Archive for the ‘Zelf maken’ Category

Babyspullen recycleren

maandag, augustus 13th, 2012

Je verzamelt nogal wat eens je aan kinderen begint… Maar wat doe je met al die babyzooi eens je kinderen op kleuterleeftijd aanbeland zijn? Veel van die dingen zijn nog prima bruikbaar en in goede staat. Dus weggooien is meestal geen optie. Al die spullen bijhouden en op zolder zetten, neemt gigantisch veel plaats in. En als je kinderwens voldaan is, staat het daar voor niets stof te vergaren… Dus ja, wat dan?

Een deel van onze babyspulletjes heb ik weggegeven aan vrienden en aan de kringwinkel. Een ander deel heb ik verkocht via een lokale tweedehandswinkel. Maar dan schoot er toch nog een klein deeltje over…

Recycleren die handel!

  Van een oude draagdoek maakten we een draagdoekschommel. Hoe je dat doet lees je hier.

De babylakentjes herwerkte ik tot gordijntjes voor de kinderkamers.

Dit is de meidenkamer.

En de jongenskamer ziet er dan zo uit.

Van de overgebleven meubeltjes maakten de kinderen, met de hulp van papa, leuke mussenflats. We kregen bijzonder veel huuraanvragen binnen deze lente. En in de zomer mochten we een heleboel jong mussengeweld verwelkomen. In het najaar breiden we ons bouwproject dus uit! Plankenoverschotjes genoeg voor nog een paar mussenflats en zelfs enkele uilenkasten.

En tot slot het hellend vlak van onze cosleeper. Dat werd een onderdeel van onze “hondenserre”. Opkweken van jonge groenten- en kruidenplantjes doen we namelijk in de winddichte, geïsoleerde buitenslaapplek van onze honden. Met een lichtdoorlatende dak is dat een prima serre. De plantenpotten en -bakken staan bovenop de hondenkoten. Maar omdat die koten een schuin dak hebben, is dat hellend vlak van de cosleeper uitstekend geschikt om een rechte ondergrond te creëren voor onze plantenpottten en -bakken.

Meer over onze biologische manier van tuinieren, met combinatieteelten, vind je in dit document.

© 2012

Anti candida dieet

dinsdag, juni 14th, 2011

Meer uitleg over candida en spruw bij borstvoeding

Werking

Een succesvol anti candida dieet werkt op twee verschillende manieren:

  1. Bestrijdt en onderdrukt de candida-infectie rechtstreeks, bijvoorbeeld met voedingsmiddelen als olijfolie, knoflook, spruitjes, sinaasappel, pompelmoes en bosbessen.
  2. Versterkt de natuurlijk afweer van het lichaam, zodat de candida albicansschimmel geen kans meer krijgt om te gaan woekeren. Hierbij worden schimmelproducten, gist, en geraffineerde koolhydraten (suikers, witmeel) zo veel mogelijk vermeden of tot een minimum beperkt.

De bedoeling van dit dieet is om ons lichaam te reinigen, zodat het weer optimaal functioneert. En van binnenuit schimmels als candida albicans onder controle kan houden, zodat we er geen last (meer) van ondervinden. Een reinigingsproces dat enkele weken of maanden kan duren. Geef je lichaam dus even wat tijd om te wennen aan je nieuwe eetwijze. Een anti candida dieet is geen instant oplossing tegen onze klachten, wel een blijvende en lange termijn gezondheidskuur!

Gezonde voeding

De benaming dieet is misleidend. Het gaat eigenlijk om een gezondere manier van eten. Veelvuldig bewerkte voedingswaren zoals conserven en kant en klare maaltijden, junkfood, frisdrank, suikerrijke koeken en andere ongezonde tussendoortjes worden vervangen door onbewerkte, verse en bij voorkeur biologisch geteelde (seizoens)producten.

Het principe van een anti candida dieet is dat onbewerkte voeding, die rechtstreeks in de natuur te vinden is, gezonder is dan voedingsmiddelen die allerlei bewerkingen ondergaan hebben om bijvoorbeeld de houdbaarheid te verlengen.

Producten uit de biologische landbouw zijn te prefereren op hun broeders en zusters uit de traditionele agro-industrie. Biologisch geteelde seizoensgroentes en –fruit bevatten meer vitamines en mineralen en geen schadelijke bestrijdingsmiddelen zoals pesticiden. Biologisch geteelde dieren zijn niet preventief verontreinigd met antibiotica, bevatten geen toegevoegde hormonen en worden op een diervriendelijkere manier gekweekt en behandeld.

Bewuster proeven en genieten

Het fijne aan een anti candida dieet is dat men na verloop van tijd dat wat men eet meer gaat waarderen! Door sausjes en crèmes weg te laten en groentes en fruit rauw te eten, te wokken, te stomen of lichtjes te stoven komt de authentieke groentes- en fruitsmaak meer tot zijn recht. Door minder suiker te eten worden onze smaakpapillen meer geactiveerd. Waardoor men de lekkere eigenschappen en de natuurlijk zoete toets van sommige voedingswaren sterker proeft. Door granen, zaden, noten en peulvruchten onbewerkt te eten krijgen ze een vollere smaak.

Lijst van voedingsmiddelen

NIET ALTERNATIEF
Wit brood, stokbrood, beschuit, crackers Volkorenbrood, zuurdesembrood, volkoren granen zoals tarwe, havermout, gierst, gerst, rogge, boekweit, emmer, eenkoorn, spelt
Witte rijst Zilvervliesrijst, volkoren tarwekorrels
Witte deegwaren Volkorendeegwaren
Traditionele aardappels Zoete aardappels (bataat), volkorenproducten
Saus, crème Roerbakken of wokken in plantaardige olie (olijfolie!), stomen of stoven, zelfgemaakte mayonaise of zelf gemaakte knoflooksaus
Tomatensaus, ketchup Verse tomaten
Vlees van de traditionele agro-industrie (varkens-, runder- en kalfsvlees) Vlees van de biologische landbouw, gevogelte, mager vlees, peulvruchten
Gerookte vis of vlees Verse (zee)vis of vlees
Bereide vleeswaren en worst Verse vleeswaren
Schimmelkaas, smeerkaas, brie, camembert Harde jonge kaas, cottage cheese, geitenkaas
Paddestoelen zoals champignons, oesterzwam, e.d. Alle andere verse groentes (spruitjes!), groene bladgroentes
Groentes en fruit uit blik of glas Verse groentes en fruit, rauwkost
Banaan, druiven Alle andere vers fruit (liefst op de nuchtere maag en niet in combinatie met andere voedingswaren) (sinaasappel, pompelmoes, bosbessen!)
Gedroogde of geconfijte vruchten zoals rozijnen, vijgen, dadels, abrikozen, pruimen of cranberries Vers fruit (liefst op de nuchtere maag en niet in combinatie met andere voedingswaren)
Suikerrijke koeken en cake Rijstwafels, tarwewafels, volkorengraankoeken
Chocolade, chocomelkpoeder Pure cacao
Pudding, suikerrijke desserts Ongezoete witte yoghurt, platte kaas (ongezoete kwark), karnemelk
Ijsroom Zelf gemaakte vruchtenijsjes van vers geperst of geprakt fruit
Gebakken en/of gezouten noten Verse noten en zaden zoals amandelen, hazelnoten, walnoten, sesamzaden, zonnebloempitten, pompoenzaden en onbewerkte peulvruchten zoals erwten, linzen, pinda’s en cashewnoten
Koffie en zwarte thee Granenkoffie en kruidenthee
Koemelk Sojamelk, geitenmelk, rijstmelk, havermelk, karnemelk
Vruchtensap uit bric of glas Vers geperst vruchten- of groentensap
Frisdrank Plat water
Alcohol Plat water

SMAKELIJK! :-)

© 2011

Zelf een draagdoek maken

vrijdag, december 31st, 2010

Een draagdoek zelf maken is de goedkoopste manier van dragen. Dus als je wat creatief aangelegd bent en handig met de naaimachine dan zou ik voor self-made gaan. Leuker, persoonlijker én goedkoper dan een draagdoek uit de (web)winkel.

Het fijne aan zelf maken, is dat het helemaal niet moeilijk is! Je hoeft geen naaiwonder te zijn en zelfs geen naailessen gevolgd te hebben om leuke, persoonlijke doeken te maken. Kijk maar naar de foto’s. Je ziet duidelijk dat ik absoluut geen professionele naaister ben. En toch is het eindresultaat telkens leuk. En vindt dreumes het aangenaam vertoeven in mama’s doeken :-)

Knoopdoek

Ringsling

Mei tai

Draaginstructies en handleidingen

———————————————————————————————-

Knoopdoek


Afmetingen

Een geweven draagdoek oftewel een lange knoopdoek is niets meer dan een lap stof van 5m lang en 70cm breed. Pas als je kledingmaat 46 of meer hebt, neem je beter 5,5m stof. Ben je erg klein van stuk, met kledingmaat 36 of minder, dan kom je met 4,5m stof toe.

Soort doek

Een stof die niet rekt in de lengte. Rekken in de breedte mag, maar is niet noodzakelijk. Een diagonaal rekbare geweven doek is een pluspunt, maar geen must. Diagonaal rekbare stoffen hebben het voordeel dat ze niet snijden op de drukpunten. Niet rekbare stoffen doen dat soms wel.

100% katoen, jacquardstof of dunne jeansstof zijn prima stoffen om mee te werken en fijn voor de zomermaanden. Fleecestof (met de minste rek) is eerder een winteralternatief, want heel warm als draagdoekstof. Fleece is relatief dik en knoopt ook moeilijker.

Voor diagonaal geweven stoffen struin ik in de zomer festivalmarktjes af. Andere leuke stofjes vind ik in “voddenwinkeltjes” die restjes van naai-ateliers opkopen en aan spotprijzen doorverkopen aan de doe-het-zelfster.

Patroon

Neem een lap stof van 4,5m – 5,5m lang en 75cm breed. Zoom alle kanten om. En klaar!

Ringsling


Afmetingen

Een ringsling is 70cm – 90cm breed. Ik vind een brede ringsling vooral handig voor het dragen van oudere kinderen. Door de breedte kan je hun hele rug ondersteunen, daar waar dat met 70cm-slings moeilijker is. De lengte van een ringsling bedraagt 2,20m voor een small-model. Medium komt op 2,40m, large op 2,60m en extralarge op 2,80m lengte.

Soort doek

Een stof die niet rekt in de lengte. Rekken in de breedte mag, maar is niet noodzakelijk. Een diagonaal rekbare geweven doek is een pluspunt, maar geen must. Diagonaal rekbare stoffen hebben het voordeel dat ze niet snijden op de drukpunten. Niet rekbare stoffen doen dat soms wel.

100% katoen, jacquardstof of dunne jeansstof zijn prima stoffen om mee te werken en fijn voor de zomermaanden. Fleecestof (met de minste rek) is eerder een winteralternatief, want heel warm als draagdoekstof. Fleece is relatief dik en knoopt ook moeilijker.

Voor diagonaal geweven stoffen struin ik in de zomer festivalmarktjes af. Andere leuke stofjes vind ik in “voddenwinkeltjes” die restjes van naai-ateliers opkopen en aan spotprijzen doorverkopen aan de doe-het-zelfster.

Soort ringen

Als ringen neem je best slingringen. Die zijn speciaal gemaakt en getest op het dragen van kinderen. Hele grote houten gordijnringen van minimum 8cm doorsnede gaan ook. Maar deze zijn eigenlijk niet bedoeld om te gebruiken in een kinderdraagsysteem, niet wasbaar en doorgaans heel duur… Goedkopere slingringen koop ik bij http://www.ringslingshop.nl/index.php.

Patroon

Foto 1

Foto 1

Zoom drie kanten van de hele lap stof om. De korte (niet afgeboorde) kant haal je door beide ringen. En plooit hem dubbel, terug op de doek. Daarna vouw je de zoom van die korte kant 1,5cm naar binnen. En naait hem vast aan de rest van de doek op ongeveer 20-25cm van de ringen. [foto 1] Stevig vastnaaien, liefst minstens twee keer met verschillende steken over de ganse breedte. Als je goed kan naaien, dan kan je die ringkant ook laten fronsen. Maar dat hoeft niet. Gewoon goed vastspelden op korte afstanden van elkaar. En opletten tijdens het naaien dat de stof niet gaat overlappen en op het einde mooi uitkomt.

Foto 2

Foto 2

Je kan aan de niet ringkant ook zakken naaien. [foto 2] Dan neem je 25cm extra stof (dus bovenop die 2,20m S – 2,80m XL) en plooit dat stuk dubbel. Vastmaken aan de zijkanten en nog drie of vier keer met de lengte van de stof mee naaien. Zo heb je zakken voor een speeltje, een spuugdoekje, mutsje, etc.

Mei tai


Soort doek

Een stof die niet rekt in de lengte. Rekken in de breedte mag, maar is niet noodzakelijk. Katoen, jacquardstof of dunne jeansstof zijn prima stoffen om mee te werken en fijn voor de zomermaanden. Fleecestof (met de minste rek) is eerder een winteralternatief, want heel warm als draagdoekstof. Fleece is relatief dik en knoopt ook moeilijker.

Afmetingen en patroon

Totale hoogte van het ruggedeelte bedraagt 59cm: 45cm voor het recht deel en 2x7cm voor het halvemaanvormig gedeelte. Voor de breedte kijk je best even op de patroontekening.

De schouderbanden zijn elk 2m lang en 15cm breed. Dat maakt dat je bij je patroon twee maal een lap stof nodig hebt van respectievelijk 2,2m op 32cm.

De schouderbanden hebben elk nog een versteviging van 1,5m op 10cm. Voor de versteviging gebruik ik fleecestof. Die is lekker zacht en rafelt niet uit bij het uitknippen en opnaaien.

De beide taillebanden zijn 10cm breed. En 1,5m lang. Dat maakt dat je bij je patroon twee maal een lap stof nodig hebt van 22cm op 1,7m .

Werkwijze

1. We starten met de taille- en de schouderbanden

Plooi de tailleband dubbel, zodat de buitenkant (“de goede kant”) naar binnen geplooid zit. [foto 3]

Foto 3

Foto 3

Naai nu de lange en één korte kant van de hele lap stof dicht. Keer de stof buitenstebinnen en strijk hem mooi plat. Doe hetzelfde met de andere tailleband. De onafgewerkte korte kant [foto 4] wordt straks nog in het ruggedeelte genaaid en mag dus onafgewerkt blijven.

Foto 4

Foto 4

Plooi de schouderband dubbel, zodat de buitenkant (“de goede kant”) naar binnen geplooid zit. Naai nu de lange en één korte kant van de hele lap stof dicht. Keer de stof buitenstebinnen en strijk hem mooi plat. De onafgewerkte korte kant wordt straks nog in het ruggedeelte genaaid en mag dus onafgewerkt blijven.

2. Nu naaien we de schouderbanden vast aan het ruggedeelte

Neem van het ruggedeelte die lap stof die straks aan de binnenkant van je doek zal zitten, dus tegen de rug van je kindje aan. Leg deze lap stof voor je op tafel, met de buitenkant (“de goede kant”) naar beneden. Speld de twee onafgewerkte korte kanten van de schouderbanden vast aan deze lap stof. [foto 5]

Foto 5

Foto 5

De overgang van het halvemaanvormige gedeelte naar het rechte deel komt net in het midden van de schouderbanden te liggen. [zie patroontekening] Vooraleer deze twee onafgewerkte korte kanten vast te naaien aan het ruggedeelte, draai je de hele lap stof, met de erop vast gespelde schouderbanden, om, met “de foute kant” naar beneden. Vouw nu het ruggedeelte waar je schouderbanden onder liggen naar binnen met een zoom van 1cm. En naai deze zoom aan beide schouderbanden eerst even vast. [foto 6]

Foto 6

Foto 6

De rand waar geen schouderbanden onder liggen blijft onafgewerkt!

Nu draai je de hele lap stof, met de erop vast gespelde schouderbanden, weer om, met “de goede kant” naar beneden. En naai je de twee vast gespelde onafgewerkte korte kanten vast aan het ruggedeelte.

Draai de lap stof waar je de schouderbanden aan vast genaaid hebt, weer om, zodat de buitenkant (“de goede kant”) naar boven ligt. Leg beide schouderbanden bovenop je lap stof [foto 7] en daarbovenop de tweede lap stof van het ruggedeelte, met de buitenkant (“de goede kant”) naar beneden.

Foto 7

Foto 7

Zo zitten beide schouderbanden tussen de twee lappen stof. [foto 8]

Foto 8

Foto 8

Maak het je gemakkelijk en speld die twee schouderbanden even vast ergens in het midden van het ruggedeelte. Zodat ze niet in de weg komen te liggen als je zo meteen beide lappen van het ruggedeelte aan elkaar gaat naaien.

Speld beide lappen van het ruggedeelte nu aan elkaar vast. En naai met 1,5cm zoom de twee lappen aan elkaar, met de schouderbanden er tussenin. Laat onderaan het rechte deel van de rugpanden zo’n 15cm open. Daar moet je straks de tailleband nog tussen naaien.

3. Nu naaien we de taillebanden vast aan het ruggedeelte

Keer de stof van het ruggedeelte nu buitenstebinnen en strijk hem mooi plat. Leg nu beide taillebanden aan de onderkant tussen de twee rugpanden. De onafgewerkte eindjes raken elkaar. [foto 9]

Foto 9

Foto 9

Vouw de onderkanten van de rugpanden met een zoom van 1,5cm naar binnen en strijk het even aan. Op die manier blijft de zoom mooi liggen en kan je hem makkelijker vast spelden.

Speld nu de taillebanden aan het ruggedeelte vast. De tailleband loopt dus tussen de twee lappen van het ruggedeelte door van de ene kant naar de andere kant. [foto 10]

Foto 10

Foto 10

Naai nu het laatste deel van het rugpand vast. Naai niet alleen de onderkant van de tailleband vast, maar zet ook een extra steek aan de bovenkant van de tailleband, in de breedte van het ruggedeelte. Zodat deze stevig vast zit.

4. En tot slot de verstevigingen

Speld de versteviging van de schouderband vast op de buitenkant (aan de schouderbinnenzijde) van de schouderband, te beginnen vanaf de aanhechting aan het ruggedeelte. [foto 11]

Foto 11

Foto 11

Naai de versteviging vast met een mooie zigzagsteek. Doe hetzelfde met de andere schouderband en bijpassende versteviging.

Nog een versteviging: daar waar de schouder- en taillebanden het rugpand verlaten, naai je eerst een vierkant en vervolgens een diagonaal kruis (van hoek tot hoek van je vierkant) op dezelfde plek, op het ruggedeelte. Zo voorkom je dat de panden los zouden scheuren tijdens het dragen.

Maak je een mei tai voor de winter, dan kan je op de buitenkant (aan de rugbinnenzijde) van het ruggedeelte ook een zachte en heerlijk warme fleeceversteviging naaien met een mooie zigzagsteek. [foto 12]

Foto 12

Foto 12

Maar doe dit zeker niet met een mei tai die je in de zomer of in het tussenseizoen wil gebruiken. Want fleecestof is al snel veel te warm voor je kindje!

Nog een laatste keer een afwerkingssteekje op zo’n 1,5cm van de rand van het gehele rugdeel. En je mei tai is klaar!

Draaginstructies en handleidingen

http://www.dragen-en-voeden.nl/forum/viewtopic.php?f=27&t=1111

http://www.withatouchofrose.nl/producten/handleiding/gebruiksaanwijzing%20draagdoek.pdf

© 2010-2011

Alternatieve toepassingen van moedermelk

zaterdag, september 18th, 2010

Mensen vinden je doorgaans een beetje raar als je moedermelk voor meer gebruikt dan voeding alleen. Toch heeft het heel wat andere voordelen. Het bevat immers anti-bacteriële en anti-virale stoffen, slijmoplossende zouten, verzachtende en pijnstillende stoffen, zuiverende en zelfreinigende stoffen, enzovoort.

– Neusspoeling (beetje afkolven met de hand in een flessendopje en dan in het neusje mikken of opzuigen met een druppelteller en in het neusje druppelen)
– Oogdruppeltjes (opzuigen met een druppelteller en in het oogje druppelen)
– Gedrenkt in een doekje om prutoogjes mee uit te wassen
– Druppeltjes bij oorontsteking
– Zalf tegen insektenbeten (helpt bijvoorbeeld heel goed bij muggenbeten)
– Verzorgende zalf tegen kleine wondjes (schaafwonden, tepelkloofjes, kleine snijwondjes)
– Verzorgende zalf bij huiduitslag zoals exceem en waterpokken
– Moedermelk drinken en op de wonde smeren werkt ook tegen wratten (voorkomen, genezen)
– Badmelk
– Melk voor de bereiding van voeding (koekjes, gebak, ijs, milkshake, pap, pudding, puree, enzovoort)

© 2010-2012

Kolfonderdelen afwassen

vrijdag, augustus 6th, 2010

Hoe was je je kolf af? Met de hand? Of in de afwasmachine?

In het eerste geval is het tijdrovend en vervelend prutswerk. De tweede optie is dan weer niet zo ideaal omdat je kans hebt dat je je kleinste kolfonderdeeltjes kwijtraakt. En in het beste geval ergens van tussen de andere keukentroep in de filter uit kan vissen.

Hoe doen kolfmama’s dat dan?

Een kleine navraag in kolfland leerde me dat de meeste vrouwen hun kolf gewoon met de hand afwassen. En eventueel daarna steriliseren of uitkoken. Een aantal vrouwen steekt de kleine kolfonderdeeltjes in het bestekbakje. En nog anderen gebruiken van die waszakjes om lingerie of wasbare borstpads te beschermen in de wasmachine.

Wat doen wij? Wel, wij hebben een kolfafwasmandje gemaakt:

kolfdoos1

Een degelijke curverbak, net iets groter dan mijn Isis handkolf van Avent. Goed afsluitbaar en stevig materiaal. Zodat je er gaten in kan boren die net iets kleiner zijn dan het kleinste ventieltje van mijn kolf. Bovenaan, onderaan en aan alle zijkanten hebben we hem meermaals doorboord. Het ideale kolfafwascontainertje! Geen gepruts meer met handwassen. Of vissen tussen de vieze troep omdat dat kleinste ventieltje weeral uit het bestekbakje geglipt is.

kolfdoos2

© 2010

Van borst naar beker (cupfeeding)

vrijdag, mei 21st, 2010

Regelmatig kom ik borstmama’s tegen die ten einde raad zijn: “Ik geef al drie maanden lang met veel plezier borstvoeding. Maar binnenkort moet ik weer aan het werk. Mijn kind zal dan afgekolfde melk krijgen bij de opvang. We hebben al verschillende keren geprobeerd om ons liefje uit een flesje te laten drinken. Maar dat lukt langs geen kanten. Wat nu?”

We kennen het probleem hier, hoor. Met de oudste hebben we hetzelfde meegemaakt. Maak je kind maar eens duidelijk dat een flesje met speen even goed is als live drinken… Zelfs al maak je je kind vanaf newbornleeftijd vertrouwd met het drinken uit een fles, dan nog is de kans groot dat het vroeg of laat zijn of haar snoezige neus ophaalt voor dat nepgedoe. Zo’n plastieken flesje is hard en koud. En een siliconen speen heel gek van smaak en textuur. Daar waar live drinken bij mama lekker knus is. Warm en zacht. Je voelt haar ademhaling, hoort haar geruststellende hartslag, ruikt haar vertrouwde deodorant, proeft haar huid met een lichte zweettoets. En dan zou je opeens aan zo’n neptiet moeten gaan lurken? Die dan ook nog eens door iemand anders gegeven wordt? Én waarvoor je een totaal andere drinktechniek moet gebruiken dan de vertrouwde methode die je al maanden gewend bent? “No way, dude! Geef mij maar the real stuff!”

Als ik een advies mag geven? Begin gewoon niet aan dat flesjesgedoe…! Een kind van een maand of drie kan prima uit een beker leren drinken. De jongste telg hier heeft nog nooit een flesje van dichtbij gezien. Ze krijgt alles live uit de borst. Of uit een beker. Al vanaf haar drie maanden! Doorgaans nemen borstekindjes zo’n beker namelijk veel makkelijker aan dan een flesje…

Cupfeeding

Maar hoe begin je daar dan aan?

Je giet een bodempje melk (indikken hoeft zelfs niet) in een bekertje. Een Foley Cupfeeder of een klein borrelglaasje bijvoorbeeld. Maar met de bewaarpotjes van Avent lukt het ook. Die zijn namelijk buigbaar. Waardoor je de drinkopening even breed kan maken als de mond van je kleine man of vrouw. Laat je kindje lichtjes achterover leunen. En zet de beker tegen zijn of haar lippen. Laat de melk voorzichtig tot aan de lipjes komen. Niet forceren, niet binnengieten. Gewoon tot aan de lipjes laten komen, ook al zijn deze gesloten. Dan ruiken of proeven ze de melk en gaan vanzelf likken aan die beker. Zo likken ze de melk naar binnen.

In het begin duurt het natuurlijk een half uur om een voeding naar binnen te krijgen. En smossen ze erop los ;-) Maar al na enkele dagen (of weken) oefenen gaat het steeds vlotter en vlotter. Op de duur doen ze gewoon hun mond open als ze die beker nog maar aan zien komen. En klokken de hele inhoud naar binnen op een tempo dat vergelijkbaar is met de fles. Zonder dat je hun hele outfit moet gaan verschonen achteraf.

Groot bijkomend voordeel: je hoeft dan enkele maanden (of jaren) later ook geen flesjes meer af te leren. En geen bekers meer aan te leren! Mooi meegenomen, niet? :-)

Proost! :-)

© 2010-2012

Moedermelkdesserts

maandag, maart 8th, 2010

Voor dames met een stevige overproductie. Of een diepvriesvoorraad die afgekeurd werd door kindlief:

Moedermelkshake (vanaf zes maanden)

Ingrediënten:

– 200 ml moedermelk
– banaan (vanaf een jaar: aardbeien of andere soorten fruit)

Bereiding
:

Doe het fruit samen met de moedermelk in de blender. Mixen en klaar!

Moedermelkpap (vanaf zes maanden)

Ingrediënten:

– 2 eetlepels rijstebloem of havermout
– 230 ml moedermelk
– 1/2 geplette banaan of 1/2 grof geraspte peer

Bereiding:

Kook de moedermelk. Voeg de rijstebloem/havermout toe. Kook nog even door. Voeg de banaan/peer toe. Giet over in kommetjes. En smakelijk!

Appeltaart (vanaf acht maanden)

Ingrediënten:

– 150 gram zelfrijzende bloem
– 200 gram kristalsuiker
– 100 ml moedermelk
– 1 zakje vanillesuiker
– 2 eieren
– 2 appels

Bereiding:

Meng bloem, suiker, melk en eieren. Voeg de geschilde en in kleine stukjes gesneden appelen toe. Vet een taartvorm in en bestrooi met een beetje bloem. Giet het mengsel in de taartvorm. Bakken gedurende 40 minuten in een voorverwarmde oven op 200°C.

Moedermelkpannekoeken (vanaf acht maanden)

Ingrediënten:

– 200 gram patisseriebloem
– 2 eieren
– 500 ml moedermelk
– in platte schijven gesneden fruit
– pakje vanillepuddingpoeder
– kristalsuiker (of honing vanaf één jaar) naar smaak

Bereiding:

Meng bloem, vanillepuddingpoeder en suiker. Voeg één voor één de eieren toe. En giet daarna de moedermelk in scheutjes door het deeg. Als laatste wordt het fruit gesneden en door het deeg gemengd. En bakken maar!

Wentelteefjes (vanaf acht maanden)

Ingrediënten:

– 8 sneetjes brood
– 250 ml moedermelk
– 2 eieren
– 1 eetlepel suiker

Bereiding:

Klop de eieren met de suiker en de moedermelk. Haal de sneetjes brood door het beslag en bak in een pan met wat margarine. Warm opdienen!

Vanillepudding met rozijntjes en koekjes (vanaf één jaar, zonder rozijnen vanaf acht maanden)

Maak vanillepudding met moedermelk, kristalsuiker en vanillepuddingpoeder. Giet de pudding over in kleine potjes waar je rozijntjes en kleine koekjes in gestrooid hebt. Laten afkoelen en lekker smullen!

Vanillepudding met fruit (vanaf acht maanden)

Maak vanillepudding met moedermelk, kristalsuiker en vanillepuddingpoeder. Giet de pudding over in kleine potjes en voeg stukjes fruit toe. Laten afkoelen en lekker smullen!

Mueslicake (vanaf één jaar)

Ingrediënten:

– 100 gram margarine
– 100 gram zelfrijzende bloem
– 150 gram muesli
– 3 eieren
– 100 ml moedermelk
– zakje vanillesuiker
– 100 gram kristalsuiker (of honing vanaf één jaar)

Bereiding:

Klop margarine en suiker tot een luchtig en romig geheel. Voeg één voor één de geklutste eieren toe. Voeg de bloem, de muesli en de moedermelk toe. Meng het geheel goed. Giet over in een ingevette cakevorm. En bak gedurende 50 minuten in een voorverwarmde oven van 180°C. Opdienen in plakjes. Mmmm!

Rijstpap met nectarine (vanaf één jaar)

Ingrediënten:

– rijstvlokken
– 180 ml moedermelk
– 1 nectarine

Bereiding:

Was en schil de nectarine. Verwijder de pit. Snij het fruit in kleine stukjes. Kook de moedermelk met de rijstvlokken op een laag vuurtje, tot het dik wordt. Laat nog enkele minuutjes doorkoken. Neem de pan van het vuur. En meng er de nectarinestukjes onder. Smakelijk!

Booby buns

Voor het recept: zie de website van Lactivist.net

Borstvoedingsarmband

vrijdag, oktober 30th, 2009

Voedingsarmband

Tweeling-voedingsarmband

——————————————————-

Voedingsarmband

In verschillende webwinkels vind je borstvoedingsarmbanden met cijfertjes. Maar ik werk meestal met gekleurde parels. Eenvoudigweg omdat ik geen mooie kant-en-klare cijfers vond in de hobbywinkel en me het bij de juwelier meer dan 200 euro zou kosten aan maakuren alleen al…

Borstvoedingsarmbanden

Borstvoedingsarmbanden van Kindje Mijn

De armband heeft twaalf verschillende cijfers of gekleurde parels. Tussen elk cijfer/parel zitten dan drie kleinere kraaltjes in dezelfde kleur. De cijfers/parels duiden de uren aan. De kleinere kraaltjes de kwartieren. Zo kan je een bedeltje steken tussen twee kralen of tussen een kraal en een cijfer/parel. Mooi op het moment dat je normaalgezien ten laatste je volgende voeding zo willen geven. Of gewoon op het uur dat je je vorige voeding gegeven hebt. De arm waaraan de armband hangt is dan de borstkant die je de volgende voeding moet aanbieden. Of de kant die je bij de vorige voeding als eerste gegeven hebt.
Bij de volgende voeding versteek je dus je bedeltje naar het volgende voedingsuur. En verwissel je eventueel je armband van kant. Zo kan je dus voor jezelf aanduiden wanneer en aan welke kant de voorbije voeding begon. Of wanneer en aan welke kant je je volgende voeding ten laatste moet geven. Makkelijk, niet?

Ik ben persoonlijk meer voor de parelarmband dan voor de cijferarmband. Eenvoudigweg omdat het wat raar is om met een armbandje rond te lopen met twaalf cijfertjes in verwerkt. Mensen gaan, volgens mij, dan snel vragen waar die cijfers voor dienen of welke betekenis ze hebben… En dan moet je telkens gaan uitleggen dat je borstvoeding geeft enzo. Ik persoonlijk zou daar geen zin in hebben… Ik ben in het verleden genoeg de discussie aangegaan over mijn persoonlijke voedingskeuze… En bij deze pruts heb ik geen zin meer in (al dan niet verdoken) negatieve opmerkingen op mijn keuze tot langvoeden. Met die parelarmband vermijd ik dan zulke situaties. Het is gewoon een leuk armbandje met een bedeltje met een hartje aan. Dat bedeltje spreekt voor zich, lijkt me… En de nieuwsgierige aagjes kan ik nog altijd tevreden stellen met de uitleg dat mijn man en ik dat armbandje hebben samengesteld om de komst van onze derde spruit te vieren. Wat niet eens gelogen is…

Het nadeel aan gekleurde parels is natuurlijk dat je moet weten welke kleur voor welk uur staat… Ik heb dat hier opgelost door dezelfde soort parel in vier verschillende kleurnuances te gebruiken. Van lichtgroen (1-3u) over bruinoker (4-6u) en donkergroen (7-9u) tot bordeaurood (10-11u). Geeft een mooi onopvallend en samenpassend geheel, vind ik. De kralen die de kwartieren aanduiden zijn eenvoudige dunne zwarte schijfjes met een parelmoerlaagje aan één kant. En er is één uurparel die er een beetje uitspringt: de donkergroene van 12u. Die is iets groter dan de overige elf. Als ik dan wat verstrooid ben of gewoon te moe ben om na te denken ;-) en niet goed meer weet welke kleur nu weer voor welke uren stond, dan kan ik nog steeds vanaf die 12u-parel doortellen tot aan het gewenste uur. Net zoals je met een paternoster doet.

Voila, dat wilde ik even met de borstmoeders onder jullie delen… Ik kwam zo’n armband heel toevallig tijdens het surfen op internet tegen. En ik vond het een grandioos idee, zo’n armband! Een onopvallend juweel dat je zo duur of zo goedkoop kan maken als je zelf wil. En dat je perfect kan aanpassen aan je eigen smaak en (kleding)stijl. Op voorwaarde natuurlijk dat je zin hebt in een beetje creatief geknutsel… Of je een juwelier vindt die zo’n armband voor jou wil maken. Anders moet je maar even surfen naar de webwinkel Kindje Mijn. Alwaar je niet alleen borstvoedingsarmbanden voor eenlingen, maar ook voor meerlingen vindt!

Tweeling-voedingsarmband

Anne-Marie van de webwinkel Kindje Mijn legt uit hoe zo’n tweeling-voedingsarmband werkt:

Een normale voedingsarmband bestaat uit twaalf cijferkralen die de hele uren aangeven, met daartussen drie of vier kralen die ieder een kwartier aangeven. Met een verplaatsbare bedel kun je dan bijvoorbeeld de tijd waarop je voor het laatst gevoed hebt aangeven. En om de kant waaraan je voor het laatst hebt gevoed (of de kant die je de volgende keer gaat geven) aan te geven doe je de armband aan je linker of rechter arm.

Een poosje geleden kreeg ik de vraag of ik een voedingsarmband voor een tweelingmama wilde maken. Dat was een uitdaging, want hoe zorg je dat je met één armband niet alleen de tijd maar ook de voedingskant van beide kindjes kunt aangeven? Na wat denkwerk kwam ik op de volgende oplossing:
één armband met vier LETTERbedels, die onafhankelijk van elkaar te plaatsen en aan elkaar te haken waren. Er kwam voor beide kindjes een bedel met hun voorletter, een S en een D in dit geval. Daarnaast een L en een R bedel, om links of rechts aan te geven. Dit was het resultaat:

Tweeling-voedingsarmband

Tweeling-voedingsarmband van Kindje Mijn

Op deze manier kan de moeder aangeven welk kindje, hoe laat, aan welke borst heeft gedronken. Op het voorbeeld heeft S. om half vier aan de linkerkant gedronken en D. om kwart over vier aan de rechterkant. Door de slotjes zou je zelfs alle bedels aan elkaar kunnen klikken, als beide kindjes tegelijkertijd hebben gedronken.

Meer voorbeelden zien? Kijk even in de leuke webwinkel van Kindje Mijn.

© 2009 – 2011