Posts Tagged ‘afkolven van moedermelk’

Dagelijkse Borst!

zaterdag, april 13th, 2013

Een tijdje geleden deed ik via facebook en twitter een oproep: “Omschrijf in drie woorden wat borstvoeding voor jou betekent?”

86 moeders gaven hun antwoord door, zonder te weten wat ik met deze antwoorden zou gaan doen. Dit was hun top 5:

  • 40% Liefde
  • 27% Natuurlijk
  • 23% Binding, Band, Verbondenheid
  • 18% Uniek
  • 15% Voeding

Aangevuld tot minstens 10% lezen we ook nog: Geborgenheid, Intens, Gemakkelijk, Genieten, Puur, Rust en Samen.

Dagelijkse borst!
Bovenstaande antwoorden heb ik eind februari 2013 gebruikt tijdens de voorstelling van de promotiefilm “Dagelijkse Borst!” op het jaarlijks symposium van Borstvoeding vzw te Sint-Niklaas.

 

Borstvoeding is voor veel moeders immers een onderdeel van hun dagelijks leven. Het is een keuze die ze maken, voor korte of voor langere tijd.

Inhoud en thema’s
De film is geen expliciet educatieve borstvoedingsfilm. Er komen geen hulpverleners aan het woord en in beeld, maar de gezinnen zelf! De film is namelijk gemaakt op basis van foto’s en verhalen die we kregen van ouders, aangevuld met cartoons, interviews en filmfragmenten.

Terugkerende thema’s zijn:

  • geboorte-ervaringen,
  • betrokkenheid van de partner,
  • relatie tussen moeder en kind,
  • fier zijn op de eigen prestatie,
  • voeden in het openbaar,
  • weer gaan werken,
  • langer voeden.

Woordarm en beeldrijk
Alle beelden in de film zijn ‘borstvoedingscorrect’. Er was namelijk voldoende materiaal om bij de selectie te letten op dingen zoals aanleghouding en drinktechniek. Want ook dat is educatie… Niet door expliciet te zeggen: “Het moet zo!”, maar gewoon door te tonen hoe het moet.

Wij leven immers in een beeldcultuur… Jonge mensen zijn makkelijker te ‘pakken’ met beelden dan met taal. Vandaar de bewuste keuze voor een woordarme en beeldrijke film!

Resultaat
Onze bedoeling was om mensen te raken. En van daaruit te hopen dat de boodschap zou blijven hangen: borstvoeding is normaal en de meest logische keuze voor je kindje.

Het uiteindelijke resultaat werd een compilatie van uitspraken, foto’s, filmfragmenten, cartoons en interviews. Van en door moeders! Een film waarin geen enkel taboe uit de weg wordt gegaan, maar waarin we er wel in slagen om borstvoeding voor te stellen als gewoon, normaal en… dagelijkse borst!

© 2013

Kort ziekenhuisverblijf en anesthesieadviezen bij het borstgevoede kind

dinsdag, april 3rd, 2012

Ik krijg af en toe de vraag hoe het nu eigenlijk zit met anesthesie en vastenperiode bij een baby of peuter die borstvoeding krijgt. Hieronder een overzicht van de algemene richtlijnen indien een kindje borstvoeding krijgt en kortstondig opgenomen wordt op de pediatrie-afdeling van een ziekenhuis.

Verblijf in het ziekenhuis
BabyFriendly Hospital Initiative
Handvest van de rechten van de gehospitaliseerde kinderen
Preoperatieve vastenperiode
Borstvoeding na de operatie
Melkproductie van de moeder
Bronnenmateriaal


Verblijf in het ziekenhuis

In het ziekenhuis dient men een omgeving te creëren die zoveel mogelijk aansluit op de huiselijke situatie. Je kindje wordt als een normaal kind behandeld en jullie als ouders mogen, indien medisch verantwoord, de gewone comfortzorg van thuis verder zetten. Dit zorgt ervoor dat jij en je kindje beter op elkaar reageren en minder angstig zijn. (Melnyk et al 2004)

Voor je kindje zouden tijdens de ziekenhuisopname de voedingen en het voedingspatroon zoveel mogelijk moeten aansluiten bij het patroon van de normale thuissituatie. (Riordan & Wambach 2010/4)

Als je kindje opgenomen wordt in een babyvriendelijke pediatrie-eenheid van het ziekenhuis, zal men normaalgezien met bovenstaande rekening houden. Het Babyfriendly Hospital Initiative van de World Health Organisation en Unicef is een kwaliteitslabel dat toegekend wordt aan ziekenhuizen die inspanningen leveren om de afdeling baby- en borstvoedingsvriendelijk te maken. Karakteristieken van een babyvriendelijke kinderafdeling zijn: (Riordan & Wambach 2010/4)

  1. Het ziekenhuis heeft een borstvoedingsbeleid op papier staan.
  2. Het ziekenhuis traint zijn personeel op borstvoedingsbegeleiding en – interventie. Alle medewerkers dienen hiervoor scholingen te volgen.
  3. Het ziekenhuis verschaft ouders geschreven en mondelinge informatie over de goede eigenschappen van borstvoeding.
  4. Het ziekenhuis geeft de mogelijkheid op ongelimiteerd voeden en stimuleert dus voeden op verzoek.
  5. Het ziekenhuis zorgt voor voorzieningen zodat een moeder kan kolven als de baby niet rechtstreeks aan de borst drinkt: borstkolf, kolfruimte, opslagplaats voor melk, lactatiekundige begeleiding indien gewenst.
  6. Het ziekenhuis geeft borstgevoede kinderen enkel leeftijdsgerelateerde of medisch noodzakelijke bijvoeding.
  7. Het ziekenhuis past alternatieve voedingsmethodes toe die het borstvoedingsbeleid niet in de weg staan, dus geen speentjes of flesjes.
  8. Het ziekenhuis geeft de mogelijkheid op 24u/24u rooming in voor moeder en kind. Moeder en kind worden niet gescheiden, ook niet voor onderzoeken of verpleegkundige of medische handelingen.
  9. Het ziekenhuis zorgt voor maaltijden en tussendoortjes voor de borstvoedende moeder.
  10. Het ziekenhuis zorgt voor een medicatie- en behandelingsschema dat de borstvoeding zo weinig mogelijk in de weg staat.
  11. Het ziekenhuis verschaft informatie over de mogelijkheden van borstvoedingsondersteuning en –begeleiding binnen en buiten het ziekenhuis, zowel tijdens de opname als na ontslag.
  12. Het ziekenhuis controleert dat het geschreven borstvoedingsbeleid effectief en efficiënt in de praktijk uitgevoerd wordt door alle ziekenhuismedewerkers en op alle afdelingen.

Ook het Handvest van de rechten van de gehospitaliseerde kinderen van de European Association for Children in Hospital en Unicef is zo’n kwaliteitslabel. Dit legt echter andere accenten in vergelijking met het Babyfriendly Hospital Initiative:

  1. Kinderen worden niet in een ziekenhuis opgenomen als de zorg die zij nodig hebben thuis, in dagbehandeling of poliklinisch kan worden verleend.
  2. Kinderen hebben het recht hun ouders of verzorgers altijd bij zich te hebben. Ook tijdens onderzoeken, bij verpleegkundige en medische handelingen, bij de voorbereiding en installatie in de operatiekamer en bij het ontwaken uit de verdoving.
  3. Ouders wordt accommodatie en de mogelijkheid tot overnachting naast het kind aangeboden.
  4. Kinderen en ouders hebben recht op informatie. De informatie wordt aangepast aan de leeftijd en het bevattingsvermogen van het kind.
  5. Kinderen en ouders hebben recht op alle informatie die noodzakelijk is voor het geven van toestemming voor onderzoeken, ingrepen en behandelingen.
  6. Kinderen worden in het ziekenhuis gehuisvest en verzorgd samen met kinderen in dezelfde leeftijd- en/of ontwikkelingsfase.
  7. Kinderen hebben recht op mogelijkheden om te spelen, zich te vermaken en onderwijs te genieten al naargelang hun leeftijd en lichamelijke conditie. Kinderen hebben recht op een verblijf in een stimulerende veilige omgeving waar voldoende toezicht is en die berekend is op kinderen van alle leeftijdscategorieën.
  8. Kinderen worden behandeld en verzorgd door medisch, verpleegkundig en ander personeel dat speciaal is opgeleid voor de zorg voor kinderen. Het beschikt over de kennis en de ervaring die nodig zijn om ook aan de emotionele eisen van het kind en het gezin tegemoet te komen.
  9. Kinderen hebben recht op verzorging en behandeling door zoveel mogelijk dezelfde personen, die onderling optimaal samenwerken.
  10. Kinderen hebben het recht met tact en begrip te worden benaderd en behandeld. Hun privacy wordt te allen tijde gerespecteerd.

Vraag dus bij een geplande opname van je kindje of het betreffende ziekenhuis één of beide labels behaald heeft. Op die manier verzeker je je kindje van de meest optimale begeleiding en verzorging.

Preoperatieve vastenperiode

Vooraleer je kindje onder narcose gaat, zal het een tijdje geen voeding mogen krijgen. Dit is om ademhalingsrisico’s ten gevolge van de anesthesie te  vermijden. Deze preoperatieve vastenperiode moet echter zo kort mogelijk gehouden worden.

Voor het bepalen van de duur van de vastenperiode dient men enerzijds rekening te houden met het reduceren van ademhalingsrisico’s ten gevolge van de anesthesie,  maar tegelijkertijd moet men ook het risico op uitdroging en hypoglycemie ten gevolge van het onthouden van voeding vermijden. (Riordan & Wambach 2010/4)

Voor zuigelingen heeft de American Society of Anesthesiologists daarom volgende richtlijnen opgesteld:

  • Heldere vloeistoffen tot 2 uur voor de narcose.
  • Moedermelk tot 4 uur voor de narcose. (Lawrence 2005, Cook-Sather & Litman 2006, Riordan & Wambach 2010/4)
  • Kunstvoeding en lichte maaltijd tot 6 uur voor de narcose.
  • Zware maaltijd tot 8 uur voor de narcose.

Sommige onderzoekers verkorten de preoperatieve borstvoedingsperiode zelfs nog meer en poneren dat  moedermelk tot 3 uur voor narcose de kindvriendelijkste handelswijze is. (Litman et al 1994, Schreiner 1994)

Scheiding van ouders en kindje dient altijd zo kort mogelijk gehouden worden, om stress bij beide te beperken. Je kan je borstgevoede babytje tijdens de preoperatieve vastenperiode troosten met een fopspeentje.  Je kan ook overwegen om je kindje te laten troosten door een andere vertrouwenspersoon van de familie, als je kindje jou te veel associeert met borstvoeding en je kindje niet meer bij je mag drinken. (Riordan & Wambach 2010/4)

Borstvoeding na de operatie

Postoperatief moet de borstvoeding zo snel mogelijk weer opgestart worden, van zodra de arts aangeeft dat orale voeding weer toegelaten is.  Er is geen enkele reden om moedermelk te gaan vervangen door glucosewater of om als eerste voeding glucosewater te geven. (Riordan & Wambach 2010/4) Dat betekent dat zuigelingen vaak al op de uitslaapkamer borstvoeding kunnen genieten. Met kunstvoeding en vaste voeding zal men echter langer moeten wachten.

Borstvoeding dient ook overwogen te worden als pijnreducerend middel na operaties. (Riordan & Wambach 2010/4) Het geven van borstvoeding kan troostend werken voor zowel je kindje als voor jou. Het geruststellende zuigen aan de borst kan de werking van pijnstillende medicatie ondersteunen. Onderzoek heeft immers uitgewezen dat borstvoeding tijdens en na een pijnervaring zorgt voor een verlaging van de hartslag, voor een kortere periode van huilen en voor lagere pijnscores in vergelijking met kinderen die geen borstvoeding kregen onder dezelfde omstandigheden. (Shah et al 2006)

Melkproductie van de moeder

Indien je kindje tijdelijk niet bij jou aan de borst kan drinken, zal je je melk dienen af te kolven. Idealiter minstens even vaak als dat je kindje bij jou zou drinken. Die afgekolfde melk kan aan het kindje gegeven worden wanneer de arts daar de toestemming voor geeft, maar kan ook bewaard worden voor later.


Bronnenmateriaal

Cook-Sather, S.D. and R.S. Litman (2006) “Modern fasting guidelines in children” in Best Prac Res Clin Anaesthesiol 20/3:471-481

Lawrence, R. (2005) “Lactation support when the infant will require general anesthesia: assisting the breastfeeding dyad in remaining content through the preoperative fasting period” in J Hum Lact 21/3:355-357

Litman, R. et al. (1994) “Gastric volume and pH in infants fed clear liquids and breast milk prior to surgery” in Anesth Analg 79:482-485

Melnyk, B. et al. (2004) “Creating opportunities for parent empowerment: program effects on the mental health and coping outcomes of critically ill young children and their mothers” in Pediatrics 113/6:597-607

Riordan, J. and K. Wambach (2010/4) “Breastfeeding and human lactation

Schreiner, M. (1994) “Preoperative and postoperative fasting in children” in Ped Clinics N Amer 4/1:111-120

Shah, P.S. et al. (2006) “Breastfeeding or breast milk for procedural pain in neonatesCochrane Database Syst Rev 3:CD004950

Richtlijnen van de American Society of Anesthesiologists (1999) inzake preoperatief vasten bij zuigelingen

http://www.uzleuven.be/sites/default/files/kindergeneeskunde/kindvriendelijk_ziekenhuis_brochure.pdf (geraadpleegd op 3 april 2012)

© 2012

Onderzoek naar omgaan met afgekolfde melk op Vlaamse materniteiten

dinsdag, maart 6th, 2012

Aanleiding
Onderzoeksgroep
Onderzoeksvragen
Oorspronkelijke onderzoeksvragen
Latere uitbreiding van de onderzoeksvragen
Resultaten
Inleiding
Moedermelkdonatie
Afkolven met de hand
Sterilisatie en hergebruik
Bewaarplaats, -termijn en bewerking
Toediening van afgekolfde moedermelk
Voorlichting van ouders bij ontslag
Conclusie
Overzichtstabel onderzoeksvragen en resultaten


Aanleiding

Wetenschappelijk overzichtsartikel over moedermelkdonatie in Vlaanderen en Nederland: voornamelijk literatuurstudie

Onderzoeksgroep

Vlaanderen telt in totaal zestig materniteiten, die allen verbonden zijn aan een afdeling neonatologie. Alle zestig werden aangeschreven met de vraag of zij gebruikmaken van donormoedermelk. En of zij afgekolfde moedermelk pasteuriseren of niet.

Dertig materniteiten, de helft dus van het  aangeschreven aantal, stelden gegevens beschikbaar over hun borstvoedings- en afkolfbeleid. Dat deden ze via persoonlijke correspondentie, door middel van een brochure of via een internetpublicatie.

Onderzoeksvragen

Oorspronkelijke onderzoeksvragen

1 Gebruik van donormoedermelk als bijvoeding in Vlaamse materniteiten?

2 Pasteurisatie van moedermelk in Vlaamse materniteiten?

Latere uitbreiding van de onderzoeksvragen

1 Gebruik van donormoedermelk als bijvoeding in Vlaamse materniteiten?

2 Pasteurisatie van moedermelk in Vlaamse materniteiten?

3 Protocols rond afkolven, bewaren en behandelen van moedermelk in Vlaamse materniteiten?

4 Voorlichting van ouders na ontslag uit Vlaamse materniteiten?

Resultaten

Inleiding

Afkolven van moedermelk gebeurt in de meeste gevallen in functie van een opname van de baby op neonatologie, waarbij live borstvoeding niet altijd (volledig) mogelijk is. Afkolven gebeurt soms ook om de melkproductie in gang te zetten of in stand te houden als de baby daartoe live niet (volledig) in staat is. Er wordt getracht om de pasgeboren baby zo snel mogelijk (terug) live aan de borst te krijgen. In afwachting van volledige live borstvoeding wordt de moedermelk afgekolfd.

De oorspronkelijke onderzoeksvraag luidde:

Maakt men in Vlaamse materniteiten gebruik van moedermelkdonatie of gebeurt bijvoeding enkel met melk van de eigen moeder of met kunstvoeding (of een andere vorm van moedermelkvervanging)? En wordt afgekolfde moedermelk gepasteuriseerd of rauw aan de baby aangeboden?

Aangezien veel ziekenhuizen ruimere informatie verschaften over hun borstvoedings- en afkolfbeleid dan mijn oorspronkelijke twee vragen heb ik besloten om mijn onderzoeksvragen verder uit te breiden:

Welke protocols bestaan er in Vlaamse materniteiten rond afkolven, bewaren en behandelen van moedermelk? En welke informatie wordt er meegedeeld tijdens de voorlichting van ouders bij ontslag van de moeder uit de materniteit?

Ik heb echter niet alle materniteiten opnieuw aangeschreven met deze nieuwe reeks vragen. Vandaar dat de gebruikte gegevens voor sommige ziekenhuizen bij deze uitbreidingslijst onvolledig zijn. Dat neemt echter niet weg dat er wel een beeld te vormen is van de manier waarop men in de Vlaamse materniteiten en neonatologie-afdelingen omspringt met afgekolfde moedermelk.

Moedermelkdonatie

Geen enkel Vlaams ziekenhuis maakt gebruik van donormoedermelk als de pasgeborene om de één of andere reden bijgevoed moet worden. Bijvoeding gebeurt enkel met de afgekolfde melk van de eigen moeder of met alternatieven, zoals kunstvoeding. Momenteel loopt aan het Nederlandse Vrij Universitair Medisch Centrum (VUmc) Amsterdam een vergelijkend onderzoek tussen het gebruik van donormoedermelk en kunstvoeding als bijvoeding. Het is nog even afwachten op de resultaten van dit onderzoek vooraleer een conclusie hieromtrent te trekken. Mij lijkt het echter aannemelijk dat zal blijken dat moedermelkdonatie de voorkeur geniet op kunstvoeding wanneer er bijgevoed dient te worden.

Enkele Brusselse en Waalse ziekenhuizen maken wel gebruik van moedermelkdonatie. Meer daarover kan je lezen in een onderzoek dat recentelijk gebeurde aan de K.U.Leuven:

Cossey V., Johansson A.B., e.a. “Use of Human Milk in the Neonatal Intensive Care Unit: Practices in Belgium and Luxembourg” in Breastfeed Med 2012 Jan 27.

Afkolven met de hand

Voor zover bekend stellen alle materniteiten een elektrisch afkolfapparaat ter beschikking van moeders die hun melk om de één of andere reden dienen af te kolven. Slechts dertien op de twintig ziekenhuizen leren moeders ook met de hand afkolven tijdens de eerste 24u postpartum. Dat betreft dus 65%, een percentage dat in mijn ogen toch zou mogen stijgen tot 100%! Het lijkt mij trouwens ook nuttig dat alle borstvoedende moeders aangeleerd wordt hoe ze moeten afkolven met de hand, ook zij die volledig live borstvoeding geven. De techniek van het handmatig afkolven onder de knie hebben zorgt er immers voor dat men altijd en overal in staat is om melk af te kolven, zonder dat er een afkolfapparaat beschikbaar moet zijn. Afkolven met de hand is ook een manier om moeders vertrouwd te maken met hun moederlichaam en met hun borsten.

De eerste dagen postpartum produceert een moeder colostrum. Colostrum is slechts in kleine hoeveelheden beschikbaar. Als het kindje niet (volledig) live drinkt, dan kan het colostrum met de hand afgekolfd worden en opgevangen in een lepeltje, kopje of spuitje. Hierbij gaat minder voeding verloren dan bij het afkolven met een apparaat. Bij een afkolfapparaat blijven immers kostbare druppels aan het apparaat zelf, de leidingen of het opvangmateriaal kleven en komen dus niet bij de baby terecht. Bovendien werkt een volle lepel of (half)vol spuitje veel motiverender voor een moeder dan een minuscuul plasje melk in een grote afkolffles of -beker.

Sterilisatie en hergebruik

Slechts acht op de negentien ziekenhuizen laten de moeder (of diens partner) het afkolfmateriaal zelf steriliseren. Dat betekent dat in 58% van de gevallen moeders geen ervaring hebben met sterilisatie van hun afkolfapparaat bij ontslag uit de materniteit, omdat het personeel die handeling steeds voor zijn rekening heeft genomen. Men kan de bedenking maken dat het misschien nuttig kan zijn voor sommige moeders om de theoretische informatie die ze krijgen over schoonmaken en onderhouden van afkolfmateriaal ook daadwerkelijk minstens één maal in de praktijk te kunnen oefenen.

Anderzijds is het uit hygiënisch standpunt begrijpelijk dat men op bijvoorbeeld NICU-afdelingen één maal daags of zelfs bij elke kolfbeurt steriel wegwerpmateriaal ter beschikking stelt. Twee van de elf ziekenhuizen die dat doen bezorgen moeders voor elke kolfbeurt een nieuwe steriele afkolfset. Twee ziekenhuizen van de elf stellen twee steriele setjes per dag  beschikbaar. De overige zeven steriliseren het afkolfmateriaal één maal daags of overhandigen elke ochtend een nieuwe steriele wegwerpset.

Geen enkel ziekenhuis hergebruikt opvangbekertjes, –flesjes of spuitjes nadat de voeding aan het kindje aangeboden werd.

Bewaarplaats, -termijn en bewerking

Alle ziekenhuizen waarover gegevens beschikbaar zijn maken gebruik van een koelkast voor de bewaring van afgekolfde moedermelk. Eén ziekenhuis gaf aan dat afgekolfde melk rechtstreeks na afkolven ingevroren wordt als het om melk voor een NICU-patiëntje gaat. Dat komt omdat die melk aldaar eerst gepasteuriseerd wordt vooraleer aan het kindje aan te bieden.

Slechts één (5%) op de negentien ziekenhuizen beschikt niet over een diepvriezer om afgekolfde melk voor langere tijd te bewaren. Wat mij doet afvragen wat er dan met een eventuele kolfoverschot gebeurt?

Zestien (84%) van de negentien ziekenhuizen maakt gebruik van een melkkeuken, die enkel dient voor de bewaring en bereiding van melkvoeding, zowel kunstvoeding als moedermelk. Op drie (19%) van die zestien materniteiten met een melkkeuken mag de moeder, als ze dat wenst, ook gebruik maken van het koelkastje op haar eigen kamer voor de bewaring van haar afgekolfde melk.

In vier op de negentien ziekenhuizen is het toegelaten om kolfmelk van verschillende kolfsessies bij elkaar te gieten. Zij geven wel allen duidelijk aan dat de melk van beide kolfbeurten op dezelfde temperatuur moet zijn vooraleer samen te voegen. Vijftien (79%) op de negentien ziekenhuizen verbieden expliciet het samenvoegen van melk uit verschillende kolfmomenten.

Veertien (93%)  van de vijftien ziekenhuizen maken een onderscheid tussen a terme gezonde babytjes en babytjes die opgenomen werden op de neonatale eenheid, wat betreft behandeling van moedermelk, bewaarplaats en –termijn.

Twee op de dertig ziekenhuizen (6,6%) pasteuriseert de moedermelk vooraleer aan de baby te geven. Beide ziekenhuizen hebben een NICU-eenheid. Onderzoek over pasteurisatie van moedermelk loopt momenteel aan het Vrij Universitair Medisch Centrum (VUmc) Amsterdam (Nederland). Op conclusies daarover is het nog even wachten.

Voor wetenschappelijke conclusies over de gehanteerde afkolf- en bewaringsprotocols in de Vlaamse NICU-eenheden verwijs ik naar een onderzoek dat recentelijk gebeurde aan de K.U.Leuven:

Cossey V., Johansson A.B., e.a. “Use of Human Milk in the Neonatal Intensive Care Unit: Practices in Belgium and Luxembourg” in Breastfeed Med 2012 Jan 27.

Toediening van afgekolfde moedermelk

Indien de baby moedermelk via de orale weg toegediend krijgt, dan gebeurt dat in zeven (38,9%) op de achttien ziekenhuizen enkel door middel van een flesje met speentje, wat erg jammer is omdat deze methode zuigverwarring in de hand kan werken en de kansen op een geslaagde borstvoedingsperiode verkleint. De meerderheid van de ziekenhuizen (61,1%) probeert zuigverwarring gelukkig te voorkomen door het toedienen van moedermelk op een alternatieve manier, zoals met een cupje, spuitje of lepeltje. Pas na 24u postpartum of in één ziekenhuis zelfs pas na vijf dagen postpartum gaat men een flesje met speentje gebruiken voor het toedienen van afgekolfde moedermelk.

Voorlichting van ouders bij ontslag

In alle ziekenhuizen waarover gegevens beschikbaar zijn is een protocol beschikbaar omtrent afkolven en bewaren van moedermelk. Ouders krijgen bij ontslag ook voldoende informatie over huurmogelijkheden van kolfapparatuur en over afkolven, bewaren en behandeling van moedermelk, indien het babytje achterblijft op de neonatologie-eenheid. Alle pas bevallen moeders krijgen contactgegevens van professionele hulpverleners voor verdere borstvoedingsbegeleiding.

Informatie over borstvoedingsverenigingen en lokale moedergroepen ontbreekt echter in zes van de dertien gevallen. Dat betekent dat in 46,1% van de ziekenhuizen moeders enkel informatie krijgen over de professionele borstvoedingshulpverlening en er geen geschreven informatie verstrekt wordt over de drie Vlaamse borstvoedingsorganisaties: Borstvoeding vzw, La Leche League en Vereniging ter Bescherming en Bevordering van Borstvoeding. Dit is echt een gemiste kans!  Vooral omdat uit onderzoek gebleken is dat het net de vrijwillige borstvoedingsorganisaties zijn die het verschil maken inzake borstvoedingscijfers:

Chapman D.J.,  Morel K., Anderson A.K., Damio G. en R.  Pérez-Escamilla “Review: Breastfeeding Peer Counseling: From Efficacy Through Scale-Up” in Journal of Human Lactation vol. 26  nr. 3, 2010 (8), p. 314-326

Vrijwilligsters van een borstvoedingsorganisatie zijn vaak erg gemotiveerd om andere moeders te helpen. Bovendien hebben ze een degelijke opleiding genoten die hen in staat stelt om op een objectieve manier informatie te geven en samen met de moeder een praktijkgerichte oplossing op maat te zoeken voor borstvoedingsongemakken en -twijfels. Dankzij vrijwillige mother-to-mother-support geven moeders langer en langer exclusief borstvoeding, zo bleek uit boven vermeld onderzoek.

Begeleiding tijdens de eerste tijd  na de bevalling wordt doorgaans opgevuld door een kraamverzorgster, door huisbezoeken van de wijkverpleegkundige van Kind en Gezin of door een zelfstandig vroedvrouw, maar daarna moeten ouders het vaak alleen rooien. Als die leemte opgevuld zou kunnen worden door een lokale moedergroep of door een contactmoeder van een borstvoedingsorganisatie, dan voelen moeders zich veel meer gesteund in hun borstvoedingskeuze en overwinnen ze de kleine ongemakjes en twijfels veel makkelijker. Ook als hun kindje enkele maanden of enkele jaren oud is, hebben moeders nood aan een netwerk van gelijkgezinden. Zulk een netwerk kunnen ze uitbouwen via contacten met leden van een borstvoedingsorganisatie of via een lokale moedergroep. Elke materniteit zou dan ook hierover informatie moeten meegeven bij het ontslag!

Een ander pijnpunt is dat de verstrekte contactgegevens van de verschillende borstvoedingsorganisaties in minstens twee van de zeven instellingen verouderd zijn. Een mankement dat toch makkelijk voorkomen kan worden, lijkt mij…

Conclusie


Geen enkel Vlaams ziekenhuis maakt gebruik van donormoedermelk als de pasgeborene om de één of andere reden bijgevoed moet worden. Bijvoeding gebeurt enkel met de afgekolfde melk van de eigen moeder of met alternatieven, zoals kunstvoeding.

Alle materniteiten stellen een elektrisch afkolfapparaat ter beschikking van moeders die hun melk om de één of andere reden dienen af te kolven. 65% van de ziekenhuizen leert moeders ook afkolven met de hand in de eerste 24u postpartum. Een percentage dat in mijn ogen best mag stijgen tot 100%. Het lijkt mij nuttig dat alle borstvoedende moeders aangeleerd wordt hoe ze moeten afkolven met de hand, ook zij die volledig live borstvoeding geven.

Vrijwel alle ziekenhuizen hebben strenge protocols inzake afkolven, bewaren en behandelen van moedermelk, wat de hygiëne verhoogt en dus ook het infectiegevaar voor de baby verkleint.

De meerderheid van de ziekenhuizen probeert zuigverwarring te voorkomen door het toedienen van moedermelk op een alternatieve manier, zoals met een cupje, spuitje of lepeltje. 38,9% van de ziekenhuizen geeft de baby enkel door middel van een flesje met speentje moedermelk. Deze laatsten zouden er goed aan doen om ook minstens de eerste 24u postpartum over te schakelen op lepelvoeding, cup- of fingerfeeding.

Ouders krijgen bij ontslag voldoende informatie over huurmogelijkheden van kolfapparatuur en over afkolven, bewaren en behandeling van moedermelk, indien het babytje achterblijft op de neonatologie-eenheid. Alle pas bevallen moeders krijgen contactgegevens van professionele hulpverleners voor verdere borstvoedingsbegeleiding. Informatie over vrijwillige borstvoedingsverenigingen en lokale moedergroepen ontbreekt echter in zes van de dertien gevallen. Wat erg jammer is, omdat uit onderzoek gebleken is dat het net deze borstvoedingsorganisaties zijn die het verschil maken inzake landelijke borstvoedingscijfers!

Wetenschappelijk overzichtsartikel over moedermelkdonatie in Vlaanderen en Nederland

Overzichtstabel onderzoeksvragen en resultaten

30 materniteiten (van de in totaal 60 materniteiten in Vlaanderen: 50% respons)

Ja Nee Geen gegevens
Afgekolfde melk aan de eigen baby 30 0 0
Donatie van afgekolfde melk aan de baby van een andere moeder 0 30 0
Bijvoeding met moedermelk van een donormoeder 0 30 0
Bijvoeding met kunstvoeding indien melk van eigen moeder ontoereikend 30 0 0
Elektrische afkolfapparatuur beschikbaar(individueel of te delen met andere moeders)
28 0 2
Aanleren manueel afkolven (eerste 24u postpartum) 13 7 10
Dagelijkse sterilisatie van afkolf- en opvangmateriaal door het ziekenhuispersoneel of gebruik van nieuwe steriele wegwerp-afkolfset per 24u 11 8 11
Sterilisatie van afkolfmateriaal door de moeder of haar partner 8 11 11
Hergebruik van bewaarmateriaal 0 27 3
Kolfmelk van verschillende kolfsessies samen gieten 4 (enkel indien op dezelfde temperatuur) 15 11
Bewaarmogelijkheid van moedermelk in koelkast 27 (+1) 1 (rechtstreeks in diepvriezer voor N*) 2
Bewaarmogelijkheid van moedermelk in diepvriezer 18 1 11
Koelkast en diepvriezer enkel gebruikt voor moedermelkbewaring (melkkeuken) 16 3  (+3 koelkast op de kamer) 11
Voor bewaarplaats en -duur rekening gehouden met het
verschil tussen een a terme gezonde baby en een baby op de neonatale
eenheid (zieke of premature baby)
14 1 15
Protocols rond het afkolven van moedermelk 29 0 1
Protocols rond de bewaring van moedermelk 27 0 3
Pasteurisatie van afgekolfde moedermelk 2 28 0
Moedermelk toedienen via alternatieve methode zoals finger-, cup- of lepelvoeding om zuigverwarring te voorkomen (24u postpartum of langer) 11 7 12
Moedermelk toedienen door middel van fles met speentje (24u postpartum) 7 11 12
Verstrekken van informatie over afkolven, huurmogelijkheden en professionele borstvoedingsbegeleiding 26 0 4
Verstrekken van informatie over borstvoedingsorganisaties en moedergroepen 7 6 17
Contactgegevens van borstvoedingsorganisaties correct 2 2 3

 © 2012

Moedermelkdonatie

maandag, september 12th, 2011

Vraagmoeder
Medicatie
Borstoperatie
Te weinig klierweefsel
Niet live drinken
Adoptie
Zwangerschap
Ziekte
Donormoeder
Zuigelingenvoeding
Adviezen
Nadelen van kunstvoeding
Formal en informal milksharing
Nederlandse Moedermelkbank
Moedermelk Netwerk
Informal milksharing
Vergoeding
Afkolven, bewaren en opwarmen van moedermelk
Afkolven
Bewaren
Transport
Pasteurisatie
Opwarmen
Counceling
Conclusie

——————————————————-

© 2011

Moeders die de baby van een ander voeden, door hem live aan te leggen of door afgekolfde melk te doneren, het is iets van alle tijden en culturen.[1] Het is dan ook jammer dat informele moedermelkdonatie, sinds het ontstaan van kunstmatige zuigelingenvoeding eind 19de eeuw, langzaamaan in de taboesfeer is geraakt en de officiële Belgische en Nederlandse melkbanken in de loop van de vorige eeuw één voor één de deuren sloten. Moedermelk is en blijft immers de normale zuigelingenvoeding. Zijn er omstandigheden waarin een baby niet live kan drinken bij zijn moeder, dan zou kolfmelk van de eigen of een andere moeder als eerste alternatief naar voren geschoven moeten worden.

Dit artikel draagt bij aan het bespreekbaar maken van moedermelkdonatie voor zuigelingen. Waarom is live borstvoeding geven soms niet mogelijk of niet wenselijk? Wie kan donor worden? Waarom is donormelk te verkiezen boven kunstvoeding? Welke vormen van moedermelkdonatie bestaan er? Wat zijn de beste gebruiksomstandigheden van afgekolfde melk? Enzovoort.

Vraagmoeder


Er zijn verschillende omstandigheden te noemen waarbij het niet mogelijk of niet wenselijk is dat een moeder haar kindje (volledig) zelf voedt. Als afgekolfde melk van de eigen moeder geen uitkomst biedt of niet voldoende blijkt, dan kan donormelk een oplossing zijn. Enkele voorbeeldsituaties:

Medicatie

Neemt de moeder medicatie, dan gaat deze vaak in kleine hoeveelheden over in de moedermelk. Dat hoeft niet schadelijk te zijn voor de baby. De soort medicatie, de leeftijd en het gewicht van de zuigeling, de hoeveelheid medicinale stof in de moedermelk, het aantal voedingen, het zijn allemaal factoren waarmee rekening dient gehouden te worden. Beslist een arts dat medicatie noodzakelijk is, dan moet er in de eerste plaats gezocht worden naar een geneesmiddel dat samengaat met borstvoeding. Is dat niet voorhanden en is de moeder bijgevolg (tijdelijk) verplicht te stoppen met het geven van live borstvoeding, dan kan donormelk overwogen worden. Is het medicatiegebruik slechts tijdelijk dan kan de moeder haar melkproductie in stand houden door te kolven en haar verontreinigde kolfmelk weg te gooien gedurende de periode dat ze medicatie gebruikt.

Borstoperatie

Soms heeft de moeder een borstoperatie of -amputatie ondergaan in het verleden die de borstvoeding bemoeilijkt of belemmert. De soort operatie en de impact ervan op het borstweefsel bepaalt voor een groot stuk of borstvoeding geven nog mogelijk is en of de melkproductie nog volledig op gang kan getrokken worden. Donormelk als aanvulling of alternatieve voeding kan dan een oplossing bieden.

Te weinig klierweefsel

Het komt maar heel zelden voor, maar soms heeft een vrouw eenvoudigweg te weinig klierweefsel om haar melkproductie volledig op gang te trekken. Als lactatiekundige begeleiding geen voldoende opbrengstvergroting teweeg brengt, dan kan een aanvulling met donormelk overwogen worden.

Niet live drinken

In bepaalde omstandigheden, zoals bij een vroeggeboorte, is het kindje soms (nog) niet in staat om aan de borst te drinken. De moeder kan haar melk dan afkolven. Is haar melkproductie niet voldoende, dan kan deze tijdelijk aangevuld worden met donormelk.

Ook als een (oudere) zuigeling op de intensive care terechtkomt is live voeden niet altijd mogelijk en dient soms tijdelijk overgeschakeld te worden op kolfmelk.

Bij bepaalde handicaps waarbij het kindje problemen ondervindt met de spierspanning (hypertonie, hypotonie) of bij een ernstige gelaatsafwijking zoals een dubbelzijdige schisis kan live voeden erg moeilijk verlopen. Lactatiekundige begeleiding is in dergelijke gevallen een must. Lukt het live voeden niet, ondanks de deskundige begeleiding, dan kan afgekolfde melk van de eigen moeder als voedingsoptie voorgesteld worden, eventueel aangevuld met donormelk als de moeder niet voldoende voeding bij elkaar gekolfd krijgt.

Adoptie

Een kind dat geadopteerd wordt en nog op zuigelingenleeftijd is, kan in de meeste gevallen niet of nauwelijks moedermelk ontvangen van zijn adoptiemoeder. Als (geïnduceerde) relactatie niet lukt of geen optie is, dan is donormelk een gezondere melkkeuze dan kunstvoeding.

Zwangerschap

Als een moeder opnieuw zwanger wordt tijdens de lactatieperiode, dan bestaat de kans dat ze in de loop van de zwangerschap een melkterugloop ervaart. Het is erg moeilijk om in dergelijke omstandigheden de melkproductie weer op te krikken, omdat de zwangerschaphormonen dit tegenwerken. Als het gezoogde kind jonger is dan een jaar en/of nog niet veel bijvoeding krijgt, kan een tijdelijke aanvulling met donormelk een oplossing zijn tot aan de bevalling. Na de bevalling zal het principe van vraag en aanbod ervoor zorgen dat de moeder voldoende melk aanmaakt voor beide kinderen en is aanvulling met donormelk niet meer nodig.

Ziekte

Bij bepaalde ziektes wordt het geven van borstvoeding afgeraden omdat er besmettingsgevaar dreigt via de moedermelk. Voor een moeder die bijvoorbeeld besmet is met HIV is borstvoeding geven in westerse landen geen optie.[2]

Ook als een moeder kampt met een overmatig alcohol- of druggebruik wordt het zelf voeden van de baby afgeraden. Donormelk kan dan overwogen worden, naast andere vormen van (gezins)begeleiding.

Een lijst met overige voorbeeldsituaties is te vinden in Tully & Jones 2010.471-473 of op

http://www.moedermelknetwerk.nl/index_bestanden/vragen.html

Donormoeder


Een moeder die zich vrijwillig opgeeft om andermans kind live te voeden of extra melk af te kolven, moet in goede algemene gezondheid verkeren en bereid zijn een medische test te ondergaan als de vraagmoeder, het moedermelknetwerk of de melkbank daar om vraagt. De donormoeder gebruikt geen medicatie op permanente basis, geen recreatieve drugs en rookt niet. Haar alcoholgebruik is laag en ook het drinken van cafeïnerijke dranken blijft beperkt. Als de donormoeder plots ziek wordt en/of medicatie moet gebruiken, kan zij tijdelijk geen melk doneren.

Het kind dat de donormoeder zelf voedt is jonger dan één jaar oud of heeft ongeveer dezelfde leeftijd als dat van de vraagmoeder, alhoewel bij een groter leeftijdsverschil donormelk in de meeste gevallen nog steeds te verkiezen is boven kunstvoeding.

Uiteraard moet de donormoeder ook in de omstandigheden verkeren om een bijkomend kind (gedeeltelijk) zelf te voeden of extra melk af te kolven. Het is niet de bedoeling dat haar fysieke, emotionele of familiale situatie ernstige gevolgen ondervindt van de melkdonatie.

Zuigelingenvoeding

Adviezen

De WereldGezondheidsOrganisatie stelt dat wereldwijd alle betrokken partijen zoveel mogelijk inspanningen zouden moeten doen om kinderen toegang te geven tot moedermelk. Zij raden moeders aan om hun babytje zes maanden exclusief borstvoeding te geven en daarna de borstvoeding te continueren, in combinatie met vaste voeding,  totdat het kindje minstens twee jaar oud is. Moeder en kind moeten de kans krijgen om door te gaan met borstvoeding zolang zij zich daar beide goed bij voelen. De natuurlijke speenleeftijd van een mensenkind ligt immers ergens tussen de twee en de zeven jaar oud, met een wereldwijd gemiddelde van iets meer dan vier jaar oud.

Ook de American Academy of Pediatrics raadt aan om babytjes zes maanden exclusief borstvoeding te geven en daarna moedermelk te combineren met vaste voeding tot minstens de eerste verjaardag. De AAP stelt expliciet dat er geen maximumleeftijd voor borstvoeding is en dat er geen enkel wetenschappelijk bewijs bestaat voor mogelijke nadelige gevolgen op psychologisch of ontwikkelingsvlak als een kind van drie jaar of ouder nog borstvoeding krijgt.

Zowel de WereldGezondheidsOrganisatie als de American Academy of Pediatrics raden moeders aan om hun zuigeling zoveel mogelijk live borstvoeding te geven. Is live voeden niet mogelijk, dan is kolfmelk van de eigen moeder de tweede optie. Als derde mogelijkheid wordt donormelk van een andere moeder genoemd en pas als allerlaatste optie kan kunstvoeding overwogen worden.

Nadelen van kunstvoeding

Geen borstvoeding geven houdt zowel voor de baby als voor de moeder gezondheidsrisico’s in.
Bovendien is kunstvoeding, in vergelijking met borstvoeding, een stuk belastender voor maatschappij en milieu. Als een zuigeling niet in de mogelijkheid is om live aan de borst te drinken, dan is kolfmelk van de eigen of een andere moeder dan ook in bijna alle gevallen te verkiezen boven kunstvoeding.

Enkele belangrijke nadelen van kunstvoeding voor de gezonde voldragen baby op een rijtje[3]:

Kunstvoeding is minder rijk van samenstelling in vergelijking met moedermelk. Kunstvoedingsfabrikanten voegen aan hun product wel bepaalde stoffen, zoals vitamines en mineralen, toe die ook in moedermelk voorkomen en waarvan bewezen is dat ze de gezondheid van de zuigeling ten goede komen. Die toegevoegde stoffen zijn echter van kunstmatige oorsprong en worden door het babylijfje minder goed opgenomen dan hun natuurlijke tegenhanger uit moedermelk. Bij de bereiding van kunstvoeding kan de hoeveelheid ervan ook verminderen. Daardoor hebben baby’s die kunstvoeding krijgen meer kans op bloedarmoede en ijzertekorten.

Om dergelijke tekorten op te vangen gaat de fabrikant dan weer te veel vitamines en mineralen toevoegen aan zijn product, wat de verwerking onnodig zwaar maakt voor baby’s organen. Omdat de meeste mineralen ook nog eens uit zouten bestaan kan die toevoegingsoverschot ervoor zorgen dat kunstgevoede baby’s een grotere behoefte hebben aan vocht en dus ook een grotere kans op uitdroging bij ziekte.

Moedermelk heeft al die samenstellingsmoeilijkheden niet en is veel evenwichtiger van samenstelling in vergelijking met kunstvoeding. Alle voedingsstoffen in moedermelk worden optimaal opgenomen, zodat een te veel niet nodig is, wat een stuk minder belastend is voor baby’s organen.

Moedermelk bevat levende antistoffen tegen allerlei ziektekiemen, zowel van virale als van bacteriële oorsprong, en bevat stoffen die de natuurlijke afweer van het kind helpen opbouwen. Kunstvoeding bevat deze stoffen niet. Een baby die tijdens zijn eerste levensjaar kunstvoeding krijgt, is dan ook slechter beschermd tegen diverse ziektes zoals luchtweginfecties, spijsverteringsziektes, urineweginfecties, hersenvliesontsteking, enzovoort.

Daarnaast versterken de beschermingsbestanddelen van moedermelk vaak elkaars werking en helpen ze het effect van vaccinaties verbeteren. Dat versterkingseffect heb je bij kunstvoeding niet. Baby’s die kunstvoeding krijgen, zijn dan ook gemiddeld meer en ernstiger ziek dan borstgevoede kinderen. Ze worden vaker opgenomen in het ziekenhuis en verblijven daar ook langer.

Zelfs op latere leeftijd heeft een kunstgevoede baby meer kans op gezondheidsproblemen. Bijvoorbeeld een grotere kans op het ontwikkelen van allerhande allergieën, reuma, diabetes, multiple sclerose, obesitas, hart- en vaatziektes, enzovoort. Krijgt een borstgevoede baby toch last van bijvoorbeeld allergieën, dan zijn de klachten vaak minder ernstig dan wanneer hij met kunstvoeding zou gevoed zijn.

Formal en informal milksharing

Nederlandse Moedermelkbank

Zowel de WereldGezondheidsOrganisatie als de American Academy of Pediatrics stelt dat alle zuigelingen, maar in het bijzonder te vroeg geborenen recht hebben op het krijgen van moedermelk. Kunstvoeding heeft, zeker voor deze allerzwaksten, immers specifieke nadelen: een grotere kans op het ontstaan van necrotiserende enterocolitis, een slechtere longrijping, een lagere ijzeropname, een ongunstige beïnvloeding van de botdichtheid en een gebrek aan levende stoffen, zoals afweercellen. Daarnaast blijven de algemene nadelen van kunstvoeding uiteraard ook gelden voor te vroeg geborenen.

Moeders van te vroeg geborenen worden dan ook sterk aangemoedigd om borstvoeding te geven of af te kolven als live voeden (nog) niet lukt. Niet al deze moeders zijn echter in staat om vanaf het begin voldoende melk te produceren voor hun kindje. Anderen willen wel borstvoeding geven, maar zien zich door omstandigheden zoals ziekte of medicatiegebruik (tijdelijk) genoodzaakt om hun kindje te voeden met kunstvoeding. In beide gevallen zou donormelk een oplossing kunnen zijn.

Vanuit die gedachte is men een aantal jaar geleden dan ook gestart met de oprichting van een moedermelkbank in het Erasmus Medisch Centrum te Rotterdam. De organisatie van de Nederlandse Moedermelkbank werd eind 2010 overgenomen door het Vrij Universitair Medisch Centrum (VUmc) Amsterdam. Sinds mei 2011 is men aan het VUmc gestart met het screenen van donormoeders en verzamelt een koeriersdienst ook effectief donormelk in bij gescreende donormoeders in de regio Rotterdam-Amsterdam. Donormoeders buiten deze regio worden verwacht hun melk zelf naar het medisch centrum te brengen.

De moedermelk die gedoneerd wordt aan de Nederlandse Moedermelkbank wordt voorlopig enkel in het kader van wetenschappelijk onderzoek gebruikt, waarbij men de effecten van donormelk gaat vergelijken met deze van kunstvoeding. De melk wordt aangeboden aan de zuigelingen die meedoen aan het onderzoek en die opgenomen werden op de deelnemende Intensive Care Neonatologie-afdelingen, verspreid over heel Nederland. Als het onderzoek uitwijst dat donormelk te verkiezen is boven kunstvoeding, dan is het de bedoeling dat op termijn de opgeslagen melk beschikbaar zal zijn voor alle Nederlandse pasgeborenen die geen melk van hun  eigen moeder kunnen ontvangen; waarbij dan prioriteit zal gegeven worden aan prematuur geboren en erg zieke babytjes.

Moedermelkdonatie via een melkbank is een vorm van formal milksharing, waarbij strenge controles van kracht zijn. Donormoeders doorlopen een hele procedure (aanmelding via mail, telefonisch intakegesprek, live keuringsgesprek, bloedafname, instructiefilms bekijken en naslagwerk lezen) vooraleer ze hun melk effectief kunnen schenken aan de melkbank. Zowel de donormoeders als de melk die ze doneren worden grondig medisch onderzocht op mogelijke virussen en bacteriën om overdracht van ziektes uit te sluiten. Een donormoeder ondergaat elke drie maanden opnieuw een bloedcontrole en haar melk wordt zelfs bij elke donatie opnieuw getest.

Een moeder die haar melk wil doneren aan de Nederlandse Moedermelkbank moet helemaal gezond zijn, mag geen medicatie nemen en ook absoluut geen recreatieve drugs gebruiken of gebruikt hebben. Haar alcohol-, cafeïne-, kruidenpreparaten- en vitaminepreparaten-verbruik moet laag tot zeer laag zijn, ze mag geen vermageringsdieet volgen en tijdens haar hobby of werk niet in aanraking komen met gevaarlijke stoffen. Melk in melkbanken wordt immers vaak gepoold, waardoor de voeding voor één zuigeling kan bestaan uit melk van verschillende donoren. Om te vermijden dat zo’n voeding een cocktail wordt van verschillende kleine hoeveelheden van allerhande medicijnen en gifstoffen moet donormelk dus zo zuiver mogelijk gehouden worden.

De Nederlandse Moedermelkbank legt geen minimum- of maximumhoeveelheden op voor donatie. Donormelk moet wel direct na het afkolven ingevroren worden en de donormoeder dient wekelijks de temperatuur van haar diepvries te controleren. Binnen de vier weken na het afkolven wordt de melk bij het VUmc verwacht.

Als een moeder haar melk doneert aan de Nederlandse Moedermelkbank, dan wordt deze steeds gepasteuriseerd. Door de verhitting tijdens het pasteurisatieproces gaat een deel van de goede eigenschappen van rauwe moedermelk verloren, maar zelfs dan blijft donormelk een prima zuigelingenvoeding met een sterke voedingswaarde en afweercapaciteit, die niet te vinden is in kunstvoeding.

Moedermelk Netwerk

Het Moedermelk Netwerk verzamelt geen donormelk, maar is een databank waarin Nederlandse en Vlaamse donor- en vraagmoeders aan elkaar gelinkt worden op regionaal vlak.

Een melkvraag aan het Moedermelk Netwerk moet steeds vergezeld worden van een attest van iemand uit de gezondheidssector, zoals een arts, een lactatiekundige of een vroedvrouw/verloskundige. En de donormoeder moet akkoord gaan met een bloedonderzoek om na te kijken of ze gezond en vrij van ziektekiemen is en een uitgebreide anamnese over haar leefwijze en voedingsgewoontes ondergaan. Als bloedonderzoek (hepatitis B en C, HIV 1 en 2, CMV, syfilis en transaminase screening)  en anamnese gunstig uitvallen wordt er in haar omgeving een moeder gezocht die vragende partij is voor donormelk. De vraagmoeder zorgt dan voor de bewaarmaterialen en regelt het transport van de moedermelk. Het Moedermelk Netwerk bezorgt beide partijen een geschreven protocol over hoe de donormelk moet behandeld worden en biedt, indien gewenst, gratis lactatiekundig advies aan voor zowel donor- als vraagmoeder.

Moedermelkdonatie via het Moedermelk Netwerk is een vorm van semi-formal milksharing. Het netwerk eist een bloedtest en anamnese van de donormoeder en stelt minimumeisen voor de hoeveelheid melk die er gedoneerd wordt: bij eenmalige donatie minstens 13 liter en bij langdurige donatie minstens 200ml per dag. Maar het opstellen van verdere afspraken of bijkomende voorwaarden laat het netwerk over aan vraag- en donormoeder. Het Moedermelk Netwerk voorziet wel een aantal sterk aanbevolen richtlijnen met betrekking tot het kolven, de bewaring en het vervoer van de moedermelk.

De donormelk wordt dus niet aan het netwerk zelf geschonken, maar rechtstreeks aan de vraagmoeder. Dat maakt dat de melk niet bacterieel getest wordt, zoals bij melkbanken wel gebeurt.

Heb je een voorraadje melk in je diepvries steken of kamp je met een overproductie waar je geen weg mee weet, dan kan je er dus voor kiezen om die melk aan het Moedermelk Netwerk te schenken. Uit veiligheids- en hygiëneoverwegingen wordt vraagmoeders wel aangeraden om oude melk  steeds te pasteuriseren.

Informal milksharing

Men kan op verschillende manieren aan informeel melkdelen doen. De eenvoudigste manier is wanneer iemand het kindje van een kennis of familielid eenmalig of gedurende een langere periode voedt of kolfmelk afstaat. Via internet bestaan er ook heuse virtuele gemeenschappen waar men melk kan aanbieden of vragen, bijvoorbeeld initiatieven als Human Milk for Human Babies (HM4HB) of Eats on Feats. Via Facebook kan je op zoek gaan naar een lokaal initiatief en daar je melkvraag of –aanbod posten. Voor België zijn dat http://www.facebook.com/Hm4HbBelgium en http://www.facebook.com/EatsonFeetsNederland. Heb je een match gevonden met iemand, dan maak je via privéberichtjes verdere afspraken, bijvoorbeeld over hoe de donormelk bij de vraagmoeder zal terechtkomen. Op de concrete uitwisseling, die op vrijwillige basis gebeurt, is geen externe controle, maar een handeltje drijven in moedermelk via deze internetgemeenschappen wordt niet gewaardeerd. Goede tips voor de communicatie en onderhandeling tussen donor- en vraagmoeder vind je bij MilkShare van Kelley Faulkner:

http://milkshare.birthingforlife.com/donationetiquette en http://milkshare.birthingforlife.com/donorscreening.

Bij informal milksharing worden van bovenaf geen protocols opgelegd inzake hygiënische behandeling van de melk en controle op mogelijke ziektekiemen, zoals HIV 1 en 2, hepatitis B en C, syfilis, HTLV en CMV , of andere giftige stoffen zoals medicatie of drugs. Informeel melkdelen gebeurt dan ook op basis van vertrouwen. Ben je donormoeder dan beslis je zelf of je ingaat op de vraag en de voorwaarden van een vraagmoeder en hoeveel melk je aanbiedt. Ben je vraagmoeder dan stel je je eigen voorwaarden op en beslis je zelf of je de gedoneerde melk pasteuriseert of niet.

Alhoewel ze erg klein zijn, zijn aan informal milksharing dus enkele mogelijke risico’s verbonden, wat dan ook de reden is voor sommige organisaties, zoals de American Academy of Pediatrics, om deze vorm van moedermelkdonatie af te raden. Met pasteurisatie in de vorm van flash-heating kan men echter de gezondheidsrisico’s, zoals een mogelijke overdracht van ziektekiemen, voor de zuigeling sterk verkleinen. Ook na pasteurisatie bevat moedermelk nog voldoende voedingswaarde en afweercapaciteit om te verkiezen boven kunstvoeding. De WereldGezondheidsOrganisatie moedigt moedermelkdonatie dan ook aan, ook als deze via informele weg gebeurt.  De kans op een kleine verontreiniging met medicatie, alcohol, nicotine, etcetera, van informeel uitgewisselde donormelk is nog steeds vele malen kleiner dan de kans op de mogelijke gezondheidsrisico’s die kunstvoeding met zich meebrengt.

Vergoeding

Moedermelkdonoren worden normaalgezien niet betaald. Bij melk waarvoor geld betaald wordt, bestaat immers de kans dat ermee geknoeid is of dat de donormoeder niet helemaal eerlijk is over haar gezondheidstoestand of leefwijze. Het gratis verstrekken van donormelk  geeft met andere woorden een bijkomende garantie op melk die vrij is van ziektekiemen en gifstoffen. Het is dus niet de bedoeling dat vrouwen een handeltje gaan opzetten met hun melk. Moedermelkdonatie moet een vorm van liefdadigheid blijven en niet uit zijn op winstbejag.

Onkosten die de donormoeder maakt, worden echter wel vergoed. De Nederlandse Moedermelkbank van het VUmc betaalt de noodzakelijke medische controles, stelt afkolfapparatuur, opvangmateriaal, flesjes en etiketten gratis ter beschikking van de donormoeders en haalt de donormelk via een koeriersdienst op of betaalt de reiskosten van de donormoeder terug. Ook het Moedermelk Netwerk zorgt voor een terugbetaalsysteem van de medische controles, de flesjes en de reiskosten als de donormoeder haar melk zelf brengt naar de vraagmoeder. Bij informele melkdonatie bepalen donormoeder en vraagmoeder in onderling overleg hoe en in welke mate de onkosten vergoed zullen worden.

Afkolven, bewaren en opwarmen van moedermelk


Om de voedingswaarde en de afweercapaciteit van moedermelk zoveel mogelijk te behouden, moet het afkolven, bewaren en opwarmen ervan in zo gunstig mogelijke omstandigheden gebeuren.

Afkolven

Afkolven moet in de eerste plaats hygiënisch gebeuren. De donormoeder wast zich dagelijks, waarbij ze haar borsten afspoelt met water. Vooraleer ze gaat kolven, maakt ze haar polsen, handen en vingernagels grondig schoon met water en zeep. Afdrogen gebeurt met een schone handdoek of met papieren wegwerpmateriaal.

Ook de onderdelen van het kolfapparaat die in contact komen met de melk, evenals de luchtslangen bij sommige kolfapparaten, worden voor elk gebruik schoongemaakt in een heet sopje, afgespoeld onder heet stromend water en één maal daags uitgekookt, gesteriliseerd of afgewassen in de vaatwasser op minstens 65°C. Alle onderdelen worden na het afwassen of uitkoken/steriliseren gedroogd aan de lucht en niet afgedroogd met een handdoek.

Het eerste straaltje melk wordt met de hand gekolfd en weggegooid. Daarna kolft men verder met de hand of met een kolfapparaat. Tips om het kolven te vergemakkelijken vindt men op http://borstvoeding.aardig.be/borstvoedingstips/kolven/.

Bewaren

Moedermelk bewaart men het best in een afsluitbare plastieken of glazen container, die goed schoon is en bij voorkeur gesteriliseerd of uitgekookt.  Men gebruikt geen poly-ethyleen (PET)-plastic als container en plastieken bewaarcontainers zijn best bisfenol A (BPA)-vrij. De melkcontainer mag niet helemaal gevuld worden, er moet twee tot drie centimeter plaats gelaten worden tot de rand. Portioneer de melk met 50-120ml per container.

Hoe langer men moedermelk bewaart, hoe meer kans men heeft dat de voedingswaarde en de afweercapaciteit gedeeltelijk verloren gaan. Hou de bewaartijd dus zo kort mogelijk. Voor eigen gebruik is verse of gekoelde melk te prefereren boven ingevroren melk. Verse melk kan minstens vier uur veilig bewaard blijven op kamertemperatuur (19-26°C) en zo’n 72u lang in de koelkast (< 4°C).[4] Gepasteuriseerde melk moet onmiddellijk ingevroren worden. Doet men dat niet, dan bewaart men ze in de koelkast en biedt ze binnen de 24u aan de zuigeling aan. Na pasteuriseren zijn de meeste anti-infectueuze eigenschappen van moedermelk immers vernietigd en treedt er snel bacterievorming op bij bewaring in de koelkast, vandaar dat men gepasteuriseerde melk zo snel mogelijk aan de zuigeling moet aanbieden of onmiddellijk dient in te vriezen.

Ga je je melk doneren, dan geniet ingevroren melk de voorkeur. Invriezen dient binnen de 24u na het afkolven te gebeuren, op voorwaarde dat de melk onmiddellijk na het afkolven in de koelkast geplaatst werd. Bewaren van moedermelk in de diepvriezer kan veilig tot drie maanden lang op -18°C tot -20°C. Ingevroren melk die in de koelkast geplaatst werd, kan maximaal 24u bewaard worden. Na volledige ontdooiing moet de melk zo snel mogelijk aan het kindje aangeboden worden.

Melk die binnen een tijdsbestek van 24u afgekolfd werd en onmiddellijk in de koelkast geplaatst werd, mag samen gegoten worden in één container. Voor de bewaringstermijnen mag men enkel rekening houden met het tijdstip van de eerste afgekolfde melkportie.

Verse moedermelk mag bij een ingevroren portie gevoegd worden op voorwaarde dat de laatst afgekolfde melk minstens een uur lang in de koelkast geplaatst werd en kleiner in hoeveelheid is dan de reeds ingevroren portie.

Transport

Gaat men melk transporteren, dan mag de koelketting niet doorbroken worden. Dat betekent dat afgekolfde melk in een koelbox dient vervoerd te worden, met koelelementen tussen de containers. Ingevroren melk mag tijdens het vervoer niet ontdooien, ook niet gedeeltelijk.

Pasteurisatie

Om mogelijke virussen, bacteriën en schimmels in moedermelk te desactiveren en tegelijkertijd de voedingswaarde en afweercapaciteit van moedermelk relatief goed te behouden, kan men melk gaan pasteuriseren. Er bestaan verschillende pasteurisatiemethodes, twee eenvoudige voorbeelden:

Flash-heating
Een methode die men makkelijk thuis kan uitvoeren en waarbij relatief weinig goede eigenschappen van moedermelk vernietigd worden, heet flash-heating of high-temperature short-time pasteurization. Hierbij gaat men de melk gedurende 5-15 seconden op een temperatuur van ongeveer 72°C houden. In een huis-tuin-en-keuken-setting bekomt men dit door containers met 50-150ml moedermelk au bain marie in een pan met koud water te plaatsen, waarbij het water net iets hoger staat dan de melk. Breng nu het water aan de kook op een hoog vuur. Van zodra het water in de pan kookt, haalt men de pan van het vuur en laat men het water afkoelen, met de melkcontainers er nog in. Eens op kamertemperatuur is de moedermelk klaar voor gebruik of invriezing.

Pretoria pasteurisatie
Ook de pretoria pasteurisatie van moedermelk is een eenvoudige methode die thuis gemakkelijk toegepast kan worden. De melk wordt gedurende minstens 10 minuten op een gemiddelde temperatuur van 56-62°C gehouden. In de praktijk betekent dit dat men een hoeveelheid water aan de kook brengt en de pan dan van het vuur haalt. Onmiddellijk na het koken plaatst men de afgesloten containers met verse of ontdooide moedermelk 15 minuten lang au bain marie in het gekookte water. Het water komt daarbij op hetzelfde niveau als de melk in de container. Na het pasteuriseren wordt de melk snel afgekoeld onder koud stromend water of in de diepvriezer, waarna het gereed is voor gebruik of verdere invriezing.

Opwarmen

Vooraleer men afgekolfde melk gaat behandelen, dient men eerst de polsen, handen en vingernagels grondig schoon te maken met water en zeep. Afdrogen gebeurt met een schone handdoek of met papieren wegwerpmateriaal.

Ingevroren moedermelk wordt bij voorkeur langzaam ontdooid, achteraan in de koelkast. Bij het opwarmen voor de voeding dienen hotspots in de melk vermeden te worden. Zowel au bain marie als met een flessenwarmer dient de opwarming dus geleidelijk en gelijkmatig te gebeuren, op een lage opwarmstand. Moedermelk mag nooit rechtstreeks in een pan op het vuur opgewarmd worden en ook het gebruik van een magnetron wordt afgeraden, omdat de kans op hotspots en verlies van voedingsstoffen daarbij te groot is. Na volledige ontdooiing moet de melk zo snel mogelijk aan de zuigeling aangeboden worden (ten laatste binnen de 9 uur na ontdooiing). Werd de kolfmelk uit de diepvries gehaald en ter ontdooiing in de koelkast geplaatst, dan dient deze binnen de 24u aan de zuigeling aangeboden te worden.

Afgekolfde melk kan na verloop van tijd zepig gaan ruiken, dat heeft echter geen invloed op de kwaliteit van de moedermelk. Ook de opsplitsing in een witromige bovenlaag en een waterigere onderlaag is normaal. Zwenk de melk even na het opwarmen, zodat beide lagen zich weer mengen met elkaar.[5]

Niet opgedronken, maar reeds opgewarmde melk mag niet meer opnieuw opgewarmd worden en dient binnen het uur opgedronken te worden, anders is ze niet meer geschikt voor consumptie en moet helaas weggegooid worden of verwerkt als badmelk of flensjes voor oudere broers of zusjes.

Counceling


Als een moeder aangeeft dat ze onvoldoende melk aanmaakt voor haar kindje(s) is het in de eerste plaats aangewezen om haar uitleg te geven over het principe van vraag en aanbod en tips te verschaffen hoe ze de melkproductie kan verhogen.

In het geval dat bijvoeding noodzakelijk is, moet een consulente het Nederlandse Moedermelk Netwerk, dat ook in Vlaanderen actief is, kenbaar maken als mogelijkheid, zodat de vraagmoeder goed geïnformeerd een keuze kan maken tussen donormelk of kunstvoeding.

Informal milksharing actief gaan promoten is wellicht geen aanrader, maar het moet ook niet in alle gevallen verzwegen worden. Vraagt een moeder ernaar, dan kan haar de wegen getoond worden naar acties als Human Milk for Human Babies en Eats on Feets, waarbij haar uiteraard gewezen wordt op mogelijke afspraken en veiligheidsmaatregelen die de gezondheidsrisico’s voor de zuigeling tot een minimum beperken.

Conclusie


Moedermelkdonatie is vandaag de dag vrijwel onbekend bij hulpverleners en ouders van jonge kinderen. Het is echter een prima manier om kinderen de goede eigenschappen van moedermelk mee te geven als de eigen moeder (tijdelijk) niet in staat is om borstvoeding te geven of haar melk af te kolven. Moedermelkdonatie is in bijna alle gevallen te verkiezen boven kunstvoeding. Bij melkdonatie die op een verantwoorde manier gebeurt blijven de gezondheidsrisico’s heel beperkt. Gonneke Van Veldhuijzen-Staas, één van Nederlands bekendste lactatiekundigen en oprichtster van Eurolac Lactatiekunde, verwoordt het zo:

“De risico’s van het delen van moedermelk kunnen vrijwel volledig worden ingedamd door veilig te werken bij het verzamelen, bewaren en geven van de melk. Een groot deel van de gevaren van kunstvoeding zijn inherent aan de kunstvoeding zelf en kunnen door zorgvuldig handelen niet worden beperkt. Overheden en (borstvoeding-) organisaties die zich sterk keren tegen informele vormen van het delen van moedermelk, zouden zich beter kunnen richten op het promoten van veilige manieren om dit te doen en het voorlichten over de reële en niet te vermijden gevaren van kunstvoeding.” (http://eurolac.blogspot.com/2011/05/angst-is-een-slechte-raadgever.html)

Onderzoek naar omgaan met afgekolfde melk op Vlaamse materniteiten

Bronnenmateriaal

Bishop N.J. e. a. “Early diet of preterm infants and bone mineralization at age five years” in Acta Paediatrica 1996 (85), blz. 230-236
Corpeleijn, W.E. en J.B. Van Goudoever “Donormelkbanken” in Anten-Kools, E.J. e.a. (eds.) Een professionele kijk op borstvoeding, 2011, blz. 226-230
De Kok, S. “Moedermelkdonatie” in Borstvoeding Vandaag 2011 (3), blz. 4-5
Dettwyler, K. en P. Stuart-Macadam (eds.) “Breastfeeding. Biocultural perspectives” 1995
Faquharson J. e. a. “Infant cerebral cortex phospholipid fatty-acid composition and diet” in The Lancet 1992 (340), blz. 810-813
Henderson, G. e.a. “Enteral feeding regimens and necrotising enterocolitis in preterm infants. Multicentre case-control study”, in Archives of Disease in Childhood 2009 (94), blz. 120-123
Lawrence M.G. e.a. “Breastfeeding and the Use of Human Milk” in Pediatrics 2005 (115:2), blz. 496-506
Lemons P. e.a. “Breastfeeding the premature infant” in Clinics in Perinatology 1986 (13), blz. 111–122
Lucas A. e. a. “Breastmilk and neonatal necrotizing enterocolitis” in The Lancet 1990 (336), blz. 1519-1521
Mohrbacher, N. en J. Stock “Handboek lactatiebegeleiding” 2005
Schanler R.J. en N.M. Hurst “Human milk for the hospitalized preterm infant” in Seminars in Perinatology 1994 (18), blz. 476–484
Tully, M.R. en F. Jones “Donor milk banking” in Riordan, J. en K. Wambach (eds.) Breastfeeding and human lactation 2010 (4), blz. 471-494
Vandenplas, Y. en Delanghe, K. “De wondere wereld van zuigelingenvoeding” in Nutrinews 1999 (10), blz. 1-12
Van Zoeren-Grobben, D. “Afkolven, bewaren en opwarmen moedermelk” in Anten-Kools, E.J. e.a. (eds.) Een professionele kijk op borstvoeding, 2011, blz. 220-226
Vereniging Borstvoeding Natuurlijk “Informatieblad voor zorgverleners 3. Borstvoeding en vroeggeborenen” 2007
Weijers-Teerling, M. “Borstvoeding. Handleiding voor de zorgverlener” 2008 (4)
World Health Organization “Global strategy for infant and young child feeding” 2003

http://eurolac.blogspot.com/search/label/donormelk (geraadpleegd op 08/09/2011)
http://medischcontact.artsennet.nl/Tijdschriftartikel/94864/Onderzoek-naar-donormelk.htm (geraadpleegd op 09/09/2011)
http://milkshare.birthingforlife.com/ (geraadpleegd op 09/09/2011)
http://www.aafp.org/online/en/home/policy/policies/b/breastfeedingpositionpaper.html (geraadpleegd op 08/09/2011)
http://www.hciproject.org/sites/default/files/How%20you%20can%20safely%20heat%20treat%20breast%20milk_English_0.pdf (geraadpleegd op 09/09/2011)
http://www.hm4hb.net/ (geraadpleegd op 09/09/2011)
http://www.moedermelknetwerk.nl/ (geraadpleegd op 10/09/2011)
http://www.phdinparenting.com/2010/11/28/risks-of-informal…-breastmilk-sharing-versus-formula-feeding/ (geraadpleegd op 08/09/2011)
http://www.vumc.nl/afdelingen/Neonatologie/Moedermelkbank/ (geraadpleegd op 10/09/2011)
http://www.who.int/nutrition/topics/global_strategy/en/index.html (geraadpleegd op 08/09/2011)

Persoonlijke correspondentie met Chella Verhoeven (IBCLC), oprichtster van het Moedermelk Netwerk

Met dank aan Gonneke van Veldhuizen-Staas (IBCLC) voor het nalezen van dit artikel!

© 2011


[1] Voor een kort historisch overzicht van moedermelkdonatie in Nederland zie het Moedermelk Netwerk: http://www.moedermelknetwerk.nl/index_bestanden/historie.html.

[2] In ontwikkelingslanden geeft men soms een ander advies, omdat het verhoogde infectiegevaar en overige gezondheidsrisico’s bij kunstvoeding, naast de kans op besmette kunstvoeding door de slechte waterkwaliteit of door onhygiënische bereidingsomstandigheden soms groter is dan op een besmetting met HIV via de moedermelk. In westerse landen is een HIV-besmetting van de moeder echter altijd een contra-indicatie voor het geven van borstvoeding.

[3] Deze lijst is niet exhaustief. Voor een uitgebreidere opsomming zie bijvoorbeeld Weijers-Teerling 2008(4).17-29 of http://www.borstvoeding.com/voorjebegint/motivatie/101-redenen-om-borstvoeding-te-geven.html.

[4] Hier worden de veiligste marges genoemd waarbinnen vrijwel geen bacterievoming zal optreden tijdens de bewaring. De meeste bronnen geven echter veel ruimere bewaringsmarges aan, maar uit veiligheidsoverwegingen heb ik me aan de minimumnormen gehouden.

[5] Wil je aan lacto-engineering doen, om de zuigeling calorierijkere melk te bezorgen, dan kan je de vette bovenlaag eraf scheppen met een goed schoon gemaakte lepel en apart opwarmen of kan je met een steriele spuit de waterigere onderlaag opzuigen en verwijderen voor het opwarmen.