Tong

Als zelfstandig werkend lactatiekundige overleg ik regelmatig met professionelen uit andere zorgsectoren: artsen, vroedvrouwen, doula’s, kraamzorginstellingen, geboortecentra,… Interdisciplinaire werkvergaderingen zijn een vast onderdeel van mijn werk. Om de neuzen in dezelfde richting te krijgen en zorglijnen uit te zetten. Het merendeel van mijn tijd werk ik samen met mensen die de thuissetting als hun werkhabitat beschouwen. Zorgverleners in deze sector zijn vaak mensen met een bepaalde kijk op het leven. Mensen die neigen naar het natuurlijke en het intuïtieve, nog meer dan hun ‘klinisch’ gerichte collega’s. Dat is erg boeiend! En soms ook gewoon grappig…

We nemen afscheid en geven elkaar een hand. “Steek je tong eens uit.” zegt hij ernstig als hij mijn hand loslaat. Ik frons niet-begrijpend mijn wenkbrauwen. “Dat vraag ik bij iedereen aan het eind van het gesprek,” legt hij uit: “Tongen kan je lezen.” Ik moet inwendig lachen om deze onverwachte wending na de voorbije, ernstige, werkvergadering. “Allez, ’t is omdat ge arts zijt,” denk ik bij mezelf. En steek mijn tong uit.

“Wil je weten wat ik lees?” vraagt ie. Ik glimlach, allicht een beetje spottend. Niet dat ik de man wil beledigen, maar soms ligt mijn hart op mijn gelaat… “Tuurlijk!” Zijn gezicht blijft ernstig. Hij vraagt nogmaals om mijn tong uit te steken en zegt: “Ik zie dat je met bepaalde frustraties zit.” Nog steeds glimlachend antwoord ik: “Is ’t waar? Ik heb er anders geen last van. Heb niet het gevoel dat ik veel frustraties heb…” Bij mezelf bedenkend dat iedereen allicht wel met de één of andere frustratie kampt. En dat dit dus een typische algemene opener is die ook zogenaamde ‘helderzienden’ gebruiken.

Hij kijkt naar mij, denkt even na en zegt: “Je kan makkelijk dingen van je af laten glijden, hè? Maar dat is niet hetzelfde als ermee dealen. Je komt een frustratie tegen en jij legt die achter je. Maar die frustratie blijft dan wel, hè, en is er eigenlijk nog steeds. Als je ze zou verwerken, dan ben je ze kwijt.” Ik kan me niet van het idee ontdoen dat dit gesprek onzin is en vraag me af waar de verborgen camera zit. “Je gaat ook soms over je energiegrens heen,” vervolgt hij. “Je doet te veel dingen tegelijkertijd. Dat put je reserves uit.” Dat klopt, beaam ik. Een lactatiekundige praktijk uit de grond stampen en op het goede spoor zetten is niet niets… “Ik voel me nochtans alsof ik overstroom van energie,” repliceer ik naar waarheid, terwijl ik bij mezelf bedenk dat dat derde glas rode wijn gisteravond misschien toch wat te veel van het goede was. En een snel ontbijt met enkel twee grote koppen koffie met koemelk ook niet erg bevorderlijk zal geweest zijn voor mijn metabolisme. Mijn maag kreunt om gezonde energierijke voeding… Dát zie je ongetwijfeld wél aan mijn tong!

“Dat is een prachtige analyse van ons werkgesprek van daarnet!” zeg ik. We hebben namelijk uitgebreid elkaars visies op gezondheidszorg besproken. Dat ik met duizend-en-één-dingen tegelijkertijd bezig ben, is ruimschoots aan bod gekomen. Het is namelijk zaak om dit project in te gaan passen in het werk dat ik al doe.

Hoezo?” vraagt hij. “Ik zie dat enkel aan je tong…” Maar hij dringt niet verder aan.

“Ik zal volgende keer nog is mijn tong naar u uitsteken, zene.” besluit ik lachend. En bedenk dat ik dan best wél eerst een stevig ontbijt neem.

© 2013

Tags: , ,

Comments are closed.