Onderzoek naar omgaan met afgekolfde melk op Vlaamse materniteiten

Aanleiding
Onderzoeksgroep
Onderzoeksvragen
Oorspronkelijke onderzoeksvragen
Latere uitbreiding van de onderzoeksvragen
Resultaten
Inleiding
Moedermelkdonatie
Afkolven met de hand
Sterilisatie en hergebruik
Bewaarplaats, -termijn en bewerking
Toediening van afgekolfde moedermelk
Voorlichting van ouders bij ontslag
Conclusie
Overzichtstabel onderzoeksvragen en resultaten


Aanleiding

Wetenschappelijk overzichtsartikel over moedermelkdonatie in Vlaanderen en Nederland: voornamelijk literatuurstudie

Onderzoeksgroep

Vlaanderen telt in totaal zestig materniteiten, die allen verbonden zijn aan een afdeling neonatologie. Alle zestig werden aangeschreven met de vraag of zij gebruikmaken van donormoedermelk. En of zij afgekolfde moedermelk pasteuriseren of niet.

Dertig materniteiten, de helft dus van het  aangeschreven aantal, stelden gegevens beschikbaar over hun borstvoedings- en afkolfbeleid. Dat deden ze via persoonlijke correspondentie, door middel van een brochure of via een internetpublicatie.

Onderzoeksvragen

Oorspronkelijke onderzoeksvragen

1 Gebruik van donormoedermelk als bijvoeding in Vlaamse materniteiten?

2 Pasteurisatie van moedermelk in Vlaamse materniteiten?

Latere uitbreiding van de onderzoeksvragen

1 Gebruik van donormoedermelk als bijvoeding in Vlaamse materniteiten?

2 Pasteurisatie van moedermelk in Vlaamse materniteiten?

3 Protocols rond afkolven, bewaren en behandelen van moedermelk in Vlaamse materniteiten?

4 Voorlichting van ouders na ontslag uit Vlaamse materniteiten?

Resultaten

Inleiding

Afkolven van moedermelk gebeurt in de meeste gevallen in functie van een opname van de baby op neonatologie, waarbij live borstvoeding niet altijd (volledig) mogelijk is. Afkolven gebeurt soms ook om de melkproductie in gang te zetten of in stand te houden als de baby daartoe live niet (volledig) in staat is. Er wordt getracht om de pasgeboren baby zo snel mogelijk (terug) live aan de borst te krijgen. In afwachting van volledige live borstvoeding wordt de moedermelk afgekolfd.

De oorspronkelijke onderzoeksvraag luidde:

Maakt men in Vlaamse materniteiten gebruik van moedermelkdonatie of gebeurt bijvoeding enkel met melk van de eigen moeder of met kunstvoeding (of een andere vorm van moedermelkvervanging)? En wordt afgekolfde moedermelk gepasteuriseerd of rauw aan de baby aangeboden?

Aangezien veel ziekenhuizen ruimere informatie verschaften over hun borstvoedings- en afkolfbeleid dan mijn oorspronkelijke twee vragen heb ik besloten om mijn onderzoeksvragen verder uit te breiden:

Welke protocols bestaan er in Vlaamse materniteiten rond afkolven, bewaren en behandelen van moedermelk? En welke informatie wordt er meegedeeld tijdens de voorlichting van ouders bij ontslag van de moeder uit de materniteit?

Ik heb echter niet alle materniteiten opnieuw aangeschreven met deze nieuwe reeks vragen. Vandaar dat de gebruikte gegevens voor sommige ziekenhuizen bij deze uitbreidingslijst onvolledig zijn. Dat neemt echter niet weg dat er wel een beeld te vormen is van de manier waarop men in de Vlaamse materniteiten en neonatologie-afdelingen omspringt met afgekolfde moedermelk.

Moedermelkdonatie

Geen enkel Vlaams ziekenhuis maakt gebruik van donormoedermelk als de pasgeborene om de één of andere reden bijgevoed moet worden. Bijvoeding gebeurt enkel met de afgekolfde melk van de eigen moeder of met alternatieven, zoals kunstvoeding. Momenteel loopt aan het Nederlandse Vrij Universitair Medisch Centrum (VUmc) Amsterdam een vergelijkend onderzoek tussen het gebruik van donormoedermelk en kunstvoeding als bijvoeding. Het is nog even afwachten op de resultaten van dit onderzoek vooraleer een conclusie hieromtrent te trekken. Mij lijkt het echter aannemelijk dat zal blijken dat moedermelkdonatie de voorkeur geniet op kunstvoeding wanneer er bijgevoed dient te worden.

Enkele Brusselse en Waalse ziekenhuizen maken wel gebruik van moedermelkdonatie. Meer daarover kan je lezen in een onderzoek dat recentelijk gebeurde aan de K.U.Leuven:

Cossey V., Johansson A.B., e.a. “Use of Human Milk in the Neonatal Intensive Care Unit: Practices in Belgium and Luxembourg” in Breastfeed Med 2012 Jan 27.

Afkolven met de hand

Voor zover bekend stellen alle materniteiten een elektrisch afkolfapparaat ter beschikking van moeders die hun melk om de één of andere reden dienen af te kolven. Slechts dertien op de twintig ziekenhuizen leren moeders ook met de hand afkolven tijdens de eerste 24u postpartum. Dat betreft dus 65%, een percentage dat in mijn ogen toch zou mogen stijgen tot 100%! Het lijkt mij trouwens ook nuttig dat alle borstvoedende moeders aangeleerd wordt hoe ze moeten afkolven met de hand, ook zij die volledig live borstvoeding geven. De techniek van het handmatig afkolven onder de knie hebben zorgt er immers voor dat men altijd en overal in staat is om melk af te kolven, zonder dat er een afkolfapparaat beschikbaar moet zijn. Afkolven met de hand is ook een manier om moeders vertrouwd te maken met hun moederlichaam en met hun borsten.

De eerste dagen postpartum produceert een moeder colostrum. Colostrum is slechts in kleine hoeveelheden beschikbaar. Als het kindje niet (volledig) live drinkt, dan kan het colostrum met de hand afgekolfd worden en opgevangen in een lepeltje, kopje of spuitje. Hierbij gaat minder voeding verloren dan bij het afkolven met een apparaat. Bij een afkolfapparaat blijven immers kostbare druppels aan het apparaat zelf, de leidingen of het opvangmateriaal kleven en komen dus niet bij de baby terecht. Bovendien werkt een volle lepel of (half)vol spuitje veel motiverender voor een moeder dan een minuscuul plasje melk in een grote afkolffles of -beker.

Sterilisatie en hergebruik

Slechts acht op de negentien ziekenhuizen laten de moeder (of diens partner) het afkolfmateriaal zelf steriliseren. Dat betekent dat in 58% van de gevallen moeders geen ervaring hebben met sterilisatie van hun afkolfapparaat bij ontslag uit de materniteit, omdat het personeel die handeling steeds voor zijn rekening heeft genomen. Men kan de bedenking maken dat het misschien nuttig kan zijn voor sommige moeders om de theoretische informatie die ze krijgen over schoonmaken en onderhouden van afkolfmateriaal ook daadwerkelijk minstens één maal in de praktijk te kunnen oefenen.

Anderzijds is het uit hygiënisch standpunt begrijpelijk dat men op bijvoorbeeld NICU-afdelingen één maal daags of zelfs bij elke kolfbeurt steriel wegwerpmateriaal ter beschikking stelt. Twee van de elf ziekenhuizen die dat doen bezorgen moeders voor elke kolfbeurt een nieuwe steriele afkolfset. Twee ziekenhuizen van de elf stellen twee steriele setjes per dag  beschikbaar. De overige zeven steriliseren het afkolfmateriaal één maal daags of overhandigen elke ochtend een nieuwe steriele wegwerpset.

Geen enkel ziekenhuis hergebruikt opvangbekertjes, –flesjes of spuitjes nadat de voeding aan het kindje aangeboden werd.

Bewaarplaats, -termijn en bewerking

Alle ziekenhuizen waarover gegevens beschikbaar zijn maken gebruik van een koelkast voor de bewaring van afgekolfde moedermelk. Eén ziekenhuis gaf aan dat afgekolfde melk rechtstreeks na afkolven ingevroren wordt als het om melk voor een NICU-patiëntje gaat. Dat komt omdat die melk aldaar eerst gepasteuriseerd wordt vooraleer aan het kindje aan te bieden.

Slechts één (5%) op de negentien ziekenhuizen beschikt niet over een diepvriezer om afgekolfde melk voor langere tijd te bewaren. Wat mij doet afvragen wat er dan met een eventuele kolfoverschot gebeurt?

Zestien (84%) van de negentien ziekenhuizen maakt gebruik van een melkkeuken, die enkel dient voor de bewaring en bereiding van melkvoeding, zowel kunstvoeding als moedermelk. Op drie (19%) van die zestien materniteiten met een melkkeuken mag de moeder, als ze dat wenst, ook gebruik maken van het koelkastje op haar eigen kamer voor de bewaring van haar afgekolfde melk.

In vier op de negentien ziekenhuizen is het toegelaten om kolfmelk van verschillende kolfsessies bij elkaar te gieten. Zij geven wel allen duidelijk aan dat de melk van beide kolfbeurten op dezelfde temperatuur moet zijn vooraleer samen te voegen. Vijftien (79%) op de negentien ziekenhuizen verbieden expliciet het samenvoegen van melk uit verschillende kolfmomenten.

Veertien (93%)  van de vijftien ziekenhuizen maken een onderscheid tussen a terme gezonde babytjes en babytjes die opgenomen werden op de neonatale eenheid, wat betreft behandeling van moedermelk, bewaarplaats en –termijn.

Twee op de dertig ziekenhuizen (6,6%) pasteuriseert de moedermelk vooraleer aan de baby te geven. Beide ziekenhuizen hebben een NICU-eenheid. Onderzoek over pasteurisatie van moedermelk loopt momenteel aan het Vrij Universitair Medisch Centrum (VUmc) Amsterdam (Nederland). Op conclusies daarover is het nog even wachten.

Voor wetenschappelijke conclusies over de gehanteerde afkolf- en bewaringsprotocols in de Vlaamse NICU-eenheden verwijs ik naar een onderzoek dat recentelijk gebeurde aan de K.U.Leuven:

Cossey V., Johansson A.B., e.a. “Use of Human Milk in the Neonatal Intensive Care Unit: Practices in Belgium and Luxembourg” in Breastfeed Med 2012 Jan 27.

Toediening van afgekolfde moedermelk

Indien de baby moedermelk via de orale weg toegediend krijgt, dan gebeurt dat in zeven (38,9%) op de achttien ziekenhuizen enkel door middel van een flesje met speentje, wat erg jammer is omdat deze methode zuigverwarring in de hand kan werken en de kansen op een geslaagde borstvoedingsperiode verkleint. De meerderheid van de ziekenhuizen (61,1%) probeert zuigverwarring gelukkig te voorkomen door het toedienen van moedermelk op een alternatieve manier, zoals met een cupje, spuitje of lepeltje. Pas na 24u postpartum of in één ziekenhuis zelfs pas na vijf dagen postpartum gaat men een flesje met speentje gebruiken voor het toedienen van afgekolfde moedermelk.

Voorlichting van ouders bij ontslag

In alle ziekenhuizen waarover gegevens beschikbaar zijn is een protocol beschikbaar omtrent afkolven en bewaren van moedermelk. Ouders krijgen bij ontslag ook voldoende informatie over huurmogelijkheden van kolfapparatuur en over afkolven, bewaren en behandeling van moedermelk, indien het babytje achterblijft op de neonatologie-eenheid. Alle pas bevallen moeders krijgen contactgegevens van professionele hulpverleners voor verdere borstvoedingsbegeleiding.

Informatie over borstvoedingsverenigingen en lokale moedergroepen ontbreekt echter in zes van de dertien gevallen. Dat betekent dat in 46,1% van de ziekenhuizen moeders enkel informatie krijgen over de professionele borstvoedingshulpverlening en er geen geschreven informatie verstrekt wordt over de drie Vlaamse borstvoedingsorganisaties: Borstvoeding vzw, La Leche League en Vereniging ter Bescherming en Bevordering van Borstvoeding. Dit is echt een gemiste kans!  Vooral omdat uit onderzoek gebleken is dat het net de vrijwillige borstvoedingsorganisaties zijn die het verschil maken inzake borstvoedingscijfers:

Chapman D.J.,  Morel K., Anderson A.K., Damio G. en R.  Pérez-Escamilla “Review: Breastfeeding Peer Counseling: From Efficacy Through Scale-Up” in Journal of Human Lactation vol. 26  nr. 3, 2010 (8), p. 314-326

Vrijwilligsters van een borstvoedingsorganisatie zijn vaak erg gemotiveerd om andere moeders te helpen. Bovendien hebben ze een degelijke opleiding genoten die hen in staat stelt om op een objectieve manier informatie te geven en samen met de moeder een praktijkgerichte oplossing op maat te zoeken voor borstvoedingsongemakken en -twijfels. Dankzij vrijwillige mother-to-mother-support geven moeders langer en langer exclusief borstvoeding, zo bleek uit boven vermeld onderzoek.

Begeleiding tijdens de eerste tijd  na de bevalling wordt doorgaans opgevuld door een kraamverzorgster, door huisbezoeken van de wijkverpleegkundige van Kind en Gezin of door een zelfstandig vroedvrouw, maar daarna moeten ouders het vaak alleen rooien. Als die leemte opgevuld zou kunnen worden door een lokale moedergroep of door een contactmoeder van een borstvoedingsorganisatie, dan voelen moeders zich veel meer gesteund in hun borstvoedingskeuze en overwinnen ze de kleine ongemakjes en twijfels veel makkelijker. Ook als hun kindje enkele maanden of enkele jaren oud is, hebben moeders nood aan een netwerk van gelijkgezinden. Zulk een netwerk kunnen ze uitbouwen via contacten met leden van een borstvoedingsorganisatie of via een lokale moedergroep. Elke materniteit zou dan ook hierover informatie moeten meegeven bij het ontslag!

Een ander pijnpunt is dat de verstrekte contactgegevens van de verschillende borstvoedingsorganisaties in minstens twee van de zeven instellingen verouderd zijn. Een mankement dat toch makkelijk voorkomen kan worden, lijkt mij…

Conclusie


Geen enkel Vlaams ziekenhuis maakt gebruik van donormoedermelk als de pasgeborene om de één of andere reden bijgevoed moet worden. Bijvoeding gebeurt enkel met de afgekolfde melk van de eigen moeder of met alternatieven, zoals kunstvoeding.

Alle materniteiten stellen een elektrisch afkolfapparaat ter beschikking van moeders die hun melk om de één of andere reden dienen af te kolven. 65% van de ziekenhuizen leert moeders ook afkolven met de hand in de eerste 24u postpartum. Een percentage dat in mijn ogen best mag stijgen tot 100%. Het lijkt mij nuttig dat alle borstvoedende moeders aangeleerd wordt hoe ze moeten afkolven met de hand, ook zij die volledig live borstvoeding geven.

Vrijwel alle ziekenhuizen hebben strenge protocols inzake afkolven, bewaren en behandelen van moedermelk, wat de hygiëne verhoogt en dus ook het infectiegevaar voor de baby verkleint.

De meerderheid van de ziekenhuizen probeert zuigverwarring te voorkomen door het toedienen van moedermelk op een alternatieve manier, zoals met een cupje, spuitje of lepeltje. 38,9% van de ziekenhuizen geeft de baby enkel door middel van een flesje met speentje moedermelk. Deze laatsten zouden er goed aan doen om ook minstens de eerste 24u postpartum over te schakelen op lepelvoeding, cup- of fingerfeeding.

Ouders krijgen bij ontslag voldoende informatie over huurmogelijkheden van kolfapparatuur en over afkolven, bewaren en behandeling van moedermelk, indien het babytje achterblijft op de neonatologie-eenheid. Alle pas bevallen moeders krijgen contactgegevens van professionele hulpverleners voor verdere borstvoedingsbegeleiding. Informatie over vrijwillige borstvoedingsverenigingen en lokale moedergroepen ontbreekt echter in zes van de dertien gevallen. Wat erg jammer is, omdat uit onderzoek gebleken is dat het net deze borstvoedingsorganisaties zijn die het verschil maken inzake landelijke borstvoedingscijfers!

Wetenschappelijk overzichtsartikel over moedermelkdonatie in Vlaanderen en Nederland

Overzichtstabel onderzoeksvragen en resultaten

30 materniteiten (van de in totaal 60 materniteiten in Vlaanderen: 50% respons)

Ja Nee Geen gegevens
Afgekolfde melk aan de eigen baby 30 0 0
Donatie van afgekolfde melk aan de baby van een andere moeder 0 30 0
Bijvoeding met moedermelk van een donormoeder 0 30 0
Bijvoeding met kunstvoeding indien melk van eigen moeder ontoereikend 30 0 0
Elektrische afkolfapparatuur beschikbaar(individueel of te delen met andere moeders)
28 0 2
Aanleren manueel afkolven (eerste 24u postpartum) 13 7 10
Dagelijkse sterilisatie van afkolf- en opvangmateriaal door het ziekenhuispersoneel of gebruik van nieuwe steriele wegwerp-afkolfset per 24u 11 8 11
Sterilisatie van afkolfmateriaal door de moeder of haar partner 8 11 11
Hergebruik van bewaarmateriaal 0 27 3
Kolfmelk van verschillende kolfsessies samen gieten 4 (enkel indien op dezelfde temperatuur) 15 11
Bewaarmogelijkheid van moedermelk in koelkast 27 (+1) 1 (rechtstreeks in diepvriezer voor N*) 2
Bewaarmogelijkheid van moedermelk in diepvriezer 18 1 11
Koelkast en diepvriezer enkel gebruikt voor moedermelkbewaring (melkkeuken) 16 3  (+3 koelkast op de kamer) 11
Voor bewaarplaats en -duur rekening gehouden met het
verschil tussen een a terme gezonde baby en een baby op de neonatale
eenheid (zieke of premature baby)
14 1 15
Protocols rond het afkolven van moedermelk 29 0 1
Protocols rond de bewaring van moedermelk 27 0 3
Pasteurisatie van afgekolfde moedermelk 2 28 0
Moedermelk toedienen via alternatieve methode zoals finger-, cup- of lepelvoeding om zuigverwarring te voorkomen (24u postpartum of langer) 11 7 12
Moedermelk toedienen door middel van fles met speentje (24u postpartum) 7 11 12
Verstrekken van informatie over afkolven, huurmogelijkheden en professionele borstvoedingsbegeleiding 26 0 4
Verstrekken van informatie over borstvoedingsorganisaties en moedergroepen 7 6 17
Contactgegevens van borstvoedingsorganisaties correct 2 2 3

 © 2012

Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Comments are closed.