerkingen

  • Beperk de voeding niet nodeloos: slechts één of twee producten per keer testen is voldoende.
  • Het is niet altijd evident om op hypo-allergeen dieet te gaan. Melkproducten en -afgeleiden bijvoorbeeld zitten in heel veel levensmiddelen verborgen. De ingrediëntenlijst op de etiketten goed bestuderen in de supermarkt is dan ook een must. Zit de allergene stof als voedingsmiddel verwerkt in het product, dan schrap je dat tijdelijk uit je dieet. Staat er enkel op het etiket dat “het sporen bevat van …”, dan is dit product veilig voor je. De benaming “sporen bevattend” is veeleer een juridische term en heeft niet veel te maken met de ingrediënten van het product zelf.
  • Melkproducten gaan vervangen door soja-varianten is ook niet altijd een goed idee. Zowat 30% van de mensen die reageren op koemelk, reageren immers ook op soja…
  • Ook al ben je zeker dat je kindje reageert op koemelkresten in jouw moedermelk, toch eet/drink je best af en toe opnieuw iets kleins met lactose, zoals een klein plakje kaas, een half potje yoghurt of een wolkje melk in je koffie. Wil je echt geen koemelk(producten) eten of drinken, dan kan je eens kijken naar bijvoorbeeld paardenmelk, geiten- of schapenkaas. Als jijzelf langere tijd alle koemelk en afgeleide producten uit je voeding schrapt, heb jij als moeder immers kans om lactose-intolerant te worden. Je lichaam maakt dan (bijna) geen lactase meer aan om de lactose in dierlijke melk(producten) te verteren. En lactose-intolerantie bij volwassenen is meestal blijvend… Wil je dit voorkomen, dan blijf je best af en toe lactose-bevattende voeding eten of drinken.
    Zolang je kindje borstvoeding krijgt, kan je alle koemelk(producten) wel veilig schrappen als bijvoeding uit zíjn dieet. Je kindje blijft immers lactose binnenkrijgen via jouw melk. (Zie hieronder: “Lactose-intolerantie”)
  • Een niet doordacht dieet kan er voor zorgen dat je  als moeder onevenwichtig eet. En dus niet aan je dagelijkse benodigde voedingsstoffen komt. Bij een verregaand hypoallergeen dieet is een gespecialiseerd diëtist raadplegen dan ook aangeraden: http://borstvoeding.com/dietist/.
  • Reageert je kindje allergisch aan een bepaald voedingsmiddel op het moment dat het nog uitsluitend moedermelk drinkt, dan wacht je tot na de eerste verjaardag om dat specifieke voedingsmiddel aan te bieden als vaste voeding. En ga je bij de introductie ervan best voorzichtig te werk, met kleine beetjes.
  • Introduceren van een allergeen voedingsmiddel in vaste voedingsvorm doe je best op het moment dat je nog borstvoeding geeft. Moedermelk heeft immers een beschermende werking.

Alle kinderen, maar zeker een allergisch kindje heeft er alle baat bij om zo lang mogelijk borstvoeding te krijgen!

Lactose-intolerantie

Lactose-intolerantie of lactasetekort? In het eerste geval kan je geen lactose verdragen, in het tweede geval kan je wel lactose verdragen, maar krijg je zodanig veel lactose binnen dat je lichaam te weinig lactase aanmaakt voor de vertering ervan.

Hieronder een lijstje van mogelijke oorzaken van darmklachten waarbij lactose en lactase een rol spelen:

Aangeboren lactose-intolerantie

Aangeboren lactose-intolerantie is een vorm van lactose-intolerantie die voorkomt vanaf de geboorte. Het is een heel zeldzame vorm van melkverteringsprobleem, waar babytjes al na enkele dagen na de geboorte heel veel last van ondervinden. Baby’s die met dit probleem kampen, moeten dus vanaf de geboorte een streng lactose-vrij dieet volgen. En dit hun hele leven lang.

Hyperlactatie

Hyperlactatie wordt bij zuigelingen veroorzaakt door een overload aan moedermelk. De mama zit met zodanig veel melk dat haar babytje te veel suikerrijke (lactoserijke) voormelk binnenkrijgt. En niet of nauwelijks aan de vetrijke achtermelk toekomt tijdens een voeding.  Die achtermelk is nodig voor een optimale vertering. Krijgt het kindje te veel voormelk te verwerken, dan is de hoeveelheid lactase in het babylijfje onvoldoende om alle lactose uit die voormelk verteerd te krijgen. Het babytje kampt dus met een tijdelijk verteringsprobleem.

Specifieke melkproductieverlagende trucjes voor de moeder zorgen ervoor dat deze vorm van lactose-intolerantie overgaat. Heb je als moeder last van hyperlactatie, dan raadpleeg je best een lactatiekundige voor de juiste tips.

Als moeder op koemelkvrij dieet gaan als je last hebt van hyperlactatie (te veel melk), is dus helemaal niet nodig.

Moedermelk bevat van nature heel veel lactose. En die krijg je er niet uit door zelf lactosevrij te gaan eten! Een babylijfje is ook prima in staat om de lactose van zijn moeder te verteren. Enkel bij ernstige hyperlactatie (d.i.véél  te veel melk) is begeleiding van een lactatiekundige nuttig, om de melkproductie te doen dalen. Een moeder om die reden op dieet zetten, heeft geen effect voor haar babytje!

Darminfectie

Bij sommige ziektes, zoals buikgriep, zijn de darmpjes tijdelijk minder goed in staat om melk(producten) met lactose te verwerken. Het kan dan nodig zijn om alle koemelk(producten) even te schrappen, als je kindje al vaste voeding eet. Borstvoeding mag je onbeperkt blijven geven! Die zorgt er immers voor dat de darmproblemen bij je kindje sneller weer opgelost raken!

Mogelijke kenmerken bij de baby met lactose-intolerantie omwille van hyperlactatie bij mama

– zeer snel drinken

– onrustig drinken

– moeite met aanhappen

– hoesten, verslikken en/of braken tijdens de voeding

braken na de voeding

krampjes

– winderigheid

– ontroostbaar huilen

– waterige, schuimende ontlasting

– groenige en zuur ruikende ontlasting, eventueel met onverteerde melkresten

– luieruitslag

– heel veel plasluiers

– meer dan 300 gram per week aankomen of net heel weinig aankomen

 Kenmerken bij de moeder met hyperlactatie

stuwing die na enkele dagen niet weggaat

– lekkende borsten

– krachtige toeschietreflex

– voortdurend het gevoel van volle borsten, ook na de voeding

– pijnlijke tepels (door het moeilijk aanhappen van de baby)

– frequent verstopte melkkanaaltjes en borstontstekingen

Tips bij hyperlactatie

Gebruikte bronnen

Zie…
http://borstvoeding.aardig.be/bronvermelding/handboeken/
http://borstvoeding.aardig.be/bronvermelding/websites/

Met dank aan dokter Vertongen voor het nalezen van dit artikel!

© 2009 – 2014