Archive for the ‘eerste maanden’ Category

Borstvoeding met hobbels

vrijdag, maart 4th, 2011

Borstvoeding geven is fijn! Veel moeders genieten van het zelf voeden van hun kindje. Borstvoeding geven is een mooi, logisch en natuurlijk vervolg op zwangerschap en geboorte. Moeders zijn terecht trots als ze hun kindje zien groeien en bloeien op hun melk.

Bij vele moeders verloopt het voeden  van hun kindje(s) als van een leien dakje. Maar helaas is dat niet altijd het geval. Er zijn ook mama’s die de ene hobbel na de andere moeten overwinnen vooraleer ten volle te kunnen genieten van het geven van borstvoeding. Cruciaal bij borstvoedingsproblemen is het krijgen van de juiste begeleiding en tips! Gaat er iets niet goed, zoek dan hulp! Voor zowat elk borstvoedingsprobleem is er wel een oplossing te vinden.

Nathalie, mama van Chantall en Julia, vertelt hoe haar dramatische eerste kennismaking met borstvoeding evolueerde naar een mooie langvoedervaring, waar moeder en dochter tot op de dag van vandaag nog volop van genieten:

“Borstvoeding altijd proberen” is mijn motto. Maar dochter nummer één dacht daar anders over. Die schreeuwde moord en brand als ze alleen de borst nog maar zag. Dus ben ik braaf aan het kolven gegaan, vingervoeden, en daarna voeden met de fles. Maar mevrouw weigerde nog steeds. En ik had melk genoeg, het liep er gewoon uit. Veel last gehad van stuwing en dergelijke. Maar braaf bleef ik kolven en iedere drie uur voeden. De dag bestond dus uit kolven, fles geven, weer kolven. Niet echt ideaal en geen roze wolk-idee. Daarom na een week of wat het kolven langzaam afgebouwd. Totdat ik rond vier maand zowat geen melk meer af kon kolven. Toen ineens viel het kwartje, mevrouw kon ineens aan de borst drinken. Naar mijn idee te laat, ik ben dus niet doorgegaan.

Bij dochter nummer twee wilde ik het wel weer proberen. Die hapte direct goed in het ziekenhuis en ik voelde me de koning te rijk. Eentje die niet huilt als ze de borst krijgt. Maar helaas ’s nachts ging het al mis, ze wilde niet, huilen, huilen, huilen. En ik wilde niet nog een keer zoveel maanden kolven, dus in goed overleg met mijn man besloten op de fles over te gaan. Kraamzorg was het er helemaal mee eens. “Nee”, groot gelijk gaf ze me. In de loop van de dag werd onze dochter ziek. Op naar het ziekenhuis, met als resultaat streptokok b bacteriële infectie, welke een hersenvliesontsteking en een bloedvergiftiging meenam. En als klap op de vuurpijl nog een herseninfarct er achteraan. Onze wolk klapte wederom uiteen. Dinsdag geboren, woensdag doodziek. Donderdag giga stuwing, de melk spoot eruit. De verpleging wist niets anders te melden dan minder drinken. ’s Nachts tot twee keer toe 100 ml afgekolfd en weggegooid. Andere dag nieuwe verpleegster, die noemde borstvoeding vloeibaar goud en vroeg ons het af te kolven en mee te nemen. Baby ging naar Utrecht, wij er achter aan. En daar werd juist heel erg gestimuleerd om te kolven en borstvoeding te geven. Dat heb ik gedaan. Ook werd de baby vaak aangelegd. Ze was te moe om te drinken, maar mama leerde zo wel de techniek. Kindje mee naar huis. De verloskundige heeft ook nog een boekje over borstvoeding gebracht. En gaandeweg hebben we samen geleerd om borstvoeding te geven. Julia is nu inmiddels een jaar en ik voed nog steeds op verzoek. De levende cellen in de borstvoeding hebben naar mijn idee nog heel wat meegewerkt aan de ontwikkeling van haar hersenen, die aanzienlijk beschadigd waren. Het is nu een heel beweeglijk ding. Ik vind borstvoeding veel makkelijker dan de fles, nooit denken van “Is het wel genoeg? De fles is niet leeg, was het te weinig?” Je weet niet wat ze krijgen en dat stelt mij gerust zolang ze groeit. Je hebt altijd eten mee voor als de kleine honger heeft. Ook in het openbaar voeden: een stil hoekje, laken erover en het hoeft niemand op te vallen. Ik ben blij met deze ervaring en zou iedere moeder willen zeggen gewoon borstvoeding geven. Het is zo veel gemakkelijker!

Ik heb gelukkig nooit last gehad van spruw. Stuwing was me bij de tweede ook onbekend, op die begindag na. Ik heb geen tepelkloven en dergelijke. Een keer een blaartje, maar toen moest ik gewoon iets beter opletten met aanleggen. Nu kan ik zelfs rustig een dag maar twee keer voeden en de andere dag zes keer. Het gaat allemaal en er is altijd genoeg. De typische verhalen die je vaak hoort van vrouwen “Mijn voeding liep terug” geloof ik niet meer. Een rustig genietmoment voor twee als we voeden. Echt een aanrader voor iedereen.

Kennis over borstvoeding is erg belangrijk! Hoe meer je erover weet, hoe meer kans op slagen borstvoeding heeft. Veel borstvoedingsorganisaties, ziekenhuizen, kraaminstellingen, zelfstandige vroedvrouwen, doula’s, lactatiekundigen enzovoort organiseren daarom informatiebijeenkomsten. Op die manier proberen ze de kennis van zwangere vrouwen te vergroten. En ervoor te zorgen dat steeds meer kinderen na de geboorte gevoed worden met moedermelk.

De meest gehoorde uitspraak van zwangere mama’s tijdens zo’n eerste borstvoedingsinfo-avond is volgens mij: “Ik ga borstvoeding proberen.”

Proberen? Wat proberen? Hoe proberen? … Borstvoeding ga je doen! Dat hoef je niet te proberen… Met de juiste tips in het achterhoofd, eventueel aangevuld met degelijke begeleiding, lukt borstvoeding altijd! Onzekerheid is echt nergens voor nodig.

Danielle, mama van prematuur geboren Max en langvoedster, zegt het heel mooi:

Ik had vanmiddag een verjaardagsfeestje en er waren veel kinderen, baby’s en zwangeren. Erg gezellig. Max had honger dus (natuurlijk) legde ik hem aan. Bovendien was hij een beetje overvallen door het lawaai en gespeel van de kindjes, en wilde dus lekker bij mama tutten.

“wat fijn dat het lukt” Kreeg ik te horen. Huh? Lukken? Okee… Op mijn antwoord dat iedere vrouw, op 2% van de wereldbevolking na, wel borstvoeding kon geven, kwamen de verhalen los…

“Jamaar, Truusje van de buren, van de nicht van, van de overkant, mijn kennis, ik, (etcetera etcetera) kan ECHT geen borstvoeding geven, hoor…”
Een zwangere vrouw vond het erg mooi dat ik nog steeds (?) voedde, maar ze zei: “Zoals de andere moeders zeggen, ik hoop maar dat het lukt…”

Het kan. Maar 2% niet. Van de wereldbevoking. AAAHHHHH.

Even voorbijgaand of het nou wel of niet lukt, willen we echt dat zwangere vrouwen zeggen: “Ik hoop dat de borstvoeding gaat lukken?” Dat vrouwen er bij voorbaat al vanuit gaan dat het wel eens niet kan lukken?

Oh, zeker, ik heb ook wel eens momenten gehad dat ik het even niet meer zag zitten. Met een premature zoon, niet kunnen happen, nachtkolven, kolfmelk nageven etcetera. Maar geen moment heb ik gedacht dat ik het niet zou kunnen.
Maar pak een jonge moeder, die voor de geboorte constant van iedereen te  horen heeft gekregen: “Nou, IK kon het niet, hoor!”.  Logisch dat ze dan snel(ler) overstapt op kunstvoeding.

Ikzelf vind dat echt geen goede ontwikkeling. Borstvoedingskennis wordt niet meer overgedragen van moeder op moeder. Oma staat niet meer mee te kijken of je een goede houding hebt. En grootoma met de huis/tuin/keukentips is allang uit beeld.

Misschien wordt het tijd, dat we met z’n allen (of het is gelukt of niet) zwangere vrouwen een (postitief) hart onder de riem steken!!

© 2011

Wetgeving, aanbevelingen en organisatie van zuigelingen- en kindervoeding

dinsdag, februari 22nd, 2011

Wereldwijd
Nederland: organisaties
Nederland: wetgeving en aanbevelingen
België: organisaties
België: wetgeving en aanbevelingen
————————————————————
Wereldwijd

The International Baby Food Action Network (IBFAN): The International Code of Marketing of Breastmilk Substitutes

WereldGezondheidsOrganisatie (WHO): Evidence for the Ten Steps to Succesful Breastfeeding

Borstvoedingscijfers in Nederland en elders

Nederland: organisaties

Samenwerkende BorstvoedingsOrganisaties (SBO)

Vrijwilligersorganisaties, laktatiekundigen en informatiewebsites

Instellingen en organisaties die het Baby Friendly-label behaalden

Nederland: wetgeving en aanbevelingen

Voedsel- en WarenAutoriteit VWA (Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie)

Warenwetbesluit Producten voor Bijzondere Voeding

Warenwetregeling Gebruik van Additieven

Voedingscentrum

België: organisaties

Gegevens van verenigingen, deskundigen en andere informatiebronnen over borstvoeding

België: wetgeving en aanbevelingen

Federale OverheidsDienst (FOD) Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu: Nationaal Voedings- en GezondheidsPlan (NVGP)

Koninklijk Besluit (KB) Betreffende Voedingsmiddelen Bestemd voor Bijzondere Voeding

Federaal BorstvoedingsComité (FBVC)

Voedingsinformatiecentrum

Europees actieplan (MAP) voor de promotie, de bescherming en de ondersteuning van borstvoeding

Baby Friendly Hospital Initiative, met een lijst van materniteiten die het BFHI-certificaat reeds ontvingen

Wegwijs in werk en ouderschap: Brochure borstvoeding en werken

 

Voeden op verzoek of op schema?

maandag, januari 17th, 2011

Hoe “werkt” borstvoeding?

Wat betekent voeden op verzoek?

Wanneer voed je op verzoek?

Wat zijn de voordelen van voeden op verzoek?

Wat wordt er bedoeld met vraag en aanbod?

Waarom moet ik mijn kind zelf de duur van de voeding laten bepalen?

Waarom moet ik mijn kind vaak voeden?

In welke situaties is het beter om op schema te voeden?

Andere situaties waarbij men soms gaat voeden op schema

Let op als je besluit te gaan voeden op schema!

————————————————

Hoe “werkt” borstvoeding?

Tijdens de zwangerschap regeren vooral de hormonen oestrogeen en progesteron. Zij zorgen voor de groei en ontwikkeling van je borsten. En bereiden hen voor op hun borstvoedingstaak.

Na de bevalling daalt de hoeveelheid oestrogeen en progesteron. En stijgt het basisgehalte aan prolactine en oxytocine in je lijf. Het hormoon prolactine zorgt voor de aanmaak van moedermelk, vanuit je bloed. Het hormoon oxytocine zorgt ervoor dat de moedermelk die klaarzit in je melkkliertjes, via je melkkanaaltjes naar voren gestuwd wordt tot vlak onder je tepelhof. Dit is de zogenaamde toeschietreflex. Door je tepelhof te masseren met zijn tong, tijdens het drinken, haalt je babytje de melk uit je borst. Het vasthouden van een vacuüm helpt daarbij. Dat is dan ook de reden waarom een kindje dat goed aanhapt aan de borst niet alleen de tepel, maar ook een groot deel van het tepelhof mee in de mond moet nemen. Hoe meer tepelhof hij mee naar binnen pakt, hoe makkelijker het vacuüm vast te houden is. En hoe meer melk hij uit je borst zal kunnen masseren.

Als je babytje bij je drinkt, stimuleert die met zijn mond en tong je tepel en tepelhof. Die prikkeling van je borsten doet het prolactine- en oxytocinegehalte in je lijf stijgen. Samen met het langzaam legen van je borst tijdens het drinken, zal dat ervoor zorgen dat er daarna meer melk aangemaakt wordt. Vandaar dat je je babytje best zo vaak mogelijk aanlegt. Daarmee verzeker je je van een goede melkproductie. En je kleintje van een stevig maaltje.

Bij moeders die geen borstvoeding geven of al snel overschakelen op kunstvoeding, daalt de hoeveelheid prolactine en oxytocine vrij snel weer na de geboorte. Omdat hun kleintje hun tepels en tepelhof niet (langer) stimuleert. En hun borsten niet (meer) geleegd worden.

Wat betekent voeden op verzoek?

Bij borstvoeding ga je normaalgezien je kindje telkens voeden wanneer het daar om vraagt. En hem zo lang aan de borst laten drinken als hij zelf wil.

Een babytje voelt namelijk zelf heel goed aan wanneer het de volgende voeding nodig heeft. Soms is dat pas drie of vier uur na de vorige voeding. Soms al na een half uurtje of een uur.

Hoe lang mag een baby zonder voeding?

Er zijn voedingen waarbij hij slechts vijf minuten aan de borst hangt. En soms meer dan twintig minuten. Allemaal prima en perfect normaal!

Hoe lang duurt een voeding?

Wanneer voed je op verzoek?

  • Bied je kindje elke keer de borst aan wanneer het daar om vraagt. Hou zijn hongersignalen in de gaten:
  • Onrustig bewegen in de slaap
  • Mondbewegingen maken in de slaap
  • Wakker worden
  • Smakgeluidjes maken
  • Zoekend rondkijken
  • Mondje zoekend opensperren
  • Op de handjes sabbelen
  • Op speelgoed sabbelen

Huilen is een laatste hongersignaal. Beste is om je kindje te voeden bij de eerste hongersignalen. En niet pas als het de borst gaat “eisen”.

  • Ga geen voedingen uitstellen, om welke reden dan ook.
  • Geef geen speentje aan je kindje. Maar laat elke zuigbehoefte aan de borst bevredigen. Geef eventueel je leegste borst opnieuw als je kindje nog wel wil zuigen, maar geen honger meer lijkt te hebben.
  • Laat je kindje drinken totdat het helemaal verzadigd is. En zelf de borst lost.
  • Bied zo vaak mogelijk de tweede borst nog aan, nadat je kindje de eerste leeg gedronken heeft. Je kleintje zal dan zelf bepalen of het nog een “dessertje” wenst of niet.

Wat zijn de voordelen van voeden op verzoek?

  • Moedermelk is licht verteerbaar. Je zal dus regelmatig je kleintje moeten voeden. Doe je dat op verzoek, dus bij de eerste hongersignalen, dan verspeelt je babytje geen onnodige energie aan hongerhuilen. En zal hij veel effectiever aan de borst drinken. Bovendien is de kans dan ook kleiner dat hij aan de borst in slaap valt.
  • Babytjes die gevoed worden op verzoek zijn doorgaans rustigere en tevreden baby’s.
  • Babytjes die gevoed worden op verzoek hebben minder last van krampjes. Je hebt immers minder last van stuwmelk als je borsten regelmatig “leeg” gedronken worden. Bij stuwing is de verhouding voormelk ten opzichte van de achtermelk veel groter. Hierdoor komt je kleintje soms niet aan de noodzakelijke achtermelk toe. Achtermelk bevordert de spijsvertering en voorkomt krampjes. Bovendien kan honger (door het uitstellen van een voeding bij schemavoeden) ook krampjes veroorzaken.
  • Babytjes die gevoed worden op schema gaan onrustiger drinken aan de borst. Omdat ze grotere honger hebben. Als je als mama dan ook nog eens last hebt van stuwing (door het uitstellen van de voeding), heb je ook meer kans op tepelkloofjes. Bij een gestuwde borst is het immers moeilijker aanhappen voor je liefje.

Wat wordt er bedoeld met vraag en aanbod?

Voed je op verzoek, dan gaan je borsten melk aanmaken al naargelang de vraag van je kindje. Hoe vaker je kindje bij je drinkt, hoe meer melk er dus aangemaakt wordt. En omgekeerd. Zuinig zijn op je melk heeft dus een averechts effect…

Eén van de mooiste eigenschappen van borstvoeding is immers dat je als moeder steeds voldoende melk kan aanmaken voor je kind(eren). Zelfs bij een meerling!

Waarom moet ik mijn kind zelf de duur van de voeding laten bepalen?

Vroeger sprak men bij borstvoeding over voormelk en achtermelk. Alsof het twee verschillende soorten melk zouden zijn. En op een bepaald moment tijdens de voeding de ene soort opeens overgaat in de andere.
Zo werkt het echter niet. Aan het begin van de voeding krijgt je kindje vooral waterige melk te drinken, de zogenaamde voormelk. Deze is dorstlessend. En helpt goed om het eerste hongergevoel bij je kindje te stillen. Die eerste melk wordt tijdens de voeding dan geleidelijk aan vermengd met vettere en calorierijkere melk. De zogenaamde achtermelk. Hoe leger de borst, hoe vetter en calorierijker de melk dus.

De overgang tussen beide is dus niet zo abrupt als vroeger gedacht. Maar verloopt heel geleidelijk. Je kindje voelt die langzame overgang instinctief aan. En zal op een bepaald moment de borst lossen. Heeft ie vooral dorst en minder honger, dan zal hij al snel de borst lossen. Is je kleintje heel hongerig en heeft hij nood aan die vullendere vette achtermelk, dan zal hij langer blijven hangen.

Vandaar dat het dus heel belangrijk is om je kleintje zélf de duur van de voedingen te laten bepalen. En hem niet eerder af te koppelen!

Waarom moet ik mijn kind vaak voeden?

Hoe vaker je voedt of kolft tijdens de eerste dagen en weken na de geboorte van je kleintje, hoe meer prolactinereceptoren of melkcellen er gestimuleerd zullen worden. Die melkcellen zitten op je melkklierweefsel. Geactiveerde melkcellen zetten de melkklieren aan tot het maken van moedermelk. Hoe meer melkcellen er geactiveerd werden tijdens die eerste dagen en weken, hoe sneller je borsten weer nieuwe melk zullen maken nadat je kleintje ze “leeg” gedronken heeft. Vaak voeden in het begin, verzekert dus een optimale melkproductie op lange termijn!

Als je borsten erg vol of gespannen aanvoelen, dan wordt er een eiwit (FIL of Feedback Inhibitor of Lactation) geactiveerd dat de melkproductie afremt. Geef je maar één borst per keer of laat je veel tijd tussen twee voedingen, dan heb je meer kans dat de FIL geactiveerd wordt. Wat de melkproductie zal doen dalen op lange termijn. Vaak voeden zorgt er dus voor dat er steeds voldoende melk beschikbaar is voor je kleintje!

Met andere woorden: hoe leger je borsten, hoe meer melk er aangemaakt wordt. En hoe voller je borsten, hoe minder melk er aangemaakt zal worden.

In welke situaties is het beter om op schema te voeden?

Stille ondervoeding

Als je een stille hongeraar in huis hebt, lijkt het me beter om te voeden op schema. Of liever: te voeden op vraag van de moeder en niet van het kind.

Stille hongeraartjes zijn pasgeboren babytjes die erg slaperig zijn. En dus niet wakker worden van de honger. Omdat ze daar eenvoudigweg de energie niet (meer) voor hebben. En net omdat ze slecht wakker worden, legt mama hen niet zo vaak aan. Waardoor de melkproductie langzaam achteruit gaat. Ze nog minder voeding binnenkrijgen. En nog slechter wakker worden voor een voeding. Weer minder gaan eten. Minder productie. Enzovoort. Een vicieuze cirkel dus.

Jonge babytjes geven immers niet altijd goed aan wanneer ze honger hebben. Omdat ze te moe zijn. En dus eigenlijk alleen maar willen slapen. Laat je hén dan verzoeken, dan worden sommige onder hen stille hongeraartjes. Uit zelfbescherming… Om hun weinige en dus zeer kostbare energie niet te verliezen…

Meer over stille ondervoeding

Hyperlactatie

Bij een te grote melkproductie bij de moeder kan het ook nodig zijn om tijdelijk een schema aan te houden. Het zogenaamde blokvoeden. Blokvoeden kan echter ook gecombineerd worden met voeden op verzoek. Je blijft dan gedurende een bepaald tijdsblok telkens dezelfde borst opnieuw aanbieden. En dat totdat je overproductie onder controle is.

Meer informatie over stuwing, hyperlactatie en blokvoeden

Ziekte/handicap/prematuriteit

Bij ziekte, handicap of prematuriteit van het kind is het soms ook nodig om te voeden op mama’s verzoek in plaats van op verzoek van het kind. Zodat het kleintje voldoende vocht en voeding binnenkrijgt. En niet uitdroogt. Zieke kinderen, kinderen met bepaalde handicaps of prematuur geboren babytjes hebben soms de neiging om minder of minder duidelijke hongersignalen uit te zenden.

Bovendien maken sommige medicijnen het kind ook suffer of slaperiger. Waardoor het hongergevoel onderdrukt kan worden. En de communicatiemogelijkheden beknot.

Andere situaties waarbij men soms gaat voeden op schema

Sommige situaties lijken om een schema te vragen. Maar niet in alle situaties is voeden met een schema een garantie dat de melkproductie op peil blijft. De basisregel bij borstvoeding is en blijft immers dat je voedt op verzoek. Ook in onderstaande situaties!

Afbouwen

Als je de borstvoeding wil gaan afbouwen, is schemavoeden makkelijker om een overzicht te houden op het aantal voedingen. En de overgang naar de flesvoeding (die meestal op schema gebeurt) te vergemakkelijken.

Let wel: afbouwen naar slechts een aantal voedingen per dag werkt niet voor elke baby en/of moeder. Hoe jonger je kindje, hoe meer kans dat je melkproductie te sterk daalt. Wil je de productie weer omhoog, dan zit er niets anders op dan weer vaker te gaan voeden (of kolven).

Overige situaties

Andere situaties waarbij voeden op verzoek wel kan, maar waarbij enige regelmaat in de borstvoedingen soms meer rust brengt, bij het kind of bij de moeder. Of meer tijd kan vrijmaken voor het huishouden of de zorg voor de andere kinderen:

–              Huilbaby’s

–              Refluxbaby’s

–              Meerlingen

–              Gespannen, extreem zenuwachtige of onzekere moeder

–              Groot gezin

–              Ziekenhuisopname

–              Bij afwezigheid van de moeder, bijvoorbeeld gescheiden ouders of een moeder die uit werken gaat

Let op als je besluit te gaan voeden op schema!

Ga je voeden op schema, leg je kindje dan zeker elke twee tot drie uur aan. Vraagt je liefje wat eerder om een voeding, op regeldagen bijvoorbeeld, leg het dan wat eerder aan. Hou je schema dus losjes en ga geen tijd tussen de voedingen oprekken.

Voed je op schema, dan moet je voortdurend alert zijn of je kindje wel voldoende voeding binnenkrijgt. Meer informatie

© 2011-2012

Reflux

dinsdag, januari 4th, 2011

Teruggeven is geen spugen
Kenmerken van reflux
Algemene maatregelen bij reflux
Reflux, een term met meerdere betekenissen
Enkele opmerkingen
————————————————

Teruggeven is geen spugen

Veel pasgeborenen geven mondjes melk terug na de voeding. Het te veel aan melk dat je babytje uit je borst gezogen, maar niet doorgeslikt heeft of nog maar kort in de maag heeft gehad, komt er langs zijn mondhoekje weer uit gelopen.

Dat beetje teruggeven van voeding of regurgitatie is normaal. En je hoeft je daar geen zorgen over te maken. Zolang je kleintje slechts mondjeshoeveelheden voeding teruggeeft en van dat beetje spugen geen last lijkt te hebben, hoef je er verder niets aan te doen. Een slabbetje om je liefjes kleding en een hydrofiele luier of spuugdoekje om jouw kleding of het beddengoed te beschermen, zijn dan voldoende. Het teruggeven mindert vanzelf naarmate je liefje ouder wordt, ergens tussen de zes en de twaalf maanden.

Kenmerken van reflux

Sommige babytjes geven (veel) meer melk terug na de voeding dan enkele mondjes. Soms zelfs in de vorm van heus projectielbraken, dus met veel druk erachter. Andere babytjes spugen geen melk uit, maar lijken de hele tijd te herkauwen, hikken na bijna elke voeding en overstrekken zich regelmatig. Soms zelfs tot een of twee uur na de voeding nog. Je kan hen moeilijk neerleggen na een voeding. (In)slapen gaat moeizaam. En ze huilen vaak, waarbij ze erg moeilijk te troosten zijn.

Gebeurt dit teruggeven of wegslikken van voeding dagelijks en heeft je kleintje er last van, dan zou het best wel eens kunnen dat je een refluxbabytje in huis hebt. Bij reflux komt een groot deel van de  (melk)voeding vanuit de maag teruggevloeid in de slokdarm. Dat geeft een branderig gevoel, omdat de (melk)voeding reeds vermengd is met maagzuur. Wat uiteraard zeer pijnlijk is voor je kleintje.

Algemene maatregelen bij reflux

Vaak zijn de pijnklachten bij je liefje al sterk te verminderen door enkele eenvoudige maatregelen:

  • Ververs de luier van je liefje zoveel mogelijk voor de voeding. En liefst niet tijdens of erna. Want als je de beentjes opheft, drukt dat op het maagje.
  • Geef liever meerdere kleine maaltijden met weinig tijd tussen de voedingen, in plaats van enkele grote voedingen. Hoe meer melk je kindje per voeding drinkt, hoe meer druk er op de maag komt te staan en hoe meer kans op teruggeven van de melk.
  • Voed in de rugbyhouding, voed zittend of voed liggend op je rug.Zo ligt het maagje lager. En komt de voeding niet zo snel weer naar boven. Bovendien is de kans op verslikken bij je kleintje in deze houdingen kleiner.
  • Laat je kindje regelmatig boeren. Niet alleen na de voeding, maar ook bij het wisselen van borst.
  • Hou je kleintje na de voeding minstens een half uurtje rechtop. Op de arm, de relax, in de draagdoek, enzovoort.
  • Zet het bedje 45-60° hoger aan het hoofdeinde. Maak bijvoorbeeld een oude onderbroek aan beide kanten van de spijltjes vast. Je kan je babytje daarin leggen om onderuit zakken te voorkomen.
  • Leg je babytje nooit helemaal plat. Verhoog dus ook het luierkussen en de wandelwagen.

Ga zeker nooit op eigen houtje experimenteren met het vroegtijdig introduceren van vaste voeding of met het indikken van afgekolfde melk. Bij borstvoeding worden deze maatregelen overigens afgeraden. Ze doen vaak meer kwaad dan goed… En hebben doorgaans weinig tot geen effect als je borstvoeding geeft.[1]

Osteopathie bij reflux heeft geen wetenschappelijke evidentie, maar de praktijk wijst uit dat het soms wel verlichting kan brengen. Vraag je lactatiekundige naar een erkende osteopaat bij je in de buurt!

Reflux, een term met meerdere betekenissen

Zowat 70% van de pasgeborenen geeft regelmatig voeding terug. Spugen is dus normaal voor zulke kleintjes. En betert vanzelf naarmate je liefje ouder wordt. Als een babytje gaat spugen, spreekt men in de volksmond dan ook vaak wat te snel van reflux…

Er zijn verschillende oorzaken te vinden voor het opbraken of “herkauwen” van voeding. Daarom is het belangrijk om de oorzaak van de reflux bij je kleintje te achterhalen. Een overzicht van mogelijke oorzaken voor refluxklachten:

1. Regurgitatie

Dit is de “reflux” waar ik het hierboven al over had. Teruggeven van voeding hoort bij jonge zuigelingen. Als je kleintje er geen last van heeft, hoef je er verder niets aan te doen. Behalve dan wat vaker een wasje draaien ;-) en je kindje veel bij je dragen.

2. Gastro-oesophagale reflux

Bij gastro-oesophagale reflux is de sluitspier tussen de slokdarm en de maag van je liefje nog niet volledig volgroeid. Voeding die reeds (een tijdje) in de maag zit, kan terugvloeien in de slokdarm. Waarna ze ofwel weer ingeslikt of uitgebraakt wordt.

Deze vorm van reflux kan alleen maar vastgesteld worden na onderzoek door een kinderarts.

Meestal helpen algemene anti-refluxmaatregelen al voldoende om de klachten te minderen (zie boven). Is de reflux ernstig van aard, dan kan er symptomatische medicatie voorgeschreven worden. Deze medicijnen remmen dan de aanmaak van maagzuur of versnellen de vertering van de (melk)voeding. Je kinderarts zal je vertellen welke middelen het meest geschikt zijn voor je liefje. Maar verwacht er geen wonderen van… Deze medicatie helpt misschien wel wat tegen reflux, maar heeft bijvoorbeeld weinig effect op het vele huilen van je babytje. [Blokpoel 2010]

Ook bij deze vorm van reflux is uitzitten de boodschap. Naarmate je babytje ouder wordt, ontwikkelt de sluitspier tussen maag en slokdarm verder. En groeit je kleintje vanzelf over zijn klachten heen. Na een half jaar zijn de meeste zuigelingen over hun grootste klachten heen. En op de leeftijd van een jaar zijn de meesten helemaal klachtenvrij.

3. Hyperlactatie en/of sterke toeschietreflex

Hyperlactatie of te veel melk kan refluxklachten geven bij je kleintje. Een sterke toeschietreflex doet dat ook. Het opbraken of wegslikken van voeding heeft dan niks te maken met een onvolgroeide sluitspier, maar met een overload aan melk en/of een te snelle melkstroom. Let wel: te veel melk en een snelle toeschietreflex komen vaak samen voor, maar niet altijd! Sommige vrouwen hebben last van een snelle toeschietreflex zonder dat ze te veel melk hebben.

Kenmerken van deze vorm van reflux bij je babytje zijn: moeite met aanhappen, onrustig drinken, zich regelmatig verslikken tijdens de voeding, tijdens en na de voeding braken, veel last hebben van krampjes en winderigheid en waterige, schuimende ontlasting die groenig van kleur is en zuur ruikt. Jijzelf hebt veel last van lekkende borsten en/of je borsten blijven vol aanvoelen, ook na de voeding. Als je kindje de borst lost in al zijn onrust, dan spuit de melk vaak nog even na.

Enkele tips als je last hebt van hyperlactatie en/of een sterke toeschietreflex:

  • Probeer stuwing te vermijden. Voed je kleintje dus regelmatig. Hoe vaker je borsten geleegd worden, hoe minder last je zal ondervinden van hyperlactatie. Je kindje heeft minder last van reflux als het vaak bij je mag drinken. Het zal dan immers minder melk per keer drinken. Zodat het maagje minder zwaar belast wordt.
  • Heb je een sterke toeschietreflex, masseer je borsten dan even voor de voeding. Zo wek je een toeschietreflex op. Waarna je die eerste spuitmelk laat weglopen in een doekje. Leg je kleintje pas aan als de melk minder krachtig uit je borst spuit. Lukt masseren niet goed, dan kan je ook wat melk afkolven met de hand. Maar let erop dat je stopt met kolven van zodra je een toeschietreflex krijgt. Anders werkt kolven productieverhogend.
  • Laat je kleintje een borst goed leeg drinken. En koppel hem niet eerder af. Zo krijgt ie ook voldoende achtermelk binnen, wat de vertering zal bevorderen. Lost je kindje dus snel de borst, leg hem dan opnieuw aan dezelfde borst aan, eventueel in een andere voedingshouding.
  • Lijkt je kleintje onverzadigbaar, maar verslikt ie zich telkens in de grote hoeveelheid nieuwe melk bij het borstwisselen, probeer dan eens je leegste borst opnieuw aan te bieden. Zo kan je liefje zijn zuigbehoefte bevredigen, zonder weer hele sloten melk binnen te krijgen. Heb je veel last van hyperlactatie, dan mag je binnen een tijdsspanne van twee tot drie uur telkens dezelfde borst opnieuw aanbieden. Wil je de blokken waarbinnen je telkens weer dezelfde borst gaat aanbieden verlengen naar meer dan vier uur, dan raadpleeg je best eerst even een lactatiekundige.

4. Luchtweginfectie
Soms kan je babytje tijdelijk last hebben van reflux omdat ie met een verstopt neusje of met slijmpjes kampt. Het teruggeven van melk is dan tijdelijk. Blijf zeker borstvoeding geven! Moedermelk heeft een bewezen genezend effect op luchtweginfecties.
Heeft je babytje last van een verstopt neusje, waardoor drinken moeilijker gaat, dan kan je het neusje even uitspoelen met enkele druppeltjes moedermelk vlak voor de voeding.

5. Voedselovergevoeligheid

Reflux kan ook een kenmerk zijn van voedselovergevoeligheid bij je babytje. Melk-, ei- en sojaproducten die jij eet, zijn dan vaak de boosdoener.

Het opbraken of wegslikken van voeding is bij voedselovergevoeligheid echter niet het enige kenmerk. Je kindje heeft dan ook last vaak van onrustig (drink)gedrag, ontroostbaar huilen, krampjes, chronische opstopping of diarree, huiduitslag, luchtweginfecties, slaapproblemen, enzovoort.

Heb je een vermoeden van een voedselovergevoeligheid bij je babytje, dan raadpleeg je best een lactatiekundige en/of diëtist voor de juiste diagnose en behandeling.

Enkele opmerkingen

Heeft je babytje last van reflux, stop dan zeker niet met het geven van borstvoeding. De samenstelling van moedermelk werkt verzachtend bij refluxklachten, kunstvoeding doet dat niet… En overschakelen op kunstvoeding lost de refluxsituatie bij je kleintje vaak niet op.[2]

Ga nooit op eigen houtje experimenteren met het indikken van afgekolfde melk, het vroegtijdig introduceren van vaste voeding of het geven van anti-reflux-medicatie. Neem deze maatregelen enkel in overleg met een (kinder)arts. Enkel een arts kan de ernst van de situatie juist inschatten en de juiste behandeling voorschrijven. Wat je wel kan doen is je kinderarts laten overleggen met een lactatiekundige, zodat je je verzekerd weet van een borstvoedingsvriendelijke begeleiding.


[1]KNEEPKENS 2002, AARSEN e.a. 2008

[2] ALLIET e.a. 2002

(voor een uitgebreide bibliografie kijk hier)

Met hartelijke dank aan dokter Vertongen voor het nalezen van deze tekst!

© 2011-2014

Zelf een draagdoek maken

vrijdag, december 31st, 2010

Een draagdoek zelf maken is de goedkoopste manier van dragen. Dus als je wat creatief aangelegd bent en handig met de naaimachine dan zou ik voor self-made gaan. Leuker, persoonlijker én goedkoper dan een draagdoek uit de (web)winkel.

Het fijne aan zelf maken, is dat het helemaal niet moeilijk is! Je hoeft geen naaiwonder te zijn en zelfs geen naailessen gevolgd te hebben om leuke, persoonlijke doeken te maken. Kijk maar naar de foto’s. Je ziet duidelijk dat ik absoluut geen professionele naaister ben. En toch is het eindresultaat telkens leuk. En vindt dreumes het aangenaam vertoeven in mama’s doeken :-)

Knoopdoek

Ringsling

Mei tai

Draaginstructies en handleidingen

———————————————————————————————-

Knoopdoek


Afmetingen

Een geweven draagdoek oftewel een lange knoopdoek is niets meer dan een lap stof van 5m lang en 70cm breed. Pas als je kledingmaat 46 of meer hebt, neem je beter 5,5m stof. Ben je erg klein van stuk, met kledingmaat 36 of minder, dan kom je met 4,5m stof toe.

Soort doek

Een stof die niet rekt in de lengte. Rekken in de breedte mag, maar is niet noodzakelijk. Een diagonaal rekbare geweven doek is een pluspunt, maar geen must. Diagonaal rekbare stoffen hebben het voordeel dat ze niet snijden op de drukpunten. Niet rekbare stoffen doen dat soms wel.

100% katoen, jacquardstof of dunne jeansstof zijn prima stoffen om mee te werken en fijn voor de zomermaanden. Fleecestof (met de minste rek) is eerder een winteralternatief, want heel warm als draagdoekstof. Fleece is relatief dik en knoopt ook moeilijker.

Voor diagonaal geweven stoffen struin ik in de zomer festivalmarktjes af. Andere leuke stofjes vind ik in “voddenwinkeltjes” die restjes van naai-ateliers opkopen en aan spotprijzen doorverkopen aan de doe-het-zelfster.

Patroon

Neem een lap stof van 4,5m – 5,5m lang en 75cm breed. Zoom alle kanten om. En klaar!

Ringsling


Afmetingen

Een ringsling is 70cm – 90cm breed. Ik vind een brede ringsling vooral handig voor het dragen van oudere kinderen. Door de breedte kan je hun hele rug ondersteunen, daar waar dat met 70cm-slings moeilijker is. De lengte van een ringsling bedraagt 2,20m voor een small-model. Medium komt op 2,40m, large op 2,60m en extralarge op 2,80m lengte.

Soort doek

Een stof die niet rekt in de lengte. Rekken in de breedte mag, maar is niet noodzakelijk. Een diagonaal rekbare geweven doek is een pluspunt, maar geen must. Diagonaal rekbare stoffen hebben het voordeel dat ze niet snijden op de drukpunten. Niet rekbare stoffen doen dat soms wel.

100% katoen, jacquardstof of dunne jeansstof zijn prima stoffen om mee te werken en fijn voor de zomermaanden. Fleecestof (met de minste rek) is eerder een winteralternatief, want heel warm als draagdoekstof. Fleece is relatief dik en knoopt ook moeilijker.

Voor diagonaal geweven stoffen struin ik in de zomer festivalmarktjes af. Andere leuke stofjes vind ik in “voddenwinkeltjes” die restjes van naai-ateliers opkopen en aan spotprijzen doorverkopen aan de doe-het-zelfster.

Soort ringen

Als ringen neem je best slingringen. Die zijn speciaal gemaakt en getest op het dragen van kinderen. Hele grote houten gordijnringen van minimum 8cm doorsnede gaan ook. Maar deze zijn eigenlijk niet bedoeld om te gebruiken in een kinderdraagsysteem, niet wasbaar en doorgaans heel duur… Goedkopere slingringen koop ik bij http://www.ringslingshop.nl/index.php.

Patroon

Foto 1

Foto 1

Zoom drie kanten van de hele lap stof om. De korte (niet afgeboorde) kant haal je door beide ringen. En plooit hem dubbel, terug op de doek. Daarna vouw je de zoom van die korte kant 1,5cm naar binnen. En naait hem vast aan de rest van de doek op ongeveer 20-25cm van de ringen. [foto 1] Stevig vastnaaien, liefst minstens twee keer met verschillende steken over de ganse breedte. Als je goed kan naaien, dan kan je die ringkant ook laten fronsen. Maar dat hoeft niet. Gewoon goed vastspelden op korte afstanden van elkaar. En opletten tijdens het naaien dat de stof niet gaat overlappen en op het einde mooi uitkomt.

Foto 2

Foto 2

Je kan aan de niet ringkant ook zakken naaien. [foto 2] Dan neem je 25cm extra stof (dus bovenop die 2,20m S – 2,80m XL) en plooit dat stuk dubbel. Vastmaken aan de zijkanten en nog drie of vier keer met de lengte van de stof mee naaien. Zo heb je zakken voor een speeltje, een spuugdoekje, mutsje, etc.

Mei tai


Soort doek

Een stof die niet rekt in de lengte. Rekken in de breedte mag, maar is niet noodzakelijk. Katoen, jacquardstof of dunne jeansstof zijn prima stoffen om mee te werken en fijn voor de zomermaanden. Fleecestof (met de minste rek) is eerder een winteralternatief, want heel warm als draagdoekstof. Fleece is relatief dik en knoopt ook moeilijker.

Afmetingen en patroon

Totale hoogte van het ruggedeelte bedraagt 59cm: 45cm voor het recht deel en 2x7cm voor het halvemaanvormig gedeelte. Voor de breedte kijk je best even op de patroontekening.

De schouderbanden zijn elk 2m lang en 15cm breed. Dat maakt dat je bij je patroon twee maal een lap stof nodig hebt van respectievelijk 2,2m op 32cm.

De schouderbanden hebben elk nog een versteviging van 1,5m op 10cm. Voor de versteviging gebruik ik fleecestof. Die is lekker zacht en rafelt niet uit bij het uitknippen en opnaaien.

De beide taillebanden zijn 10cm breed. En 1,5m lang. Dat maakt dat je bij je patroon twee maal een lap stof nodig hebt van 22cm op 1,7m .

Werkwijze

1. We starten met de taille- en de schouderbanden

Plooi de tailleband dubbel, zodat de buitenkant (“de goede kant”) naar binnen geplooid zit. [foto 3]

Foto 3

Foto 3

Naai nu de lange en één korte kant van de hele lap stof dicht. Keer de stof buitenstebinnen en strijk hem mooi plat. Doe hetzelfde met de andere tailleband. De onafgewerkte korte kant [foto 4] wordt straks nog in het ruggedeelte genaaid en mag dus onafgewerkt blijven.

Foto 4

Foto 4

Plooi de schouderband dubbel, zodat de buitenkant (“de goede kant”) naar binnen geplooid zit. Naai nu de lange en één korte kant van de hele lap stof dicht. Keer de stof buitenstebinnen en strijk hem mooi plat. De onafgewerkte korte kant wordt straks nog in het ruggedeelte genaaid en mag dus onafgewerkt blijven.

2. Nu naaien we de schouderbanden vast aan het ruggedeelte

Neem van het ruggedeelte die lap stof die straks aan de binnenkant van je doek zal zitten, dus tegen de rug van je kindje aan. Leg deze lap stof voor je op tafel, met de buitenkant (“de goede kant”) naar beneden. Speld de twee onafgewerkte korte kanten van de schouderbanden vast aan deze lap stof. [foto 5]

Foto 5

Foto 5

De overgang van het halvemaanvormige gedeelte naar het rechte deel komt net in het midden van de schouderbanden te liggen. [zie patroontekening] Vooraleer deze twee onafgewerkte korte kanten vast te naaien aan het ruggedeelte, draai je de hele lap stof, met de erop vast gespelde schouderbanden, om, met “de foute kant” naar beneden. Vouw nu het ruggedeelte waar je schouderbanden onder liggen naar binnen met een zoom van 1cm. En naai deze zoom aan beide schouderbanden eerst even vast. [foto 6]

Foto 6

Foto 6

De rand waar geen schouderbanden onder liggen blijft onafgewerkt!

Nu draai je de hele lap stof, met de erop vast gespelde schouderbanden, weer om, met “de goede kant” naar beneden. En naai je de twee vast gespelde onafgewerkte korte kanten vast aan het ruggedeelte.

Draai de lap stof waar je de schouderbanden aan vast genaaid hebt, weer om, zodat de buitenkant (“de goede kant”) naar boven ligt. Leg beide schouderbanden bovenop je lap stof [foto 7] en daarbovenop de tweede lap stof van het ruggedeelte, met de buitenkant (“de goede kant”) naar beneden.

Foto 7

Foto 7

Zo zitten beide schouderbanden tussen de twee lappen stof. [foto 8]

Foto 8

Foto 8

Maak het je gemakkelijk en speld die twee schouderbanden even vast ergens in het midden van het ruggedeelte. Zodat ze niet in de weg komen te liggen als je zo meteen beide lappen van het ruggedeelte aan elkaar gaat naaien.

Speld beide lappen van het ruggedeelte nu aan elkaar vast. En naai met 1,5cm zoom de twee lappen aan elkaar, met de schouderbanden er tussenin. Laat onderaan het rechte deel van de rugpanden zo’n 15cm open. Daar moet je straks de tailleband nog tussen naaien.

3. Nu naaien we de taillebanden vast aan het ruggedeelte

Keer de stof van het ruggedeelte nu buitenstebinnen en strijk hem mooi plat. Leg nu beide taillebanden aan de onderkant tussen de twee rugpanden. De onafgewerkte eindjes raken elkaar. [foto 9]

Foto 9

Foto 9

Vouw de onderkanten van de rugpanden met een zoom van 1,5cm naar binnen en strijk het even aan. Op die manier blijft de zoom mooi liggen en kan je hem makkelijker vast spelden.

Speld nu de taillebanden aan het ruggedeelte vast. De tailleband loopt dus tussen de twee lappen van het ruggedeelte door van de ene kant naar de andere kant. [foto 10]

Foto 10

Foto 10

Naai nu het laatste deel van het rugpand vast. Naai niet alleen de onderkant van de tailleband vast, maar zet ook een extra steek aan de bovenkant van de tailleband, in de breedte van het ruggedeelte. Zodat deze stevig vast zit.

4. En tot slot de verstevigingen

Speld de versteviging van de schouderband vast op de buitenkant (aan de schouderbinnenzijde) van de schouderband, te beginnen vanaf de aanhechting aan het ruggedeelte. [foto 11]

Foto 11

Foto 11

Naai de versteviging vast met een mooie zigzagsteek. Doe hetzelfde met de andere schouderband en bijpassende versteviging.

Nog een versteviging: daar waar de schouder- en taillebanden het rugpand verlaten, naai je eerst een vierkant en vervolgens een diagonaal kruis (van hoek tot hoek van je vierkant) op dezelfde plek, op het ruggedeelte. Zo voorkom je dat de panden los zouden scheuren tijdens het dragen.

Maak je een mei tai voor de winter, dan kan je op de buitenkant (aan de rugbinnenzijde) van het ruggedeelte ook een zachte en heerlijk warme fleeceversteviging naaien met een mooie zigzagsteek. [foto 12]

Foto 12

Foto 12

Maar doe dit zeker niet met een mei tai die je in de zomer of in het tussenseizoen wil gebruiken. Want fleecestof is al snel veel te warm voor je kindje!

Nog een laatste keer een afwerkingssteekje op zo’n 1,5cm van de rand van het gehele rugdeel. En je mei tai is klaar!

Draaginstructies en handleidingen

http://www.dragen-en-voeden.nl/forum/viewtopic.php?f=27&t=1111

http://www.withatouchofrose.nl/producten/handleiding/gebruiksaanwijzing%20draagdoek.pdf

© 2010-2011

Borstcompressie

zondag, september 26th, 2010

Wat is borstcompressie?

Borstcompressie is een methode die je kan gebruiken om een baby die telkens in slaap valt aan de borst langer actief te laten drinken. Of wanneer je het kolven wil vergemakkelijken of versnellen.

Bij borstcompressie ga je tijdens het voeden of kolven met je handpalm en je vingers mee drukken op je borst. Zo hou je de melkstroom langer op gang.

Hou met je volle hand de borst vast, zo dicht mogelijk tegen je borstkas aan en ver verwijderd van je tepelhof. Je vingers liggen aan de onderkant en je duim aan de bovenkant van je borst, of omgekeerd. Terwijl je kolft of voedt duw je je duim en vingers naar elkaar toe. Net als bij het knijpen op een knijpbus ketchup of een tube tandpasta. Je drukt je vingers enkel samen en gaat dus niet glijdend knijpen richting je tepel. De druk moet stevig zijn, maar mag niet pijnlijk zijn! Zorg ervoor dat het deel van je borst dat je kindje in de mond neemt niet vervormt door de druk, want dan kan je kindje de borst lossen.

Start met knijpen van zodra je baby niet meer actief drinkt of van zodra de melkstroom in je kolftrechter mindert. Hou deze druk de hele tijd aan. En los je greep pas wanneer je kindje stopt met drinken of wanneer de melkstroom stopt. Op dat moment gaat de melk vaak nog even nastromen. Daarna kan je opnieuw je vingers en duim samenknijpen. Heeft dat geen effect, dan verplaats je je hand een beetje en start weer met knijpen. Blijf dit doen totdat je kleintje de borst lost en verzadigd is of totdat er geen melk meer stroomt bij het kolven.

Wanneer is borstcompressie nuttig?

Meer informatie over borstcompressie:

http://www.borstvoeding.com/kindjeaandeborst/al-even-bezig/borstcompressie-2.html

http://www.borstvoeding.com/kindjeaandeborst/al-even-bezig/borstcompressie.html

© 2010-2017

Stille hongeraars…

zaterdag, september 18th, 2010

Stille hongeraars zijn babytjes die te weinig voeding binnenkrijgen. Waardoor ze erg slaperig worden. En dus niet wakker worden van de honger. Omdat ze daar eenvoudigweg de energie niet (meer) voor hebben. En net omdat ze slecht wakker worden, legt mama hen niet zo vaak aan. Waardoor de melkproductie langzaam achteruit gaat. Ze nog minder voeding binnenkrijgen. En nog slechter wakker worden voor een voeding. Weer minder gaan eten. Minder productie. Enzovoort. Een vicieuze cirkel dus.

Pasgeborenen geven immers niet altijd aan wanneer ze honger hebben. Omdat ze te moe zijn. En dus eigenlijk alleen maar willen slapen. Laat je hén dan verzoeken, dan worden sommige onder hen stille hongeraartjes. Uit zelfbescherming… Om hun weinige en dus zeer kostbare energie niet te verliezen…

Baby bij mama

Hoe weet ik of mijn babytje genoeg voeding binnenkrijgt?

Daarvoor bestaat een handig overzichtslijstje, met kenmerken waaraan jij en je liefje moeten voldoen.

  • Je hoort en ziet je kindje duidelijk melk slikken met klokkende geluiden, waarbij de kin traag en diep naar beneden gaat bij elke slok. En dit minutenlang.
  • Je kindje weigert de andere borst of laat los nadat ie de eerste voelbaar “leeg” gedronken heeft.
  • Je borst(en) voelen na de voeding leger aan dan ervoor.
  • Je kindje heeft verschillende duidelijke plasluiers op een etmaal (vier volle wegwerpluiers of zes kletsnatte katoenen luiers).
  • Je kindjes urine is licht van kleur en reukloos.
  • Je kindje heeft dagelijks zalfachtige en mosterdgele ontlasting.
  • Je kindje groeit goed en komt aan.
  • Je kindje is alert en levendig bij het wakker worden.
  • Je kindje is tevreden en voldaan na de voeding.
  • Je krijgt dorst tijdens of vlak na het voeden.

Is aan een of meerdere van deze criteria niet voldaan en heb je nog een jong babytje in huis, dan bestaat de kans dat je een stille hongeraar in huis hebt…

Wat doe je met een stille hongeraar?

Als je kleintje niet zelf komt voor een voeding, dan is het het beste dat jij als mama even het ritme gaat bepalen voor je schatje. Borstvoeding op verzoek dus, maar dan op verzoek van mama. Waarmee ik bedoel dat je je kleintje uiteraard aanlegt bij de eerste hongersignalen. Maar daarnaast je liefje ook gewoon wakker maakt voor een voeding om de twee uur, als ie daar niet zelf om komt. Of hem of haar gewoon al slapend aanlegt. Slapend aanleggen doe je best van zodra hij gaat bewegen. Of geluidjes maakt in zijn slaap.

Hoe vaak moet je je kleintje dan voeden? Dat hangt eigenlijk vooral van het gewicht van je kleintje af. Want de basisregel is: Hoe lichter je kindje in gewicht, hoe meer kans op een stille hongeraar!

Maximum aantal uren doorslapen op een nacht:

< 4kg: elke 2 uur voeding, maximum eenmalig 4u doorslapen

4-6kg (vanaf 2 maanden oud): elke 2-3 uur voeding, maximum eenmalig 6u doorslapen

> 6kg (vanaf 6 maanden oud): minimaal 6-7 voedingen, maximum eenmalig 8-10u doorslapen

> 8kg (vanaf 1 jaar oud): minimaal 6-7 voedingen, heel de nacht doorslapen (als je kindje overdag voldoende borstvoeding gehad heeft)

Het fijne aan borstvoeding is dat een borstekind geen maximumlimiet aan voedingen of ml’s moedermelk heeft. Voed dus gerust zo vaak je wil. En geef je liefje maar gewoon nachtvoedingen, als ie daar nog nood aan heeft!

Honger

Een kindje gaat pas ten vroegste doorslapen als het overdag voldoende voeding binnenkrijgt. Dat betekent bij volledige borstvoeding, zo’n 800-1000ml daags. Aan die hoeveelheid melk komen de meeste vrouwen pas als ze zo’n zes keer of meer gaan voeden. Zij die zo’n grote opslagcapaciteit in hun borsten hebben, dat ze met minder dan zes voedingen toch aan die 800-1000ml komen op een dag zijn schaars. Laat je dus niet ontmoedigen als je een borstaddictje hebt dat het gezellig vindt om zo’n tien keer of meer bij je te willen drinken, ook als ie al verschillende maanden oud is. Dat is een perfect normaal en perfect gezond drinkpatroon voor een borstebabytje!

Valt je kindje telkens in slaap aan de borst?

  • Zo veel mogelijk huid op huid-contact met je babytje is erg belangrijk. Op die manier is de borst steeds beschikbaar. En kan je reageren op de allereerste hongersignalen. Leg je kleintje slapend aan van zodra hij onrustig gaat bewegen. Of smakgeluidjes maakt in zijn slaap.
  • Bij een pasgeborene kan je met de tepel de lipjes strelen. Of de mondhoek zachtjes aanraken. Een pasgeboren babytje opent dan automatisch zijn mondje, zelfs als hij half slaapt. En hapt op automatische piloot aan.
  • Een andere methode is om met je tepel van zijn oortje tot aan de mondhoek te strelen, over het kaakje. Ook dat stimuleert je liefje om aan te happen.
  • Geef je je kindje de borst bij de eerste hongersignalen, dan verspilt het geen energie aan huilen. Daardoor zal hij veel effectiever drinken aan de borst.
  • Geef je je kindje een voeding, kleed hem dan niet te warm aan. En stroop de mouwtjes wat op. Dat blote velletje van de armpjes en handjes op jouw blote borst maakt je kindje alerter.
  • Sommige merken voedingsbh’s zijn wel prachtig om te zien, maar laten maar weinig vel van de borst bloot. Als je discreet wil gaan voeden is dat handig. Maar valt je kindje snel in slaap aan de borst, dan draag je beter geen bh of eentje waarbij veel bloot te “voelen” is voor je kindje.
  • Plaag je kleintje een beetje door aan zijn oor te frutselen op het moment dat ie minder krachtig zuigt. Of tik tegen het kaakje en het kinnetje. Of masseer voorzichtig zijn rugje, handpalm of de muis van zijn duimpje als ie in slaap dreigt te vallen. Zo blijft ie alerter en beter bij de les.
  • Wissel van borst van zodra je kindje loslaat. En wissel desnoods niet één, maar meerdere keren per voeding. Wisselvoeden, noemen ze dat.
  • In plaats van van borst te wisselen, kan je ook van houding wisselen. Lost je kleintje de borst, dan schakel je bijvoorbeeld over van madonna- naar rugbyhouding. Maar je legt hem wel aan dezelfde borst weer aan. Lost hij daarna die borst opnieuw, dan ga je dan pas wisselen van borst.
  • Pas borstcompressie toe tijdens het drinken. Zo blijft de melk krachtig stromen. En krijgt je kleintje geen kans om in een diepe slaap te vallen. Bovendien krijgt je babytje dan meer melk binnen op de korte tijd dat ie wel  wat wakkerder is.

Meer informatie (voor zorgverleners) : Uitdroging en ondervoeding (Richtlijn Borstvoeding)

© 2010-2015

Van borst naar beker (cupfeeding)

vrijdag, mei 21st, 2010

Regelmatig kom ik borstmama’s tegen die ten einde raad zijn: “Ik geef al drie maanden lang met veel plezier borstvoeding. Maar binnenkort moet ik weer aan het werk. Mijn kind zal dan afgekolfde melk krijgen bij de opvang. We hebben al verschillende keren geprobeerd om ons liefje uit een flesje te laten drinken. Maar dat lukt langs geen kanten. Wat nu?”

We kennen het probleem hier, hoor. Met de oudste hebben we hetzelfde meegemaakt. Maak je kind maar eens duidelijk dat een flesje met speen even goed is als live drinken… Zelfs al maak je je kind vanaf newbornleeftijd vertrouwd met het drinken uit een fles, dan nog is de kans groot dat het vroeg of laat zijn of haar snoezige neus ophaalt voor dat nepgedoe. Zo’n plastieken flesje is hard en koud. En een siliconen speen heel gek van smaak en textuur. Daar waar live drinken bij mama lekker knus is. Warm en zacht. Je voelt haar ademhaling, hoort haar geruststellende hartslag, ruikt haar vertrouwde deodorant, proeft haar huid met een lichte zweettoets. En dan zou je opeens aan zo’n neptiet moeten gaan lurken? Die dan ook nog eens door iemand anders gegeven wordt? Én waarvoor je een totaal andere drinktechniek moet gebruiken dan de vertrouwde methode die je al maanden gewend bent? “No way, dude! Geef mij maar the real stuff!”

Als ik een advies mag geven? Begin gewoon niet aan dat flesjesgedoe…! Een kind van een maand of drie kan prima uit een beker leren drinken. De jongste telg hier heeft nog nooit een flesje van dichtbij gezien. Ze krijgt alles live uit de borst. Of uit een beker. Al vanaf haar drie maanden! Doorgaans nemen borstekindjes zo’n beker namelijk veel makkelijker aan dan een flesje…

Cupfeeding

Maar hoe begin je daar dan aan?

Je giet een bodempje melk (indikken hoeft zelfs niet) in een bekertje. Een Foley Cupfeeder of een klein borrelglaasje bijvoorbeeld. Maar met de bewaarpotjes van Avent lukt het ook. Die zijn namelijk buigbaar. Waardoor je de drinkopening even breed kan maken als de mond van je kleine man of vrouw. Laat je kindje lichtjes achterover leunen. En zet de beker tegen zijn of haar lippen. Laat de melk voorzichtig tot aan de lipjes komen. Niet forceren, niet binnengieten. Gewoon tot aan de lipjes laten komen, ook al zijn deze gesloten. Dan ruiken of proeven ze de melk en gaan vanzelf likken aan die beker. Zo likken ze de melk naar binnen.

In het begin duurt het natuurlijk een half uur om een voeding naar binnen te krijgen. En smossen ze erop los ;-) Maar al na enkele dagen (of weken) oefenen gaat het steeds vlotter en vlotter. Op de duur doen ze gewoon hun mond open als ze die beker nog maar aan zien komen. En klokken de hele inhoud naar binnen op een tempo dat vergelijkbaar is met de fles. Zonder dat je hun hele outfit moet gaan verschonen achteraf.

Groot bijkomend voordeel: je hoeft dan enkele maanden (of jaren) later ook geen flesjes meer af te leren. En geen bekers meer aan te leren! Mooi meegenomen, niet? :-)

Proost! :-)

© 2010-2012

Borstvoedingsarmband

vrijdag, oktober 30th, 2009

Voedingsarmband

Tweeling-voedingsarmband

——————————————————-

Voedingsarmband

In verschillende webwinkels vind je borstvoedingsarmbanden met cijfertjes. Maar ik werk meestal met gekleurde parels. Eenvoudigweg omdat ik geen mooie kant-en-klare cijfers vond in de hobbywinkel en me het bij de juwelier meer dan 200 euro zou kosten aan maakuren alleen al…

Borstvoedingsarmbanden

Borstvoedingsarmbanden van Kindje Mijn

De armband heeft twaalf verschillende cijfers of gekleurde parels. Tussen elk cijfer/parel zitten dan drie kleinere kraaltjes in dezelfde kleur. De cijfers/parels duiden de uren aan. De kleinere kraaltjes de kwartieren. Zo kan je een bedeltje steken tussen twee kralen of tussen een kraal en een cijfer/parel. Mooi op het moment dat je normaalgezien ten laatste je volgende voeding zo willen geven. Of gewoon op het uur dat je je vorige voeding gegeven hebt. De arm waaraan de armband hangt is dan de borstkant die je de volgende voeding moet aanbieden. Of de kant die je bij de vorige voeding als eerste gegeven hebt.
Bij de volgende voeding versteek je dus je bedeltje naar het volgende voedingsuur. En verwissel je eventueel je armband van kant. Zo kan je dus voor jezelf aanduiden wanneer en aan welke kant de voorbije voeding begon. Of wanneer en aan welke kant je je volgende voeding ten laatste moet geven. Makkelijk, niet?

Ik ben persoonlijk meer voor de parelarmband dan voor de cijferarmband. Eenvoudigweg omdat het wat raar is om met een armbandje rond te lopen met twaalf cijfertjes in verwerkt. Mensen gaan, volgens mij, dan snel vragen waar die cijfers voor dienen of welke betekenis ze hebben… En dan moet je telkens gaan uitleggen dat je borstvoeding geeft enzo. Ik persoonlijk zou daar geen zin in hebben… Ik ben in het verleden genoeg de discussie aangegaan over mijn persoonlijke voedingskeuze… En bij deze pruts heb ik geen zin meer in (al dan niet verdoken) negatieve opmerkingen op mijn keuze tot langvoeden. Met die parelarmband vermijd ik dan zulke situaties. Het is gewoon een leuk armbandje met een bedeltje met een hartje aan. Dat bedeltje spreekt voor zich, lijkt me… En de nieuwsgierige aagjes kan ik nog altijd tevreden stellen met de uitleg dat mijn man en ik dat armbandje hebben samengesteld om de komst van onze derde spruit te vieren. Wat niet eens gelogen is…

Het nadeel aan gekleurde parels is natuurlijk dat je moet weten welke kleur voor welk uur staat… Ik heb dat hier opgelost door dezelfde soort parel in vier verschillende kleurnuances te gebruiken. Van lichtgroen (1-3u) over bruinoker (4-6u) en donkergroen (7-9u) tot bordeaurood (10-11u). Geeft een mooi onopvallend en samenpassend geheel, vind ik. De kralen die de kwartieren aanduiden zijn eenvoudige dunne zwarte schijfjes met een parelmoerlaagje aan één kant. En er is één uurparel die er een beetje uitspringt: de donkergroene van 12u. Die is iets groter dan de overige elf. Als ik dan wat verstrooid ben of gewoon te moe ben om na te denken ;-) en niet goed meer weet welke kleur nu weer voor welke uren stond, dan kan ik nog steeds vanaf die 12u-parel doortellen tot aan het gewenste uur. Net zoals je met een paternoster doet.

Voila, dat wilde ik even met de borstmoeders onder jullie delen… Ik kwam zo’n armband heel toevallig tijdens het surfen op internet tegen. En ik vond het een grandioos idee, zo’n armband! Een onopvallend juweel dat je zo duur of zo goedkoop kan maken als je zelf wil. En dat je perfect kan aanpassen aan je eigen smaak en (kleding)stijl. Op voorwaarde natuurlijk dat je zin hebt in een beetje creatief geknutsel… Of je een juwelier vindt die zo’n armband voor jou wil maken. Anders moet je maar even surfen naar de webwinkel Kindje Mijn. Alwaar je niet alleen borstvoedingsarmbanden voor eenlingen, maar ook voor meerlingen vindt!

Tweeling-voedingsarmband

Anne-Marie van de webwinkel Kindje Mijn legt uit hoe zo’n tweeling-voedingsarmband werkt:

Een normale voedingsarmband bestaat uit twaalf cijferkralen die de hele uren aangeven, met daartussen drie of vier kralen die ieder een kwartier aangeven. Met een verplaatsbare bedel kun je dan bijvoorbeeld de tijd waarop je voor het laatst gevoed hebt aangeven. En om de kant waaraan je voor het laatst hebt gevoed (of de kant die je de volgende keer gaat geven) aan te geven doe je de armband aan je linker of rechter arm.

Een poosje geleden kreeg ik de vraag of ik een voedingsarmband voor een tweelingmama wilde maken. Dat was een uitdaging, want hoe zorg je dat je met één armband niet alleen de tijd maar ook de voedingskant van beide kindjes kunt aangeven? Na wat denkwerk kwam ik op de volgende oplossing:
één armband met vier LETTERbedels, die onafhankelijk van elkaar te plaatsen en aan elkaar te haken waren. Er kwam voor beide kindjes een bedel met hun voorletter, een S en een D in dit geval. Daarnaast een L en een R bedel, om links of rechts aan te geven. Dit was het resultaat:

Tweeling-voedingsarmband

Tweeling-voedingsarmband van Kindje Mijn

Op deze manier kan de moeder aangeven welk kindje, hoe laat, aan welke borst heeft gedronken. Op het voorbeeld heeft S. om half vier aan de linkerkant gedronken en D. om kwart over vier aan de rechterkant. Door de slotjes zou je zelfs alle bedels aan elkaar kunnen klikken, als beide kindjes tegelijkertijd hebben gedronken.

Meer voorbeelden zien? Kijk even in de leuke webwinkel van Kindje Mijn.

© 2009 – 2011

Voedselallergie, -intolerantie, koemelkallergie of lactose-intolerantie?

vrijdag, oktober 30th, 2009

Allergie en intolerantie: wat is het verschil?

Voedselintolerantie

Voedselallergie

Lactose-intolerantie

————————————————————–

Allergie en intolerantie

Een voedselintolerantie…

  • is meestal tijdelijk en van voorbijgaande aard,
  • is een (tijdelijk) slecht kunnen verteren van een bepaald voedingsmiddel,
  • een reactie komt meestal voor na het eten of drinken van een grote hoeveelheid van een bepaald voedingsmiddel,
  • een reactie komt soms pas op na langere tijd of bouwt zich langzaam op,
  • is niet levensbedreigend.

Een voedselallergie…

  • is meestal blijvend,
  • is een verkeerde reactie van het immuunsysteem van het lichaam op een bepaald voedingsmiddel,
  • een reactie kan al voorkomen na consumptie van een kleine hoeveelheid van een bepaald voedingsmiddel,
  • een reactie komt vrij snel op, al na enkele minuten of uren,
  • kan levensbedreigend zijn.

Een voedselovergevoeligheid…

Deze term wordt zowel voor voedselallergie als voor voedselintolerantie gebruikt.

Voedselintolerantie

Sommige baby’s ontwikkelen een intolerantie voor bepaalde voedingsmiddelen. Die komt zelden tot uiting wanneer ze nog exclusief borstvoeding krijgen. Bijvoorbeeld door te reageren op dingen die de moeder gegeten of gedronken heeft. En waarvan reststoffen in de moedermelk terechtgekomen zijn.

Meestal komt een duidelijke reactie bij de baby pas voor na de introductie van vaste voeding.

In de praktijk is het bij babytjes moeilijk om vast te stellen of ze lijden aan een voedselintolerantie of aan een allergie tegen bepaalde levensmiddelen. De kenmerken bij een intolerantie verschillen doorgaans niet veel van deze bij een allergie.

Voor een lijst met kenmerken: zie “Voedselallergie” hieronder.

Onderzoek heeft uitgewezen dat voedselintolerantie bij jonge kinderen eerder zeldzaam is. En meestal van voorbijgaande aard. Koemelkintolerantie, de meest voorkomende voedselintolerantie bij baby’s, verdwijnt bijvoorbeeld vaak rond de eerste verjaardag. Blijft de intolerantie toch bestaan, dan is dat doorgaans in een veel mildere vorm. Op latere leeftijd zullen deze kinderen (en volwassenen) allicht geen grote fan zijn van de producten waar ze als baby overgevoelig op reageerden. Maar veel klachten houden ze er meestal ook niet aan over.

Voedselallergie

Mogelijke kenmerken van voedselallergie bij de baby

Maag- en darmstelsel

– krampjes

– braken, herkauwen en/of overstrekken tijdens of na de voeding

– (chronische) opstopping of diarree

– groenige en zuur ruikende ontlasting

Ademhalingsstelsel: veelvuldige oogbindvliesontsteking, oorontsteking of luchtweginfectie

Huid: droge huid en/of huiduitslag, soms zelfs eczeem

Groei: groeivertraging

Gedrag

– weinig eetlust

– onrustig gedrag, ofwel tijdens ofwel een tijdje na het drinken

– ontroostbaar huilen

– slaapproblemen

Opgelet! Heeft een baby slechts één of enkele kenmerken uit bovenstaand lijstje, dat wijst dat meestal niet op het bestaan van een allergie! Vooraleer voedselallergie als diagnose geopperd wordt, dient eerst het ganse borstvoedingsbeleid nagekeken te worden. Begeleiding door een lactatiekundige is daarbij een absolute aanrader!

Dieet van de moeder als ze borstvoeding geeft

Voedselallergieën gaan meestal om de eiwitten die in dat bepaalde voedingsmiddel voorkomen: koemelk, eieren, gluten (tarwe, haver, gerst, rogge), noten, zaden, pitten, soja, vis, schaal- en schelpdieren, enzovoort.

Andere voedingswaren die allergische reacties kunnen veroorzaken: peulvruchten, selder, wortel, tomaat, maïs, aardbei, kiwi, citrusvruchten, kip, rund, varken en cacao.

Allergene stoffen (d.i. de stoffen die de allergische reactie veroorzaken) circuleren bij de moeder in de bloedbaan na de vertering. En worden op die manier gedeeltelijk doorgegeven via de moedermelk. Koemelk, en in mindere mate eieren, zijn de meest voorkomende boosdoeners bij borstvoeding.

Als de moeder de allergene voedingsmiddelen uit haar dieet schrapt (d.i. het zogenaamde hypo-allergeen dieet), dan heeft haar baby dus minder last. Het is natuurlijk een beetje uitzoeken op welke levensmiddelen de baby wel en op welke hij niet reageert. Dat doet men doorgaans door middel van eliminatie- en provocatietesten. Je laat twee tot vier weken lang het voedingsmiddel (en alle afgeleide producten ervan) waarvan je vermoedt dat het klachten geeft, weg uit je voeding. En kijkt of het ongemak bij je kindje vermindert intussentijd.  Na een maand herintroduceer je dat product weer. Gaat je kindje er opnieuw op reageren, na een tijdje klachtenvrij te zijn geweest, dan weet je dat dat bepaalde voedingsmiddel de boosdoener was.

Eliminatie en provocatie kan je als moeder gaan toepassen, maar het is ook bruikbaar bij je kindje na de introductie van vaste voeding.

Opmerkingen

  • Beperk de voeding niet nodeloos: slechts één of twee producten per keer testen is voldoende.
  • Het is niet altijd evident om op hypo-allergeen dieet te gaan. Melkproducten en -afgeleiden bijvoorbeeld zitten in heel veel levensmiddelen verborgen. De ingrediëntenlijst op de etiketten goed bestuderen in de supermarkt is dan ook een must. Zit de allergene stof als voedingsmiddel verwerkt in het product, dan schrap je dat tijdelijk uit je dieet. Staat er enkel op het etiket dat “het sporen bevat van …”, dan is dit product veilig voor je. De benaming “sporen bevattend” is veeleer een juridische term en heeft niet veel te maken met de ingrediënten van het product zelf.
  • Melkproducten gaan vervangen door soja-varianten is ook niet altijd een goed idee. Zowat 30% van de mensen die reageren op koemelk, reageren immers ook op soja…
  • Ook al ben je zeker dat je kindje reageert op koemelkresten in jouw moedermelk, toch eet/drink je best af en toe opnieuw iets kleins met lactose, zoals een klein plakje kaas, een half potje yoghurt of een wolkje melk in je koffie. Wil je echt geen koemelk(producten) eten of drinken, dan kan je eens kijken naar bijvoorbeeld paardenmelk, geiten- of schapenkaas. Als jijzelf langere tijd alle koemelk en afgeleide producten uit je voeding schrapt, heb jij als moeder immers kans om lactose-intolerant te worden. Je lichaam maakt dan (bijna) geen lactase meer aan om de lactose in dierlijke melk(producten) te verteren. En lactose-intolerantie bij volwassenen is meestal blijvend… Wil je dit voorkomen, dan blijf je best af en toe lactose-bevattende voeding eten of drinken.
    Zolang je kindje borstvoeding krijgt, kan je alle koemelk(producten) wel veilig schrappen als bijvoeding uit zíjn dieet. Je kindje blijft immers lactose binnenkrijgen via jouw melk. (Zie hieronder: “Lactose-intolerantie”)
  • Een niet doordacht dieet kan er voor zorgen dat je  als moeder onevenwichtig eet. En dus niet aan je dagelijkse benodigde voedingsstoffen komt. Bij een verregaand hypoallergeen dieet is een gespecialiseerd diëtist raadplegen dan ook aangeraden: http://borstvoeding.com/dietist/.
  • Reageert je kindje allergisch aan een bepaald voedingsmiddel op het moment dat het nog uitsluitend moedermelk drinkt, dan wacht je tot na de eerste verjaardag om dat specifieke voedingsmiddel aan te bieden als vaste voeding. En ga je bij de introductie ervan best voorzichtig te werk, met kleine beetjes.
  • Introduceren van een allergeen voedingsmiddel in vaste voedingsvorm doe je best op het moment dat je nog borstvoeding geeft. Moedermelk heeft immers een beschermende werking.

Alle kinderen, maar zeker een allergisch kindje heeft er alle baat bij om zo lang mogelijk borstvoeding te krijgen!

Lactose-intolerantie

Lactose-intolerantie of lactasetekort? In het eerste geval kan je geen lactose verdragen, in het tweede geval kan je wel lactose verdragen, maar krijg je zodanig veel lactose binnen dat je lichaam te weinig lactase aanmaakt voor de vertering ervan.

Hieronder een lijstje van mogelijke oorzaken van darmklachten waarbij lactose en lactase een rol spelen:

Aangeboren lactose-intolerantie

Aangeboren lactose-intolerantie is een vorm van lactose-intolerantie die voorkomt vanaf de geboorte. Het is een heel zeldzame vorm van melkverteringsprobleem, waar babytjes al na enkele dagen na de geboorte heel veel last van ondervinden. Baby’s die met dit probleem kampen, moeten dus vanaf de geboorte een streng lactose-vrij dieet volgen. En dit hun hele leven lang.

Hyperlactatie

Hyperlactatie wordt bij zuigelingen veroorzaakt door een overload aan moedermelk. De mama zit met zodanig veel melk dat haar babytje te veel suikerrijke (lactoserijke) voormelk binnenkrijgt. En niet of nauwelijks aan de vetrijke achtermelk toekomt tijdens een voeding.  Die achtermelk is nodig voor een optimale vertering. Krijgt het kindje te veel voormelk te verwerken, dan is de hoeveelheid lactase in het babylijfje onvoldoende om alle lactose uit die voormelk verteerd te krijgen. Het babytje kampt dus met een tijdelijk verteringsprobleem.

Specifieke melkproductieverlagende trucjes voor de moeder zorgen ervoor dat deze vorm van lactose-intolerantie overgaat. Heb je als moeder last van hyperlactatie, dan raadpleeg je best een lactatiekundige voor de juiste tips.

Als moeder op koemelkvrij dieet gaan als je last hebt van hyperlactatie (te veel melk), is dus helemaal niet nodig.

Moedermelk bevat van nature heel veel lactose. En die krijg je er niet uit door zelf lactosevrij te gaan eten! Een babylijfje is ook prima in staat om de lactose van zijn moeder te verteren. Enkel bij ernstige hyperlactatie (d.i.véél  te veel melk) is begeleiding van een lactatiekundige nuttig, om de melkproductie te doen dalen. Een moeder om die reden op dieet zetten, heeft geen effect voor haar babytje!

Darminfectie

Bij sommige ziektes, zoals buikgriep, zijn de darmpjes tijdelijk minder goed in staat om melk(producten) met lactose te verwerken. Het kan dan nodig zijn om alle koemelk(producten) even te schrappen, als je kindje al vaste voeding eet. Borstvoeding mag je onbeperkt blijven geven! Die zorgt er immers voor dat de darmproblemen bij je kindje sneller weer opgelost raken!

Mogelijke kenmerken bij de baby met lactose-intolerantie omwille van hyperlactatie bij mama

– zeer snel drinken

– onrustig drinken

– moeite met aanhappen

– hoesten, verslikken en/of braken tijdens de voeding

braken na de voeding

krampjes

– winderigheid

– ontroostbaar huilen

– waterige, schuimende ontlasting

– groenige en zuur ruikende ontlasting, eventueel met onverteerde melkresten

– luieruitslag

– heel veel plasluiers

– meer dan 300 gram per week aankomen of net heel weinig aankomen

 Kenmerken bij de moeder met hyperlactatie

stuwing die na enkele dagen niet weggaat

– lekkende borsten

– krachtige toeschietreflex

– voortdurend het gevoel van volle borsten, ook na de voeding

– pijnlijke tepels (door het moeilijk aanhappen van de baby)

– frequent verstopte melkkanaaltjes en borstontstekingen

Tips bij hyperlactatie

Gebruikte bronnen

Zie…
http://borstvoeding.aardig.be/bronvermelding/handboeken/
http://borstvoeding.aardig.be/bronvermelding/websites/

Met dank aan dokter Vertongen voor het nalezen van dit artikel!

© 2009 – 2014